Tagarchief: Nederlandse taal

Nederlanders en Vlamingen over de Nederlandse en Vlaamse taal in “de 17 provinciën” van de VRT (Klara) en Radio 4 (Hilversum)

Nederlanders houden in het algemeen van het Belgisch Nederlands of Zuid Nederlands, wat zij “het Vlaams” plegen te noemen. Dat is hier op deze blog al enkele keren betoogd en dat was de slot conclusie die getrokken kon worden uit een 10 uur lang durende debatdag in Amsterdam, (“de 17 Provinciën,” georganiseerd door Klara, Radio 4, Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond, en De Buren).

Ik moest wel een deel van de 10 uur missen, maar wil toch een verslag geven over het groot deel van de dag dat ik wel kon beluisteren. En wat viel op tijdens deze debatdag over “wat ons Vlamingen en Nederlanders verbindt en wat ons scheidt”? Elke controverse en negativiteit over “de Vlaamse taal” werd door de deelnemende sprekers vermeden. Lag het eraan dat het debat in Amsterdam plaatsvond of lag het aan de geselecteerde sprekers? In ieder geval ontbrak de harde, negatieve taal over “koetervlaams” en Verkavelingsvlaams” waarmee we hier in gezaghebbende Vlaamse media zo dikwijls om de oren geklopt worden. Wat een verademing!  Meer nog, sommige van de Nederlandse deelnemers bekenden open en bloot hun liefde voor “het Vlaams.”

Zo stelde Marc Reugebrink, een Vlaams auteur van Nederlandse afkomst die Belgisch staatsburger is, dat hij Vlaams spreekt; de NOS correspondent in Brussel, Joris van Poppel, had het erover dat hij Vlaamse politici in het Vlaams aansprak (maar dat hij dat Vlaams niet kon spreken op de NOS); en de Nederlandse politicus Frans Timmermans, ook Nederlands Limburger, sprak vloeiend “Vlaams,” zei hij, omdat hij als kind naar een Vlaamse lagere school was geweest (lagere school heet in Nederland basisschool).  Dat alles is opmerkelijk omdat er nog steeds enkele Vlaamse taalkundigen zijn, die het bestaan van het “Vlaams,” laat staan het Zuid Nederlands, als een bona fide variant van het Nederlands in vraag trekken. En die datzelfde Vlaams, zo geliefd bij deze Nederlanders, graag negatief reduceren tot “Verkavelingsvlaams.”  Hoe kan dat nu  dat “het Vlaams” als geaccepteerde taalvariant niet bestaat, terwijl er toch heel veel Nederlanders zijn die ervan houden?

Het meest uitgesproken was de “ode aan het Vlaams” van de Nederlandse comedienne Sanne Wallis de Vries: een Vlaamse man zegt poëtisch “ik zie u graag” wat heel wat schoner klinkt dan het Nederlandse “ik wil je aan mijn spies rijgen,” grapte ze. Ze bezong het zachte Vlaams en stelde dat als ze Vlaams hoorde, ze ook bij de spreker ervan wilde blijven. Enfin, haar stukje was een echte “tour-de-force-” en hopelijk binnenkort te bekijken online.

Daarnaast ging het debat ook over “valse vrienden,” woorden die in het Noord en Zuid Nederlands gelijk zijn maar een andere betekenis hebben. Zo had Ivo van Hove het over “op de middag” wat in Vlaanderen om 12 uur is, in Nederland ’s namiddags.  Marc Reugebrink is met een Vlaamse getrouwd, en gebruikt veel Vlaamse woorden zoals “goesting,” en hij zegt ook al “schoon” i.p.v. “mooi.” Verder had hij het erover hoe zijn vrouw hem vroeg zijn “vest” of “mantel” te halen (voor het Noord-Nederlandse “jas”) en het Noord Nederlandse “colbert” was dan weer “gilet” in het Vlaams. We zouden hier niet zoveel aandacht aan besteden, ware het niet dat ettelijke van deze woorden door Vlaamse taalkundigen gebrandmerkt werden als zijnde géén AN en dus niet wenselijk in het éne Nederlands waartoe zij het Noord en Zuid Nederlands willen reduceren (ttz een Nederlands van boven de Moerdijk met een klein beetje Belgische variatie) . Ivo van Hove, de Vlaamse regisseur die al 11 jaar in Nederland woont, had het er dan weer over dat hij het Nederlandse “leuk” zeer veel gebruikte en de Nederlandse presentatrice, Margriet Vroomans, beaamde dat “leuk” een zeer Hollands woord is.Er was ook een wat minder positieve noot: zo vond Kristien Hemmerechts dat Nederlanders wel eens de neiging hebben om over “het grappig taaltje” van de Vlamingen te spreken alsof het “Afrikaans” en geen echt Nederlands was.

Vlaams hoofdredacteur van het NRC, Peter Vandermeersch, merkte op “dat we verschillende talen” spreken. Ook deze blog stelt al enige tijd dat Nederlanders en Vlamingen verschillende taalvarianten spreken en dat het er nu maar eens gedaan mee moet zijn het steeds over “dat éne AN,” dat éne Nederlands te hebben (een legaat nog van de Taalunie uit 1980; lijkt het wel). Laten we mekaars taalvarianten accepteren zonder, zoals in het verleden, te proberen het Zuid Nederlands te marginaliseren. De goodwill is er bij alle partijen die vandaag in Amsterdam aan het woord waren. Het is nu aan de leidinggevende Vlaamse taalkundigen die indirect een achterhaald taalzuiveringsprogramma nastreven, om hun beoordelingen over het Zuid Nederlands bij te schaven en te laten rijmen met de realiteit anno 2011. Laat de 19de eeuwse opvattingen over die éne juiste (Noord) Nederlandse taal varen en ook de negatieve beeldvorming rond het Zuid Nederlands. Zolang de negatieve labels in woordenboeken, taalboeken, en taalzuiverende stijlboeken niet verdwijnen, en het Nederlandse taalbeleid in België niet wordt bijgestuurd, blijft die achterhaalde idee van dat “te vermijden” Zuid Nederlands een taai leven verderleiden.

Reacties staat uit voor Nederlanders en Vlamingen over de Nederlandse en Vlaamse taal in “de 17 provinciën” van de VRT (Klara) en Radio 4 (Hilversum)

Opgeslagen onder Uncategorized

De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Wordle: Untitled 

Er heerst toch een klein beetje spraakverwarring bij de gezamelijke uitzending van de VRT (Klara) en Radio 4 van Hilversum, waarnaar u momenteel online kan luisteren.

Juist vroeg Hans van den Boom aan Kurt van Eeghem of we in Vlaanderen het Nederlandse woord “keten” gebruiken? (een werkwoord gebaseerd op “keet schoppen. Antwoord aan Hans: nee, in het Zuid Nederlands gebruiken we “keten” niet…).  Hans van den Boom was namelijk niet zeker of sommige Nederlandse woorden zoals “keten” ook in Vlaanderen gebruikt worden. Het was duidelijk dat Hans van den Boom met het adjectief “Nederlands” hier het land Nederland bedoelde en dus niet de gezamelijke taal “het Nederlands.”

Kijk, dat noem ik nu een voorbeeld van een beetje “spraakverwarring”: Hans van den Boom wilde eigenlijk weten of we in Vlaanderen het Noord-Nederlandse woord “keten” gebruiken, maar deed dat niet. Waarom? Omdat men grosso modo in Nederland nog steeds spreekt van “Nederlands” en “Vlaams” (of in de Nederlandse volksmond “Belgisch”) en dus eigenlijk niet de term “het Nederlands van Vlaanderen/België” hanteert.  Hans van den Boom zegt ook daarjuist dat hij iets “in mijn beste Vlaams” wil zeggen terwijl hij eigenlijk Standaard Zuid Nederlands probeerde te spreken.

Precies om die spraakverwarring te voorkomen is het zoveel beter de taalkundige termen Noord Nederlands en Zuid Nederlands te gebruiken. En in tegenstelling tot wat in het Wikipedia artikel over Belgisch Nederlands gezegd wordt, slaat “Noord” in de term “Noord Nederlands” niet op de ligging van Nederland, maar zijn Noord en Zuid Nederlands de taalkundige termen die historisch gezien gebruikt worden om een onderscheid te maken tussen de Nederlandse en Belgische varianten van het Standaardnederlands.

En om nog even de vinger op de “taalkundige” wonde te leggen: hoewel het werkwoord “keten” Noord Nederlands is en niet gebruikt wordt in Vlaanderen/België staat er geen gewestelijk label bij in Van Dale.  Zoek woorden als “goesting” “kleed (jurk)” en “plezant” op en er staat natuurlijk wél een label bij om aan te geven dat het geen Standaardnederlands is. Keten, daarentegen, is wél Standaardnederlands. Kijk, over dit soort ongerijmdheden en vooroordelen tegen het Zuid Nederlands gaat deze website.

Voor de rest is het genieten van deze Vlaams-Nederlandse uitwisseling. De Nederlandse deelnemers aan de quiz hebben nooit van Nonkel Bob gehoord omdat ze vroeger geen Belgische TV keken. Grappig. De Belgen zijn aan het winnen.

Meer over de 17 provinciën hier: https://belned.wordpress.com/2011/06/20/de-17-provincien-van-de-vrt-en-radio-4hilversum/#comment-210

Reacties staat uit voor De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Opgeslagen onder Uncategorized

De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4 Hilversum

Deze morgen hoorde ik dat er op Klara, de klassieke VRT radio,  naar een wapenspreuk voor de 17 provinciën gezocht wordt.

“Waaaaat!,” verschoot ik, hebben de Groot Nederlanders overnacht een staatsgreep gepleegd?

Gelukkig maar is dat niet het geval! De politiek gezien merkwaardige benaming “17 provinciën” is gekozen voor een culturele uitwisseling tussen Nederland en Vlaanderen. (Als u niet weet wat de “Groot-Nederlandse gedachte” betekent, google die term dan even…).

Enfin, de ietwat ongelukkige naam “17 provinciën” is gekozen voor vrijdag, 24 juni, want dan zenden Radio 4 (Hilversum) en de VRT samen uit vanuit De Brakke Grond in Amsterdam, wat een heuglijk feit is. Meer samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland kan enkel aangemoedigd worden.

Maar wij zullen vooral luisteren naar wat er die dag over de Nederlandse taal en het Zuid Nederlands zal gezegd worden. Zal men weer de ideologie van slechts één Nederlandse taal verkondigen (met een heel klein beetje toegestane variatie voor de Belgen), de impliciete visie van de Taalunie, of zal men nu eindelijk erkennen dat het Noord- en Zuid Nederlands grondig van elkaar verschillen, dat daar niets mis mee is, en dat het wegzuiveren van het Zuid Nederlands achterhaald is?

Zullen de culturele zenders van de VRT en andere Vlaamse culturele vertegenwoordigers weer de ideologie van slechts één Nederlands, één AN aanhangen? Want daar ligt het eigenlijke probleem: de meeste Nederlanders zijn namelijk helemaal niet tegen méér (als AN) erkend Zuid Nederlands. Integendeel. Het probleem ligt gewoonlijk bij een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen en Vlaamse opiniemakers, die zich overwegend aan de “boven de Moerdijk is het beter regel” houden (ook al stellen ze tegelijkertijd dat ze zich voor meer erkenning van het Belgisch Nederlands willen inzetten). En die negatieve termen als “tussentaal” en “Verkavelingsvlaams” hanteren in pogingen om een Nederlands dat vooral Noord Nederlands gekleurd is, ingang te doen vinden in België. Zelfs het “ge” dat we in België nog steeds dagelijks in onze spreektaal gebruiken, moet eigenlijk uitgefaseerd worden. (Als je dit zo onomwonden stelt, dan wordt dit dikwijls bij hoog en bij laag ontkend door de betrokkenen, maar toch is dat spijtig genoeg de realiteit van wat er op gebied van de Nederlandse taal in België gebeurt)

Zullen vrouwen in de 17 provinciën van Hilversum en de VRT “kleedjes” mogen dragen? En zal ‘”schoon” in die 17 provinciën enkel “proper” mogen betekenen en geen AN synoniem zijn voor het Noord-Nederlandse “mooi”? Om maar een paar van de meest frappante voorbeelden van Zuid-Nederlandse woorden te noemen die niet mogen in dat éne zgn. ons “verbindende” AN.

En als het vrijdag weer over het “Verkavelingsvlaams” en “koetervlaams” zal gaan, tja, dan weten we weer dat er nog weinig in de mentaliteit over taalvariatie en het Zuid Nederlands veranderd zal zijn.

Om de positie van deze website nog eens heel duidelijk te maken: deze website promoot géén nostalgisch Zuid Nederlands “taalprovincialisme” maar wil lobbyen voor de erkenning van het Zuid Nederlands naast het Noord Nederlands. Beiden dienen als evenwaardig behandeld te worden zodat “kleed” bv. gewoon een AN synoniem kan zijn dat naast “jurk” bestaat. Model hiervoor zijn het Amerikaans en het Brits Engels, twee varianten van het Engels die grondig van elkaar verschillen. Maar Engelsen en Amerikanen aanvaarden die culturele en taalkundige verschillen gewoon zonder dat men probeert de ene variant weg te zuiveren zoals dat al decennia lang gebeurt (en nog steeds gebeurt) met het Zuid Nederlands. En zonder dat men probeert de ene variant op te dringen aan de andere, zoals dat bij ons gebeurt (in naam van het taalzuiverende taalbeleid dat in Vlaanderen/België op scholen en in dagbladen gevoerd wordt). Deze blogt heeft ook geen nationalistische of politieke bedoelingen, maar ijvert voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands louter op taalkundige gronden. Deze positie wordt uitgebreid toegelicht in het Knack opinie stuk “Red het Zuid Nederlands” dat in maart 2011 online verscheen.

Ik probeer met een zo open mogelijk gemoed vrijdag te luisteren want ik ben zéker voor meer culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Ik heb enkel problemen met aspecten van het Nederlands taalbeleid zoals dat in België gevoerd wordt, m.n. wanneer dat gelijk is aan het wegzuiveren van heel wat acceptabel Zuid Nederlands.

En nog een staartje: juist vergeleek ik de aankondiging van Radio 4, Hilversum, met die van de VRT en wat blijkt: op de Nederlandse website heeft men het over de relatie Nederland en België, op de VRT website over Nederland en Vlaanderen. Daar beginnen de culturele verschillen al.

In ieder geval schijnen de bedenkers van de naam “17 provinciën” voor dit radio evenement blijkbaar niet op de hoogte te zijn van de Groot-Nederlandse connotaties van deze term en dat alleen al is merkwaardig genoeg voor een programma dat het over culturele identiteiten wil hebben.

Hier een citaat geplukt van de Nederlandse radio 4 website:

Nederland en België worden één! Op 24 juni zenden de Vlaamse klassieke zender Klara en Radio 4 een gezamenlijk programma uit. U kunt erbij zijn!

Onder de titel De 17 Provinciën worden België en Nederland voor één dag samengevoegd. Vrijdag 24 juni wordt een dag vol muziek, discussie en veel humor, rechtstreeks vanuit Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam en live uitgezonden op Klara en Radio 4.

Waarin verschillen we van onze zuiderburen? Wat brengt ons bij elkaar?

Een hele dag lang zoeken Klara en Radio 4 naar alles wat ons bindt en scheidt. Daarbij is er ruimte voor discussie, worden bekende Nederlanders en Vlamingen op de proef gesteld in een quiz en presenteren beide landen hun muzikale talenten. Een dag lang het beste uit twee culturen!

http://www.radio4.nl/nieuws/1901/24-juni-de-17-provinci-n.html

Bijgaand de persmededeling van de VRT, waarin het woord Belgisch niet één keer voorkomt.

De 17 provinciën
Op vrijdag 24 juni presenteren Klara en Radio 4 De 17 provinciën vanuit De Brakke Grond, een Vlaams cultuurhuis in Nederland. Die dag willen de Vlaamse en Nederlandse klassieke radiozenders van elkaar immers te weten komen wat hen scheidt en wat hen bindt op cultureel, politiek, ideologisch en vooral muzikaal vlak. Dat doen de netten 10 uur lang, tussen 9 en 19 uur.
De klassieke zenders van Vlaanderen en Nederland proberen het alvast één dagje met elkaar uit te houden. Presenteren doen ze in duo. Telkens nemen één Vlaming en één Nederlander plaats achter de microfoon. Volgende duo’s maken op 24 juni de dienst uit:
9 tot 12 uur Mark Janssens & Maartje van Weegen
12 tot 14 uur Kurt Van Eeghem & Hans van den Boom
12 tot 17 uur Katelijne Boon & Hans Haffmans
17 tot 19 uur Pat Donnez en Margriet Vroomans
Live muziek is er die dag van o.m. Capriola di Gioia, het Van Baerle Trio, Yuri van Nieuwkerk, Rosanne Philippens, An De Ridder, …
Te gast zijn o.m. Jan Raes, Kristien Hemmerechts, Ivo Van Hove, Fred Brouwers, Hans Waeghe, Frans Timmermans, Peter Vandermeersch, Leen Laconte, Doran van der Brempt, Joris van Poppel, Sabine Vandeputte, Marc Reugebrink, Begijn Le Bleu, Jan De Wilde, Leo Samama, Sanne Wallis De Vries, …
Klara en Radio 4 stellen elkaar kritische vragen
Tijdens de tien uur durende marathonuitzending stellen de radiozenders zichzelf en hun gasten een aantal vragen. Hoe komt het dat het muziekleven in Nederland zo anders is dan in Vlaanderen? Waarom worden enkele prestigieuze Nederlandse orkesten en festivals door Vlamingen geleid? Op welke manier ontwikkelde de muzikale cultuur en erfenis zich sinds de 17 provinciën uit elkaar gingen? Welke zijn onze muzikale exportproducten? Waarmee maken we indruk op elkaar? Wie zijn onze jonge talenten? Waar gaan we de mist in?
Vroeger werd in Vlaanderen massaal naar de Nederlandse televisie gekeken en las – wie zich slim noemde – Vrij Nederland en de Volkskrant. Nu blijken Vlamingen en Nederlanders genoeg aan zichzelf te hebben. Maar toch leidt een Vlaming leidt het NRC Handelsblad. En datzelfde geldt voor Toneelgroep Amsterdam. Maar Vlamingen zijn wel wat jaloers op het Concertgebouworkest. Met verbazing en verwondering kijkt het Vlaamse publiek naar de Mattheüsgekte. Maar een Vlaming wint alweer de Libris-prijs. Betekenen Vlamingen dan toch iets in de Grachtengordel? Of gaan beide bevolkingen straks samen ten onder aan de bezuinigingen?
Het beste uit Vlaanderen en Nederland gecombineerd
Hoe zou het leven in de 17 provinciën zijn als Vlamingen en Nederlanders alle mooie dingen nu eens netjes in een republiek met een kroontje verpakten? Een beetje Beatrix maar ook Mathilde, de ene dag een rijkgevulde rijsttafel en dan weer asperges à la Flamande, Rembrandt in het Rijksmuseum en Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal in Gent, Hannes Minnaar en Liebrecht Vanbeckevoort, kroket uit de muur en friet met mayonaise.
Om één en ander alvast muzikaal in te leiden lieten Klara en Radio 4 het Wilhelmus en de Vlaamse Leeuw vertimmeren tot een nieuw volkslied. Aan de luisteraars van Espresso en De Ochtend van 4 geven de twee zenders de kans een nieuwe wapenspreuk te bedenken. In Nederland kan men een weekend Antwerpen (mét bezoek aan het MAS) winnen, in Vlaanderen een weekend Amsterdam (mét voorstellingen in De Brakke Grond én een bezoek aan Het Hermitage).

Klara & Radio 4 zenden samen uit, live vanuit De Brakke Grond in Amsterdam, in samenwerking met deBuren.

http://www.vrt.be/nieuws/2011/06/de-17-provinciën

Voetnoot: ik wil hier niet pedant doen, maar de VRT heeft het hierboven over “friet.” De Zuid-Nederlandse benaming is “fritten” (zonder “ie” en meestal in het meervoud, tenzij we het bv. over een “pakje frites” hebben waarbij frites als “frit” wordt uigesproken). Laten we ons de vraag stellen waarom “frit(t)en” geen aanvaard AN is in het “land van de frit(t)en”, vooral omdat we “frituur” met een “i” en géén “ie” spellen?

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De taalzuiverende reflex van kwaliteitskrant De Standaard: n.a.v. het woord “bureau”

Wordle: Untitled

Er zijn lezers die zich ergeren aan de taalzuiverende en soms zelfs taalpuristische tendensen van de nederlandstalige Belgische krant De Standaard. De Standaard zal niet zelden Noord-Nederlandse woordenschat gebruiken ipv een acceptabel woord uit het Zuid Nederlands, meest frappant bij woorden als jurk ipv kleed, boos ipv kwaad, huilen ipv wenen. Taalpurisme betekent zgn. “bastaardwoorden” afkomstig uit een vreemde taal wegzuiveren. In het geval van het Nederlands gaat het om de tik om bijna alles wat uit het Frans komt weg te zuiveren.  Dat de Standaard soms zo taalpuristisch optreedt, is niet onbelangrijk. Want, deze krant publiceert niet zelden opinies van enkele opiniemakers die o.i. ongedifferentieerd het belerende vingertje opsteken naar zowat alle nederlandstalige Belgen die Zuid-Nederlandse spreektaal durven te gebruiken (negatief “Verkavelingsvlaams” of “tussentaal” genoemd).

Enfin, gisteren vonden we een staaltje van die taalzuiverende en taalpuristische tendens in de Standaard. Het persbureau Belga zond een krantenartikel uit met als titel:  “Inbraak in bureau advocaat generaal in Brussels Justitiepaleis.”  Het eerder Zuid-Nederlands aandoend woord “bureau” werd in de krantenkop van Belga niet taalzuiverend vervangen door ‘kantoor.’ Verderop in de tekst van datzelfde Belga krantenartikel stond te lezen: “Onbekenden hebben ingebroken in het bureau van een advocaat-generaal bij het parket-generaal, op de derde verdieping. ”  Het artikel van persbureau Belga werd door een tiental dagbladen aangekocht en in die kranten is het woord “bureau” ongewijzigd overgenomen. De Standaard daarentegen behield enkel de bewuste krantenkop met “bureau” maar in de rest van het artikel gaat het verder over “kantoor.”  Merkwaardig, want wat De Standaard daarbij over het hoofd schijnt te zien is dat “bureau” voor bureauruimte een aanvaard AN woord is. En misschien dacht ook u dat “bureau” eigenlijk niet mag als u correct AN wil spreken?

Laat het nu een toeval zijn dat minister Inge Vervotte zondagavond te gast was bij Villa Vanthilt op de VRT en het daar tot twee maal toe ook over haar bureau ipv haar kantoor had.  Minister Vervotte gebruikte zo een gewoon AN woord, maar met een Zuid-Nederlandse klemtoon. Als bureau een correct AN woord is, waarom komen we, in de regel, het woord “kantoor” dan zowat overal tegen en “bureau” veel minder?  In het Duits bv. zegt men zonder schroom “Büro.” En in het Engels, dat zeer veel Franse woorden telt die niet weggezuiverd worden (vgl. het Engelse pleasant en het Zuid-Nederlandse plezant), bestaat het woord “bureau” naast “office.”   En niemand doet daar in die landen verder moeilijk of “taalfanatiek” over.  Niet zo in België: “kantoor” is dan ook het woord gebruikelijk in Nederland, in België kwamen “bureau” en “bureel” tot zo’n 20 jaar geleden overal voor.  In het straatbeeld zag je reclame borden voor verhuur van bureau’s of burelen. Nu zie je overwegend “kantoor.”  “Bureau” is eigenlijk een doodgewoon Zuid-Nederlands woord, en wordt in België, in tegenstelling tot in Nederland, ook voor de gebouwen gebruikt en dus niet enkel voor de bureauruimte of de schrijftafel.  Het verdwijnen van woorden als “bureau” en “bureel” is het gevolg van taalpuristische taalzuivering. En die taalzuiverende tendens om Zuid Nederlands te vervangen door woorden gebruikelijk in Nederland is, ruimer gezien, onderdeel van de pogingen om slechts één Nederlandse taal ingang te doen vinden in Nederland en België (zie elders de discussie over de taalideologie van de Taalunie).  Concreet betekent dat: als een woord als “kantoor” bij voorkeur gebruikt wordt in Nederland, dan dienen nederlandstalige Belgen zich hiernaar te schikken (met wat uitzonderingen, voor een beetje Zuid-Nederlandse “couleur locale,” zoals bv. in “straffe madammen” of “reismadam” dat onlangs opdook in Ludo Permentiers taalrubriek “Woorden Weten Alles” van de Standaard…). En met die ideologie heeft deze website een probleem, want dat betekent dat heel wat goede en correcte bovengewestelijke Zuid-Nederlandse woorden langzaam maar zeker gedoemd zijn te verdwijnen.  Ook al hecht u misschien niet aan het woord “bureau”, en dat is uw goed recht, probeert u eens een lijst te maken van alle Zuid-Nederlandse woorden die uit het straatbeeld en onze kranten geduwd worden, en dan komt u gemakkelijk aan een woordenboek vol.

Ironische voetnoot:

Wist u trouwens dat het woord “krant” dat in België het Zuid-Nederlandse woord “gazet” verdrongen heeft (dank zij het taalzuiverend taalbeleid), evenzeer als “gazet” van het Frans afkomstig is? Krant is namelijk de Noord-Nederlandse verbastering van het Franse woord “courant.” Krant mag wel, gazet niet meer, enkel nog in Gazet van Antwerpen. … Of, hoe taalzuivering en taalpurisme hoogtij vieren in het Nederlandse taalbeleid in nederlandstalig België.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

NMBS reclame over toffe botten en bomma’s, of Zuid Nederlands in Belgische reclame

Het is een trend die we al enige tijd volgen: Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) wordt weer meer gebruikt in reclame. Zo was er onlangs een reclame spotje van Flandria groenten op VRT waarin komkommers aangeprezen werden omdat men er schoon (ipv mooi) van wordt.  Voor de herhalingen van F. C. de Kampioenen -uit 1994, waarin Doortje en Bieke nog spontaan voortdurend “schoon” zeggen ipv “mooi” – is er een reclame spot van Belgacom waarin een man en zijn zoon op zoek zijn naar een vijs (ipv een schroef). En de NMBS heeft grote affiches hangen in trein stations waarin spreuken als “Toffe botten” en “De Bomma” prijken.

Het is blijkbaar in om Zuid-Nederlandse spreektaal te gebruiken.

Dat is opmerkelijk gezien het feit dat enkele prominente Vlaamse opiniemakers in kranten wel eens campagne voeren tegen de zogenaamde “tussentaal” en het “Verkavelingsvlaams.” Op deze blog gebruiken we die termen niet maar spreken we van Zuid-Nederlandse spreektaal en schrijftaal.

Ook de kritische website De Manke Usurpator heeft zoals onze blog vragen rond de campagne tegen het Verkavlingsvlaams. Van de manke usurpator mochten we deze foto’s lenen, gemaakt in het station van Berchem door de manke usurpator zelve:

credits: manke usurpator

credits: de manke usurpator

Nog een opmerking over deze reclame campagne van de NMBS:

het valt op dat de NMBS de reiziger met “je” ipv “u” adresseert.   Toch ervaren heel wat Belgen de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame en overheidsteksten, als te direct of zelfs onbeleefd.  Reclameteksten voor banken en medicamenten maken dan ook meestal gebruik van het hoffelijke “u.” Ook heel wat Nederlanders, trouwens, klagen over het verdwijnen van “u” als hoffelijkheidsvorm in Nederland.  Op Nederlandse autostrades staan er verkeersborden die de bestuurders met “je” aanspreken ipv u.

Zoals in Frankrijk en in Duitsland maken nederlandstalige Belgen en heel wat Nederlanders een strikt onderscheid tussen beleefde aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  “u” gebruiken ze om anderen aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, kennissen.  “Je” altijd en overal is een verschijnsel uit marketeers Nederlands.   Het is een beetje vreemd want wie bv. een minister aanschrijft gebruikt “u”, dus waarom dan niet ook “u” gebruiken voor de doorsnee burger?

Voetnoot: de foto’s van de Manke Usurpator, met zijn commentaar, vindt u op deze link:  http://demankeusurpator.wordpress.com/2011/06/03/het-lukt-niet-aflevering-elfendertig/

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Zangeres Natalia op bezoek bij Villa Vanthilt

Wordle: Untitled

Deze zaterdag nog was zangeres Natalia “incognito” op stap met haar bruine New Foundlander in de Antwerpse Hoogstraat, gisterenavond verscheen ze met diezelfde hond op Villa Vanthilt in Dendermonde, gepresenteerd door Marcel Vanthilt.  Natalia was de vrouwelijke ster rond wie de aflevering draaide. Ze had ook gasten uitgenodigd zoals Pieter Loridon en Gabriel Rios, met wie ze een tijd terug het duet Hallelujah zong.

Ondanks de vele “leuks” die door de ether vlogen, hield Natalia goed stand in het Zuid Nederlands, gebruikte ze woorden als “plezant,” “schoon” of “bangelijk” (n.a.v. haar bangeljke vlucht in een stuntvliegtuig)en had ze het over haar kleedjes. Zoals de doorsnee vrouw in België draagt ook Natalia kleedjes, en geen “jurkjes.”

De Zuid-Nederlandse woordpret werd evenwel een heel klein beetje doorkruist door Showbizz Bart van VTM, die het bijna heel de tijd over de “leuke” “jurkjes” van Natalia, Lady Gaga en Madonna had in plaats van, zoals Natalia, gewoon kleedje te zeggen.  Is het omdat VTM door VRT en verwante opiniemakers de schuld heeft gekregen van de zgn. “verloedering” van het Nederlands (“De schuld van VTM”) dat Showbizz Bart “jurkje” zegt? We hebben het hier op onze blog al meermaals gezegd, maar doen het graag nog eens: “kleedje” is een correct Standaardnederlands woord volgens Prisma Handwoordenboek, en dus géén dialect en ook géén “verkavelingsvlaams” of “tussentaal.”  En verder: waarom hebben de meeste  presentators bij zowel VRT als VTM er zoveel moeite mee om het doodgewone spreektaalwoord “plezant” over hun lippen te brengen? Het lijkt wel of er een taboe ligt op dat doodnormale Zuid-Nederlandse woord zowel bij VRT als bij VTM.  Graag hadden we aan antwoord gekregen op de vraag: waarom eigenlijk, want plezant is een bovengewestelijk Zuid-Nederlands woord en géén dialect.  Geestig (West en Oost Vlaanderen) en plezant, je hoort die woorden zo goed als niet meer op VRT en VTM.

Bedankt alvast aan Natalia voor de promotie van Zuid-Nederlandse (Belgisch-Nederlandse) woorden op TV.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

Wat vooraf ging:

Op deze website worden taalkundige uitspraken over het Belgisch Nederlands kritisch en vanuit taalfilosofisch oogpunt onderzocht.  Gevraagd wordt waarom zo weinig Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woordenschat en zo weinige Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) uitdrukkingen goed genoeg zijn om het statuut van standaardtaal te krijgen in woordenboeken als Van Dale. Het valt op dat het gros van woorden dat Nederlandse standaardtaal of AN dikwijls van Noord-Nederlandse origine is en deze website heeft daar vragen bij.  We onderzoeken deze problematiek via taalkundige uitlatingen en publicaties van prominente Vlaamse taalkundigen, zoals Ruud Hendrickx, Ludo Permentier, e.a. Het spreekt vanzelf dat daarbij nooit op de man gespeeld wordt, maar dat uitspraken en praktijken van taaldeskundigen kritisch onderzocht worden.

We zijn het niet eens met uitspraken van de heer Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Dale, die in één van zijn interviews meldde “Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal.” Op deze website betreuren we dat er via onze media aan taalzuivering van het Zuid Nederlands/Belgisch Nederlands gedaan wordt. En we betreuren het ook dat steeds hetzelfde handje vol opiniemakers en taaldeskundigen over onze taal in onze Belgische pers en op de VRT aan het woord zijn.  Diezelfde opiniemakers en taaldeskundigen herhalen niet zelden dezelfde slogans, zoals dat er vandaag geen taalzuivering van het Zuid Nederlands meer zou bestaan in België.  Of dat de Zuid Nederlandse spreektaal vooral “Verkavelingsvlaams” is. Of, dat zulke taalzuivering (eigenlijk taalcensuur) iets uit het verre verleden zou zijn.  Op deze blog, evenwel, tonen we aan hoe woorden als kleed/kleedje, door bijna iedere Vlaming vandaag gebruikt, weggezuiverd worden ten voordele van het Noord-Nederlandse jurk, dat fel gepromoot wordt op TV, in reklame folders, dagbladen en op school. En zo hebben we kritiek op het VRT taalnet dat “appelsien” en “goesting” dialect woorden noemt, waarbij de term “dialect” zelfs taalkundig gezien verkeerd gebruikt wordt (want een dialect is regionaal en de term kan dus niet gebruikt worden voor woorden als appelsien of goesting die doorheen heel Vlaanderen gebruikt worden).  Maar het gaat blijkbaar over een goedbewaard taboe, waarover niet luidop gesproken of geschreven mag worden. (meer over taalzuivering en standaardisatie van het Nederlands op  https://belned.wordpress.com/)

We verwelkomen dialoog en dus ook de kritische reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, op onze visie.  We zijn dankbaar voor de dialoog met de heer Hendrickx en hebben ondertussen een aantal van onze eigen uitspraken over het taalbeleid genuanceerd of aangepast, ingaande op sommige van zijn kritische punten die terecht waren.  Zo stelde de heer Hendrickx terecht dat we onze termen beter moeten definiëren, en dat hebben we dan ook gedaan op de homepage van deze blog: https://belned.wordpress.com/ Daarnaast behouden we evenwel het recht om grondig van mening te verschillen en de thesis te verdedigen dat het Zuid Nederlands niet echt als evenwaardig aan het Noord Nederlands behandeld wordt, in tegenstelling tot het Amerikaans en Brits Engels die elkaars gelijke zijn.

Hieronder vindt u een eerste set van opmerkingen van de heer Hendrickx, gevolgd door ons antwoord, in de vorm van een open brief. We stellen vragen bij mogelijke sofismen en cirkelredeneringen in sommige taalkundige betogen.  En we vragen ons af vanwaar de drang van sommige Vlaamse taalkundigen komt om woorden die door miljoenen Vlamingen gebruikt worden te degraderen tot “niet goed genoeg” voor de standaardtaal of het AN.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn dus “duidelijk” géén dialect. Het zijn Zuid-Nederlandse woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, bepaalde Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Inderdaad, appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]” (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml)


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van heel) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” We geven hier grif toe dat gij geen standaardtaal is en gebruiken ook zelf jij in geschreven standaardtaal, maar het is héél wat anders om als taalkundige de normatieve uitspraak te doen dat “gij” verouderd is en “vermeden” dient te worden. Als de meerderheid van Vlamingen gij gebruikt in dagelijkse omgang is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat het “verouderd” is? Nee.  Enkel vanuit Noord-Nederlands perspectief (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) niet meer. Maar zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die ook niet helemaal juist is, gezien de springlevendheid van het gij in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Zie ook https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/

Zoals professor Guy Tops van de Universiteit Antwerpen vinden we dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden.
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed” “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven taal voor te komen.  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van Gallicismen en Germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Antwoord aan de heer Ruud Hendrickx, in de vorm van een open brief

Geachte Meneer Hendrickx,

U liet net een reactie achter op de website “Red het Belgisch Nederlands,” die ik hier boven insluit. Graag antwoord ik uitgebreid op uw opmerkingen, die eigenlijk al bekend zijn van andere gelijkaardige uitlatingen die u al in dagbladen of uitzendingen van de VRT deed, wanneer er kritiek is op uw taalkundige uitspraken.

Eerst iets over de website “Red het Belgisch Nederlands”: die is bedoeld om de aandacht te vestigen op het lot van het Belgisch Nederlands, dat bedreigd is, en de tegenstrijdigheden in de berichtgeving over dat Belgisch Nederlands. Die tegenstrijdigheden zijn afkomstig van een aantal prominente taalkundigen, sommige verbonden aan het eerbiedwaardige Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, waaronder uzelf. Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van. U communiceert wel naar de mensen toe dat het Belgisch Nederlands belangrijk zou zijn, maar men krijgt eerder de indruk dat het om een marketing strategie gaat. U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België (naar analogie met het Brits en Amerikaans Engels, twee standaard varianten van dezelfde taal met zéér uiteenlopende woordenschat). Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dan blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.

En daar knelt juist het schoentje. U doet, geachte Vlaamse taalkundigen (ik richt mij hierbij meteen aan een hele groep), of u zich voor het Belgisch Nederlands gaat inzetten, maar in realiteit gebruikt u termen als “spreektaal” om woorden als kleed uit de standaardtaal te houden. Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden. Men hoeft echt niet stokoud te zijn om te weten dat een groot deel van de woorden die u en andere taalgelerden als “spreektaal en dus geen standaardtaal” afschrijven nog niet heel lang geleden in onze scholen onderricht werden, te horen waren op BRT nieuwsuitzendingen (voor het tot “journaal” omgedoopt werd naar Noord-Nederlands model). En dat men die woorden toen gewoon Zuid Nederlands noemde, in onderscheid van Noord Nederlands, en zeker geen spreektaal.

Vanzelfsprekend ken ikzelf het onderscheid tussen “spreektaal” en “dialect,” wat u in twijfel trekt. Maar ik vraag me af, geachte heer Hendrickx, of u en andere Vlaamse taalkundigen uw termen wel juist definiëren? Spreektaal is eigenlijk wat niet schrijftaal is. Maar de facto schakelt uzelf, geachte heer Ruud Hendrickx, de term spreektaal gelijk aan wat niet standaardtaal is en dus een even negatief statuut heeft als dialect. Kijken we daarenboven naar de voorbeelden die u geeft van spreektaal op uw eigen VRT taalnet dan vinden we eigenlijk voorbeelden van plat dialect zoals “wa sait ‘em?” en nog andere straffe dialect uitlatingen. Ook uw eigen definitie van spreektaal klopt niet: op één enkele stijlpagina defineert u spreektaal als “vlotte, spontane” niet formele taal (m.a.w. geeft u de correcte definitie van spreektaal in onderscheid van formele schrijftaal), maar op bijna alle andere pagina’s hanteert u spreektaal negatief als “wat niet standaardtaal is,” m.a.w. schakelt u het statuut van spreektaal gelijk aan plat dialect, en blijken bijna alle voorbeelden van die spreektaal (lees: negatieve spreekvorm) afkomstig te zijn uit België. Daarbij gaat het om honderden woorden en uitdrukkingen. QED (Wat te bewijzen was).

Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt? Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?

De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen-een kleine groep, door sommigen “taalelite” genoemd, die bepaald wat in België AN is (wat ik hier in het midden wil laten)- gedegradeerd worden tot te vermijden spreektaal. Waarbij de negatieve term spreektaal, for all purposes, eigenlijk het statuut heeft van dialect, want spreektaal is wat niet standaardtaal is. Of u nu een woord op uw VRT taalnet als dialect of spreektaal markeert, het resultaat is dus hetzelfde: het desbetreffende woord wordt uit de standaardtaal gesmeten, en alle scholastische pogingen om te doen of dit niet waar is helpen daarbij weinig.

Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden. De norm, door u en andere Vlaamse taalkundigen mee bepaald, is bijna altijd het Noord Nederlands. Dat kan geillustreerd worden door de negatieve definitie die u zelf geeft van wat Belgisch Nederlands eigenlijk is: alles wat niet door Nederlanders gezegd wordt en dus niet AN is:

“De Grote en de Hedendaagse Van Dale zeggen dat de woorden waarvan aangegeven is dat ze alleen in België voorkomen, helemaal niet verworpen mogen worden. Maar wie ze gebruikt, moet wel beseffen dat hij zich dan van het Algemene Nederlands verwijdert en dat zijn Nederlandse lezers hem misschien niet begrijpen. U moet dus zelf uitmaken of u goesting of trek hebt in een tas of een kop koffie. Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft.”

Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Uw uitspraak illustreert wat we op de website Red het Belgisch Nederlands de “dubbelzinnige uitspraken” over het Belgisch Nederlands noemen: deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.

Voeg daaraan de versterkende uitlatingen van prominente opiniemakers in de pers toe (opiniemakers in de Standaard die voortdurend over die “vréselijke tussentaal” en dat “verschrikkelijke Verkavelingsvlaams” klagen, ik hoef hun namen hier niet te noemen) en het is legio dat u allen een normatief klimaat schept waarin het op eieren lopen is. Wie, zoals onlangs nog Mark de Vos, een onschuldig woord als voorschot in een artikel in de Standaard durft te gebruiken, wordt publiek op de vingers getikt.

Tot slot:

Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot een statuut gelijk aan dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is, en dat ze “schoonmaken” moeten zeggen, en niet “kuisen.” Te weinig weerwoord is er gegeven. Te dikwijls zijn dezelfde opiniemakers in de pers en op VRT uitzendeingen aan het woord om nederlandstalige Belgen te vertellen welke woordenschat ze eigenlijk dienen af te leren als ze AN wensen te spreken. Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.

°°°°°°°°°°°°°°°°°

Voetnoot:

Geachte heer Hendrickx,

U stelt hierboven met veel zekerheid dat uzelf de term “dialect” slechts één keer gebruikt op het VRT taalnet om woorden af te keuren (citaat: “In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).”)  Dat klopt evenwel niet. Laat het nu juist het woord goesting zijn dat u uitdrukkelijk als dialect bestempelt als u op dat VRT taalnet zegt: “Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, […].” Op de ene pagina beweert u dat “goesting” spreektaal is die afwijkt van het Standaardnederlands, op de andere dat het “zonder enige twijfel dialect” is.  Op één enkele pagina gebruikt u de term “spreektaal” positief als wat niet zakelijk geschreven is, op de rest van de pagina’s (en vooral in de taalmails aan journalisten) functioneert “spreektaal” als een negatief kenmerk van taal die géén standaardtaal is en dan ook niet in onze nieuwsuitzendingen mag voorkomen. U zegt dan wel dat iedereen gerust die spreektaal mag gebruiken, dat u er niets tegen heeft en dat u ze wel eens zelf gebruikt, maar feitelijk worden woorden als “kleed,” “goesting” en wat dies meer zij, uit onze geschreven en “netjes verzorgde” taal verdrongen. Betekent dat dat er geen enkel creatief schrijver die woorden nog zal gebruiken? Nee, natuurlijk. Maar in onze dagelijkse kranten en op nieuwsuitzendingen zijn deze woorden niet meer te zien of te horen (tenzij als “citaat”, in aanhalingstekens of cursief, om toch vooral in de verf te zetten dat het geen AN standaardtaal is).

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized