Tagarchief: Noord Nederlands

Column: Onze kritiek op Zuidnederlands taalbeleid bij VRT ten dele gehoord. N.a.v.de uitspraak van “dossier”

Wordle: Untitled

Al enige dagen horen we meer en meer VRT nieuwslezers die het woord “dossier” op z’n Belgisch uitspreken: in het Zuid Nederlands (Belgisch-Nederlands, Vlaams-Nederlands) rijmt “dossier” op “mier,” in Nederland gebruikt men de Franse uitspraak.

Toen ik enkele jaren geleden met mijn groep op facebook  voor het behoud van het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) begon, was dat heel anders gesteld: alle VRT nieuwslezers gebruikten zonder uitzondering de Noordnederlandse uitspraak (o.i.v. de oude “boven-de-Moerdijk-is-het-beter” regel).  Het werd soms een beetje pijnlijk: geïnterviewde ministers, politici, hooggeplaatsten die hun taal verzorgden, gebruikten de uitspraak voor dossier die op “mier” rijmt, terwijl de VRT nieuwslezers het woord op z’n Noordnederlands uitspraken, waarbij het soms leek of ze de geïnterviewden corrigeerden.

De VRT taaldienst heeft dus nu een en ander veranderd (zie het nieuwe VRT taalcharter), en ettelijke punten van mijn kritiek aan het adres van het VRT taalbeleid, zoals die op deze blog in uitgebreide discussie met de VRT taaladviseur aan bod kwamen, zijn ondertussen “gehoord”.   Zo ging  men in de VRT taaldag van najaar 2011 in op de kritiek dat het uitspraakbeleid van de VRT verouderd is, vergeleken met dat van de BBC.  Mijn kritiek op het VRT taal- en uitspraakbeleid (o.a. dat Schotse accenten en andere regionale tongval bij de BBC wel mogen) en mijn kritiek op aspecten van het Van Dale taalbeleid waren in maart 2011 verschenen in het weekblad Knack online, die u hier kan lezen:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

In enkele zinnen samengevat is mijn kritiek op het Nederlandse taalbeleid in België als volgt: het wegzuiveren van het Zuid Nederlands ten voordele van het Noord Nederlands is (altijd al) achterhaald.  Het is niet juist dat de norm van onze gemeenschappelijke Nederlandse standaardtaal al te dikwijls bepaald wordt door Noordnederlandse woordenschat en taalgebruiken. Laat Zuid- en Noord Nederlands gelijkwaardige varianten van onze standaardtaal zijn, zoals dat het geval is bij het Brits en Amerikaans Engels.  Devalueer het gros van het Zuid Nederlands niet tot “dialect” of “slechts spreektaal.” Of nog: sta echte Zuidnederlandse variatie binnen de standaardtaal toe (en beperk die variatie niet tot een relatief korte lijst van Belgisch-Nederlandse bureaucratische of culinaire woorden, zoals dat nu nog steeds het geval is).

Mijn Knack artikel kreeg ook een officiële reactie, van mevrouw Linde van den Bossche, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, gevestigd in Den Haag:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/taalunie-discrimineert-geen-belgische-woorden/opinie-1194982129504.htm

Mevrouw Linde van den Bossche miste evenwel het punt van mijn kritiek in het Knack artikel. Daarin zeg ik niet, zoals zij suggereert, dat de Taalunie tegen “woorden die in België gehoord worden” zou discrimineren. Verder heb ik ook helemaal niets tegen het instituut van de  Taalunie dat zich zeer verdienstelijk maakt voor onze gemeenschappelijke taal in tal van acties en publiekswerkingen. Wel heb ik kritiek op aspecten van het taalbeleid dat in België in naam van de Taalunie gevoerd wordt, in zoverre dit Vlaamse taalbeleid acceptabele Zuidnederlandse woorden uit de gemeenschappelijke standaardtaal houdt en deze Zuidnederlandse woorden tot “dialect” of “spreektaal” devalueert.  De resultaten daarvan zijn te vinden in de respectievelijke uitgaven van ons gemeenschappelijk Van Dale woordenboek, waarin termen als “gewestelijk,” “dialect,” “spreektaal” al jaren talrijke Zuidnederlandse woorden “negatief” markeren, t.t.z. als zijnde géén standaardtaal.  Het bekendste voorbeeld: woorden als “plezant” en “geestig,” die ondertussen al grotendeels zijn afgeleerd en vervangen door het Noordnederlandse “leuk” dat door het taalbeleid in België wel als standaardwoord geaccepteerd en aanbevolen wordt.

Toch is het heuglijk nieuws te merken dat de  blog en het Knack artikel ondertussen enkele reële resultaten hebben opgeleverd. Daarvoor onze dank aan de VRT taaladviseur, met wie we op deze blog ook uitgebreid over deze onderwerpen discussieerden.

Dat betekent evenwel niet dat ik geloof dat alle problemen rond de vooringenomen behandeling van het Zuid Nederlands ondertussen zijn opgelost. Ik hoop bijvoorbeeld nog steeds dat de hoofdredacteur van Van Dale (die ook de VRT taaladviseur is) en de Belgische redactie van Van Dale een reeks acceptabele Zuidnederlandse woorden van hun stigmatisering als “slechts spreektaal” of “dialect” in ons gemeenschappelijk woordenboek zullen ontdoen.  Wanneer zullen ze een Zuidnederlands woord als “kleed” gewoon als synoniem beschouwen van het Noordnederlandse “jurk”? (om maar één van vele voorbeelden te noemen).  Wanneer zullen een krant als De Standaard of een weekblad als Knack het hebben over de kleedjes van, zeg maar, Lady Gaga? En nog steeds worden ettelijke andere correcte of acceptabele Zuidnederlandse woorden in kranten en VRT Nederlands vermeden. “Spreken,” bijvoorbeeld, dat meer en meer vervangen wordt door “praten.” “Kwaad,” bijvoorbeeld, dat door “boos” wordt vervangen.  We moeten naar Nederlandse programma’s als “Beatrix, Oranje onder vuur” kijken om Willeke van Amelrooij, alias koningin Beatrix, “kwaad” te horen zeggen.  In april van verleden jaar meldde ik hier nog dat het Belgische hof een communiqué uitstuurde waarin stond dat de koning “kwaad” was, wat prompt op het VRT TV nieuws (of gezuiverd gezegd: het VRT TV journaal) als “de koning is boos” gecorrigeerd werd….  We moeten in Nederland gaan inkopen, om er Nederlanders “kapot” te horen gebruiken, terwijl men generaties nederlandstalige Belgen verteld heeft dat “kapot” “dialect” zou zijn en vervangen moet worden door “stuk.”  We moeten Nederlandse poëzieblogs lezen om er het woord “boekerij” in alle pracht te zien staan, terwijl men in het Vlaamse gewest dat woord heeft afgeleerd.  En zo zouden we nog bladzijden lang kunnen verdergaan.

Zeer vele correcte en acceptabele Zuidnederlandse woorden zijn in België ondertussen weggezuiverd (lees: afgeleerd) – ganse boeken vol – onder het strenge taalzuiveringsregime van na de oorlog.  Het VRT taalprogramma “Man over woord” van Canvas (gepresenteerd door Pieter Embrechts) stelt die taalzuiveringsfase – de A. B. N. campagne – voor als voorbije geschiedenis, iets dat achter ons ligt.  Ook daarover heb ik mijn bedenkingen.  Nee, ik geloof niet dat die taalzuivering, het wegzuiveren en afleren van het Zuid Nederlands, verleden tijd is. In hogervermeld Knack artikel leest u uitgebreid wat er ondermeer nog schort aan het officiële Vlaamse taalbeleid rond het Zuid Nederlands zoals dat al generaties in België gevoerd wordt, al dan niet in naam van de Taalunie. Maar ik blijf hopen dat er hogerop verder “gewerkt wordt” aan het ongedaan maken van de “stiefmoederlijke” behandeling van het Zuid Nederlands.

Tot slot: waarom is o.i. een erkenning van het Zuid Nederlands als  gelijkwaardige variant van ons gemeenschappelijk Nederlands wenselijk? Omdat zonder die erkenning het Zuid Nederlands onder de druk van taalzuivering verder meer en meer zal verdwijnen.   Taalzuivering is een vorm van taalplanning die van bovenaf gebeurt en dus niet hetzelfde als gewone taalevolutie.   Ik blijf het spijtig vinden dat er in België nog steeds aan taalzuivering gedaan wordt en dat ons gemeenschappelijk woordenboek, de Dikke van Dale, Zuidnederlandse woorden als “kleedje” (ipv jurk) nog steeds niet als standaardtaal erkent.  En ik vraag mij af of die taalzuivering, eigenlijk een relict uit de 19de eeuw, nog wel echt op zijn plaats is in de 21ste eeuw.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

“Man over woord” lanceert dialecten-app, “onze dialecten,” en appelsien

Wordle: Untitled

Is het u ook al opgevallen dat we tegenwoordig zowel op de VRT  als in kranten gebombardeerd worden met overvloedige berichten over “onze dialecten”?  Uitgerekend vandaag lanceert de VRT een grootscheepse media campagne rond de dialecten-app van het nieuwe taalprogramma “Man over woord” (gepresenteerd door Pieter Embrechts), een smartphone-app rond dialecten, waarmee “je kan snuisteren in 18 dialecten.”

De dialectologen en gebruikers van het dialect zullen blij zijn, maar op deze blog zien we deze golf van uitspraken over “onze dialecten” in de media ook een beetje met gemengde gevoelens tegemoet.

Waarom?

Niet dat we iets tegen het dialect hebben.  Integendeel. En we kijken eigenlijk uit naar de dialecten-app van “Man over woord.”

Wat is dan het probleem?

Wel, het is opvallend hoe de vele verwijzingen naar “onze dialecten” ook wel direct of indirect gebruikt worden om ons taalgebruikers in België op tijd en stond tot de orde te roepen. Ja, dialect mag, maar als het er op aan komt dienen we een AN te bezigen dat in de praktijk nog steeds sterk Noordnederlands gekleurd is.  Zo taalkundige Ludo Permentier, die gisteren in de Standaard een kritiek schreef op Dimitri Verhulsts “ode aan de jat kaffee” (“Man over woord”).  Permentier schrijft in zijn stukje het Zuidnederlandse woord “tas” (voor “kop”) af als “dialect,” zonder erbij te zeggen dat “tas” lang het gangbare “standaardtalige” woord in het Zuid Nederlands was.

Ook dialect studies worden niet zelden ingezet om heel wat bovengewestelijke standaardwoorden uit het Zuid Nederlands mee als “dialect” af te schilderen (en af te schrijven) in de media.   De onderliggende hypothese in het dialectendebat zoals dat in onze media gevoerd wordt, is nog steeds: er is maar één Standaardnederlands (AN), dat traditioneel door het Noord Nederlands bepaald wordt, met een klein beetje inbreng van het Belgisch-Nederlands (Zuid Nederlands, Vlaams-Nederlands), maar vooral niet te veel.

Resultaat:  het debat in de media schept de indruk dat heel wat “correcte” Zuidnederlandse woorden eigenlijk ‘incorrect” “dialect”zijn, omdat ze zo niet gebruikt worden in het AN bepaald door het Nederlands van boven de grote rivieren.  Zulke uitspraken passen geheel in de traditie van de taalzuivering: “kleed” is volgens deze redenering niet het Zuidnederlandse synoniem voor het Noordnederlandse “jurk” (zoals het Britse woord “queue” gewoon het synoniem is voor het Amerikaanse woord “line”). Nee, “kleed” is het dialectwoord, en enkel “jurk” is AN of standaardtaal.  Ook al gebruiken miljoenen nederlandstalige Belgen woorden als “kleed,” “appelsien” e.d. ze zijn en blijven gewoon dialect en je dient ze te vermijden als je AN wenst te spreken. En ja, onze kranten en weekbladen staan dan ook vol van onnodige Noordnederlandse woorden, zoals “jurk”, waarvoor goede Zuidnederlandse synoniemen bestaan, die evenwel vermeden worden als ging het om “dialect”…

Samen met promotie voor de dialecten-app van “Man over woord” verscheen er vandaag een lang artikel in de Standaard dat de nieuwe dialectatlas (onder redactie van Nicoline van der Sijs) aanprijst en het over woorden als “appelsien” heeft.  Het artikel is geschreven door Berthold van Maris, een Nederlands journalist, en werd door de Standaard blijkbaar overgenomen.

In dit artikel wordt het Zuidnederlandse woord “appelsien” ( “sinaasappel”)  als volgt gepresenteerd:

Bij de meeste kaartjes [in de dialectatlas] valt wel een interessant verhaal te vertellen. Er is bijvoorbeeld één groot aaneengesloten gebied waarin men ‘sinaasappel’ zegt. Daaromheen liggen kleinere gebieden, die niet met elkaar verbonden zijn, waar men ‘appelsien’ zegt. De dialectoloog concludeert uit dat geografische patroon dat ‘appelsien’ de oudste vorm is, die langzaam door de nieuwere vorm (‘sinaasappel’) wordt verdrongen.

De vraag hoe het komt dat het Zuidnederlandse “appelsien” verdrongen wordt/werd door “sinaasappel” wordt hier niet gesteld, laat staan beantwoord. Over taalzuivering lees je dan ook zo goed als niets in artikelen over de Nederlandse taal.  Over het wegzuiveren van het Zuid Nederlands in België en hoe dat in zijn werk gaat zwijgt men in alle talen (hierover later meer).

Terloops zij opgemerkt dat we in de eerste aflevering van “Man over woord,” dat eigenlijk geen taalles wil zijn, een gelijkaardig fenomeen tegenkomen.  “Man over woord” geeft wel uitleg over de herkomst van het Noordnederlandse woord “stakker,” maar zegt er niet bij dat het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” het synoniem van “stakker(d)” is. Dat zou allemaal geen probleem zijn, als onze kranten of schoolboeken, de woorden “stakker” en “sukkelaar” (of “kleed” en “jurk”) gewoon door mekaar zouden gebruiken en samen zouden “promoten.” Maar, u raadt het (en u kunt het zelf empirisch vaststellen als u de krant leest), het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” wordt en is zo goed als weggezuiverd. Samen met tal van andere correcte Zuidnederlandse woorden, die “zo niet” boven de grote rivieren gebezigd worden.

Een ander fenomeen dat typerend is voor het huidige dialectendebat, zien we in het Standaard artikel over de nieuwe dialectatlas.  Daarin doet journalist Berthold van Maris een uitspraak over te beschermen “streektalen,” zoals het Limburgs, die ietwat controversieel genoemd kan worden. Hij schrijft:

Tegenwoordig spreekt men graag over ‘streektalen’, die beschermd dienen te worden, zoals ‘het Limburgs’ en ‘het Nedersaksisch’ (de dialecten van Oost- en Noord-Nederland). Maar wie al die kaartjes bekijkt en naast elkaar legt, ziet dat er geen duidelijk omlijnde streektalen zijn. Met als enige uitzondering, misschien, het Fries.

Deze uitspraak is voor kritiek vatbaar omdat de journalist hier gewoon het standpunt over het statuut streektalen van de Nederlandse Taalunie overneemt, zonder erbij te vermelden dat de Taalunie hiervoor bekritiseerd is.

Wat of wie is dan die Nederlandse Taalunie?

Als u zich ooit heeft afgevraagd hoe het komt dat het AN gehanteerd in ons land nog steeds zo sterk bepaald wordt door het Nederlands gebezigd boven de Moerdijk, dan vindt u het antwoord bij de beginsels van de Taalunie.

De Taalunie is het belangrijke taalverbond tussen Nederland en België dat in 1980 tot stand kwam en dat in wezen de “unificatie” van het Nederlands in Nederland en België nastreefde. In de praktijk betekende die “éénmaking” van de Nederlandse taal, dat heel wat Zuid Nederlands weggezuiverd wordt ten voordele van het Noord Nederlands. Zuid Nederlands werd zo gelijk aan een vergaarbak van “taalfouten” en – u raadt het – “dialect”:

“Het in 1980 beklonken culturele samenwerkingsverdrag tussen Nederland en Vlaanderen, de Taalunie, brak niet met de taalzuiverende traditie maar gaf ze een ander gezicht. Het verdrag van de Taalunie had officieel tot doel “de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin.” Maar concreet zou dit integrisme neerkomen op de inburgering van Vlamingen in de Noord-Nederlandse cultuur via de taal, die zo een gemeenschappelijke taal zou zijn. Nu spreken ook Engelsen en Amerikanen van een gemeenschappelijk Engels, Duitsers en Oostenrijkers van een gemeenschappelijke Duitse taal, maar het woord “gemeenschappelijk” in het Taalunie verdrag betekende in theorie en praktijk een Nederlands overwegend genormeerd door Noord Nederland. Die mentaliteit was ook te vinden bij prominente Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie die het taalbeleid in Vlaanderen stuurden: de norm lag in Nederland en de gemeenschappelijke taal kon enkel bewaakt worden door een verdoorgedreven uniformisering (officiële naam: standaardisering) van het Nederlands via onderwijs, woordenboeken, stijlhandboeken en de media. Dit betekende niet enkel dat het Standaardnederlands in België gelijker zou worden aan dat van Nederland maar ook dat de gigantische kloof tussen standaardtaal en spreektaal (het negatieve “Schoon Vlaams”) in België zou moeten verkleind worden, naar Nederlands model. ” (http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Pas eind jaren 80 is de Taalunie zich meer gaan richten op “taalvariatie”, t t z het toelaten van meer variatie in de Nederlandse standaardtaal. Maar “zeggen is één ding, doen een ander.”

“De Nederlandse Taalunie promoot een taalvariatie beleid. Zeggen is één ding, doen een ander, want de Taalunie is namelijk de instantie die de EU erkenning van het Limburgs als streektaal uitdrukkelijk betreurt en deze stelling niet gereviseerd heeft. Meer nog, de Taalunie stak een stokje voor de erkenning van het Limburgs als streektaal in België, en blokkeerde ook de EU erkenning van het Zeeuws als streektaal. In beide gevallen beriep de Taalunie zich daarbij op zogenaamd rationele taalkundige argumentatie die eigenlijk interpretatieve gronden had: door het linguistische begrip “dialect” zo eng mogelijk te interpreteren, argumenteerde de Taalunie dat Limburgs en Zeeuws eigenlijk dialecten en geen echte streektalen zijn, ergo dat de erkenning ervan zelfs in strijd zou zijn met het handvest van de EU voor te beschermen streektalen. Deze argumentatie van de Taalunie wordt terecht betwist door de commissies die het Limburgs en het Zeeuws aan de EU voordroegen. Ook het taalbeleid in Vlaanderen, bepaald door Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie, blijft zitten met relicten van het oude taalzuiveringsmodel. De negatieve beeldvorming rond Zuid Nederlands is niet verdwenen, maar heeft andere vormen aangenomen, is in een nieuw kleedje gestoken. De mentaliteit van het “manke” Zuid Nederlands blijft verderleven in de hoofden van opiniemakers die aan die beeldvorming doen en die de “spraakmakende gemeente” vormen. De geinternalizeerde zelf-censuur, waardoor nederlandstalige Belgen hun Zuid Nederlands wegzuiveren, is niet verdwenen. Ondanks verwijzingen naar taalvariatie, schrijdt de uniformisering naar Noord-Nederlands model gestaag verder, via schoolboeken, taaladviesen, stijlhandboeken, dagbladen, de media. “(http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

M.a.w. de huidige “euforie” over de dialecten die we vandaag in onze media meemaken, is slechts onderdeel van de taalzuiveringstraditie in ons land, die het bovengewestelijke Zuid Nederlands, dat eigenlijk géén dialect is, gestaag verder blijft wegzuiveren.  Niet zelden gebeurt dat door correcte Zuidnederlandse woorden “dialect” te noemen. Ten voordele van de éne standaardtaal die anno 2011 nog steeds buitenmatig bepaald wordt door spraakgebruiken van boven de Moerdijk.

Om al deze redenen blijft het belangrijk “tussen de regels te lezen” als weer het zoveelste bericht over “onze dialecten” in onze media verschijnt.  Deze blog heeft hoegenaamd niets tegen het Noord Nederlands, maar ijvert voor de gelijke erkenning van het Zuid en het Noord Nederlands, naar het model van het Brits en het Amerikaans Engels. Noord- en Zuidnederlandse woorden dienen gewoon beschouwd te worden als elkaars synoniemen, zoals dat bij het Brits en Amerikaans Engels het geval is.

Het artikel in de Standaard leest u hier:
http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=ML3ITH19

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Wordle: Untitled

Vandaag een merkwaardige opinie in de Standaard.  Er staat te lezen: “De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde viert dit weekeinde haar 125ste verjaardag. Bij die gelegenheid breekt ze een lans voor goed taalgebruik.”

Maar, wie de naam “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” googelt, merkt al vlug dat er zo geen academie met die officiële naam blijkt te bestaan.   Na enig googelen besef je dat dit opiniestuk uitgaat van de “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde” (officiële afkorting: KANTL), die dit weekeinde in Gent haar 125ste verjaardag viert.

Dat is wel zéér merkwaardig: de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde schrijft een opiniestuk waarin ze pleit voor één Nederlandse standaardtaal, maar presenteert zich in een gezaghebbende krant als “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.” Tenzij de verkeerde naam van de academie het gevolg is van een journalistieke fout, gaat het hier om een merkwaardige naamsverandering. Wat is daar de bedoeling van, zo zou men zich kunnen afvragen?

Ook de inhoud van het opiniestuk, genaamd “Standaardtaal blijft de norm,” heeft heel wat punten die voor discussie en kritiek vatbaar zijn.

Zo schrijft de academie het volgende over de Nederlandse standaardtaal:

Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.

Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.

Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.

Ook deze blog ijvert voor de standaardtaal, maar erkent dat er variaties zijn in deze standaardtaal zoals die gebruikt wordt in Nederland en België. Daar is niets mis mee en deze situatie is geheel vergelijkbaar met het Engels of het Duits, om maar twee voorbeelden te noemen: de Amerikaanse en Britse standaardvarianten van het Engels verschillen vrij grondig van elkaar, ook het Duits uit Duitsland en Oostenrijk kennen zeer veel variatie. En toch wordt noch van Engelsen noch van Oostenrijkers verlangt dat ze de variant uit het andere land zo goed als volledig overnemen.

Bovenstaande weergave van de geschiedenis van de Nederlandse taal in de Zuidelijke Nederlanden gaat dan ook wel erg kort door de bocht, want de academie veronderstelt dat het Nederlands uit Nederland als enige standaardtaal zo goed als integraal dient te worden overgenomen in België.  Het is vreemd dat de academie niet van het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands gehoord schijnt te hebben -de twee regionale varianten van de Nederlandse standaardtaal – en er in ieder geval in haar opiniestuk in de Standaard geen gewag van maakt.

Dat is eigenlijk niet verwonderlijk: de academie staat voor de visie dat er maar één standaardtaal is en dat die eigenlijk uit Nederland komt, zo kunnen we uit het opiniestuk besluiten. Verder verwijst de academie in haar Standaard opiniestuk evenmin naar de Taalunie van 1980 -het taalakkoord tussen Nederland en Vlaanderen-  dat cruciaal is in het promoten van de idee dat er maar één Nederlandse standaardtaal is (met een heel klein beetje variatie voor België genaamd Belgisch Nederlands). Deze blog ondersteunt het belangrijke werk dat de Taalunie doet, bv. om de positie van het Nederlands als wereldtaal te bevorderen, maar heeft niettemin problemen met “die éne Nederlandse standaardtaal,” een visie die ondertussen dominant is geworden bij beleidsvoerders, taalzuiveraars en woordenboek makers.   Voorstanders van deze visie vinden bv. dat “kleed” geen AN is, omdat er in Nederland “jurk” gezegd wordt. Ook al zeggen miljoenen nederlandstalige Belgen van Oostende en Brussel  tot in Hasselt “kleed,” het wordt door hen als “géén standaardtaal” gebrandmerkt omdat het woord zo niet door de spraakmakende gemeente van Nederland gebezigd wordt.  Recent wordt in sommige taalkundige middens toegegeven dat zo’n standpunt “hollandocentrisch” en achterhaald is en men kan zich afvragen waarom het opiniestuk in de Standaard daar geen blijk van geeft.

Het netto resultaat van deze visie is dat het Zuid Nederlands, het bovengewestelijke Nederlands dat in België gebruikt wordt en dat géén dialect is, langzaam maar zeker verdwijnt. Wie gezaghebbende kranten erop naslaat, ziet dat ze  “jurk” drukken waardoor het Zuid-Nederlandse “kleed” uit de geschreven en gedrukte éne standaardtaal gehouden wordt. En zo zijn er legio voorbeelden, gedocumenteerd op deze blog.

Deze blog ijvert voor de standaardtaal maar stelt dat er twee varianten van die Nederlandse standaardtaal zijn: de Noord-Nederlandse en de Zuid-Nederlandse. Deze blog ijvert voor de erkenning van de gelijkheid van en verschillen tussen het Zuid- en Noord Nederlands, precies zoals Amerikanen en Engelsen twee verschillende Engelsen bezigen die evenwaardig en toch verschillend zijn.  Concreet uitgedrukt betekent dat dan dat “kleed” en “jurk” gewoon twee standaardtalige synoniemen zijn die naast elkaar mogen bestaan. Deze blog heeft daarmee geen enkele nationalistische bedoeling, maar ijvert voor de gelijke erkenning van Noord en Zuid Nederlands op taalkundige gronden en omdat een “hegemonisch” taalmodel in de 19de en niet meer in de 21ste eeuw thuishoort.

Spijtig genoeg is het standpunt dat de academie vandaag in de Standaard zet  het bekende  en o.i. achterhaalde “er is slechts één Nederlandse standaardtaal,” met name, die uit Nederland (in taalkundige terminologie het Noord Nederlands).

Rest de vraag waarom de academie zich in de Standaard “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” noemt i.p.v. haar eigen officiële naam te voeren:  “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.” Als de academie zo’n voorstander is van die éne Nederlandse standaardtaal, waarom dan de verwijzing naar het Nederlands in haar eigen naam schrappen in een prominent artikel in De Standaard?  En waarom “koninklijk” laten vallen? Is de academie van plan haar naam te wijzigen of gaat hem om een journalistieke fout die dient te worden rechtgezet?

Een uiterst markant optreden van deze academie op haar 125ste verjaardag.

De officiële website van deze academie vindt u hier: http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=451

http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=452

Het opiniestuk van de academie in de Standaard vindt u hier: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=0A3G4H56

Reacties staat uit voor De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Opgeslagen onder Uncategorized

Zijn “ge” en “gij” werkelijk dialect en Verkavelingsvlaams?

Voor u verder leest:

als u op deze pagina beland bent omdat u meer wil weten over het gebruik van u/gij/jij in België en Nederland, ga dan eerst naar de volgende pagina, voor u hieronder verderleest: https://belned.wordpress.com/2011/07/07/het-gebruik-van-u-gij-ge-jij-en-je-en-tutoyeren-in-vlaanderen-nog-een-hoofdstuk-over-het-belgisch-nederlands/

*********************

Eerder werd op deze blog al gemeld dat er in België soms merkwaardige taalkundige uitspraken gedaan worden over wat al dan niet dialect is. Het negatieve woord “dialect” wordt in België graag gebruikt om nederlandstalige Belgen aan te sporen een Zuid-Nederlands woord te laten varen en over te schakelen op een Noord-Nederlandse variant. Zo wordt gezegd dat het bovengewestelijke “kleed” (dat ooit standaardwoord was) “dialect” zou zijn en dat je om AN te spreken eigenlijk het Noord-Nederlandse “jurk” dient te gebruiken. Opmerking: als nederlandstalige Belgen van in Oostende, Brugge, Gent, Antwerpen, Brussel tot in Hasselt allemaal “kleed” zeggen, dan is duidelijk dat kleed géén dialect is, maar gewoon bovengewestelijk Zuid-Nederlands (juist zoals heel wat Britse woorden die afwijken van het Amerikaans Engels géén dialect en géén “Verkavelingsengels” zijn). Maar toch werkt het, want als je lang genoeg zegt dat woorden als “schoon” of “plezant” dialect of “slechts spreektaal” zijn, gaan mensen die AN (ABN) willen spreken ze automatisch vermijden. Ook in hun informele omgangstaal met vrienden en familie.

Zo worden geleidelijk heel wat Belgisch-Nederlandse woorden afgeleerd. Dat wegzuiveren van Zuid Nederlands ten voordele van Noord Nederlands gebeurt vanuit de zichtwijze dat het Nederlands in België gestandaardiseerd dient te worden, t.t.z. min of meer identiek dient te worden aan het Nederlands in Nederland. Dit noemt men in de taalkunde taalzuivering (in dienst van de standaardisering of standaardisatie van het Nederlands): het wegdrukken van zogenaamd onacceptabele woordenschat. En dat lukt ook ten dele: Noord-Nederlands spreektaalwoord “leuk” mag wel, het Zuid-Nederlands spreektaalwoord “plezant” daarentegen mag niet (in het AN). Resultaat: “plezant” wordt weggedrukt ten voordele van het woordje “leuk” en komt minder en minder voor.

Het wegzuiveren van Zuid-Nederlandse taalgebruiken gebeurt door het negatief brandmerken van die zegswijzen. Vooral het negatief gekleurde “dialect” dient als markeerder om aan te tonen dat je een bepaald woord of een bepaalde zegswijze maar beter niet gebruikt als je “beschaafd” wil zijn en “beschaafd” wil spreken. Zo kwamen we bij het googelen terecht op een o.i. merkwaardige taalkundige uitspraak van de heer Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van van Dale en VRT taaladviseur. Hendrickx verscheen in 2007 in de pers omdat hij kritiek had op de nieuwe slogan van de Lijn (de Vlaamse vervoersmaatschappij), die luidde “Ge zijt nen engel” (betekenis: je gedraagt je goed). Hendrickx vond het niet kunnen dat de Lijn geen AN gebruikte en stelde dit publiek aan de kaak. Niet alleen kan men zich vragen stellen bij zo’n interventie: waarom zou de Lijn “Ge zijt nen engel” niet mogen gebruiken? Het is een eerder pittige Zuid-Nederlandse uitspraak die in de spreektaal of omgangstaal door heel veel mensen gebezigd wordt. Waarom niet wat “couleur locale”, wat is daar mis mee en is het wel de taak van een taaladviseur het gebruik van de spreektaal zo aan banden te leggen?

Dat zijn legitieme vragen. Het gevolg was een uiteenzetting tussen Ruud Hendrickx en een blogger Sereniteit die een open brief aan Hendrickx schreef: de blogger stelt dat “gij/ge zijt” gewoon Zuid-Nederlandse spreektaal is en dat er dus niks mis mee is dat de Lijn die slogan gebruikt. Hendrickx riposteert daarop met de uitspraak dat “gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zou zijn en dus zeker niet universeel in Vlaanderen. Maar hierbij moeten we kritiek aanteken want dit is een hoogst merkwaardige uitspraak: ”Gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zoals hier beweerd wordt? Geenszins. “Gij zijt” is géén dialectvorm. “Ge/gij zijt” is gewoon de oudere vorm Nederlands die ook in gans Nederland gebruikt werd. Lezen we even de brieven van Vincent van Gogh na. Die schrijft in 1877 aan zijn broer Theo:

” Ik ben blij voor U dat gij zoo spoedig op reis zijt gegaan, dat is een goede afwisseling.”

Anders gezegd: het gebruik van “gij/ge zijt” in het Zuid Nederlands is géén dialect, maar in de Zuid-Nederlandse spreektaal is “gij zijt” een relict of overblijfsel van een oudere standaardtaal, die universeel en overal ingeburgerd was, ook in Nederland, zoals de brieven van Vincent van Gogh en tal van andere Noord-Nederlandse teksten aantonen. Maar in het kader van de standaardisatie van het Nederlands is het gemakkelijker het negatief geladen woord “dialectvorm” te gebruiken in de strijd tegen zgn. ongewenste vormen van het Zuid Nederlands.

Waarom dit publiek optreden van een taaladviseur tegen een slogan van de nationale vervoersmaatschappij de Lijn (Ge zijt nen engel) ? Waarom belerend (repressief) optreden tegen een onschuldige Zuid-Nederlandse slogan als “Ge zijt nen engel”? Het is o.i. een voorbeeld van wat we op deze blog “taalcensuur” noemen en heeft veel weg van een poging om de Zuid-Nederlandse spreektaal te bannen uit de publieke ruimte. Héél letterlijk dan, want de slogan prijkte via posters op bushokjes en in trams. De bedoeling is namelijk dat Vlamingen, juist zoals Nederlanders, in hun spreektaal je zeggen i.p.v. vast te houden aan ge en gij. Men wil van dat gij en ge af of het de Belgen afleren. Ook termen als ”Verkavelingsvlaams” en “tussentaal” hebben een sterk negatieve bijklank waarmee de gebruikers van “ge” gebrandmerkt worden. Men zou “ge” ook Zuid-Nederlandse spreektaal kunnen noemen, i.p.v. verkavelingsvlaams of tussentaal. Maar verkavelingsvlaams is een uiterst negatieve term en is dus handiger in de pogingen om Zuid-Nederlandse spreektaal af te leren.

Voetnoot:

We vragen ons af of spreektaal in Vlaamse feuilletons van de VRT vooral gedoogd wordt vanwege de kijkcijfers? En zelfs in de laatste reeksen afleveringen van FC De Kampioenen zijn er talrijke taalzuiverende optredens, zoals de vervanging van “schoon” door “mooi”. Bieke zegt op het einde van de serie niet alleen dikwijls “mooi” maar ook “leuk” wat opvalt aangezien het lijflied van F.C. de Kampioenen “kampioen zijn is plezant” luidt. Ook andere typische Zuid-Nederlandse spreektaalwoorden worden in de laatse afleveringen van F C de Kampioenen weggezuiverd, zoals “bomma” en “bompa” door “opa” en “mammie.” Dat laatste woord gebruikt werkelijk geen kat. Maar alles beter dan de spreektaal woordenschat gebruiken die men wil afleren. Vergelijk dit met André Rieu (Nederlands Limburger) die voor het oog van miljoenen kijkers uit Duitsland, Nederland en België een Duitse presentatrice wijsmaakte dat de Nederlandse vertaling van het Duitse woord “Opa” “bompa” is. Als we een aantal opiniemakers mogen geloven zou André Rieu “Verkavelingsvlaams” spreken… Om maar even de absurditeit van sommige taalkundige beweringen in de verf te zetten. Rieu spreekt natuurlijk géén verkavlingsvlaams, maar Zuid Nederlands, want Zuid Nederlands strekt zich ook uit tot Nederlands Limburg, Noord Brabant en Zeeuws Vlaanderen (vandaar dat André Rieu ook wel eens voor een Vlaming wordt genomen). Maar let u eens op hoe weinig de term “Zuid Nederlands” nog gebruikt wordt. In plaats daarvan vinden we in kranten als de Standaard en in uitlatingen van prominente Vlaamse taalkundigen en opiniemakers veelvuldig negatieve verwijzingen naar het “Verkavelingsvlaams”. Bedoeling: via belerende en negatieve opmerkingen het taalgebruik van nederlandstalige Belgen ingrijpend te veranderen.

Noot: de discussie over ge zijt is te lezen op http://sereniteit.wordpress.com/2007/10/30/open-brief-aan-ruud-hendrickx-ivm-zijn-commentaar-op-actie-ge-zijt-nen-engel/

1 reactie

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Wordle: Untitled
Hoe werken”gij” “jij” en “u” in Vlaanderen, is een vraag die heel wat Nederlanders, maar ook sommige Vlamingen zich stellen.

Alles wordt simpel als we uitgaan van het verschil tussen het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands. Je/jij/jouw zijn Noord-Nederlands, waarmee we met Noord Nederlands het hele land Nederland bedoelen (want ook in de zuidelijke provincies van Nederland overheerst het Noord Nederlands). Gij/ge/gullie/uw zijn Zuid-Nederlands, traditioneel gebruikt door nederlandstalige Belgen.  Verder is het Zuid-Nederlandse “ge/gij” =het Noord-Nederlandse “je/jij” (gebruikt om vrienden, kennissen, mensen met wie men op vertrouwelijke voet staat, aan te spreken).  De hoffelijke aanspreekvorm in zowel het Zuid Nederlands als het Noord Nederlands is “u.”  In beide landen spreekt men dus traditioneel derden die men niet kent met “u” aan, zoals ook uitgedrukt in “a.u.b” of “dank u.”

De Zuid-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm):

a.enkelvoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin: Heeft u uw boek gevonden?

b. meervoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin met “hebben”: Heeft u dat allemaal gezien?

Voorbeeldzinnen met “zijn”:

Traditioneel: Waart u daarbij?   Nu: Was u daarbij?

Traditioneel: Zijt u daar geweest? Nu: Bent u daar geweest?

Traditioneel: Zijt u zeker? Nu: Bent u zeker?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen, enz.)

a. enkelvoud: ge (gij) (bezittelijk voornaamwoord bij gij is “uw”)

Hebt ge (gij) uw boek gevonden?

Zijt ge zeker? Zijt ge daar geweest?

Waart ge zeker?

b. meervoud: gullie/uw

Hebt gullie dat gezien?

Waart gullie daarbij?

Zijt gullie daarbij geweest?

(zoals bij de meervoudsvorm van “u” wordt ook bij “gullie” het werkwoord  in het enkelvoud gehouden)

De Noord-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm): u (bez.vnw. uw)

a. enkelvoud

Heeft u dat gezien?

Was u daar?

b. meervoud:

Heeft u uw boek gevonden?

Was u daar?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen):

je (jij) (bezittelijk vnw. bij jij is jouw)

a. enkelvoud

Heb jij jouw boek gevonden?

b. meervoud:

Hebben jullie het boek gelezen?

Zijn jullie zeker?

Waren jullie daar?

******************

VOORBEELDEN VAN FOUTE ZINNEN:

Hebt gij *jouw boek gevonden? (moet zijn: hebt gij uw boek gevonden?)

Mevrouw, wil *jij de deur openhouden? (formele aanspreekvorm met mevrouw of meneer, gebruik “u” en niet *jij)

Wat wil *je drinken? (beter “u”, want “je” wordt als “onbeleefd” ervaren in België in restaurants, cafés e.d.)

U heeft gezegd, dat u *jouw bankkaart zou meebrengen (moet zijn “dat u uw bankkaart zou meebrengen)

(het bezittelijk voornaamwoord bij de beleefde aanspreekvorm “u” is “uw.” “Je” “jij” en “jouw” zijn informele aanspreekvormen en worden niet gebruikt in formele situaties waarin men klanten in een bank e.d. aanspreekt)

******************

Zowel in Nederland als in Vlaanderen schijnt men dit systeem niet altijd meer te begrijpen, zo weten we uit persoonlijke ervaring.  Nochtans is het simpel: het Zuid Nederlands gebruikt “gij” voor het Noord-Nederlandse “jij.”  Beide landen gebruiken “u” als hoffelijke aanspreekvorm.  Het klopt verder ook niet dat “Vlamingen zelfs u tegen een baby zeggen” zoals men soms wel eens in Nederland zegt.  “Uw” is het bezittelijk voornaamwoord dat zowel bij “gij” als bij “u” hoort. Dus als een moeder tegen een kind zegt “eet uw pap op,” dan is dat géén formele aanspreekvorm maar het juiste bezittelijk voornaamwoord bij gij, want een baby of kind wordt met gij aangesproken. Verder is het ook incorrect te stellen dat “gij” dialect, Verkavelingsvlaams of tussentaal zou zijn. Gij is de traditionele aanspreekvorm voor de tweede persoon informeel die ook tot einde 19de eeuw in Nederland gebruikt werd en ook nog in Noord-Nederlandse boeken tot ver in de 20ste eeuw te vinden is. Zo schreef Van Gogh brieven aan zijn broer waarin hij zijn broer met gij aansprak.  “Jij” is de Noord-Nederlandse (Hollandse) vorm die van latere datum is en die door Multatuli gebezigd werd.

Op het internet kwamen we uitspraken tegen van een Nederlandse onderzoekster die zich ook bezighoudt met het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen en die zich afvraagt hoe dat gebruik nu eigenlijk werkt. We helpen graag bij het verklaren: traditioneel gebruikt men in Vlaanderen of Noord België “gij”/ge en u/uw, want jij/je zijn Noord-Nederlands, eigen aan het spraakgebruik in Nederland (nota: in het Limburgs zegt men ook “du” en in het West Vlaams ook  “ghi”/ji, maar in de gedrukte Zuid-Nederlandse standaardtaal werd in gans Vlaanderen “gij” gebruikt. “Gij” is dus niet gelijk aan een “Antwerps-Brabantse” dialectvorm, zoals soms ten onrechte beweerd wordt, maar was tot in de jaren 50-60, en zelfs later, de informele aanspreekvorm in de Zuid-Nederlandse schrijftaal in heel Vlaanderen. Tegenwoordig is het “gij” gebruik beperkt tot de informele spreektaal, ten gevolge van de taalzuiveringscampagnes waarover hieronder en op onze home page meer).

Evenwel is men in de tweede helft van de 20ste eeuw in Vlaanderen aan uiterst strenge taalzuivering beginnen doen. Dus pas in het Vlaanderen van na de Tweede Wereldoorlog is  men begonnen met het invoeren van het Noord-Nederlandse “jij” als informele aanspreekvorm, in het kader van de éénmaking van de Nederlandse taal en taalzuivering. Dat betekent dat het taalbeleid in België erop bedacht is het Zuid Nederlands zoveel mogelijk aan banden te leggen en zogenaamd “ongewenste” Zuid-Nederlandse vormen “weg te zuiveren.” Spijtig genoeg horen daar ook vormen als “ge” en “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal toe. Het is dan ook spijtig dat deze belangrijke achtergrond over de taalpolitiek in België ontbreekt in volgende opmerkingen van een onderzoekster in een artikel uit Taalschrift, een tijdschrift van de Nederlandse Taalunie:

"Vlaanderen is tegenwoordig wel een belangrijk onderzoeksgebied van mij.
De ontwikkelingen in het gebruik van de aanspreekvormen in Vlaanderen lijken wel op die in
Nederland, maar ze zijn niet helemaal hetzelfde. Een belangrijk verschil met Nederland is dat in
Vlaanderen niet twee, maar drie aanspreekvormen worden gebruikt: jij, u én gij. Het lijkt erop dat in
Vlaanderen vooral in de (spontane) spreektaal de drie aanspreekvormen willekeurig door elkaar
worden gebruikt: jij, u en gij worden in Vlaanderen gemixt. Dat maakt het observeren van het
gebruik van die voornaamwoorden erg lastig. Op de Belgische televisie zie je regelmatig dat in één
programma dezelfde persoon met zowel u, jij als gij wordt aangesproken. Er lijkt geen enkele logica
achter het gebruik van die drie aanspreekvormen te zitten. Vooral de status van het Vlaamse gij is
mij nog onduidelijk. De ene keer is gij synoniem met jij, de andere keer met u. Heel lastig, maar
natuurlijk ook heel boeiend. Wel blijkt uit mijn onderzoek dat jongeren in Vlaanderen steeds minder
gij zeggen en steeds meer jij.”

(http://taalschrift.org/img/vermaas4.pdf)

Wat de Nederlandse onderzoekster hier stelt, dat er “geen logica” zou zijn en dat Vlamingen de je/gij en u zomaar “willekeurig” door elkaar gebruiken, is niet correct. Niets is minder waar: als de drie vormen door elkaar gebruikt worden, is dat het gevolg van de verwarring die ontstaan is bij sommige Vlamingen onder invloed van het strenge en repressieve taalzuiveringsregime in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling dat nederlandstalige Belgen langzaam maar zeker dat zogenaamd ouderwetse Zuid-Nederlandse “gij,” ook in hun spreektaal, afschrijven en exclusief overschakelen op het Noord-Nederlandse “jij.” Vandaar dat er in Vlaanderen ook campagnes tegen “gij” gevoerd worden zoals in de media campagnes tegen het zogenaamde “Verkavelingsvlaams.” Die taalzuivering in België heeft een nieuw gezicht gekregen in het Taalunie tijdperk (na 1980), zodat het dan ook niet verwonderlijk is dat de jonge generatie geboren na 1980 het Noord-Nederlands “jij” versterkt is gaan gebruiken (ook geholpen door internet, radio, jongeren programma’s, enz.).  Diezelfde “na 1980 jongeren generatie” is ook op school het Noord-Nederlandse woordje “leuk” aangeleerd, van in de laagste kleuterklasjes en via gedubte kinderprogramma’s, want ook “leuk” kwam voor 1980-1990 zo goed als niet voor in België (men zei “geestig,” “plezant,” “plezierig,” “fijn,” “aangenaam,” “sympathiek” “prettig” enz. maar eigenlijk nooit “leuk”).

Het heeft dan ook weinig zin het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen wetenschappelijk te onderzoeken zonder dat de wetenschappelijke studie in kwestie rekening houdt met de traditie van taalzuivering. De bedoeling van de taalpolitiek die gevoerd wordt is namelijk dat het “gij” en “gullie,” zelfs in het gesproken Zuid Nederlands, op termijn zo goed als verdwijnen, niet enkel uit de geschreven taal (wat al gebeurd is), maar ook uit de gesproken taal in België. En precies met die taalpolitiek heeft deze blog serieuze problemen omdat het standpunt van deze blog is dat het Noord en Zuid Nederlands naast elkaar dienen te kunnen bestaan, zonder dat het Zuid Nederlands tot verdwijnen gedoemd is.

Zoals deze website bovendien al meermaals heeft opgemerkt: het woord “taalzuivering” is zo goed als taboe in Nederlandse taalstudies, zoals ook blijkt uit de Nederlandse studie hierboven geciteerd. Zo goed als niemand wil grif toegeven dat er in Vlaanderen tot op de dag van vandaag aan “taalzuivering” gedaan wordt en ook die term”taalzuivering” duikt zelden op in wetenschappelijke studies (tenzij men het  bv. heeft over de periode jaren 50-60).

Verder is deze website “Red het Belgisch Nederlands” niet gekant tegen “jij,”  en is deze website evenmin gekant tegen het Noord Nederlands. Integendeel, deze website wil lobbyen voor de gelijke waardering van Noord en Zuid Nederlands. Daarom heeft deze website kritische vragen bij pogingen van het taalbeleid in België (niet zelden verwoord door Vlaamse representanten van de Taalunie) om zelfs het “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal uit te faseren.

De positie van deze website:

laat “gij” bestaan in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Dat kan als Vlaamse opiniemakers ophouden met het villifiëren van de Zuid-Nederlandse spreektaal door deze negatief “Verkavelingsvlaams” te noemen. Noord en Zuid Nederlands moeten gewoon naast elkaar kunnen bestaan.  Aan “de Nederlanders,” zoals sommigen wel eens durven te beweren, ligt het zeker niet, want telkens je Nederlanders erop aanspreekt, blijkt dat vele Nederlanders van het Zuid Nederlands houden. De meeste Nederlanders blijken ook niet op de hoogte zijn van de negatieve beeldvorming en de negatieve campagnes die in Vlaanderen tegen de Zuid-Nederlandse spreektaal (“het Verkavelingsvlaams”) en tegen Zuid-Nederlandse woordenschat (“plezant,” “goesting,” “kleedje” “appelsien” enz.) gevoerd worden.

Verschillen tussen Vlaanderen en Nederland in het gebruik van de beleefdheidsvorm “u”

De trend om de informele aanspreekvorm “jij” altijd en overal te gebruiken (en dus iedereen, ook “derden,” ongevraagd te tutoyeren) blijkt afkomstig te zijn uit Nederland.  Maar heel wat Nederlanders klagen er ook over en houden strikt vast aan de hoffelijke aanspreekvorm “u.”   Toch zijn er ook belangrijke culturele verschillen met België.  Meer nog dan in Nederland maken de meeste Nederlandstalige Belgen nog steeds een strikt onderscheid tussen “u” en  de informele aanspreekvormen ”gij” (Zuid Nederlands) en “jij” (Noord Nederlands), precies zoals men ook in Frankrijk en in Duitsland een strikt onderscheid maakt tussen hoffelijke aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  ”u” gebruiken ze om anderen (derden) aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, vrienden en kennissen. “A.u.b.” en “dank u” horen bij die hoffelijke aanspreekvorm “u”. Het bezittelijke voornaamwoord dat bij “u” hoort is “uw” (“Heeft u uw bankkaart vergeten?”) en nooit of te nimmer “je/jouw.”

Heel wat nederlandstalige Belgen ervaren de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame, gesprekken met bankbedienden, overheidsteksten en tijdschriften, als te direct of zelfs onbeleefd.  Vele teksten van de Vlaamse overheid respecteren dat culturele verschil en spreken de geadresseerde correct met “u” aan.  Maar onder druk van reclame en en een soort marketeers Nederlands, waarin iedereen altijd met “je” aangesproken wordt,  dreigt het onderscheid tussen u en gij/jij te verdwijnen, wat dikwjls als ongewenst door de geadresseerden ervaren wordt. Zolang ministers en andere hooggeplaatsen met “u” dienen geadresseerd te worden, lijkt het niet meer dan normaal dat ook de gewone doorsnee burger het recht heeft door marketeers en co. met “u” aangesproken te worden.   Trouwens, ook vele Nederlanders ergeren zich zeer aan reclameteksten of situaties waaruit de beleefdheidsvorm “u” geschrapt is (sommigen zien het als teken van “verhuftering”).    Wie op Nederlandse autostrades rijdt, weet dat zelfs de verkeersborden op die autostrade de bestuurders met “je” aanspreken ipv met het hoffelijke “u.”

Toch spreken ook heel wat websites van de Nederlandse overheid de burger correct met “u” aan, terwijl we bij de Vlaamse overheid de omgekeerde tendens schijnen te kunnen waarnemen: in Vlaanderen merken we dat websites van de Vlaamse overheid meer en meer op het onhoffelijk aandoende “je” overschakelen (o.i.v. een soort “marketeers Nederlands”?). Dat is merkwaardig omdat de Vlaamse overheid over een taaladviesdienst beschikt (taaltelefoon).  De anti-zwerfvuil campagne van de Vlaamse overheid spreekt de burger correct met “u” aan en gebruikt ook standaard Zuid-Nederlandse woordenschat (zoals “vuilbak” en “proper” ipv het Noord-Nederlandse “schoon”. Schoon heeft in België zijn oorspronkelijke betekenis behouden, die men ook in Nederland gebruikte, en schoon betekent in België dus “esthetische schoonheid.” Mooi is Noord Nederlands en van latere datum dan “schoon”).  Zo luidt de slogan van de campagne: “Zwerfvuil is niet meer van deze tijd. Dank zij u blijft het proper.”  Maar we merken dat op diezelfde website, een incorrect gebruik van “je” voorkomt. Want op de vraag “Is uw buurt al helemaal mee?” volgt “Zoek in je buurt,” wat natuurlijk: “Zoek in uw buurt” dient te zijn (http://www.indevuilbak.be/). We kunnen ons afvragen of deze foute vormen van “je” en het schrappen van het beleefde aanspreekvorm “u” afkomstig zijn van de website designers die deze sites ontwerpen? Zo ja, dan zou het misschien goed zijn als de  taaladviesdienst van de Vlaamse overheid deze fouten zou corrigeren.  Vele Belgische burgers wensen met het hoffelijke “u” en “uw” door de Vlaamse overheid, websites van ministeriële kabinetten, de NMBS, de Lijn en andere diensten aangesproken te worden.  Het correcte gebruik van die aanspreekvorm “u” dreigt te verdwijnen als het “marketeers Nederlands” verder de overhand mag krijgen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Reacties staat uit voor Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Het Vlaamse kookboek van Jeroen Meus, gerecenseerd door Onno Kleyn van de Volkskrant

Opschudding in de Nederlands-Belgische taalwereld: Onno Kleyn, de recensent van de Volkskrant, vraagt zich af of het kookboek van VRT kok Jeroen Meus wel geschikt is voor Nederlanders:

“Een goed boek, een goed, degelijk, lekker en verstandig boek, dat is Jeroen Meus’ Dagelijkse Kost. Maar jongens, moest het nu zomaar, hup, de Nederlandse markt op gestuurd worden? In de Originele Versie? Met busseltjes peterselie, platte kaas, koriandergraan, pladijzen, zwarte pens, graanmosterd, toastbrood en grijze garnalen?”

http://www.onnokleyn.nl/smaakvertelling/662-boekbespreking-jeroen-meus-dagelijkse-kost.html

In de Standaard verscheen een reactie van Peter Jacobs:

Kleyn geeft de op snel geldgewin beluste uitgever Van Halewyck ervan langs. Hij heeft het boek ‘gewoon maar’ in Nederland verspreid. Zonder opdruk met de waarschuwing dat het in het Vlaams gesteld is. Want pladijs, amandelpoeder, grijze garnalen en graanmosterd, dat kennen ze in Nederland niet. Dat staat niet in het woordenboek – hun woordenboek. En dat hebben ze niet bij de Albert Heijn. Verder zeurt Kleyn nog wat over de eeuwige verwarring tussen gamba’s en scampi. Ach ach ach, het zal allemaal wel terecht zijn. Ik kan geloven dat niet alle ingrediënten zomaar overal in dezelfde verpakking en onder dezelfde benaming verkrijgbaar zijn. Natuurlijk zijn sommige van Meus’ keukentermen algemeen Belgisch Nederlands, maar dat ze zo exotisch zouden klinken dat ze voor onze taalgenoten moeten vertaald worden, getuigt van arrogante onwil, van een cultuurkloof die zelfs niet meer aan tafel te overbruggen valt.

En Peter Jacobs merkt op dat nederlandstalige Belgen omgekeerd wel de Noord-Nederlandse vertalingen over zich laten komen. Vlamingen kunnen niet anders dan Noord-Nederlandse vertalingen kopen, omdat er nu eenmaal geen andere vertalingen op de markt zijn.

(…)

Wij zijn brave mensen dat wij nooit die talrijke Nederlandse uitgevers van kookboeken aanklagen die in de Vlaamse handel boeken durven te leveren waarin ze bijvoorbeeld grapefruit in plaats van het zoveel mooiere pompelmoes gebruiken. Wij, dat zijn die mensen die ‘hun’ vertalingen van Jamie Oliver, Nigella Lawson en René Redzepi moeten kopen. Die met wat goede wil begrijpen wat amandelfliebertjes zijn. Die weten dat prinsessenbonen ook sperziebonen genoemd worden. Die zich wel iets kunnen voorstellen bij een handappel.

Dat moest me even van het hart. Nu schuif ik het magazine van de Volkskrantterzijde en drink ik met veel goesting mijn pompelmoessap verder op. Schol! En daarmee bedoel ik niet: Pladijs!

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110704_029

Peter Jacobs behoort inderdaad tot het slag “brave mensen”, want anders had hij geschreven dat pompelmoes een zoveel schoner woord dan grapefruit is. Om maar even op te merken dat nederlandstalige Belgen al zeer veel water in hun spreekwoordelijke wijn gedaan hebben en al vele Zuid-Nederlandse woorden, zoals het alom gebruikte “schoon,” hebben laten varen voor Noord-Nederlandse woorden zoals “mooi.” Of “zagen” voor het Noord-Nederlandse “zeuren.”

Peter Jacobs klaagt aan wat algemeen geweten is maar waarover zelden of nooit gesproken wordt: het Nederlands in Nederland en Vlaanderen is bij voorkeur Noord Nederlands.  Het Zuid Nederlands, of Belgisch Nederlands, wordt aan de kant geschoven, weggezuiverd, en als er dan toch eens een boek in het Zuid Nederlands verschijnt, valt het “negatief” op vanwege het taalgebruik.

Dat Onno Kleyns recensie “arrogant” of “neerbuigend” zou zijn, klopt evenwel niet. We hebben hier eerder te maken met een historisch gegroeide “taalimperialistische” situatie: die is het resultaat van de beslissing om het Noord Nederlands de norm voor het Nederlands in Nederland en België te maken. Vanzelfsprekend is die beslissing niet, zoals landen als Engeland en Amerika aantonen, want daar bestaan twee vormen van Engels die in woordenschat en zelfs in spelling sterk van elkaar verschillen.  Het is ook aan te nemen dat Nederlands recensent Onno Kleyn uit de lucht komt vallen, na het lezen van deze reacties uit België. Het is dan ook mogelijk dat hij, zoals andere Nederlanders, niet op de hoogte is van de discussies omtrent het Noord- en Zuid Nederlands die nederlandstalige Belgen bezighouden (zie over deze verschillen http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Deze blog Red het Belgisch Nederlands ijvert voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands, en waarom niet? Waarom niet erkennen en toegeven dat er twee vormen van Nederlands bestaan, de Noord en de Zuid Nederlandse, naar analogie met het  Brits en het Amerikaans Engels. Nog niet zo lang geleden werd veel van wat Zuid Nederlands is afgeschreven als “dialect,” “fout,” niet “netjes verzorgd,” enz., en gold wat boven de Moerdijk geschreven wordt als norm. Daarin zou een kentering dienen te komen: is het in de 21ste eeuw nog gepast om dergelijke 19de eeuwse modellen op het Zuid Nederlands toe te passen?

Uitgeverij van Halewyck reageert als volgt op Onno Kleyns boekbespreking, meldt het Nieuwsblad

Uitgeverij Van Halewyck legt de bezwaren van Kleyn naast zich neer. In een reactie in Het Laatste Nieuws klinkt het maandag dat er geen vertaling komt. ‘Net zoals Jeroen Meus horen zijn kookboeken authentiek Vlaams te blijven’.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Wordle: Untitled 

Er heerst toch een klein beetje spraakverwarring bij de gezamelijke uitzending van de VRT (Klara) en Radio 4 van Hilversum, waarnaar u momenteel online kan luisteren.

Juist vroeg Hans van den Boom aan Kurt van Eeghem of we in Vlaanderen het Nederlandse woord “keten” gebruiken? (een werkwoord gebaseerd op “keet schoppen. Antwoord aan Hans: nee, in het Zuid Nederlands gebruiken we “keten” niet…).  Hans van den Boom was namelijk niet zeker of sommige Nederlandse woorden zoals “keten” ook in Vlaanderen gebruikt worden. Het was duidelijk dat Hans van den Boom met het adjectief “Nederlands” hier het land Nederland bedoelde en dus niet de gezamelijke taal “het Nederlands.”

Kijk, dat noem ik nu een voorbeeld van een beetje “spraakverwarring”: Hans van den Boom wilde eigenlijk weten of we in Vlaanderen het Noord-Nederlandse woord “keten” gebruiken, maar deed dat niet. Waarom? Omdat men grosso modo in Nederland nog steeds spreekt van “Nederlands” en “Vlaams” (of in de Nederlandse volksmond “Belgisch”) en dus eigenlijk niet de term “het Nederlands van Vlaanderen/België” hanteert.  Hans van den Boom zegt ook daarjuist dat hij iets “in mijn beste Vlaams” wil zeggen terwijl hij eigenlijk Standaard Zuid Nederlands probeerde te spreken.

Precies om die spraakverwarring te voorkomen is het zoveel beter de taalkundige termen Noord Nederlands en Zuid Nederlands te gebruiken. En in tegenstelling tot wat in het Wikipedia artikel over Belgisch Nederlands gezegd wordt, slaat “Noord” in de term “Noord Nederlands” niet op de ligging van Nederland, maar zijn Noord en Zuid Nederlands de taalkundige termen die historisch gezien gebruikt worden om een onderscheid te maken tussen de Nederlandse en Belgische varianten van het Standaardnederlands.

En om nog even de vinger op de “taalkundige” wonde te leggen: hoewel het werkwoord “keten” Noord Nederlands is en niet gebruikt wordt in Vlaanderen/België staat er geen gewestelijk label bij in Van Dale.  Zoek woorden als “goesting” “kleed (jurk)” en “plezant” op en er staat natuurlijk wél een label bij om aan te geven dat het geen Standaardnederlands is. Keten, daarentegen, is wél Standaardnederlands. Kijk, over dit soort ongerijmdheden en vooroordelen tegen het Zuid Nederlands gaat deze website.

Voor de rest is het genieten van deze Vlaams-Nederlandse uitwisseling. De Nederlandse deelnemers aan de quiz hebben nooit van Nonkel Bob gehoord omdat ze vroeger geen Belgische TV keken. Grappig. De Belgen zijn aan het winnen.

Meer over de 17 provinciën hier: https://belned.wordpress.com/2011/06/20/de-17-provincien-van-de-vrt-en-radio-4hilversum/#comment-210

Reacties staat uit voor De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Opgeslagen onder Uncategorized