Tagarchief: BelgischNederlands

“Man over woord” lanceert dialecten-app, “onze dialecten,” en appelsien

Wordle: Untitled

Is het u ook al opgevallen dat we tegenwoordig zowel op de VRT  als in kranten gebombardeerd worden met overvloedige berichten over “onze dialecten”?  Uitgerekend vandaag lanceert de VRT een grootscheepse media campagne rond de dialecten-app van het nieuwe taalprogramma “Man over woord” (gepresenteerd door Pieter Embrechts), een smartphone-app rond dialecten, waarmee “je kan snuisteren in 18 dialecten.”

De dialectologen en gebruikers van het dialect zullen blij zijn, maar op deze blog zien we deze golf van uitspraken over “onze dialecten” in de media ook een beetje met gemengde gevoelens tegemoet.

Waarom?

Niet dat we iets tegen het dialect hebben.  Integendeel. En we kijken eigenlijk uit naar de dialecten-app van “Man over woord.”

Wat is dan het probleem?

Wel, het is opvallend hoe de vele verwijzingen naar “onze dialecten” ook wel direct of indirect gebruikt worden om ons taalgebruikers in België op tijd en stond tot de orde te roepen. Ja, dialect mag, maar als het er op aan komt dienen we een AN te bezigen dat in de praktijk nog steeds sterk Noordnederlands gekleurd is.  Zo taalkundige Ludo Permentier, die gisteren in de Standaard een kritiek schreef op Dimitri Verhulsts “ode aan de jat kaffee” (“Man over woord”).  Permentier schrijft in zijn stukje het Zuidnederlandse woord “tas” (voor “kop”) af als “dialect,” zonder erbij te zeggen dat “tas” lang het gangbare “standaardtalige” woord in het Zuid Nederlands was.

Ook dialect studies worden niet zelden ingezet om heel wat bovengewestelijke standaardwoorden uit het Zuid Nederlands mee als “dialect” af te schilderen (en af te schrijven) in de media.   De onderliggende hypothese in het dialectendebat zoals dat in onze media gevoerd wordt, is nog steeds: er is maar één Standaardnederlands (AN), dat traditioneel door het Noord Nederlands bepaald wordt, met een klein beetje inbreng van het Belgisch-Nederlands (Zuid Nederlands, Vlaams-Nederlands), maar vooral niet te veel.

Resultaat:  het debat in de media schept de indruk dat heel wat “correcte” Zuidnederlandse woorden eigenlijk ‘incorrect” “dialect”zijn, omdat ze zo niet gebruikt worden in het AN bepaald door het Nederlands van boven de grote rivieren.  Zulke uitspraken passen geheel in de traditie van de taalzuivering: “kleed” is volgens deze redenering niet het Zuidnederlandse synoniem voor het Noordnederlandse “jurk” (zoals het Britse woord “queue” gewoon het synoniem is voor het Amerikaanse woord “line”). Nee, “kleed” is het dialectwoord, en enkel “jurk” is AN of standaardtaal.  Ook al gebruiken miljoenen nederlandstalige Belgen woorden als “kleed,” “appelsien” e.d. ze zijn en blijven gewoon dialect en je dient ze te vermijden als je AN wenst te spreken. En ja, onze kranten en weekbladen staan dan ook vol van onnodige Noordnederlandse woorden, zoals “jurk”, waarvoor goede Zuidnederlandse synoniemen bestaan, die evenwel vermeden worden als ging het om “dialect”…

Samen met promotie voor de dialecten-app van “Man over woord” verscheen er vandaag een lang artikel in de Standaard dat de nieuwe dialectatlas (onder redactie van Nicoline van der Sijs) aanprijst en het over woorden als “appelsien” heeft.  Het artikel is geschreven door Berthold van Maris, een Nederlands journalist, en werd door de Standaard blijkbaar overgenomen.

In dit artikel wordt het Zuidnederlandse woord “appelsien” ( “sinaasappel”)  als volgt gepresenteerd:

Bij de meeste kaartjes [in de dialectatlas] valt wel een interessant verhaal te vertellen. Er is bijvoorbeeld één groot aaneengesloten gebied waarin men ‘sinaasappel’ zegt. Daaromheen liggen kleinere gebieden, die niet met elkaar verbonden zijn, waar men ‘appelsien’ zegt. De dialectoloog concludeert uit dat geografische patroon dat ‘appelsien’ de oudste vorm is, die langzaam door de nieuwere vorm (‘sinaasappel’) wordt verdrongen.

De vraag hoe het komt dat het Zuidnederlandse “appelsien” verdrongen wordt/werd door “sinaasappel” wordt hier niet gesteld, laat staan beantwoord. Over taalzuivering lees je dan ook zo goed als niets in artikelen over de Nederlandse taal.  Over het wegzuiveren van het Zuid Nederlands in België en hoe dat in zijn werk gaat zwijgt men in alle talen (hierover later meer).

Terloops zij opgemerkt dat we in de eerste aflevering van “Man over woord,” dat eigenlijk geen taalles wil zijn, een gelijkaardig fenomeen tegenkomen.  “Man over woord” geeft wel uitleg over de herkomst van het Noordnederlandse woord “stakker,” maar zegt er niet bij dat het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” het synoniem van “stakker(d)” is. Dat zou allemaal geen probleem zijn, als onze kranten of schoolboeken, de woorden “stakker” en “sukkelaar” (of “kleed” en “jurk”) gewoon door mekaar zouden gebruiken en samen zouden “promoten.” Maar, u raadt het (en u kunt het zelf empirisch vaststellen als u de krant leest), het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” wordt en is zo goed als weggezuiverd. Samen met tal van andere correcte Zuidnederlandse woorden, die “zo niet” boven de grote rivieren gebezigd worden.

Een ander fenomeen dat typerend is voor het huidige dialectendebat, zien we in het Standaard artikel over de nieuwe dialectatlas.  Daarin doet journalist Berthold van Maris een uitspraak over te beschermen “streektalen,” zoals het Limburgs, die ietwat controversieel genoemd kan worden. Hij schrijft:

Tegenwoordig spreekt men graag over ‘streektalen’, die beschermd dienen te worden, zoals ‘het Limburgs’ en ‘het Nedersaksisch’ (de dialecten van Oost- en Noord-Nederland). Maar wie al die kaartjes bekijkt en naast elkaar legt, ziet dat er geen duidelijk omlijnde streektalen zijn. Met als enige uitzondering, misschien, het Fries.

Deze uitspraak is voor kritiek vatbaar omdat de journalist hier gewoon het standpunt over het statuut streektalen van de Nederlandse Taalunie overneemt, zonder erbij te vermelden dat de Taalunie hiervoor bekritiseerd is.

Wat of wie is dan die Nederlandse Taalunie?

Als u zich ooit heeft afgevraagd hoe het komt dat het AN gehanteerd in ons land nog steeds zo sterk bepaald wordt door het Nederlands gebezigd boven de Moerdijk, dan vindt u het antwoord bij de beginsels van de Taalunie.

De Taalunie is het belangrijke taalverbond tussen Nederland en België dat in 1980 tot stand kwam en dat in wezen de “unificatie” van het Nederlands in Nederland en België nastreefde. In de praktijk betekende die “éénmaking” van de Nederlandse taal, dat heel wat Zuid Nederlands weggezuiverd wordt ten voordele van het Noord Nederlands. Zuid Nederlands werd zo gelijk aan een vergaarbak van “taalfouten” en – u raadt het – “dialect”:

“Het in 1980 beklonken culturele samenwerkingsverdrag tussen Nederland en Vlaanderen, de Taalunie, brak niet met de taalzuiverende traditie maar gaf ze een ander gezicht. Het verdrag van de Taalunie had officieel tot doel “de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin.” Maar concreet zou dit integrisme neerkomen op de inburgering van Vlamingen in de Noord-Nederlandse cultuur via de taal, die zo een gemeenschappelijke taal zou zijn. Nu spreken ook Engelsen en Amerikanen van een gemeenschappelijk Engels, Duitsers en Oostenrijkers van een gemeenschappelijke Duitse taal, maar het woord “gemeenschappelijk” in het Taalunie verdrag betekende in theorie en praktijk een Nederlands overwegend genormeerd door Noord Nederland. Die mentaliteit was ook te vinden bij prominente Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie die het taalbeleid in Vlaanderen stuurden: de norm lag in Nederland en de gemeenschappelijke taal kon enkel bewaakt worden door een verdoorgedreven uniformisering (officiële naam: standaardisering) van het Nederlands via onderwijs, woordenboeken, stijlhandboeken en de media. Dit betekende niet enkel dat het Standaardnederlands in België gelijker zou worden aan dat van Nederland maar ook dat de gigantische kloof tussen standaardtaal en spreektaal (het negatieve “Schoon Vlaams”) in België zou moeten verkleind worden, naar Nederlands model. ” (http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Pas eind jaren 80 is de Taalunie zich meer gaan richten op “taalvariatie”, t t z het toelaten van meer variatie in de Nederlandse standaardtaal. Maar “zeggen is één ding, doen een ander.”

“De Nederlandse Taalunie promoot een taalvariatie beleid. Zeggen is één ding, doen een ander, want de Taalunie is namelijk de instantie die de EU erkenning van het Limburgs als streektaal uitdrukkelijk betreurt en deze stelling niet gereviseerd heeft. Meer nog, de Taalunie stak een stokje voor de erkenning van het Limburgs als streektaal in België, en blokkeerde ook de EU erkenning van het Zeeuws als streektaal. In beide gevallen beriep de Taalunie zich daarbij op zogenaamd rationele taalkundige argumentatie die eigenlijk interpretatieve gronden had: door het linguistische begrip “dialect” zo eng mogelijk te interpreteren, argumenteerde de Taalunie dat Limburgs en Zeeuws eigenlijk dialecten en geen echte streektalen zijn, ergo dat de erkenning ervan zelfs in strijd zou zijn met het handvest van de EU voor te beschermen streektalen. Deze argumentatie van de Taalunie wordt terecht betwist door de commissies die het Limburgs en het Zeeuws aan de EU voordroegen. Ook het taalbeleid in Vlaanderen, bepaald door Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie, blijft zitten met relicten van het oude taalzuiveringsmodel. De negatieve beeldvorming rond Zuid Nederlands is niet verdwenen, maar heeft andere vormen aangenomen, is in een nieuw kleedje gestoken. De mentaliteit van het “manke” Zuid Nederlands blijft verderleven in de hoofden van opiniemakers die aan die beeldvorming doen en die de “spraakmakende gemeente” vormen. De geinternalizeerde zelf-censuur, waardoor nederlandstalige Belgen hun Zuid Nederlands wegzuiveren, is niet verdwenen. Ondanks verwijzingen naar taalvariatie, schrijdt de uniformisering naar Noord-Nederlands model gestaag verder, via schoolboeken, taaladviesen, stijlhandboeken, dagbladen, de media. “(http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

M.a.w. de huidige “euforie” over de dialecten die we vandaag in onze media meemaken, is slechts onderdeel van de taalzuiveringstraditie in ons land, die het bovengewestelijke Zuid Nederlands, dat eigenlijk géén dialect is, gestaag verder blijft wegzuiveren.  Niet zelden gebeurt dat door correcte Zuidnederlandse woorden “dialect” te noemen. Ten voordele van de éne standaardtaal die anno 2011 nog steeds buitenmatig bepaald wordt door spraakgebruiken van boven de Moerdijk.

Om al deze redenen blijft het belangrijk “tussen de regels te lezen” als weer het zoveelste bericht over “onze dialecten” in onze media verschijnt.  Deze blog heeft hoegenaamd niets tegen het Noord Nederlands, maar ijvert voor de gelijke erkenning van het Zuid en het Noord Nederlands, naar het model van het Brits en het Amerikaans Engels. Noord- en Zuidnederlandse woorden dienen gewoon beschouwd te worden als elkaars synoniemen, zoals dat bij het Brits en Amerikaans Engels het geval is.

Het artikel in de Standaard leest u hier:
http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=ML3ITH19

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Wordle: Untitled
Hoe werken”gij” “jij” en “u” in Vlaanderen, is een vraag die heel wat Nederlanders, maar ook sommige Vlamingen zich stellen.

Alles wordt simpel als we uitgaan van het verschil tussen het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands. Je/jij/jouw zijn Noord-Nederlands, waarmee we met Noord Nederlands het hele land Nederland bedoelen (want ook in de zuidelijke provincies van Nederland overheerst het Noord Nederlands). Gij/ge/gullie/uw zijn Zuid-Nederlands, traditioneel gebruikt door nederlandstalige Belgen.  Verder is het Zuid-Nederlandse “ge/gij” =het Noord-Nederlandse “je/jij” (gebruikt om vrienden, kennissen, mensen met wie men op vertrouwelijke voet staat, aan te spreken).  De hoffelijke aanspreekvorm in zowel het Zuid Nederlands als het Noord Nederlands is “u.”  In beide landen spreekt men dus traditioneel derden die men niet kent met “u” aan, zoals ook uitgedrukt in “a.u.b” of “dank u.”

De Zuid-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm):

a.enkelvoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin: Heeft u uw boek gevonden?

b. meervoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin met “hebben”: Heeft u dat allemaal gezien?

Voorbeeldzinnen met “zijn”:

Traditioneel: Waart u daarbij?   Nu: Was u daarbij?

Traditioneel: Zijt u daar geweest? Nu: Bent u daar geweest?

Traditioneel: Zijt u zeker? Nu: Bent u zeker?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen, enz.)

a. enkelvoud: ge (gij) (bezittelijk voornaamwoord bij gij is “uw”)

Hebt ge (gij) uw boek gevonden?

Zijt ge zeker? Zijt ge daar geweest?

Waart ge zeker?

b. meervoud: gullie/uw

Hebt gullie dat gezien?

Waart gullie daarbij?

Zijt gullie daarbij geweest?

(zoals bij de meervoudsvorm van “u” wordt ook bij “gullie” het werkwoord  in het enkelvoud gehouden)

De Noord-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm): u (bez.vnw. uw)

a. enkelvoud

Heeft u dat gezien?

Was u daar?

b. meervoud:

Heeft u uw boek gevonden?

Was u daar?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen):

je (jij) (bezittelijk vnw. bij jij is jouw)

a. enkelvoud

Heb jij jouw boek gevonden?

b. meervoud:

Hebben jullie het boek gelezen?

Zijn jullie zeker?

Waren jullie daar?

******************

VOORBEELDEN VAN FOUTE ZINNEN:

Hebt gij *jouw boek gevonden? (moet zijn: hebt gij uw boek gevonden?)

Mevrouw, wil *jij de deur openhouden? (formele aanspreekvorm met mevrouw of meneer, gebruik “u” en niet *jij)

Wat wil *je drinken? (beter “u”, want “je” wordt als “onbeleefd” ervaren in België in restaurants, cafés e.d.)

U heeft gezegd, dat u *jouw bankkaart zou meebrengen (moet zijn “dat u uw bankkaart zou meebrengen)

(het bezittelijk voornaamwoord bij de beleefde aanspreekvorm “u” is “uw.” “Je” “jij” en “jouw” zijn informele aanspreekvormen en worden niet gebruikt in formele situaties waarin men klanten in een bank e.d. aanspreekt)

******************

Zowel in Nederland als in Vlaanderen schijnt men dit systeem niet altijd meer te begrijpen, zo weten we uit persoonlijke ervaring.  Nochtans is het simpel: het Zuid Nederlands gebruikt “gij” voor het Noord-Nederlandse “jij.”  Beide landen gebruiken “u” als hoffelijke aanspreekvorm.  Het klopt verder ook niet dat “Vlamingen zelfs u tegen een baby zeggen” zoals men soms wel eens in Nederland zegt.  “Uw” is het bezittelijk voornaamwoord dat zowel bij “gij” als bij “u” hoort. Dus als een moeder tegen een kind zegt “eet uw pap op,” dan is dat géén formele aanspreekvorm maar het juiste bezittelijk voornaamwoord bij gij, want een baby of kind wordt met gij aangesproken. Verder is het ook incorrect te stellen dat “gij” dialect, Verkavelingsvlaams of tussentaal zou zijn. Gij is de traditionele aanspreekvorm voor de tweede persoon informeel die ook tot einde 19de eeuw in Nederland gebruikt werd en ook nog in Noord-Nederlandse boeken tot ver in de 20ste eeuw te vinden is. Zo schreef Van Gogh brieven aan zijn broer waarin hij zijn broer met gij aansprak.  “Jij” is de Noord-Nederlandse (Hollandse) vorm die van latere datum is en die door Multatuli gebezigd werd.

Op het internet kwamen we uitspraken tegen van een Nederlandse onderzoekster die zich ook bezighoudt met het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen en die zich afvraagt hoe dat gebruik nu eigenlijk werkt. We helpen graag bij het verklaren: traditioneel gebruikt men in Vlaanderen of Noord België “gij”/ge en u/uw, want jij/je zijn Noord-Nederlands, eigen aan het spraakgebruik in Nederland (nota: in het Limburgs zegt men ook “du” en in het West Vlaams ook  “ghi”/ji, maar in de gedrukte Zuid-Nederlandse standaardtaal werd in gans Vlaanderen “gij” gebruikt. “Gij” is dus niet gelijk aan een “Antwerps-Brabantse” dialectvorm, zoals soms ten onrechte beweerd wordt, maar was tot in de jaren 50-60, en zelfs later, de informele aanspreekvorm in de Zuid-Nederlandse schrijftaal in heel Vlaanderen. Tegenwoordig is het “gij” gebruik beperkt tot de informele spreektaal, ten gevolge van de taalzuiveringscampagnes waarover hieronder en op onze home page meer).

Evenwel is men in de tweede helft van de 20ste eeuw in Vlaanderen aan uiterst strenge taalzuivering beginnen doen. Dus pas in het Vlaanderen van na de Tweede Wereldoorlog is  men begonnen met het invoeren van het Noord-Nederlandse “jij” als informele aanspreekvorm, in het kader van de éénmaking van de Nederlandse taal en taalzuivering. Dat betekent dat het taalbeleid in België erop bedacht is het Zuid Nederlands zoveel mogelijk aan banden te leggen en zogenaamd “ongewenste” Zuid-Nederlandse vormen “weg te zuiveren.” Spijtig genoeg horen daar ook vormen als “ge” en “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal toe. Het is dan ook spijtig dat deze belangrijke achtergrond over de taalpolitiek in België ontbreekt in volgende opmerkingen van een onderzoekster in een artikel uit Taalschrift, een tijdschrift van de Nederlandse Taalunie:

"Vlaanderen is tegenwoordig wel een belangrijk onderzoeksgebied van mij.
De ontwikkelingen in het gebruik van de aanspreekvormen in Vlaanderen lijken wel op die in
Nederland, maar ze zijn niet helemaal hetzelfde. Een belangrijk verschil met Nederland is dat in
Vlaanderen niet twee, maar drie aanspreekvormen worden gebruikt: jij, u én gij. Het lijkt erop dat in
Vlaanderen vooral in de (spontane) spreektaal de drie aanspreekvormen willekeurig door elkaar
worden gebruikt: jij, u en gij worden in Vlaanderen gemixt. Dat maakt het observeren van het
gebruik van die voornaamwoorden erg lastig. Op de Belgische televisie zie je regelmatig dat in één
programma dezelfde persoon met zowel u, jij als gij wordt aangesproken. Er lijkt geen enkele logica
achter het gebruik van die drie aanspreekvormen te zitten. Vooral de status van het Vlaamse gij is
mij nog onduidelijk. De ene keer is gij synoniem met jij, de andere keer met u. Heel lastig, maar
natuurlijk ook heel boeiend. Wel blijkt uit mijn onderzoek dat jongeren in Vlaanderen steeds minder
gij zeggen en steeds meer jij.”

(http://taalschrift.org/img/vermaas4.pdf)

Wat de Nederlandse onderzoekster hier stelt, dat er “geen logica” zou zijn en dat Vlamingen de je/gij en u zomaar “willekeurig” door elkaar gebruiken, is niet correct. Niets is minder waar: als de drie vormen door elkaar gebruikt worden, is dat het gevolg van de verwarring die ontstaan is bij sommige Vlamingen onder invloed van het strenge en repressieve taalzuiveringsregime in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling dat nederlandstalige Belgen langzaam maar zeker dat zogenaamd ouderwetse Zuid-Nederlandse “gij,” ook in hun spreektaal, afschrijven en exclusief overschakelen op het Noord-Nederlandse “jij.” Vandaar dat er in Vlaanderen ook campagnes tegen “gij” gevoerd worden zoals in de media campagnes tegen het zogenaamde “Verkavelingsvlaams.” Die taalzuivering in België heeft een nieuw gezicht gekregen in het Taalunie tijdperk (na 1980), zodat het dan ook niet verwonderlijk is dat de jonge generatie geboren na 1980 het Noord-Nederlands “jij” versterkt is gaan gebruiken (ook geholpen door internet, radio, jongeren programma’s, enz.).  Diezelfde “na 1980 jongeren generatie” is ook op school het Noord-Nederlandse woordje “leuk” aangeleerd, van in de laagste kleuterklasjes en via gedubte kinderprogramma’s, want ook “leuk” kwam voor 1980-1990 zo goed als niet voor in België (men zei “geestig,” “plezant,” “plezierig,” “fijn,” “aangenaam,” “sympathiek” “prettig” enz. maar eigenlijk nooit “leuk”).

Het heeft dan ook weinig zin het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen wetenschappelijk te onderzoeken zonder dat de wetenschappelijke studie in kwestie rekening houdt met de traditie van taalzuivering. De bedoeling van de taalpolitiek die gevoerd wordt is namelijk dat het “gij” en “gullie,” zelfs in het gesproken Zuid Nederlands, op termijn zo goed als verdwijnen, niet enkel uit de geschreven taal (wat al gebeurd is), maar ook uit de gesproken taal in België. En precies met die taalpolitiek heeft deze blog serieuze problemen omdat het standpunt van deze blog is dat het Noord en Zuid Nederlands naast elkaar dienen te kunnen bestaan, zonder dat het Zuid Nederlands tot verdwijnen gedoemd is.

Zoals deze website bovendien al meermaals heeft opgemerkt: het woord “taalzuivering” is zo goed als taboe in Nederlandse taalstudies, zoals ook blijkt uit de Nederlandse studie hierboven geciteerd. Zo goed als niemand wil grif toegeven dat er in Vlaanderen tot op de dag van vandaag aan “taalzuivering” gedaan wordt en ook die term”taalzuivering” duikt zelden op in wetenschappelijke studies (tenzij men het  bv. heeft over de periode jaren 50-60).

Verder is deze website “Red het Belgisch Nederlands” niet gekant tegen “jij,”  en is deze website evenmin gekant tegen het Noord Nederlands. Integendeel, deze website wil lobbyen voor de gelijke waardering van Noord en Zuid Nederlands. Daarom heeft deze website kritische vragen bij pogingen van het taalbeleid in België (niet zelden verwoord door Vlaamse representanten van de Taalunie) om zelfs het “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal uit te faseren.

De positie van deze website:

laat “gij” bestaan in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Dat kan als Vlaamse opiniemakers ophouden met het villifiëren van de Zuid-Nederlandse spreektaal door deze negatief “Verkavelingsvlaams” te noemen. Noord en Zuid Nederlands moeten gewoon naast elkaar kunnen bestaan.  Aan “de Nederlanders,” zoals sommigen wel eens durven te beweren, ligt het zeker niet, want telkens je Nederlanders erop aanspreekt, blijkt dat vele Nederlanders van het Zuid Nederlands houden. De meeste Nederlanders blijken ook niet op de hoogte zijn van de negatieve beeldvorming en de negatieve campagnes die in Vlaanderen tegen de Zuid-Nederlandse spreektaal (“het Verkavelingsvlaams”) en tegen Zuid-Nederlandse woordenschat (“plezant,” “goesting,” “kleedje” “appelsien” enz.) gevoerd worden.

Verschillen tussen Vlaanderen en Nederland in het gebruik van de beleefdheidsvorm “u”

De trend om de informele aanspreekvorm “jij” altijd en overal te gebruiken (en dus iedereen, ook “derden,” ongevraagd te tutoyeren) blijkt afkomstig te zijn uit Nederland.  Maar heel wat Nederlanders klagen er ook over en houden strikt vast aan de hoffelijke aanspreekvorm “u.”   Toch zijn er ook belangrijke culturele verschillen met België.  Meer nog dan in Nederland maken de meeste Nederlandstalige Belgen nog steeds een strikt onderscheid tussen “u” en  de informele aanspreekvormen ”gij” (Zuid Nederlands) en “jij” (Noord Nederlands), precies zoals men ook in Frankrijk en in Duitsland een strikt onderscheid maakt tussen hoffelijke aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  ”u” gebruiken ze om anderen (derden) aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, vrienden en kennissen. “A.u.b.” en “dank u” horen bij die hoffelijke aanspreekvorm “u”. Het bezittelijke voornaamwoord dat bij “u” hoort is “uw” (“Heeft u uw bankkaart vergeten?”) en nooit of te nimmer “je/jouw.”

Heel wat nederlandstalige Belgen ervaren de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame, gesprekken met bankbedienden, overheidsteksten en tijdschriften, als te direct of zelfs onbeleefd.  Vele teksten van de Vlaamse overheid respecteren dat culturele verschil en spreken de geadresseerde correct met “u” aan.  Maar onder druk van reclame en en een soort marketeers Nederlands, waarin iedereen altijd met “je” aangesproken wordt,  dreigt het onderscheid tussen u en gij/jij te verdwijnen, wat dikwjls als ongewenst door de geadresseerden ervaren wordt. Zolang ministers en andere hooggeplaatsen met “u” dienen geadresseerd te worden, lijkt het niet meer dan normaal dat ook de gewone doorsnee burger het recht heeft door marketeers en co. met “u” aangesproken te worden.   Trouwens, ook vele Nederlanders ergeren zich zeer aan reclameteksten of situaties waaruit de beleefdheidsvorm “u” geschrapt is (sommigen zien het als teken van “verhuftering”).    Wie op Nederlandse autostrades rijdt, weet dat zelfs de verkeersborden op die autostrade de bestuurders met “je” aanspreken ipv met het hoffelijke “u.”

Toch spreken ook heel wat websites van de Nederlandse overheid de burger correct met “u” aan, terwijl we bij de Vlaamse overheid de omgekeerde tendens schijnen te kunnen waarnemen: in Vlaanderen merken we dat websites van de Vlaamse overheid meer en meer op het onhoffelijk aandoende “je” overschakelen (o.i.v. een soort “marketeers Nederlands”?). Dat is merkwaardig omdat de Vlaamse overheid over een taaladviesdienst beschikt (taaltelefoon).  De anti-zwerfvuil campagne van de Vlaamse overheid spreekt de burger correct met “u” aan en gebruikt ook standaard Zuid-Nederlandse woordenschat (zoals “vuilbak” en “proper” ipv het Noord-Nederlandse “schoon”. Schoon heeft in België zijn oorspronkelijke betekenis behouden, die men ook in Nederland gebruikte, en schoon betekent in België dus “esthetische schoonheid.” Mooi is Noord Nederlands en van latere datum dan “schoon”).  Zo luidt de slogan van de campagne: “Zwerfvuil is niet meer van deze tijd. Dank zij u blijft het proper.”  Maar we merken dat op diezelfde website, een incorrect gebruik van “je” voorkomt. Want op de vraag “Is uw buurt al helemaal mee?” volgt “Zoek in je buurt,” wat natuurlijk: “Zoek in uw buurt” dient te zijn (http://www.indevuilbak.be/). We kunnen ons afvragen of deze foute vormen van “je” en het schrappen van het beleefde aanspreekvorm “u” afkomstig zijn van de website designers die deze sites ontwerpen? Zo ja, dan zou het misschien goed zijn als de  taaladviesdienst van de Vlaamse overheid deze fouten zou corrigeren.  Vele Belgische burgers wensen met het hoffelijke “u” en “uw” door de Vlaamse overheid, websites van ministeriële kabinetten, de NMBS, de Lijn en andere diensten aangesproken te worden.  Het correcte gebruik van die aanspreekvorm “u” dreigt te verdwijnen als het “marketeers Nederlands” verder de overhand mag krijgen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Reacties staat uit voor Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van Van Dale en VRT taaladviseur, zet “gejost” en “gesjareld” in Dikke van Dale

Wordle: Untitled
Goed nieuws voor wie zich inzet voor het Belgisch Nederlands of Zuid Nederlands: de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale, Ruud Hendrickx, zal “gejost” en “gesjareld” in de volgende editie van de Dikke Van Dale opnemen. Dat dank zij een brief van twee scholieren, Bram Thienpont en Jill Sonck van het Koninklijk Atheneum Ninove, aan de Van Dale hoofdredacteur.  De studenten moesten 6 maanden wachten op antwoord, maar het woord “jossen” is dank zij de politieke onderhandelingen in het nieuws en in de pers geweest, en krjgt dus nu een plaats in de Dikke Van Dale.  Zo kwam het woord “gejost” in het nieuws toen VRT journalist Lieven Verstraete aan Bart de Wever vroeg of hij zich “gejost” voelde? Bart de Wever zei dat hij niet op die vraag wilde antwoorden omdat het “tussentaal” zou zijn.  Nu blijkt dat Ruud Hendrickx, die ook de huidige VRT taaladviseur is, het bijvoegelijk naamwoord “gejost” in de Dikke van Dale zal zetten. Het zal zeker geen kwaad hebben gekund dat een prominent VRT journalist als Lieven Verstraete het woord “gejost” gebruikte.

Wij zijn opgetogen over deze ontwikkelingen, omdat deze blog “Red het Belgisch Nederlands/ Red het Zuid Nederlands” een lobby is voor de opname van meer Zuid Nederlands in de Van Dale (u vindt trouwens een uitgebreide lijst met typisch Zuid-Nederlandse woordenschat op deze link: https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/) We zijn verder ook opgetogen omdat deze blog actie voert tegen negatieve labels als “tussentaal” en “Verkavelingsvlaams.” Toch zitten er nog steeds “addertjes onder het gras.” Het is namelijk zo dat er nu al heel wat “tussentaal” en zelfs “dialectwoorden” in de Dikke van Dale staan. Ja, dat heeft u goed gelezen, het is niet omdat een woord in de Dikke Van Dale staat dat het daarom een AN woord is. Even belangrijk voor deze blog, daarom, is dat méér Zuid-Nederlandse woorden die nu al in de Van Dale staan, erkend worden als zijnde AN of standaardtaal. Er staan namelijk ook heel wat Zuid-Nederlandse woorden in de Dikke van Dale die een “negatief” label krijgen, zodat ze uit de AN spreektaal gehouden worden. Voorbeelden daarvan zijn “kleed” dat in het AN nog steeds door het Noord-Nederlandse “jurk” dient vervangen te worden of “appelsien.” Of denk aan “fier”: dat staat wel in de Van Dale, maar in de geschreven pers wordt het vervangen door “trots” en wordt het duidelijk dat het Zuid-Nederlandse “fier” niet gewenst is in het “echte” “zuivere” AN. Wie dagelijks Belgische kranten leest, weet dat de taalredacties van Vlaamse kranten veel acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uit hun kranten houden (denk bv. aan “wenen” dat vervangen wordt door “huilen,” “dikwijls” door “vaak,”  “kwaad” door “boos”), ook al staan die woorden in de Dikke van Dale (bv. kleedje). Dus we zijn nog steeds niet waar we moeten zijn.

Op deze website hebben we uitgebreide discussies gehad met de heer Hendrickx over het Zuid Nederlands of Belgisch Nederlands en de uitsluitingsmechanismen die nog steeds in de Dikke van Dale aan het werk zijn.  Zo schreven we een “open brief” aan Ruud Hendrickx, waarop hij reageerde:

https://belned.wordpress.com/2011/01/26/belgisch-nederlands-open-brief-ruud-hendrickx/

En ook op deze link wisselden we van mening:  https://belned.wordpress.com/2011/02/09/belgisch-nederlands-antwoord-ruud-hendrickx/

Enerzijds is het positief de opname van “gejost” te zien, met dank aan Ruud Hendrickx, maar anderzijds  blijven we via onze blog verder lobbyen bij de Belgische redactie van Van Dale en hopen we dat veel meer Zuid-Nederlandse woorden (kleedje enz.) als standaardtaal erkend zullen worden.

Volledigheidshalve voegen we er ook aan toe dat er in het dagblad de Standaard, een negatieve reactie op de beslissing van Ruud Hendrickx verscheen:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=M53C0RSO

Het interview met Ruud Hendrickx en de twee scholieren uit het VRT programma Duizend Zonnen kan u hier zien:

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/ookdatnog/1.1053943

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Zangeres Natalia op bezoek bij Villa Vanthilt

Wordle: Untitled

Deze zaterdag nog was zangeres Natalia “incognito” op stap met haar bruine New Foundlander in de Antwerpse Hoogstraat, gisterenavond verscheen ze met diezelfde hond op Villa Vanthilt in Dendermonde, gepresenteerd door Marcel Vanthilt.  Natalia was de vrouwelijke ster rond wie de aflevering draaide. Ze had ook gasten uitgenodigd zoals Pieter Loridon en Gabriel Rios, met wie ze een tijd terug het duet Hallelujah zong.

Ondanks de vele “leuks” die door de ether vlogen, hield Natalia goed stand in het Zuid Nederlands, gebruikte ze woorden als “plezant,” “schoon” of “bangelijk” (n.a.v. haar bangeljke vlucht in een stuntvliegtuig)en had ze het over haar kleedjes. Zoals de doorsnee vrouw in België draagt ook Natalia kleedjes, en geen “jurkjes.”

De Zuid-Nederlandse woordpret werd evenwel een heel klein beetje doorkruist door Showbizz Bart van VTM, die het bijna heel de tijd over de “leuke” “jurkjes” van Natalia, Lady Gaga en Madonna had in plaats van, zoals Natalia, gewoon kleedje te zeggen.  Is het omdat VTM door VRT en verwante opiniemakers de schuld heeft gekregen van de zgn. “verloedering” van het Nederlands (“De schuld van VTM”) dat Showbizz Bart “jurkje” zegt? We hebben het hier op onze blog al meermaals gezegd, maar doen het graag nog eens: “kleedje” is een correct Standaardnederlands woord volgens Prisma Handwoordenboek, en dus géén dialect en ook géén “verkavelingsvlaams” of “tussentaal.”  En verder: waarom hebben de meeste  presentators bij zowel VRT als VTM er zoveel moeite mee om het doodgewone spreektaalwoord “plezant” over hun lippen te brengen? Het lijkt wel of er een taboe ligt op dat doodnormale Zuid-Nederlandse woord zowel bij VRT als bij VTM.  Graag hadden we aan antwoord gekregen op de vraag: waarom eigenlijk, want plezant is een bovengewestelijk Zuid-Nederlands woord en géén dialect.  Geestig (West en Oost Vlaanderen) en plezant, je hoort die woorden zo goed als niet meer op VRT en VTM.

Bedankt alvast aan Natalia voor de promotie van Zuid-Nederlandse (Belgisch-Nederlandse) woorden op TV.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Nederbelg René de Bok noemt Vlaamse taal bloemrijker

Wordle: Untitled

Er is op deze blog “Red het Zuid Nederlands” al meermaals bericht over de taalzuiverende aspecten van het taalbeleid in België, waarbij Vlaamse taalkundigen en taaladviseurs zich naar Nederland richten om gangbare, bovengewestelijke Zuid-Nederlandse woorden weg te zuiveren. Als ging het om onkruid. Om dan nog te zwijgen over de hetze die al jaren tegen het Verkavelingsvlaams, de zgn. tussentaal en de dialecten gevoerd wordt/werd in naam van een sterk Noord-Nederlands gekleurd AN.  Noord-Nederlands spreektaalwoord “leuk” mag wel, Zuid-Nederlands spreektaalwoord “plezant” mag niet (in het AN).

Het is dan ook een verademing in de Standaard eens een positief bericht te lezen over het Zuid Nederlands, en wel van een Nederlander die al jaren in België woont. In tegenstelling tot de uitspraken van een bekende Nederbelg die graag over het zogenaamde “koetervlaams” sakkert, schrijft René de Bok bijna uitsluitend positief over het Zuid Nederlands. Aanleiding is de serie “Thuis” die hem hielp inburgeren in Vlaanderen:

We citeren René de Bok uitvoerig:

“Er zijn naar mijn idee geen culturen die heviger met elkaar botsen dan de Vlaamse en Nederlandse. Zelfs de taal die serieuze verwantschap lijkt te vertonen, is een permanente bron van misverstanden. Een klein voorbeeld ter illustratie: wanneer Vlamingen en Nederlanders in een vergadering bijeen zijn en de voorzitter op zeker moment de aanwezigen laat weten: ‘wij gaan door’, dan vertrekken de Vlamingen onmiddellijk terwijl de Nederlanders er nog eens goed voor gaan zitten in de veronderstelling dat de vergadering wordt voortgezet. Toen ik bijna twintig jaar geleden met een koffer de sprong in het duister waagde en in Vlaanderen ging wonen, was de Vlaamse volksziel terra incognita voor mij. In die dagen ondervond ik grote steun van de soapserie Thuis. Als inleiding ‘Vlaams voor beginners’ maar ook als gids in het labyrint van het Vlaamse karakter. Zo hoorde ik in de omgangstaal de term chichi madam. Meer dan een vaag idee wat dat voor een madam was, had ik niet. Totdat ik de Thuis-actrice Leah Thys aan het werk zag en hoorde. Zij toonde mij wat een chichi madam was, een quasi-deftige, verkrampte burgertrut met valse morele pretenties. Een prachtig type dat zij tot de dag van vandaag onnavolgbaar gestalte geeft.”

de Bok besluit zijn artikel met een ode aan de Vlaamse taal, die hij bloemrijker noemt dan de Noord Nederlandse variant:

“Nederlandse soaps zijn als de huizen waarin Nederlanders zich voor de werkelijkheid verschuilen. Ze staan netjes in een rij; mensen horen thuis in een overzichtelijk rijtje. Braaf in hun eigen vakje. Met een vaste kamerplant voor het raam. Het leven is voorspelbaar geregeld, keurig, onopvallend. Het zijn roestvrije clichés, maar ze bevatten een solide kern van waarheid. Ik heb ontdekt dat de Vlaming zich minder eenvoudig in vakjes en hokjes laat vangen.

Vlamingen wonen niet in aangeharkte plantenbakken. Hun huizen zijn ook bloemrijker. Zoals hun taal. De Vlaming heeft een anarchistische stijl van leven. Hij is een karakter uit Thuis, een soapserie die niet is weg te bezuinigen uit de Vlaamse cultuur. Onstuitbaar op weg naar morgen. Minstens een kwarteeuw.”

Het Zuid Nederlands  heeft weelderig tierende beeldspraak, is bloemrijker dan de Noord Nederlandse variant, als we deze Nederbelg mogen geloven.

Maar hoe komt het dan dat zovele van onze Vlaamse taalkundigen en taaladviseurs geen begrip hebben voor de Belgisch-Nederlandse variant en vele Zuid-Nederlandse woorden en uitdrukkingen meedogenloos tot onkruid hebben gedegradeerd? Bloembakken vol met taalonkruid dat moet worden weggewied in naam van het ene juiste AN dat traditioneel hoofdzakelijk Noord Nederlands is (met wat uitzonderingen, voor de couleur locale)?

Een lijst van die tot onkruid gedegradeerde woorden vindt u op deze link: https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/

http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=6M3ANBK3

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Benidorm Bastards wint prijzen in Hamburg, Bron Belga. Bij de neus genomen!

Wordle: neus

Vandaag prijkte in vele Belgische  kranten een artikel over het succesvolle programma Benidorm Bastards van 2BE.  Benidorm Bastards kaapte twee prijzen weg in Hamburg op het World Media Festival.

Het artikel is afkomstig van het persagentschap Belga en stelt dat in Benidorm Bastards senioren jongeren “in de maling nemen.” Maar is “in de maling nemen” een uitdrukking die gangbaar is in Vlaanderen? Nee, natuurlijk.  De uitdrukking oogt raar in een Belgische krant. Waarom een Noord-Nederlandse uitdrukking als “iemand in de maling nemen” in een Belgisch krantenartikel zetten, als zo goed als géén Belg of Vlaming die uitdrukking gebruikt? Wel gangbaar in België: het pittige “iemand bij de neus nemen” of “iemand voor de gek houden,” beiden AN.

Een tijd geleden merkte een Nederlands journalist op dat hij zo weg was van de prachtige Zuid-Nederlandse beeldspraak te horen in ons land, ook in de nieuwsmedia.  En een cultuurjournalist van de Standaard hield onlangs een pleidooi voor méér Belgisch Nederlands in een kwaliteitskrant als de Standaard (zie: https://belned.wordpress.com/2011/05/09/redactie-van-de-standaard-gespleten-over-belgisch-nederlands-n-a-v-kleed-en-jurk/)

Waarom dan niet de daad bij het woord voegen en zorgen dat er in onze kranten meer Zuid-Nederlandse standaard AN uitdrukkingen staan? Vooral een persagentschap als Belga kan een belangrijke rol spelen in het verspreiden van correct standaard Belgisch Nederlands, omdat heel wat artikelen van Belga door verscheidene Belgische kranten letterlijk worden overgenomen en herdrukt.

Reacties staat uit voor Benidorm Bastards wint prijzen in Hamburg, Bron Belga. Bij de neus genomen!

Opgeslagen onder Uncategorized

Redactie van de Standaard verdeeld over Belgisch Nederlands. N.a.v. kleed en jurk.

Wordle: de standaard

Enkele dagen geleden verscheen er een opmerkelijk pleidooi voor het Belgisch-Nederlandse woordje “kleed” (i.p.v. jurk) in de Standaard.  Een cultuurjournalist van de Standaard, Filip van Ongevalle, steunde indirect onze website: we hadden enkele dagen eerder een andere Standaard journalist, Tom Heremans, bekritiseerd toen die, n.a.v. “Kleedjesdag,” suggereerde dat het eigenlijk “Jurkjesdag” zou moeten zijn.  Want, zo stelde Heremans, in Nederland zegt men jurk, dus moeten we in België ook maar jurk zeggen.  Heremans dacht blijkbaar nog steeds dat “kleed” “Vlaams dialect” was, zoals taalzuiveraars vroeger plachten te zeggen.

In onze kritiek vroegen we ons af waarom journalist Heremans niet op de hoogte scheen te zijn van de discussie over Belgisch-Nederlands AN en van het taaladvies in Prisma Handwoordenboek dat het Zuid-Nederlandse “kleed” als correct AN synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk” aangeeft.  Prisma Handwoordenboek was het eerste woordenboek dat een nieuwe richting insloeg toen het in 2009 aankondigde tegen de vroegere stiefmoederlijke behandeling van het Zuid Nederlands in te gaan. De Dikke van Dale loopt in dat opzicht nog achter op de feiten, hoewel de redactie heeft aangekondigd dat het Van Dale wil “vervlaamsen” tegen dat de nieuwe editie op de markt is.  Waarom dan in de Standaard jurk zeggen als kleed juist is?  (https://belned.wordpress.com/2011/04/27/kleedjes-op-kleedjesdag/)

Groot was dan ook onze vreugde toen Standaard journalist Filip van Ongevalle deze zichtwijze steunde in een stukje getiteld “Baas over eigen taal.” In dat stukje gaf hij aan dat de redactie van de Standaard “in tweeën gespleten” was over het woordje “kleed”. Er waren twee kampen: de taalpuristen die het Noord-Nederlandse “jurk” verkiezen en de pragmatici die zich (zoals deze website) de vraag stellen: “Waarom is het Nederlands dat ze boven de Moerdijk spreken correcter dan de taal die we hier gebruiken?”

Maar, helaas, er schijnt sinds die notoire dag op de Standaard redactie, toen redacteurs aan het bekvechten sloegen over kleed vs. jurk, toch maar weinig veranderd te zijn. Want vandaag stond er weer een artikel over “avondjurken” van Lady Di  (“Twee jurken van Lady Di geveild”), waaruit blijkt dat het kamp van de “taalpuristen” bij de taalredactie het weer eens (nog steeds) gehaald heeft.

Opmerkelijk daarbij is ook dat uitgerekend vandaag taalcolumnist Ludo Permentier een stukje publiceerde over de uitdrukking “zijn plan trekken.” Daarin legt hij uit dat deze typisch Belgische uitdrukking tot de Belgisch-Nederlandse varieteit van het AN behoort en dat het geen gallicisme, dialect of “steenkolennederlands” is, zoals vroegere taalzuiveraars beweerden.  Goede intenties alom, dus.  Maar spijtig genoeg is de realiteit van wat er dagelijks  aan taal in onze krant de Standaard staat nog te dikwijls in tegenspraak met de goede intenties om het gebruik van aanvaardbaar of standaard Belgisch Nederlands te promoten.  En dus blijft de Standaard taalredactie verder werken met heel wat onnodige Noord-Nederlandse woordenschat (de oude Moerdijk regel indachtig) terwijl er prima en acceptabele Zuid-Nederlandse woorden voor die Noord-Nederlandse varianten bestaan: zoals kleed voor jurk, kwaad voor boos, dikwijls voor vaak, spijtig voor jammer, enz.

Een uitgebreider pleidooi voor het Belgisch Nederlands, Zuid Nederlands, leest u in deze Knack opinie: http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized