Tagarchief: VRT taalnet

Column: Onze kritiek op Zuidnederlands taalbeleid bij VRT ten dele gehoord. N.a.v.de uitspraak van “dossier”

Wordle: Untitled

Al enige dagen horen we meer en meer VRT nieuwslezers die het woord “dossier” op z’n Belgisch uitspreken: in het Zuid Nederlands (Belgisch-Nederlands, Vlaams-Nederlands) rijmt “dossier” op “mier,” in Nederland gebruikt men de Franse uitspraak.

Toen ik enkele jaren geleden met mijn groep op facebook  voor het behoud van het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) begon, was dat heel anders gesteld: alle VRT nieuwslezers gebruikten zonder uitzondering de Noordnederlandse uitspraak (o.i.v. de oude “boven-de-Moerdijk-is-het-beter” regel).  Het werd soms een beetje pijnlijk: geïnterviewde ministers, politici, hooggeplaatsten die hun taal verzorgden, gebruikten de uitspraak voor dossier die op “mier” rijmt, terwijl de VRT nieuwslezers het woord op z’n Noordnederlands uitspraken, waarbij het soms leek of ze de geïnterviewden corrigeerden.

De VRT taaldienst heeft dus nu een en ander veranderd (zie het nieuwe VRT taalcharter), en ettelijke punten van mijn kritiek aan het adres van het VRT taalbeleid, zoals die op deze blog in uitgebreide discussie met de VRT taaladviseur aan bod kwamen, zijn ondertussen “gehoord”.   Zo ging  men in de VRT taaldag van najaar 2011 in op de kritiek dat het uitspraakbeleid van de VRT verouderd is, vergeleken met dat van de BBC.  Mijn kritiek op het VRT taal- en uitspraakbeleid (o.a. dat Schotse accenten en andere regionale tongval bij de BBC wel mogen) en mijn kritiek op aspecten van het Van Dale taalbeleid waren in maart 2011 verschenen in het weekblad Knack online, die u hier kan lezen:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

In enkele zinnen samengevat is mijn kritiek op het Nederlandse taalbeleid in België als volgt: het wegzuiveren van het Zuid Nederlands ten voordele van het Noord Nederlands is (altijd al) achterhaald.  Het is niet juist dat de norm van onze gemeenschappelijke Nederlandse standaardtaal al te dikwijls bepaald wordt door Noordnederlandse woordenschat en taalgebruiken. Laat Zuid- en Noord Nederlands gelijkwaardige varianten van onze standaardtaal zijn, zoals dat het geval is bij het Brits en Amerikaans Engels.  Devalueer het gros van het Zuid Nederlands niet tot “dialect” of “slechts spreektaal.” Of nog: sta echte Zuidnederlandse variatie binnen de standaardtaal toe (en beperk die variatie niet tot een relatief korte lijst van Belgisch-Nederlandse bureaucratische of culinaire woorden, zoals dat nu nog steeds het geval is).

Mijn Knack artikel kreeg ook een officiële reactie, van mevrouw Linde van den Bossche, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, gevestigd in Den Haag:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/taalunie-discrimineert-geen-belgische-woorden/opinie-1194982129504.htm

Mevrouw Linde van den Bossche miste evenwel het punt van mijn kritiek in het Knack artikel. Daarin zeg ik niet, zoals zij suggereert, dat de Taalunie tegen “woorden die in België gehoord worden” zou discrimineren. Verder heb ik ook helemaal niets tegen het instituut van de  Taalunie dat zich zeer verdienstelijk maakt voor onze gemeenschappelijke taal in tal van acties en publiekswerkingen. Wel heb ik kritiek op aspecten van het taalbeleid dat in België in naam van de Taalunie gevoerd wordt, in zoverre dit Vlaamse taalbeleid acceptabele Zuidnederlandse woorden uit de gemeenschappelijke standaardtaal houdt en deze Zuidnederlandse woorden tot “dialect” of “spreektaal” devalueert.  De resultaten daarvan zijn te vinden in de respectievelijke uitgaven van ons gemeenschappelijk Van Dale woordenboek, waarin termen als “gewestelijk,” “dialect,” “spreektaal” al jaren talrijke Zuidnederlandse woorden “negatief” markeren, t.t.z. als zijnde géén standaardtaal.  Het bekendste voorbeeld: woorden als “plezant” en “geestig,” die ondertussen al grotendeels zijn afgeleerd en vervangen door het Noordnederlandse “leuk” dat door het taalbeleid in België wel als standaardwoord geaccepteerd en aanbevolen wordt.

Toch is het heuglijk nieuws te merken dat de  blog en het Knack artikel ondertussen enkele reële resultaten hebben opgeleverd. Daarvoor onze dank aan de VRT taaladviseur, met wie we op deze blog ook uitgebreid over deze onderwerpen discussieerden.

Dat betekent evenwel niet dat ik geloof dat alle problemen rond de vooringenomen behandeling van het Zuid Nederlands ondertussen zijn opgelost. Ik hoop bijvoorbeeld nog steeds dat de hoofdredacteur van Van Dale (die ook de VRT taaladviseur is) en de Belgische redactie van Van Dale een reeks acceptabele Zuidnederlandse woorden van hun stigmatisering als “slechts spreektaal” of “dialect” in ons gemeenschappelijk woordenboek zullen ontdoen.  Wanneer zullen ze een Zuidnederlands woord als “kleed” gewoon als synoniem beschouwen van het Noordnederlandse “jurk”? (om maar één van vele voorbeelden te noemen).  Wanneer zullen een krant als De Standaard of een weekblad als Knack het hebben over de kleedjes van, zeg maar, Lady Gaga? En nog steeds worden ettelijke andere correcte of acceptabele Zuidnederlandse woorden in kranten en VRT Nederlands vermeden. “Spreken,” bijvoorbeeld, dat meer en meer vervangen wordt door “praten.” “Kwaad,” bijvoorbeeld, dat door “boos” wordt vervangen.  We moeten naar Nederlandse programma’s als “Beatrix, Oranje onder vuur” kijken om Willeke van Amelrooij, alias koningin Beatrix, “kwaad” te horen zeggen.  In april van verleden jaar meldde ik hier nog dat het Belgische hof een communiqué uitstuurde waarin stond dat de koning “kwaad” was, wat prompt op het VRT TV nieuws (of gezuiverd gezegd: het VRT TV journaal) als “de koning is boos” gecorrigeerd werd….  We moeten in Nederland gaan inkopen, om er Nederlanders “kapot” te horen gebruiken, terwijl men generaties nederlandstalige Belgen verteld heeft dat “kapot” “dialect” zou zijn en vervangen moet worden door “stuk.”  We moeten Nederlandse poëzieblogs lezen om er het woord “boekerij” in alle pracht te zien staan, terwijl men in het Vlaamse gewest dat woord heeft afgeleerd.  En zo zouden we nog bladzijden lang kunnen verdergaan.

Zeer vele correcte en acceptabele Zuidnederlandse woorden zijn in België ondertussen weggezuiverd (lees: afgeleerd) – ganse boeken vol – onder het strenge taalzuiveringsregime van na de oorlog.  Het VRT taalprogramma “Man over woord” van Canvas (gepresenteerd door Pieter Embrechts) stelt die taalzuiveringsfase – de A. B. N. campagne – voor als voorbije geschiedenis, iets dat achter ons ligt.  Ook daarover heb ik mijn bedenkingen.  Nee, ik geloof niet dat die taalzuivering, het wegzuiveren en afleren van het Zuid Nederlands, verleden tijd is. In hogervermeld Knack artikel leest u uitgebreid wat er ondermeer nog schort aan het officiële Vlaamse taalbeleid rond het Zuid Nederlands zoals dat al generaties in België gevoerd wordt, al dan niet in naam van de Taalunie. Maar ik blijf hopen dat er hogerop verder “gewerkt wordt” aan het ongedaan maken van de “stiefmoederlijke” behandeling van het Zuid Nederlands.

Tot slot: waarom is o.i. een erkenning van het Zuid Nederlands als  gelijkwaardige variant van ons gemeenschappelijk Nederlands wenselijk? Omdat zonder die erkenning het Zuid Nederlands onder de druk van taalzuivering verder meer en meer zal verdwijnen.   Taalzuivering is een vorm van taalplanning die van bovenaf gebeurt en dus niet hetzelfde als gewone taalevolutie.   Ik blijf het spijtig vinden dat er in België nog steeds aan taalzuivering gedaan wordt en dat ons gemeenschappelijk woordenboek, de Dikke van Dale, Zuidnederlandse woorden als “kleedje” (ipv jurk) nog steeds niet als standaardtaal erkent.  En ik vraag mij af of die taalzuivering, eigenlijk een relict uit de 19de eeuw, nog wel echt op zijn plaats is in de 21ste eeuw.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

BelgischNederlands woord in de kijker: kleed, kleedje

Deze keer  is een Zuid-Nederlands woord aan de beurt dat heel populair is in België: kleed, kleedje (Noord Nederlands: “jurk”).  Als u door te googelen op deze pagina terecht bent gekomen, is het misschien omdat u wil weten of u “kleed” ipv “jurk” mag zeggen. Ja, “kleed” is het correcte Zuid-Nederlandse AN woord, zo staat te lezen in Prisma woordenboek, dat kleed als correct synoniem van “jurk” aangeeft.

Maar misschien wil u ook weten hoe Van Dale hierover denkt? Wel, Van Dale wil eigenlijk af van het imago dat het “hollandocentrisch” is (t.t.z. vooral Noord-Nederlandse woorden van boven de Moerdijk als AN goedkeurt).  En de stiefmoederlijke behandeling van vele correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woorden in dat woordenboek is nog steeds niet ongedaan gemaakt. Want wat er met het Zuid-Nederlandse woord “kleed” gebeurd is, zou je een typisch voorbeeld van taalzuivering in Vlaanderen en België kunnen noemen.  Ook al gebruikt de overgrote meerderheid van Vlamingen het Zuid-Nederlandse “kleed,” toch leidt dit niet tot democratisering, nu het tijdperk van taalzuivering volgens Belgische taalkundigen zogezegd officieel is afgelopen. Integendeel, ook al geraakt het Noord-Nederlandse “jurk” maar niet ingeburgerd, omdat de meeste Belgische vrouwen geen jurk aan hun lijf willen, toch wordt het verder door Van Dale en taaladvies diensten (de VRT, het VRT taalnet, de taaltelefoon e.a.) als enige juiste standaardwoord aan Belgisch taalgebruikers opgelegd. Van Dale 2005 keurt “kleed” af als “geen standaardtaal.”  Spijtig genoeg stelt Van Dale zich graag op als gezaghebbend in nederlandstalig België.  Resultaat: het woordje “kleed” is zo goed als niet meer te vinden in kranten, laat staan schoolboeken. Democratische meerderheden werken dan ook niet in het Belgischse taalbeleid, zoals dat in Nederland wél het geval is. Hoe komt dat? Omdat men historisch gezien ervan uit gaat dat het taalgebruik van nederlandstalige Belgen gebrekkig is. En omdat een relatief kleine groep van naar Nederland georiënteerde, taalzuiverende taalkundigen in België eraan vasthoudt dat “kleed” geen standaardtaal zou zijn omdat het woord zo niet voorkomt bij onze noorderburen. Punt, andere lijn. Ook al was er een Vlaamse hoofdredacteur betrokken bij de totstandkoming van Van Dale 2005 en vorige edities, toch werd het courante en acceptabele woord “kleed” afgekeurd en mag het géén standaardtaal (AN) zijn, ook niet in België.  Van Dale loopt hier in grote mate achter op zijn concurrent Prisma, die toont de stiefmoederlijke behandeling van Zuid Nederlands serieus te willen aanpakken.  Frappant is verder dat Van Dale rechtstreeks ingaat tegen het oordeel van concurrent Prisma: Prisma ziet “kleed” en “jurk” als gelijke evenwaardige synoniemen, wat ze historisch gezien ook zijn. Van Dale 2005 daarentegen volgt de oude “Boven-de-Moerdijk-is-het-beter-regel” en sluit “kleed” uit van de gemeenschappelijke standaardtaal. M.a.w. Van Dale bevestigt dat het nog steeds “hollandocentrisch” is door het Noord-Nederlandse jurk als enige standaardwoord aan taalgebruikers in Nederland en België op te leggen.

En toch stelt Van Dale vandaag graag dat het tijdperk van het oude “hollandocentrisme” zogezegd voorgoed voorbij zou zijn en dat eraan gewerkt wordt…

Als Belgisch taalgebruiker heeft u dus de keuze: of u volgt braaf wat u van hogerhand wordt opgelegd en schrijft “jurk,” ook al zegt u eigenlijk kleed. Of, u kan tegen die onrechtvaardige taalregel van hogerhand, van Van Dale, ingaan en Prisma woordenboek volgen dat correct stelt dat “jurk” en “kleed” AN synoniemen zijn: dan schrijft u “kleed.”

Het zou ook al een stap in de goede richting zijn als rclamemakers en marketeers voor bedrijven gevestigd in België/Vlaanderen, zoals Aldi, Lidl, Hema, Bel&Bo, Esprit.be, H&M, Carrefour, e.a., zouden beseffen dat zo goed als iedereen “kleed” zegt in België. Waarom dan niet gewoon “kleed” zetten in de reklamefolders voor België? De klanten in België zullen er zoveel gelukkiger en tevreden om zijn.

Een langere bespreking van de woorden kleed en jurk vindt u in deze opinie in Knack:
http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Een kritiek op het gebruik van “jurk” in de Standaard vindt u hier:  https://belned.wordpress.com/2011/04/27/kleedjes-op-kleedjesdag/

***********************************

Over deze rubriek en blog

Deze rubriek wil de aandacht vestigen op Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woorden en uitdrukkingen die correct AN of acceptabele varianten van Noord Nederlands zijn, maar die in ons land in zakelijke, “netjes verzorgde” taal gemeden worden. Waarom? Omdat vele mensen ten onrechte denken dat deze woorden of uitdrukkingen fout zijn. Of omdat taalredacties van Vlaamse dagbladen en tijdschriften met voorkeurwoordenschat in hun krantenkoppen werken, t.t.z. woorden die vooral boven de Moerdijk gangbaar zijn (bv. boos, jammer, vaak, zoen, huilen, enz.). Als je bepaalde Zuid-Nederlandse woorden die door taalredacties gemeden worden toch aantreft, dan gaat het meestal om citaten, m.a.w. uitspraken van derden die geinterviewd worden; de journalist die het artikel schreef zal zelf zeer dikwijls het bewuste correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woord mijden. Waarom doen Belgische taalredacties dat? Omdat vele taalredacties nog steeds de “Boven-de-Moerdijk-is-het-beter”-regel hanteren (bv. door het volgen van stijlhandboeken van taaladviseurs). Deze blog ijvert voor het naast mekaar bestaan van Zuid- en Noord Nederlands, maar spijtig genoeg moeten we in de praktijk vaststellen dat het Zuid Nederlands zeer dikwijls niet als gelijkwaardig door taalredacties en taaladviseurs behandeld wordt. De verklaring daarvoor is het taalbeleid dat in België gevoerd wordt: de bedoeling is het scheppen van één Nederlandse eenheidstaal voor zowal België als Nederland, met slechts een klein beetje variatie. Dus worden heel wat correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uitgerangeerd omdat ze dat streefdoel van een uniforme Nederlandse standaardtaal een beetje in de weg staan. Deze blog betreurt dit en heeft kritische vragen bij zo’n éne Nederlandse gemeenschapstaal voor twee verschillende landen. Deze blog promoot het model dat in de engels- en duitstalige taalgemeenschappen gebruikt wordt: Brits en Amerikaans Engels, Noord en Oostenrijks Duits verschillen grondig van elkaar (uitspraak, woordenschat, enz.), maar toch doet niemand in die taalgemeenschappen daar moeilijk over. Evenmin is er de poging om de taalvariëteit van het ene land tot standaard voor het andere land te maken. Streefdoel van deze blog is: méér Zuid-Nederlandse woordenschat in gewone krantenkoppen, die géén citaten zijn. En méér Zuid-Nederlandse woorden die door woordenboekmakers van Van Dale als standaardtaal (AN) geaccepteerd worden. We kunnen hier ook allemaal actief aan meewerken door gemeden correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woordenschat zelf te gaan gebruiken (zowel in onze spreektaal als in geschreven taal). Woorden die niet gebruikt worden in geschreven taal zijn uiteindelijk gedoemd te verdwijnen dus eigenlijk kunnen we stellen dat de toekomst en het overleven van het Zuid Nederlands op het spel staan…

Meer over waarom het niet goed gaat met het Zuid Nederlands in deze Knack Vrije Tribune:

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Reacties staat uit voor BelgischNederlands woord in de kijker: kleed, kleedje

Opgeslagen onder BelgischNederlands woord in de kijker, Uncategorized

Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

Wat vooraf ging:

Op deze website worden taalkundige uitspraken over het Belgisch Nederlands kritisch en vanuit taalfilosofisch oogpunt onderzocht.  Gevraagd wordt waarom zo weinig Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woordenschat en zo weinige Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) uitdrukkingen goed genoeg zijn om het statuut van standaardtaal te krijgen in woordenboeken als Van Dale. Het valt op dat het gros van woorden dat Nederlandse standaardtaal of AN dikwijls van Noord-Nederlandse origine is en deze website heeft daar vragen bij.  We onderzoeken deze problematiek via taalkundige uitlatingen en publicaties van prominente Vlaamse taalkundigen, zoals Ruud Hendrickx, Ludo Permentier, e.a. Het spreekt vanzelf dat daarbij nooit op de man gespeeld wordt, maar dat uitspraken en praktijken van taaldeskundigen kritisch onderzocht worden.

We zijn het niet eens met uitspraken van de heer Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Dale, die in één van zijn interviews meldde “Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal.” Op deze website betreuren we dat er via onze media aan taalzuivering van het Zuid Nederlands/Belgisch Nederlands gedaan wordt. En we betreuren het ook dat steeds hetzelfde handje vol opiniemakers en taaldeskundigen over onze taal in onze Belgische pers en op de VRT aan het woord zijn.  Diezelfde opiniemakers en taaldeskundigen herhalen niet zelden dezelfde slogans, zoals dat er vandaag geen taalzuivering van het Zuid Nederlands meer zou bestaan in België.  Of dat de Zuid Nederlandse spreektaal vooral “Verkavelingsvlaams” is. Of, dat zulke taalzuivering (eigenlijk taalcensuur) iets uit het verre verleden zou zijn.  Op deze blog, evenwel, tonen we aan hoe woorden als kleed/kleedje, door bijna iedere Vlaming vandaag gebruikt, weggezuiverd worden ten voordele van het Noord-Nederlandse jurk, dat fel gepromoot wordt op TV, in reklame folders, dagbladen en op school. En zo hebben we kritiek op het VRT taalnet dat “appelsien” en “goesting” dialect woorden noemt, waarbij de term “dialect” zelfs taalkundig gezien verkeerd gebruikt wordt (want een dialect is regionaal en de term kan dus niet gebruikt worden voor woorden als appelsien of goesting die doorheen heel Vlaanderen gebruikt worden).  Maar het gaat blijkbaar over een goedbewaard taboe, waarover niet luidop gesproken of geschreven mag worden. (meer over taalzuivering en standaardisatie van het Nederlands op  https://belned.wordpress.com/)

We verwelkomen dialoog en dus ook de kritische reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, op onze visie.  We zijn dankbaar voor de dialoog met de heer Hendrickx en hebben ondertussen een aantal van onze eigen uitspraken over het taalbeleid genuanceerd of aangepast, ingaande op sommige van zijn kritische punten die terecht waren.  Zo stelde de heer Hendrickx terecht dat we onze termen beter moeten definiëren, en dat hebben we dan ook gedaan op de homepage van deze blog: https://belned.wordpress.com/ Daarnaast behouden we evenwel het recht om grondig van mening te verschillen en de thesis te verdedigen dat het Zuid Nederlands niet echt als evenwaardig aan het Noord Nederlands behandeld wordt, in tegenstelling tot het Amerikaans en Brits Engels die elkaars gelijke zijn.

Hieronder vindt u een eerste set van opmerkingen van de heer Hendrickx, gevolgd door ons antwoord, in de vorm van een open brief. We stellen vragen bij mogelijke sofismen en cirkelredeneringen in sommige taalkundige betogen.  En we vragen ons af vanwaar de drang van sommige Vlaamse taalkundigen komt om woorden die door miljoenen Vlamingen gebruikt worden te degraderen tot “niet goed genoeg” voor de standaardtaal of het AN.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn dus “duidelijk” géén dialect. Het zijn Zuid-Nederlandse woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, bepaalde Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Inderdaad, appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]” (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml)


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van heel) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” We geven hier grif toe dat gij geen standaardtaal is en gebruiken ook zelf jij in geschreven standaardtaal, maar het is héél wat anders om als taalkundige de normatieve uitspraak te doen dat “gij” verouderd is en “vermeden” dient te worden. Als de meerderheid van Vlamingen gij gebruikt in dagelijkse omgang is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat het “verouderd” is? Nee.  Enkel vanuit Noord-Nederlands perspectief (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) niet meer. Maar zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die ook niet helemaal juist is, gezien de springlevendheid van het gij in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Zie ook https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/

Zoals professor Guy Tops van de Universiteit Antwerpen vinden we dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden.
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed” “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven taal voor te komen.  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van Gallicismen en Germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Antwoord aan de heer Ruud Hendrickx, in de vorm van een open brief

Geachte Meneer Hendrickx,

U liet net een reactie achter op de website “Red het Belgisch Nederlands,” die ik hier boven insluit. Graag antwoord ik uitgebreid op uw opmerkingen, die eigenlijk al bekend zijn van andere gelijkaardige uitlatingen die u al in dagbladen of uitzendingen van de VRT deed, wanneer er kritiek is op uw taalkundige uitspraken.

Eerst iets over de website “Red het Belgisch Nederlands”: die is bedoeld om de aandacht te vestigen op het lot van het Belgisch Nederlands, dat bedreigd is, en de tegenstrijdigheden in de berichtgeving over dat Belgisch Nederlands. Die tegenstrijdigheden zijn afkomstig van een aantal prominente taalkundigen, sommige verbonden aan het eerbiedwaardige Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, waaronder uzelf. Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van. U communiceert wel naar de mensen toe dat het Belgisch Nederlands belangrijk zou zijn, maar men krijgt eerder de indruk dat het om een marketing strategie gaat. U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België (naar analogie met het Brits en Amerikaans Engels, twee standaard varianten van dezelfde taal met zéér uiteenlopende woordenschat). Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dan blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.

En daar knelt juist het schoentje. U doet, geachte Vlaamse taalkundigen (ik richt mij hierbij meteen aan een hele groep), of u zich voor het Belgisch Nederlands gaat inzetten, maar in realiteit gebruikt u termen als “spreektaal” om woorden als kleed uit de standaardtaal te houden. Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden. Men hoeft echt niet stokoud te zijn om te weten dat een groot deel van de woorden die u en andere taalgelerden als “spreektaal en dus geen standaardtaal” afschrijven nog niet heel lang geleden in onze scholen onderricht werden, te horen waren op BRT nieuwsuitzendingen (voor het tot “journaal” omgedoopt werd naar Noord-Nederlands model). En dat men die woorden toen gewoon Zuid Nederlands noemde, in onderscheid van Noord Nederlands, en zeker geen spreektaal.

Vanzelfsprekend ken ikzelf het onderscheid tussen “spreektaal” en “dialect,” wat u in twijfel trekt. Maar ik vraag me af, geachte heer Hendrickx, of u en andere Vlaamse taalkundigen uw termen wel juist definiëren? Spreektaal is eigenlijk wat niet schrijftaal is. Maar de facto schakelt uzelf, geachte heer Ruud Hendrickx, de term spreektaal gelijk aan wat niet standaardtaal is en dus een even negatief statuut heeft als dialect. Kijken we daarenboven naar de voorbeelden die u geeft van spreektaal op uw eigen VRT taalnet dan vinden we eigenlijk voorbeelden van plat dialect zoals “wa sait ‘em?” en nog andere straffe dialect uitlatingen. Ook uw eigen definitie van spreektaal klopt niet: op één enkele stijlpagina defineert u spreektaal als “vlotte, spontane” niet formele taal (m.a.w. geeft u de correcte definitie van spreektaal in onderscheid van formele schrijftaal), maar op bijna alle andere pagina’s hanteert u spreektaal negatief als “wat niet standaardtaal is,” m.a.w. schakelt u het statuut van spreektaal gelijk aan plat dialect, en blijken bijna alle voorbeelden van die spreektaal (lees: negatieve spreekvorm) afkomstig te zijn uit België. Daarbij gaat het om honderden woorden en uitdrukkingen. QED (Wat te bewijzen was).

Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt? Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?

De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen-een kleine groep, door sommigen “taalelite” genoemd, die bepaald wat in België AN is (wat ik hier in het midden wil laten)- gedegradeerd worden tot te vermijden spreektaal. Waarbij de negatieve term spreektaal, for all purposes, eigenlijk het statuut heeft van dialect, want spreektaal is wat niet standaardtaal is. Of u nu een woord op uw VRT taalnet als dialect of spreektaal markeert, het resultaat is dus hetzelfde: het desbetreffende woord wordt uit de standaardtaal gesmeten, en alle scholastische pogingen om te doen of dit niet waar is helpen daarbij weinig.

Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden. De norm, door u en andere Vlaamse taalkundigen mee bepaald, is bijna altijd het Noord Nederlands. Dat kan geillustreerd worden door de negatieve definitie die u zelf geeft van wat Belgisch Nederlands eigenlijk is: alles wat niet door Nederlanders gezegd wordt en dus niet AN is:

“De Grote en de Hedendaagse Van Dale zeggen dat de woorden waarvan aangegeven is dat ze alleen in België voorkomen, helemaal niet verworpen mogen worden. Maar wie ze gebruikt, moet wel beseffen dat hij zich dan van het Algemene Nederlands verwijdert en dat zijn Nederlandse lezers hem misschien niet begrijpen. U moet dus zelf uitmaken of u goesting of trek hebt in een tas of een kop koffie. Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft.”

Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Uw uitspraak illustreert wat we op de website Red het Belgisch Nederlands de “dubbelzinnige uitspraken” over het Belgisch Nederlands noemen: deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.

Voeg daaraan de versterkende uitlatingen van prominente opiniemakers in de pers toe (opiniemakers in de Standaard die voortdurend over die “vréselijke tussentaal” en dat “verschrikkelijke Verkavelingsvlaams” klagen, ik hoef hun namen hier niet te noemen) en het is legio dat u allen een normatief klimaat schept waarin het op eieren lopen is. Wie, zoals onlangs nog Mark de Vos, een onschuldig woord als voorschot in een artikel in de Standaard durft te gebruiken, wordt publiek op de vingers getikt.

Tot slot:

Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot een statuut gelijk aan dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is, en dat ze “schoonmaken” moeten zeggen, en niet “kuisen.” Te weinig weerwoord is er gegeven. Te dikwijls zijn dezelfde opiniemakers in de pers en op VRT uitzendeingen aan het woord om nederlandstalige Belgen te vertellen welke woordenschat ze eigenlijk dienen af te leren als ze AN wensen te spreken. Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.

°°°°°°°°°°°°°°°°°

Voetnoot:

Geachte heer Hendrickx,

U stelt hierboven met veel zekerheid dat uzelf de term “dialect” slechts één keer gebruikt op het VRT taalnet om woorden af te keuren (citaat: “In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).”)  Dat klopt evenwel niet. Laat het nu juist het woord goesting zijn dat u uitdrukkelijk als dialect bestempelt als u op dat VRT taalnet zegt: “Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, […].” Op de ene pagina beweert u dat “goesting” spreektaal is die afwijkt van het Standaardnederlands, op de andere dat het “zonder enige twijfel dialect” is.  Op één enkele pagina gebruikt u de term “spreektaal” positief als wat niet zakelijk geschreven is, op de rest van de pagina’s (en vooral in de taalmails aan journalisten) functioneert “spreektaal” als een negatief kenmerk van taal die géén standaardtaal is en dan ook niet in onze nieuwsuitzendingen mag voorkomen. U zegt dan wel dat iedereen gerust die spreektaal mag gebruiken, dat u er niets tegen heeft en dat u ze wel eens zelf gebruikt, maar feitelijk worden woorden als “kleed,” “goesting” en wat dies meer zij, uit onze geschreven en “netjes verzorgde” taal verdrongen. Betekent dat dat er geen enkel creatief schrijver die woorden nog zal gebruiken? Nee, natuurlijk. Maar in onze dagelijkse kranten en op nieuwsuitzendingen zijn deze woorden niet meer te zien of te horen (tenzij als “citaat”, in aanhalingstekens of cursief, om toch vooral in de verf te zetten dat het geen AN standaardtaal is).

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Dikke Van Dale en het statuut van het Belgisch Nederlands

In 2009 zond Van Dale een persbericht uit waarin stond dat de nieuwe hoofdredacteur van Van Dale (Ruud Hendrickx) in België verantwoordelijk zou zijn voor “de Vlaamse blik” (sic) op van Dale.  Dat zou betekenen dat de Dikke van Dale meer Belgisch-Nederlands als standaardtaal zou opnemen in komende edities van het woordenboek. Prisma woordenboek, de concurrent van Van Dale, heeft al een speciale Belgische editie van het handwoordenboek klaar, een editie waarin een Belgisch-Nederlands woord als “kleed” als correct synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk” wordt aangegeven. Maar valt deze zelfde tendens waar te nemen in de Dikke van Dale  van 2005 en in taalkundige uitspraken van de nieuwe hoofdredacteur, zoals die te vinden zijn op zijn VRT taalnet en in het Stijlboek VRT?

Bij kritische analyse van dat VRT taalnet blijkt evenwel dat Hendrickx, in lijn met Van Dale 2005 en andere Vlaamse taalkundigen, heel wat  Belgisch-Nederlandse woorden “spreektaal” noemt. Spreektaal betekent daarbij niet “informele standaardtaal” maar géén standaardtaal.  Enerzijds stellen Van Dale en de Taalunie al geruime tijd dat er meerdere polen in het Standaardnederlands zijn, en dat het Belgisch Nederlands één van die polen is, wat juist en lovenswaardig is. Anderzijds blijft betreurenswaardig dat vele Belgisch-Nederlandse woorden en betekenissen eigenlijk als spreektaal en in sommige gevallen zelfs als dialect gebrandmerkt worden. Voorbeelden daarvan zijn de te vinden op het VRT taalnet, een taaladvies net dat zeer actief gebruikt wordt door mensen werkzaam in de media, studenten e.a..

Om een voorbeeld te geven van een taalkundige uitspraak op het VRT taalnet, citaat: “Kleed in de betekenis van ‘jurk’ behoort volgens Van Dale niet tot de standaardtaal, ook niet de standaardtaal in België.” M.a.w. kleed, typisch voormalig standaardwoord uit België, wordt hier gedegradeerd tot slechts spreektaal.  Het is inderdaad zo dat hier Van Dale gecitieerd wordt, maar zou het niet mogelijk zijn dat de hoofdredacteur van Van Dale de uitsluitingsmechanismen werkzaam in dat woordenboek aan kritiek zou onderwerpen? Verder worden deze taalmails die aan  de VRT nieuwsdiensten als “suggesties” bestempeld, maar in werkelijkheid zijn ze normatief. Zie http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalmail/taalmail281.shtml

Zelfde met het woord “deftig” dat in België de betekenis heeft van “fatsoenlijk” als in “Kan hij deftig fritten (sic in België) bakken?” In een tekstje van de heer Hendrickx wordt er een beetje smalend gedaan over die vele nederlandstalige Belgen die “deftig” verkeerdelijk voor “fatsoenlijk” gebruiken -dat, terwijl deftig in de betekenis van fatsoenlijk een heel courant standaardwoord is in België. Maar, omdat de betekenis deftig in de zin van fatsoenlijk niet gekend is in Nederland, wordt dit gebruik afgeraden. (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/050623.shtml).

En zo zijn er honderden voorbeelden te vinden van hoe o.i. acceptabele woorden en betekenissen uit België tot “slechts spreektaal” gedegradeerd worden. We mogen deze woorden en uitdrukkingen nog wel gebruiken, maar als we dat doen verwijderen we onze van de algemene Nederlandse standaardtaal. Enerzijds zegt men dat het tijdperk van het “hollandocentrisme” voorbij is, anderzijds zijn er nog te vele o.i. acceptabele Zuid-Nederlandse woorden die uit de Belgische standaardtaal gehouden worden.

Waarom kunnen Noord en Zuid Nederlands niet gewoon naast elkaar bestaan, zoals ook Brits en Amerikaans Engels naast, en niet ten koste, van elkaar bestaan?  Om het standpunt van deze blog te herhalen: deze blog is geenszins gekant tegen het Noord Nederlands en wil ook niemand opleggen wat hij moet zeggen of welke woordenschat hij dient te gebruiken. Wel ijvert deze blog voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands naast het Noord Nederlands. Noord en Zuid Nederlands dienen naast elkaar te kunnen bestaan zoals ook het Brits en het Amerikaans Engels naast elkaar bestaan.

4 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Dialect? Taalzuivering is bezwaarlijk taalevolutie: n.a.v. het woord plezant

Het blijft ergerlijk wanneer taalkundigen zeggen dat veranderingen in taalgebruik in Vlaanderen het gevolg zijn van een “taalevolutie”, alsof het om een natuurfenomeen ging dat helemaal vanzelf verandert en evolueert.

Dat vele veranderingen in taalgebruik in Vlaanderen gestuurd worden door kunstmatige taalzuivering en expliciete ingrepen van taalkundigen is algemeen geweten maar er wordt eigenlijk weinig expliciet over gesproken of geschreven. Toch hoeft u er alleen al maar de vele stijlhandboeken op na te lezen om te zien hoe levende taal aan banden gelegd wordt door kunstmatige en in sommige gevallen zelfs willekeurig ogende regeltjes.  Het overal ingeburgerde Belgisch-Nederlandse woord “plezant,” in gans Nederland bekend als typisch Belgisch woord, wordt in het land zelf als fout afgedaan.  In de meeste Belgische stijlhandboeken, maar ook het VRT taalnet, wordt het als “géén AN” negatief gemerkt en vervangen door het Noord-Nederlandse leuk, om maar één van talloze voorbeelden te noemen.

Plezant werd zo van acceptabel, ingeburgerd Zuidnederlands woord gedevalueerd tot slordige “spreektaal” die niet goed genoeg is voor de standaardtaal. Tegelijk wordt de Noordnederlandse variant als norm gepromoot (in sommige uitzendingen van de VRT wordt het woord leuk meer gebruikt dan je ooit in Nederland zou horen.)  Is de huidige verspreiding van het woord leuk onder Vlaamse jongeren dan het gevolg van een “evolutie” of het gevolg van het feit dat het van in de kleuterklasjes wordt aangeleerd als enige correcte variant, terwijl dikwijls gesuggereerd wordt dat plezant dialect is, versterkt door de opgeleukte media? Niet dat we iets tegen “leuk” hebben, maar het is te betreuren dat enkel “leuk” standaardwoord is terwijl dat niet het geval is bij “plezant.” Waarom kunnen “leuk” en “plezant” niet gewoon naast elkaar bestaan als standaardwoorden?  Waarom vind je een zekere tolerantie bij Nederlandse taalgeleerden tegenover informele woorden in de Noordnederlandse spreektaal en niet bij ons? Zo accepteren Nederlandse taaldeskundigen “doei” e.d. als standaardwoord. Waarom de negatieve beeldvorming rond “plezant”?

Toch blijven taalkundigen als ze in de pers komen doen alsof “taal evolueert” zoals de natuur over onze hoofden heen over jaarduizenden evolueert. Recent voorbeeld: Frans Debrabandere, wiens normatief woordenboek Taal in het Onderwijs in de Standaard pas bekritiseerd werd. In een artikel over verdwijnende dialecten verschaft Debrabandere als uitleg: ‘Taal evolueert. Het is dus logisch dat het dialect verdwijnt.’ (Het Nieuwsblad, 2 december, 2010). Debrandere heeft het in dat artikel over de dialecten.  Maar in het geval van woorden als “plezant” gaat het niet om dialect maar om ingeburgerde Zuidnederlandse woorden, die worden weggezuiverd. Dat doodnormale woord plezant werd zo goed als overal in Vlaanderen en in de media gebruikt, tot taalkundigen beslisten er een “slechts spreektaal” woord van te maken en het te vervangen door leuk. “Leuk” wordt als standaardtaal aanvaard, terwijl taalkundigen “plezant” als “geen standaardtaal” brandmerken.

“Taal evolueert”: een slogan, een boutade, waarmee je de talloze expliciete ingrepen in het taalgebruik in Vlaanderen en het ermee gepaardgaande taalbeleid niet aan de pranger hoeft te stellen.

Reacties staat uit voor Dialect? Taalzuivering is bezwaarlijk taalevolutie: n.a.v. het woord plezant

Opgeslagen onder Uncategorized