Hoe 19de eeuws zijn onderdelen van het Nederlandse taalbeleid in België? En hoe Kafkaesk? (Over taalzuivering en taalimperialisme)

Als je Nederlanders en Vlamingen bevraagt, komen ze al vlug tot de conclusie dat er geen Nederlandse taal is die volledig universeel is voor zowel Vlamingen als Nederlanders.  Nederlanders en Vlamingen erkennen dat er grote verschillen bestaan in hun taalgebruik en kunnen daar ook vredig mee leven.  Hoe komt het dan dat, in naam van het AN, grote hoeveelheden Noord Nederlands (ttz het regionale Nederlands uit Nederland) in België  worden opgelegd aan Vlamingen, en niet omgekeerd? Dat gebeurt in de lessen Nederlands, van in de laagste klasjes. De meeste toonaangevende taalkundigen die het taalbeleid in Vlaanderen sturen (t.t.z. het Nederlands in de media, de pers en op de scholen) streven spijtig genoeg naar standaardisatie: dat betekent dat er maar één algemeen Standaardnederlands mag zijn voor twee totaal verschillende landen (dit is beklonken door de Taalunie), met wat variatie.  Te dikwijls blijkt het Noord Nederlands de referentie en de norm te zijn voor wat juist of AN is. Dit is merkwaardig, want Amerikanen en Engelsen spreken hun eigen standaard variant van het Amerikaans en Brits Engels, en geen taalkundige zou het in zijn hoofd halen de Engelsen te vertellen dat ze voortaan Amerikaans Engels dienen te spreken, of omgekeerd.

Het is zo dat de meeste Vlaamse taalkundigen en ook de Taalunie nu beloven dat ze zich meer voor het Belgisch Nederlands zullen inzetten en dat een klein beetje Belgisch Nederlands (taalvariatie) dan toch mag als je AN wenst te spreken.  Zo verwijst de Taalunie naar de erkenning van het Belgisch Nederlands op haar website, dat naast het Surinaams Nederlands wordt geplaatst. Maar om een handige Engelse uitdrukking te gebruiken: het is eigenlijk een geval van “too little and too late.”  De officiële lijst van door taalkundigen erkende Belgisch-Nederlandse AN standaardwoorden is voorlopig nog opvallend kort: die bestaat uit slechts een 4000tal woorden toegevoegd aan het Groene Boekje! En grote hoeveelheden Zuid-Nederlandse woordenschat zijn ondertussen al weggezuiverd en die beslissingen worden niet ongedaan gemaakt, want voor zover we kunnen zien  zijn onschuldige Zuid-Nederlandse woorden als appelsien, kleed, kuisen en poetsen (in de betekenis van schoonmaken), plezant, e.d. (woorden die vooral in België gebruikt worden) nog altijd geen AN standaardtaal. Voorts wordt het Belgisch Nederlands verder gemarginaliseerd, vele o.i. acceptabele woorden en uitdrukkingen worden uit de zakelijke pers en andere zakelijke media gebannen en zo tot dialect en “slechts spreektaal” gedegradeerd, wat ze niet zouden moeten zijn.

Stel dat Engelse nieuwslezers woorden op z’n Amerikaans zouden uitspreken, er zou een storm van protest van de bevolking komen. Wel, ook dat was in Vlaanderen het geval: de VRT kreeg en krijgt massa’s negatieve kritiek op de zogenaamd “Hollandse” uitspraak en “Hollandse” woordenschat van nieuwslezers. Volgens de VRT taaladviseur, Ruud Hendrickx, is de regionale uitspraak van tram als “trem” correct en waarom zou hij iets verbieden wat correct is. Goed, maar de uitspraak wordt door nederlandstalige Belgen niet als “correct” maar als Noord-Nederlands ervaren, juist zoals Engelsen zich vragen zouden stellen als nieuwslezers tomato op zijn Amerikaans zouden uitspreken.  Verder ziet  VRT taalaviseur Ruud Hendrickx, die tevens Vlaams hoofdredacteur is van Van Dale, o.i. de term Belgisch Nederlands nog te zeer als een overkoepelende term voor alles wat in Vlaanderen gesproken wordt en reduceert hij, samen met andere taalkundigen, voorlopig de Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot een korte lijst van woorden. Van Dale is wel hard aan het werk om Belgisch-Nederlandse woorden te evalueren en te keuren, maar taalzuiverende uitspraken van Vlaamse taalkundigen doen vermoeden dat de uiteindelijke lijst van officiële Belgisch-Nederlandse standaardwoorden vrij kort zal zijn. Belgisch Nederlands in zijn geheel (ttz bestaande uit standaardtaal, spreektaal, dialect) is dan ook nog overwegend taal die meestal afwijkt van het Standaardnederlands en die dus overwegend geen AN is. M.a.w. enerzijds doet men alsof er twee volwaardige standaard varianten van het Nederlands zijn (een Belgische en een Nederlandse), anderzijds komt het er in theorie en praktijk op neer dat het Nederlands uit Nederland te dikwijls de norm is voor nederlandstalige Belgen (met enkele kleine toegevingen, genaamd “taalvariatie”).

Dat deze zichtwijze eigenlijk achterhaald is, is duidelijk voor wie zich met taal in een internationale context bezighoudt: de tijden dat één cultuur de taal oplegde aan een andere cultuur (“rule Britannia”) zijn gelukkig voorbij, en toch zien we dat men in België vasthoudt aan een Nederlandse taalpolitiek die eigenlijk 19de-eeuws aspecten vertoont: standaardisatie, het “dwangmatig” opleggen van Noord Nederlands dat nog te dikwijls als norm fungeert, middels het wegzuiveren Zuid Nederlands (een heel woordenboek vol kleurrijke woorden en uitdrukkingen die eigenlijk niet meer mogen als je echt correct AN wenst te spreken. Dat woordenboek is veel dikker dan de schamele lijst met van Belgisch-Nederlandse standaardwoorden.

De standaardisatie van het Nederlands  zoals die in België gepromoot wordt, blijkt sterk verworteld in 18de en 19de eeuwse ideeën over taal (de eeuwen van het taalimperialisme). We kunnen ons afvragen waarom bepaalde Vlaamse taalkundigen nog in de 21ste eeuw het Noord Nederlands blijven hanteren als norm voor het AN in België? Waarom deze koers, die het AN verarmt doordat het van het Zuid Nederlands gezuiverd wordt, niet wijzigen? Dat kan als sommige taalkundigen zouden willen inzien dat taalzuivering in Vlaanderen niet iets uit het verre verleden is, maar dat die taalzuivering nog vandaag de dag, en bijna dagelijks te zien is in het zakelijk, AN taalgebruik van onze meest invloedrijke media. Beloften als “we zullen ons meer inzetten voor het Belgisch Nederlands”  zijn niet voldoende. Er is eerst en vooral een verandering in mentaliteit nodig.

Addendum: op een taalforum merkte iemand op dat Nederlanders in de numerieke meerderheid zijn, en dat het dan eigenlijk normaal is dat Nederlanders de norm voor het AN grotendeels bepalen. Laat ons eens de proef op de som stellen en deze redenering toepassen op andere taalculturen. Dat zou dan betekenen dat Engelsen hun kinderen Amerikaans aanleren op school en thuis, want de Amerikanen zijn duidelijk in de numerieke meerderheid. Of stel dat Amerikanen tegen Engelsen zouden zeggen dat ze een ouderwets, achterhaald Engels spreken. Ondenkbaar. Toch liggen dit soort van houdingen aan de grondslag van de asymmetrie die tussen het Noord en het Zuid Nederlands bestaat.  Maar, als je gewone Nederlanders vraagt wat ze van het Zuid Nederlands vinden, zeggen de meesten dat ze ervan houden en dat ze helemaal niets tegen het Nederlands uit België hebben.  M.a.w. de scheefgegroeide houding is het gevolg van taalkundige beleidsbeslissingen, en heeft weinig of niets met de perceptie van het Belgisch Nederlands door Nederlanders te maken.

Voetnoot: een uitgebreidere discussie van de begrippen taalzuivering en taalimperialisme vindt u op deze link, vooral onder punt III.:  https://belned.wordpress.com/

Advertenties

14 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlands woord in de kijker, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

14 Reacties op “Hoe 19de eeuws zijn onderdelen van het Nederlandse taalbeleid in België? En hoe Kafkaesk? (Over taalzuivering en taalimperialisme)

  1. Dirk

    Ik vind het wel spijtig dat ge in zo’n goed artikel toch “je” gebruikt terwijl het Vlaams toch de voorkeur geeft aan “ge”. Erg genoeg is deze vorm door het Nederlandse taalimperialisme (met name het ABN) uit onze geschreven taal verbannen. Het is zelfs zo dat men de correcte vervoegingen niet meer kent (ge kwaamt, ge moogt, …).

    • Ge gebruik ik in de spreektaal, niet geschreven. Deze blog is bedoeld om de aandacht te vestigen op de systematische censuur van correct standaard Belgisch Nederlands: woorden als wenen, kleed, schoon, spijtig, en andere doodnormale woorden, die uit vele zakelijk geschreven teksten pers en media weggecensureerd worden. Weggecensureerd, niet omdat er een officiële censor aan te pas komt, maar wel door geinterioriseerde zelfcensuur. Of door de te strenge stijlregels van sommige taalzuiverende handboeken. Zo valt op dat in de koppen van een krant als de Standaard bijna uitsluitend het Noord-Nederlandse “boos” gebruikt wordt, niet het Zuid-Nederlandse “kwaad.” Ook “wenen” wordt zo goed als niet gebruikt in Standaard, de voorkeur gaat naar het Noord-Nederlandse “huilen.” Enz.

      • Dirk

        Triestige reactie hoor!

      • Beste Dirk,

        ik wil graag het standpunt van deze website verder verduidelijken. Deze website heeft vooral kritiek op het taalbeleid dat ervoor zorgt dat het AN voornamelijk uit Noord Nederlands bestaat. Deze website wil sensibiliseren rond deze vorm van verdoken taalimperialisme, en ook aantonen hoe taalzuivering het middel is om de standaardisatie van het Nederlands in België te bewerken (één Nederlands in België en Nederland).

        Ikzelf gebruik in mijn gesproken taal het “gij” veelvuldig en graag, maar in geschreven vorm “je” en vind dat niet erg. Wat ik véél erger vind is dat het gesproken Zuid-Nederlands met voortbestaan bedreigd is: dat is te zien aan de manier waarop Vlamingen die “gij” zeggen andere woorden, zoals “schoon,” vervangen door “mooi.” Dit is het rechtstreeks gevolg van taalzuivering gevoerd via de media, de pers, de scholen, populaire TV programma’s (zelfs F.C. De Kampioenen), want het is de bedoeling dat er uiteindelijk in Vlaanderen geen onderscheid meer zal bestaan tussen spreek-en schrijftaal zoals dat nu al in Nederland het geval is. Dus “gij” en “schoon” ipv mooi,, “plezant” ipv leuk, zijn uit den boze en dienen te worden afgeleerd. Een analyse van hoe die taalzuivering werkt en hoe de spreektaal zelf wordt weggezuiverd door de introductie van Noord-Nederlandse AN woorden in die spreektaal vindt u in mijn stuk over Jan Eelens De Ronde: https://belned.wordpress.com/2011/02/23/belgisch-nederlands-janeelen-deronde/

        Er zijn nu al heel wat Vlaamse kinderen die het “ge” niet meer gebruiken omdat het echt wordt afgeleerd op onze scholen en omdat men druk uitoefent in de media via negatieve waardeoordelen over het Zuid Nederlands als zou het “Verkavelingsvlaams” of “tussentaal”zijn. Men heeft dus de repressieve benadering tegenover het Zuid Nederlands enorm opgedreven en dat werpt ook zijn resultaten af: als de trend zich verderzet zullen meer en meer jonge Belgen het “ge” niet meer gebruiken en zal het Nederlands in België binnen 50 jaar nog nauwelijks te onderscheiden zijn van dat in Nederland. Het “ge” zal dan nog enkel voor de “basse classe” zijn, voor “het uitschot” enz. En daar gaat deze website over, over de manier waarop een levende taal wordt kapot gemaakt door taalkundige interventies, en dus niet door wat taalkundigen “taalevolutie” noemen.

  2. Je kapt nogal op de Vlaamse taalkundigen, maar denk je niet dat die ongenaakbare, imperiale positie van het Standaardnederlands er net gekomen is doordat vele gewone Vlamingen zo gretig die standaardtaal geambieerd hebben?
    De repressieve dominantie waarmee de standaardtaal in Vlaanderen vergezeld gaat is namelijk een typisch symptoom van een statuscompetitieve wedloop waarin iedereen maar zo hard mogelijk probeert om beter dan de anderen voor de dag te komen (lees: mooier en verzorgder Standaardnederlands te spreken) zodat het collectieve resultaat er echter één is dat niemand nog echt aantrekkelijk vindt.
    In de evolutiebiologie noemt men dit een ‘Rode-Koningineffect’, en het betekent dat de Vlamingen vooral zichzelf de das omgedaan hebben, statusaspirerend als ze waren; een samenzwerende machtselite heb je ervoor niet nodig.

    • Beste, ik “kap niet” op Vlaamse taalkundigen. Deze blog is niet “ad hominem” bedoeld en er wordt niet op de man gespeeld. Integendeel, wat deze blog wel doet is taalkundige uitspraken, doelstellingen en de ideologie van leidinggevende Vlaamse taalkundigen onder de loep nemen. Veel van wat we zeggen heeft niet zozeer te maken met “vrije selectie” maar is het gevolg van, enerzijds, de actieve promotie van bepaalde woordenschat en anderzijds, het afleren van Zuid-Nederlandse woorden (lees bv. het stukje over het Van Dale woord “tentsletje” op deze blog). Het is geen toeval bv. dat het woord “plezant” minder en minder te horen is. Dat komt omdat toonaagevende taalkundigen besloten van het woord “slechts spreektaal” te maken en tegelijk het woord “leuk” in hun taaladviesen te promoten. Het is eigenaardig dat Vlaamse taalkundigen in de 21ste eeuw nog zo dikwijls het AN gelijkstellen aan Noord Nederlands (met enkele kleine uitzonderingen, voor wat taalvariatie). Kijk naar Engeland-Amerika, Duitsland-Oostenrijk, enz. Géén Amerikaan zou het in zijn hoofd halen een Engelsman te vertellen hoe hij moet spreken, géén Duitser zou het wagen de Oostenrijkers te vertellen dat ze voortaan vooral het Duits uit Duitsland dienen te gebruiken. Daar gaat het om op deze blog, over die asymmetrie tussen Noord en Zuid Nederlands. Deze blog is dus niet tegen het AN, eerder in tegendeel. Ik heb niks tegen AN, wel tegen het feit dat ons zo dikwijls wordt opgelegd Noord Nederlands te gebruiken. De correcte stelling zou zijn dat er twee varianten van het AN zijn, één in Nederland, een andere in België, maar deze correcte stelling wordt aangevochten door toonaangevende Vlaamse taalkundigen. Momenteel woedt bijvoorbeeld de strijd om het woord “kleed” dat men stelselmatig aan het vervangen is door het “Hollandse” jurk. Kleed was vroeger het AN woord in België, sinds kort wordt kinderen op school verteld dat kleed dialect is. Daar gaat het over op deze blog. Het was te verwachten dat sommigen, zoals u, blijkbaar dan met samenzweringstheorieën, aankomen. Leest u het VRT taalnet erop na, de echte taalbijbel in Vlaanderen (ook al noemt Ruud Hendrickx het slechts “de huisstijl” van “het bedrijf” VRT), en u zal zien hoe daar te dikwijls de voorkeur wordt gegeven aan Noord Nederlands en hoe soms o.i. acceptabele woorden uit België gedegradeerd wordt tot dialect of slechts spreektaal. Daarbij roept men de autoriteit van de Van Dale in, het staat er zo dat het geen standaardtaal is, zegt men dan, maar dit zou ik een voorbeeld van cirkelredenering willen noemen. In plaats van deze autoriteit te citeren, zou het beter zijn sommige van de oordelen in de Dikke van Dale te herzien en méér Belgisch Nederlands tot standaardtaal te promoten.

      • Mijn punt is dat het niet zozeer de “toonaangevende” taalkundigen zijn die bepaalde Vlaamse varianten tot dialect degraderen, maar dat dat eerder komt doordat er in Vlaanderen nu eenmaal een heel contingent statuszoekers rondlopen – die zich dan op taalkundigen beroepen om hun distinctie-ijver te legitimeren. Bedenk namelijk eens waarom die taalkundigen überhaupt ‘toonaangevend’ zijn: dat is toch alleen maar zo omdat er een “markt” voor is!
        In die zin is het interessant dat je uitgerekend de VRT-taaldatabanken als “taalbijbel” aanhaalt. Als je namelijk een mailtje stuurt naar de taalraadsman van de VRT, Ruud Hendrickx, dan schermt hij onverstoorbaar met het argument – en dit is dus een al even empirisch onderbouwd feit als waaraan jij waarde hecht – dat zijn beleidskeuzes gestoeld zijn op wat de taalgebruikers zelf prefereren: “als ik in programma X taalvariant Y zou toelaten, dan krijg ik de dag erna geheid boze mails in mijn inbox”. De VRT-taaldatabanken zijn met andere woorden een ‘bijbel’ voor taalzaken, omdat er zoveel “gelovigen” zijn!
        Ik verkondig daarom ook helemaal geen samenzweringstheorie; dat lijk jij me net te doen.

      • Beste Stijvreter, het is heel simpel: het taalbeleid in België is bij wet geregeld en strikt gereglementeerd. Wat er in scholen en in de media als Nederlandse STANDAARDTAAL (AN) gepubliceerd wordt, wordt gestuurd, niet door de markt, maar door comités van deskundigen en taalgeleerden, die beschrijven en bepalen wat als standaardtaal geldt. Dat betekent niet dat er geen afwijkingen zijn van die officiële standaardtaal natuurlijk. En ook het zogenaamde Verkavelingsvlaams (een term die ikzelf problematisch vind) kan je evnetueel interpreteren als een protest tegen die strenge regulering. Maar dat neemt niet weg dat er in Vlaanderen al decennialang pogingen ondernomen worden, van hogerop, op een standaardtaal op te leggen via scholen, media, dagbladen enz. Vele van de meest invloedrijke Vlaamse taalgeleerden zijn gebonden aan de Taalunie, een orgaan dat expliciet is opgezet en geratificeerd om de taalgemeenschappen van België en Nederland samen te brengen, en een unie die officieel gelooft in de eenmaking van de Nederlandse taal (dat betekent concreet: één Nederlands voor twee totaal verschillende landen waarbij de Belgen aan het korte eind trekken, want dat ene Nederlands is te dikwijls het Nederlands uit Nederland). Sinds 1980 heeft de Taalunie deze idee van de “culturele integratie van Vlaanderen” via de eenmaking van de standaardtaal enigszins genuanceerd. Maar mijn these is dat men niet afwijkt van die éénùaking hoewel men wat variatie toelaat onder de noemer Belgisch Nederlands. Het is vanuit deze filosofie dat Vlaamse taalgeleerden te dikwijls het Noord Nederlands als AN en als norm promoten. Recent zijn ze water in hun wijn gaan doen en zeggen ze zich meer te zullen inzetten voor het Belgisch Nederlands. Maar, als je hun uitlatingen, schrijfsels en zegzels kritisch analyseert, valt op dat het Noord Nederlands referentiepunt en norm blijft, maar voor de couleur locale mogen er af en toe ook wat Belgische woordjes door de beugel (slechts 4000 Belgisch-Nederlandse woorden zijn standaardtaal!). Men zegt het ene, maar doet ongewild het andere, ttz men doet m.i. te weinig om van Belgisch-Nederlandse woordenschat standaardtaal te maken. Jouw model van “status” en vrije keuze weerspiegelt niet de realiteit van het taalbeleid in België. Het taalbeleid in België is 19de eeuws, precies omdat vanuit de top, van bovenaf, vanuit een groep van leidinggevende taalgeleerden en opiniemakers aan beeld- en taalvorming wordt gedaan. Natuurlijk is dit iets wat geen enkele van deze heren taalgeleerden zou willen toegeven. Dat oogt niet schoon, zeker niet in een internationale context, als je bedenkt dat de BBC sinds enige tijd het gebruik van regionale uitspraak door Ieren en Schotten toelaat, terwijl men vroeger krampachtig het Queen’s English of RP aan hen oplegde. Op de VRT daarentegen horen we de nieuwslezers de “Hollandse” uitspraak van dossier, tram, plastic enz gebruiken. Waarom toch? Eén en ander zal verder geanalyseerd worden op deze blog. Tot slot: alles wat op deze blog staat is geinformeerde opinie, gebaseerd op feiten, kennis en analyse (en vooral vergelijkende analyse met andere taalgemeenschappen in het buitenland), en heeft dus niets met samenzweringskomplotten te maken. Je hangt een beetje te zeer aan de idee van “vrijheid.” De realiteit is dat wie in een opstel kleed, schoon e.d. schrijft die woorden onderlijnd ziet, of van slechte punten voorzien, slechts één van de vele voorbeelden van hoe repressief er wordt omgegaan met het Belgisch Nederlands. Dat heeft niets met “komplot” te maken, alles met de idee dat het Noord Nederlands nog te dikwijls de norm voor AN is, een thesis onhoudbaar in de 21ste eeuw. Tot slot: ik kan geen commentaar leveren op wat je zegt over Ruud Hendrickx omdat ik zijn email niet gezien heb, maar op deze blog vind je een kritiek op de wijze waarop Van Dale en VRT samen het woord “tentsletje” gepromoot hebben: https://belned.wordpress.com/2010/12/22/ruud-hendrickx-vrt-taaladviseur-en-hoofdredacteur-van-dale-wuift-kritiek-op-tentsletje-weg/

  3. Beste belned (tja, er is geen “Beantwoorden”-knop, dus ik plaats maar een nieuwe reactie; hopelijk kan dat ermee door), laat ik beginnen bij wat ik helemaal niet contesteer: de verantwoordelijken voor het uitgestippelde taalbeleid in Vlaanderen passen inderdaad op alomvattende schaal de praktijken toe die jij in je blog aan de kaak stelt. De Vlaamse taalpolitiek is er één van rabiate variatievijandigheid. Door de band genomen komt dat neer op het stigmatiseren van vormen die in Vlaanderen volkomen gangbaar en gebruikelijk zijn. Anti-endogenisme noemt men dat. Jouw vergelijking met de 19-de eeuw, toen het plebs nog zo nodig “beschaafd” moest worden, is daarom uitermate treffend.
    Nu is het evenwel één ding om de gehanteerde beleidspraktijken te beschrijven, iets anders is het om te *verklaren* hoe die situatie überhaupt ooit tot stand is gekomen. Het Vlaamse taalbeleid is nog negentiende-eeuws, zeker, maar waarom heeft de omschakeling naar de 21-ste eeuw dan nooit gewoon plaatsgevonden?
    Daarvoor, zo luidt mijn stelling, moet je je blik verruimen naar de samenhang met de socio-economische (machts)verhoudingen in Vlaanderen, en – nu komt het – daar wil het schoentje al eens wringen in veel kritische analyses. Bij jou komt dat naar voren in één welbepaald maar cruciaal zinnetje: met name, als je schrijft dat de standaardtaal in Vlaanderen “vanuit de top, van bovenaf” ingesteld wordt. Dat, beste belned, is ietwat te kort door de bocht, en dat heeft al evenzeer met empirische onderbouwing te maken. In het doctoraat ‘Tussen spreek- en standaardtaal’ uit 2008 evenals het artikel “Verkavelingsvlaams als de voertaal van de verburgerlijking van Vlaanderen” uit 2009 (beide in pdf-vorm te googlen) wordt namelijk betoogd dat de bovenklasse – de maatschappelijke top, dus – in Vlaanderen juist de typische sprekers zijn van dat beruchte ‘Verkavelingsvlaams’. Vanuit hun socio-economische positie is dat ook volstrekt voorspelbaar: deze sprekers zijn zo welgesteld en bemiddeld dat ze zich niet meer hoeven aan te passen aan de standaardnorm en in plaats daarvan probleemloos hun taalgebruik kunnen informaliseren (lees: doorspekken met dialectelementen). Verkavelingsvlaams is zo een uiting van de welvaart in Vlaanderen – en dat idee probeer ik nu verder uit te werken in mijn eigen blog op http://www.vlaamsetaal.be, waarop jij bij deze vriendelijk uitgenodigd wordt om eens mee te komen discussiëren (want jouw spitante boodschap is altijd welkom).
    In welk perspectief plaatst dat nu de standaardtaal? Uiteindelijk is dat doodgewoon de keerzijde van de medaille in de sociale stratificatie: het Standaardnederlands laat zich namelijk duiden als het gamma prestigesymbolen waarmee de *middenklasse* in Vlaanderen voor zichzelf enig aanzien wil verwerven. Met andere woorden, het punt dat ik wou maken is niet meer dan dit: de standaardtaal is de uitdrukking van de statuszucht van de Vlaamse middenklasse – en de taalbeleidsmakers spelen daar dan op in.

    • Beste stijfvreter, ik heb geen problemen met de thesis dat taalgebruik in Vlaanderen gebonden is aan prestige. Dat is overal zo. Maar, dat prestige wordt ook beinvloed door statusbepalingen: zo heeft plezant van taalkundigen de status van niet goed genoeg voor de standaardtaal gekregen. En taalkundigen en opiniemakers proberen eveneens de status van het Verkavelingsvlaams te bepalen: ongewenst in de publieke ruimte waar standaardtaal dient gesproken te worden. Dus dit spreekt de theorie van het sociale prestige niet tegen. Cultuurdragers dienen zich niet te bedienen van dat Verkavelingsvlaams, is de duidelijke boodschap, en zo ja, dan in privé, maar niet in publieke situaties waar de standaardtaal vereist. Laat mijn probleem met die standaardtaal nu zijn dat die nog te veel uit Noord-Nederlandse uitdrukkingen en woordenschat bestaat… En dat het Noord Nederlands voor vele taalkundigen een hoger prestige en dus een hogere status heeft.

  4. Pingback: Waarom is het Belgisch Nederlands bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  5. Pingback: Waarom is het Belgisch Nederlands bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  6. Pingback: Lofzang op de VRT serie van Jan Eelen, De Ronde « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  7. Pingback: Enkele rechtzettingen in berichtgeving over taalkundige uitspraken van Ruud Hendrickx | RED HET BELGISCHNEDERLANDS RED HET ZUID NEDERLANDS