Categorie archief: Uncategorized

Aldi verkoopt kleedjes in België, Makro, Hema, Esprit, H & M jurkjes

We hebben het hier al eerder gemeld: “kleedje” (in de betekenis van dameskleedje enz.) is een AN woord, volgens Prisma woordenboek, en het is dus niet noodzakelijk het te vervangen door “jurk,” alleen maar omdat “jurk” het gebruikelijke woord is bij onze Noorderburen boven de Moerdijk.

Aldi en ook Lidl in België schrijven gewoon “kleedje” in hun reclamefolders, maar Makro en andere ketens in België, zoals Hema, Esprit en H & M, vinden het nodig “jurk” te gebruiken.

Waarom eigenlijk?

Waarom niet gewoon  het Zuidnederlandse woord “kleed” zetten in Belgische folders?  De grote meerderheid van nederlandstalige Belgen zegt of draagt immers een kleedje.

Waarom moeten nederlandstalige Belgen zo nodig “jurken” zeggen en dragen, als “kleed” een goed en juist AN woord is?

De klanten zullen die attentie voor het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) op prijs stellen.

Bedankt Aldi en Lidl voor jullie steun aan het Zuid Nederlands!

http://aldi-bn.aldi.be/aldi_vanaf_zaterdag_26052012_48_564_6966_5.html

Reacties staat uit voor Aldi verkoopt kleedjes in België, Makro, Hema, Esprit, H & M jurkjes

Opgeslagen onder Uncategorized

Column: Onze kritiek op Zuidnederlands taalbeleid bij VRT ten dele gehoord. N.a.v.de uitspraak van “dossier”

Wordle: Untitled

Al enige dagen horen we meer en meer VRT nieuwslezers die het woord “dossier” op z’n Belgisch uitspreken: in het Zuid Nederlands (Belgisch-Nederlands, Vlaams-Nederlands) rijmt “dossier” op “mier,” in Nederland gebruikt men de Franse uitspraak.

Toen ik enkele jaren geleden met mijn groep op facebook  voor het behoud van het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) begon, was dat heel anders gesteld: alle VRT nieuwslezers gebruikten zonder uitzondering de Noordnederlandse uitspraak (o.i.v. de oude “boven-de-Moerdijk-is-het-beter” regel).  Het werd soms een beetje pijnlijk: geïnterviewde ministers, politici, hooggeplaatsten die hun taal verzorgden, gebruikten de uitspraak voor dossier die op “mier” rijmt, terwijl de VRT nieuwslezers het woord op z’n Noordnederlands uitspraken, waarbij het soms leek of ze de geïnterviewden corrigeerden.

De VRT taaldienst heeft dus nu een en ander veranderd (zie het nieuwe VRT taalcharter), en ettelijke punten van mijn kritiek aan het adres van het VRT taalbeleid, zoals die op deze blog in uitgebreide discussie met de VRT taaladviseur aan bod kwamen, zijn ondertussen “gehoord”.   Zo ging  men in de VRT taaldag van najaar 2011 in op de kritiek dat het uitspraakbeleid van de VRT verouderd is, vergeleken met dat van de BBC.  Mijn kritiek op het VRT taal- en uitspraakbeleid (o.a. dat Schotse accenten en andere regionale tongval bij de BBC wel mogen) en mijn kritiek op aspecten van het Van Dale taalbeleid waren in maart 2011 verschenen in het weekblad Knack online, die u hier kan lezen:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

In enkele zinnen samengevat is mijn kritiek op het Nederlandse taalbeleid in België als volgt: het wegzuiveren van het Zuid Nederlands ten voordele van het Noord Nederlands is (altijd al) achterhaald.  Het is niet juist dat de norm van onze gemeenschappelijke Nederlandse standaardtaal al te dikwijls bepaald wordt door Noordnederlandse woordenschat en taalgebruiken. Laat Zuid- en Noord Nederlands gelijkwaardige varianten van onze standaardtaal zijn, zoals dat het geval is bij het Brits en Amerikaans Engels.  Devalueer het gros van het Zuid Nederlands niet tot “dialect” of “slechts spreektaal.” Of nog: sta echte Zuidnederlandse variatie binnen de standaardtaal toe (en beperk die variatie niet tot een relatief korte lijst van Belgisch-Nederlandse bureaucratische of culinaire woorden, zoals dat nu nog steeds het geval is).

Mijn Knack artikel kreeg ook een officiële reactie, van mevrouw Linde van den Bossche, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, gevestigd in Den Haag:

http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/taalunie-discrimineert-geen-belgische-woorden/opinie-1194982129504.htm

Mevrouw Linde van den Bossche miste evenwel het punt van mijn kritiek in het Knack artikel. Daarin zeg ik niet, zoals zij suggereert, dat de Taalunie tegen “woorden die in België gehoord worden” zou discrimineren. Verder heb ik ook helemaal niets tegen het instituut van de  Taalunie dat zich zeer verdienstelijk maakt voor onze gemeenschappelijke taal in tal van acties en publiekswerkingen. Wel heb ik kritiek op aspecten van het taalbeleid dat in België in naam van de Taalunie gevoerd wordt, in zoverre dit Vlaamse taalbeleid acceptabele Zuidnederlandse woorden uit de gemeenschappelijke standaardtaal houdt en deze Zuidnederlandse woorden tot “dialect” of “spreektaal” devalueert.  De resultaten daarvan zijn te vinden in de respectievelijke uitgaven van ons gemeenschappelijk Van Dale woordenboek, waarin termen als “gewestelijk,” “dialect,” “spreektaal” al jaren talrijke Zuidnederlandse woorden “negatief” markeren, t.t.z. als zijnde géén standaardtaal.  Het bekendste voorbeeld: woorden als “plezant” en “geestig,” die ondertussen al grotendeels zijn afgeleerd en vervangen door het Noordnederlandse “leuk” dat door het taalbeleid in België wel als standaardwoord geaccepteerd en aanbevolen wordt.

Toch is het heuglijk nieuws te merken dat de  blog en het Knack artikel ondertussen enkele reële resultaten hebben opgeleverd. Daarvoor onze dank aan de VRT taaladviseur, met wie we op deze blog ook uitgebreid over deze onderwerpen discussieerden.

Dat betekent evenwel niet dat ik geloof dat alle problemen rond de vooringenomen behandeling van het Zuid Nederlands ondertussen zijn opgelost. Ik hoop bijvoorbeeld nog steeds dat de hoofdredacteur van Van Dale (die ook de VRT taaladviseur is) en de Belgische redactie van Van Dale een reeks acceptabele Zuidnederlandse woorden van hun stigmatisering als “slechts spreektaal” of “dialect” in ons gemeenschappelijk woordenboek zullen ontdoen.  Wanneer zullen ze een Zuidnederlands woord als “kleed” gewoon als synoniem beschouwen van het Noordnederlandse “jurk”? (om maar één van vele voorbeelden te noemen).  Wanneer zullen een krant als De Standaard of een weekblad als Knack het hebben over de kleedjes van, zeg maar, Lady Gaga? En nog steeds worden ettelijke andere correcte of acceptabele Zuidnederlandse woorden in kranten en VRT Nederlands vermeden. “Spreken,” bijvoorbeeld, dat meer en meer vervangen wordt door “praten.” “Kwaad,” bijvoorbeeld, dat door “boos” wordt vervangen.  We moeten naar Nederlandse programma’s als “Beatrix, Oranje onder vuur” kijken om Willeke van Amelrooij, alias koningin Beatrix, “kwaad” te horen zeggen.  In april van verleden jaar meldde ik hier nog dat het Belgische hof een communiqué uitstuurde waarin stond dat de koning “kwaad” was, wat prompt op het VRT TV nieuws (of gezuiverd gezegd: het VRT TV journaal) als “de koning is boos” gecorrigeerd werd….  We moeten in Nederland gaan inkopen, om er Nederlanders “kapot” te horen gebruiken, terwijl men generaties nederlandstalige Belgen verteld heeft dat “kapot” “dialect” zou zijn en vervangen moet worden door “stuk.”  We moeten Nederlandse poëzieblogs lezen om er het woord “boekerij” in alle pracht te zien staan, terwijl men in het Vlaamse gewest dat woord heeft afgeleerd.  En zo zouden we nog bladzijden lang kunnen verdergaan.

Zeer vele correcte en acceptabele Zuidnederlandse woorden zijn in België ondertussen weggezuiverd (lees: afgeleerd) – ganse boeken vol – onder het strenge taalzuiveringsregime van na de oorlog.  Het VRT taalprogramma “Man over woord” van Canvas (gepresenteerd door Pieter Embrechts) stelt die taalzuiveringsfase – de A. B. N. campagne – voor als voorbije geschiedenis, iets dat achter ons ligt.  Ook daarover heb ik mijn bedenkingen.  Nee, ik geloof niet dat die taalzuivering, het wegzuiveren en afleren van het Zuid Nederlands, verleden tijd is. In hogervermeld Knack artikel leest u uitgebreid wat er ondermeer nog schort aan het officiële Vlaamse taalbeleid rond het Zuid Nederlands zoals dat al generaties in België gevoerd wordt, al dan niet in naam van de Taalunie. Maar ik blijf hopen dat er hogerop verder “gewerkt wordt” aan het ongedaan maken van de “stiefmoederlijke” behandeling van het Zuid Nederlands.

Tot slot: waarom is o.i. een erkenning van het Zuid Nederlands als  gelijkwaardige variant van ons gemeenschappelijk Nederlands wenselijk? Omdat zonder die erkenning het Zuid Nederlands onder de druk van taalzuivering verder meer en meer zal verdwijnen.   Taalzuivering is een vorm van taalplanning die van bovenaf gebeurt en dus niet hetzelfde als gewone taalevolutie.   Ik blijf het spijtig vinden dat er in België nog steeds aan taalzuivering gedaan wordt en dat ons gemeenschappelijk woordenboek, de Dikke van Dale, Zuidnederlandse woorden als “kleedje” (ipv jurk) nog steeds niet als standaardtaal erkent.  En ik vraag mij af of die taalzuivering, eigenlijk een relict uit de 19de eeuw, nog wel echt op zijn plaats is in de 21ste eeuw.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

“Man over woord” lanceert dialecten-app, “onze dialecten,” en appelsien

Wordle: Untitled

Is het u ook al opgevallen dat we tegenwoordig zowel op de VRT  als in kranten gebombardeerd worden met overvloedige berichten over “onze dialecten”?  Uitgerekend vandaag lanceert de VRT een grootscheepse media campagne rond de dialecten-app van het nieuwe taalprogramma “Man over woord” (gepresenteerd door Pieter Embrechts), een smartphone-app rond dialecten, waarmee “je kan snuisteren in 18 dialecten.”

De dialectologen en gebruikers van het dialect zullen blij zijn, maar op deze blog zien we deze golf van uitspraken over “onze dialecten” in de media ook een beetje met gemengde gevoelens tegemoet.

Waarom?

Niet dat we iets tegen het dialect hebben.  Integendeel. En we kijken eigenlijk uit naar de dialecten-app van “Man over woord.”

Wat is dan het probleem?

Wel, het is opvallend hoe de vele verwijzingen naar “onze dialecten” ook wel direct of indirect gebruikt worden om ons taalgebruikers in België op tijd en stond tot de orde te roepen. Ja, dialect mag, maar als het er op aan komt dienen we een AN te bezigen dat in de praktijk nog steeds sterk Noordnederlands gekleurd is.  Zo taalkundige Ludo Permentier, die gisteren in de Standaard een kritiek schreef op Dimitri Verhulsts “ode aan de jat kaffee” (“Man over woord”).  Permentier schrijft in zijn stukje het Zuidnederlandse woord “tas” (voor “kop”) af als “dialect,” zonder erbij te zeggen dat “tas” lang het gangbare “standaardtalige” woord in het Zuid Nederlands was.

Ook dialect studies worden niet zelden ingezet om heel wat bovengewestelijke standaardwoorden uit het Zuid Nederlands mee als “dialect” af te schilderen (en af te schrijven) in de media.   De onderliggende hypothese in het dialectendebat zoals dat in onze media gevoerd wordt, is nog steeds: er is maar één Standaardnederlands (AN), dat traditioneel door het Noord Nederlands bepaald wordt, met een klein beetje inbreng van het Belgisch-Nederlands (Zuid Nederlands, Vlaams-Nederlands), maar vooral niet te veel.

Resultaat:  het debat in de media schept de indruk dat heel wat “correcte” Zuidnederlandse woorden eigenlijk ‘incorrect” “dialect”zijn, omdat ze zo niet gebruikt worden in het AN bepaald door het Nederlands van boven de grote rivieren.  Zulke uitspraken passen geheel in de traditie van de taalzuivering: “kleed” is volgens deze redenering niet het Zuidnederlandse synoniem voor het Noordnederlandse “jurk” (zoals het Britse woord “queue” gewoon het synoniem is voor het Amerikaanse woord “line”). Nee, “kleed” is het dialectwoord, en enkel “jurk” is AN of standaardtaal.  Ook al gebruiken miljoenen nederlandstalige Belgen woorden als “kleed,” “appelsien” e.d. ze zijn en blijven gewoon dialect en je dient ze te vermijden als je AN wenst te spreken. En ja, onze kranten en weekbladen staan dan ook vol van onnodige Noordnederlandse woorden, zoals “jurk”, waarvoor goede Zuidnederlandse synoniemen bestaan, die evenwel vermeden worden als ging het om “dialect”…

Samen met promotie voor de dialecten-app van “Man over woord” verscheen er vandaag een lang artikel in de Standaard dat de nieuwe dialectatlas (onder redactie van Nicoline van der Sijs) aanprijst en het over woorden als “appelsien” heeft.  Het artikel is geschreven door Berthold van Maris, een Nederlands journalist, en werd door de Standaard blijkbaar overgenomen.

In dit artikel wordt het Zuidnederlandse woord “appelsien” ( “sinaasappel”)  als volgt gepresenteerd:

Bij de meeste kaartjes [in de dialectatlas] valt wel een interessant verhaal te vertellen. Er is bijvoorbeeld één groot aaneengesloten gebied waarin men ‘sinaasappel’ zegt. Daaromheen liggen kleinere gebieden, die niet met elkaar verbonden zijn, waar men ‘appelsien’ zegt. De dialectoloog concludeert uit dat geografische patroon dat ‘appelsien’ de oudste vorm is, die langzaam door de nieuwere vorm (‘sinaasappel’) wordt verdrongen.

De vraag hoe het komt dat het Zuidnederlandse “appelsien” verdrongen wordt/werd door “sinaasappel” wordt hier niet gesteld, laat staan beantwoord. Over taalzuivering lees je dan ook zo goed als niets in artikelen over de Nederlandse taal.  Over het wegzuiveren van het Zuid Nederlands in België en hoe dat in zijn werk gaat zwijgt men in alle talen (hierover later meer).

Terloops zij opgemerkt dat we in de eerste aflevering van “Man over woord,” dat eigenlijk geen taalles wil zijn, een gelijkaardig fenomeen tegenkomen.  “Man over woord” geeft wel uitleg over de herkomst van het Noordnederlandse woord “stakker,” maar zegt er niet bij dat het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” het synoniem van “stakker(d)” is. Dat zou allemaal geen probleem zijn, als onze kranten of schoolboeken, de woorden “stakker” en “sukkelaar” (of “kleed” en “jurk”) gewoon door mekaar zouden gebruiken en samen zouden “promoten.” Maar, u raadt het (en u kunt het zelf empirisch vaststellen als u de krant leest), het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” wordt en is zo goed als weggezuiverd. Samen met tal van andere correcte Zuidnederlandse woorden, die “zo niet” boven de grote rivieren gebezigd worden.

Een ander fenomeen dat typerend is voor het huidige dialectendebat, zien we in het Standaard artikel over de nieuwe dialectatlas.  Daarin doet journalist Berthold van Maris een uitspraak over te beschermen “streektalen,” zoals het Limburgs, die ietwat controversieel genoemd kan worden. Hij schrijft:

Tegenwoordig spreekt men graag over ‘streektalen’, die beschermd dienen te worden, zoals ‘het Limburgs’ en ‘het Nedersaksisch’ (de dialecten van Oost- en Noord-Nederland). Maar wie al die kaartjes bekijkt en naast elkaar legt, ziet dat er geen duidelijk omlijnde streektalen zijn. Met als enige uitzondering, misschien, het Fries.

Deze uitspraak is voor kritiek vatbaar omdat de journalist hier gewoon het standpunt over het statuut streektalen van de Nederlandse Taalunie overneemt, zonder erbij te vermelden dat de Taalunie hiervoor bekritiseerd is.

Wat of wie is dan die Nederlandse Taalunie?

Als u zich ooit heeft afgevraagd hoe het komt dat het AN gehanteerd in ons land nog steeds zo sterk bepaald wordt door het Nederlands gebezigd boven de Moerdijk, dan vindt u het antwoord bij de beginsels van de Taalunie.

De Taalunie is het belangrijke taalverbond tussen Nederland en België dat in 1980 tot stand kwam en dat in wezen de “unificatie” van het Nederlands in Nederland en België nastreefde. In de praktijk betekende die “éénmaking” van de Nederlandse taal, dat heel wat Zuid Nederlands weggezuiverd wordt ten voordele van het Noord Nederlands. Zuid Nederlands werd zo gelijk aan een vergaarbak van “taalfouten” en – u raadt het – “dialect”:

“Het in 1980 beklonken culturele samenwerkingsverdrag tussen Nederland en Vlaanderen, de Taalunie, brak niet met de taalzuiverende traditie maar gaf ze een ander gezicht. Het verdrag van de Taalunie had officieel tot doel “de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin.” Maar concreet zou dit integrisme neerkomen op de inburgering van Vlamingen in de Noord-Nederlandse cultuur via de taal, die zo een gemeenschappelijke taal zou zijn. Nu spreken ook Engelsen en Amerikanen van een gemeenschappelijk Engels, Duitsers en Oostenrijkers van een gemeenschappelijke Duitse taal, maar het woord “gemeenschappelijk” in het Taalunie verdrag betekende in theorie en praktijk een Nederlands overwegend genormeerd door Noord Nederland. Die mentaliteit was ook te vinden bij prominente Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie die het taalbeleid in Vlaanderen stuurden: de norm lag in Nederland en de gemeenschappelijke taal kon enkel bewaakt worden door een verdoorgedreven uniformisering (officiële naam: standaardisering) van het Nederlands via onderwijs, woordenboeken, stijlhandboeken en de media. Dit betekende niet enkel dat het Standaardnederlands in België gelijker zou worden aan dat van Nederland maar ook dat de gigantische kloof tussen standaardtaal en spreektaal (het negatieve “Schoon Vlaams”) in België zou moeten verkleind worden, naar Nederlands model. ” (http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Pas eind jaren 80 is de Taalunie zich meer gaan richten op “taalvariatie”, t t z het toelaten van meer variatie in de Nederlandse standaardtaal. Maar “zeggen is één ding, doen een ander.”

“De Nederlandse Taalunie promoot een taalvariatie beleid. Zeggen is één ding, doen een ander, want de Taalunie is namelijk de instantie die de EU erkenning van het Limburgs als streektaal uitdrukkelijk betreurt en deze stelling niet gereviseerd heeft. Meer nog, de Taalunie stak een stokje voor de erkenning van het Limburgs als streektaal in België, en blokkeerde ook de EU erkenning van het Zeeuws als streektaal. In beide gevallen beriep de Taalunie zich daarbij op zogenaamd rationele taalkundige argumentatie die eigenlijk interpretatieve gronden had: door het linguistische begrip “dialect” zo eng mogelijk te interpreteren, argumenteerde de Taalunie dat Limburgs en Zeeuws eigenlijk dialecten en geen echte streektalen zijn, ergo dat de erkenning ervan zelfs in strijd zou zijn met het handvest van de EU voor te beschermen streektalen. Deze argumentatie van de Taalunie wordt terecht betwist door de commissies die het Limburgs en het Zeeuws aan de EU voordroegen. Ook het taalbeleid in Vlaanderen, bepaald door Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie, blijft zitten met relicten van het oude taalzuiveringsmodel. De negatieve beeldvorming rond Zuid Nederlands is niet verdwenen, maar heeft andere vormen aangenomen, is in een nieuw kleedje gestoken. De mentaliteit van het “manke” Zuid Nederlands blijft verderleven in de hoofden van opiniemakers die aan die beeldvorming doen en die de “spraakmakende gemeente” vormen. De geinternalizeerde zelf-censuur, waardoor nederlandstalige Belgen hun Zuid Nederlands wegzuiveren, is niet verdwenen. Ondanks verwijzingen naar taalvariatie, schrijdt de uniformisering naar Noord-Nederlands model gestaag verder, via schoolboeken, taaladviesen, stijlhandboeken, dagbladen, de media. “(http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

M.a.w. de huidige “euforie” over de dialecten die we vandaag in onze media meemaken, is slechts onderdeel van de taalzuiveringstraditie in ons land, die het bovengewestelijke Zuid Nederlands, dat eigenlijk géén dialect is, gestaag verder blijft wegzuiveren.  Niet zelden gebeurt dat door correcte Zuidnederlandse woorden “dialect” te noemen. Ten voordele van de éne standaardtaal die anno 2011 nog steeds buitenmatig bepaald wordt door spraakgebruiken van boven de Moerdijk.

Om al deze redenen blijft het belangrijk “tussen de regels te lezen” als weer het zoveelste bericht over “onze dialecten” in onze media verschijnt.  Deze blog heeft hoegenaamd niets tegen het Noord Nederlands, maar ijvert voor de gelijke erkenning van het Zuid en het Noord Nederlands, naar het model van het Brits en het Amerikaans Engels. Noord- en Zuidnederlandse woorden dienen gewoon beschouwd te worden als elkaars synoniemen, zoals dat bij het Brits en Amerikaans Engels het geval is.

Het artikel in de Standaard leest u hier:
http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=ML3ITH19

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ode aan het West-Vlaams: Marijke Pinoy leest Guido Gezelle

Wordle: Untitled

De VRT  TV serie “Het goddelijk monster,” naar het boek van Tom Lanoye, heeft stof doen opwaaien omdat de acteurs West-Vlaams spreken.  De enen zijn hiertegen omdat het “dialect” zou zijn en dat zogezegd niet echt mag op nationale TV.  De anderen vinden dan weer dat de acteurs niet goed genoeg West-Vlaams spreken.

Als grote liefhebber van het West Vlaams ben ik zelf blij dat er eindelijk eens een TV serie is waarin die streektaal aan bod komt. En, hoed af (chapeau), aan de acteurs.

Het is tijd dat men in Vlaanderen eens ophoudt met dat eeuwige zinloze, kleinzielige gebekvecht over de dialecten en of West Vlaams al dan niet verstaanbaar zou zijn voor mensen uit andere provincies.  Laten we blij zijn dat onze dialecten nog niet helemaal uitgestorven zijn.  En laten we dialect niet langer gelijkschakelen aan “onbeleefdheid,” “ouderwets” of “boersheid.” Te lang zijn die negatieve labels gebruikt in dienst van de AN brigade.  Trouwens, wie moeite doet en open staat voor het West-Vlaams is vlug mee. En het loont alleen al de moeite naar de muzikaliteit van de klanken te luisteren.

Om daarin te oefenen, kan u hier luisteren naar actrice Marijke Pinoy, die haar lievelingsgedicht voorleest: “Er viel ‘ne keer” van Guido Gezelle. Op onderstaand filmpje leest Pinoy het gedicht voor in het West-Vlaams en noemt ze het aansluitend, wanneer ze terug op het AN is overgeschakeld, een schoon gedicht. Schoon in het AN, ja dat kan. Want,  waarom zouden nederlandstalige Belgen het bovengewestelijke Zuid-Nederlandse adjectief “schoon” niet meer mogen gebruiken? Schoon is gewoon het adjectief dat bij schoonheid hoort en het is dus eigenlijk niet nodig massaal “mooi” te gaan zeggen om taalzuiveraars die het Zuid Nederlands uit het AN houden te plezieren.

http://www.poeziecentrum.be/marijke-pinoy

Reacties staat uit voor Ode aan het West-Vlaams: Marijke Pinoy leest Guido Gezelle

Opgeslagen onder Uncategorized

De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Wordle: Untitled

Vandaag een merkwaardige opinie in de Standaard.  Er staat te lezen: “De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde viert dit weekeinde haar 125ste verjaardag. Bij die gelegenheid breekt ze een lans voor goed taalgebruik.”

Maar, wie de naam “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” googelt, merkt al vlug dat er zo geen academie met die officiële naam blijkt te bestaan.   Na enig googelen besef je dat dit opiniestuk uitgaat van de “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde” (officiële afkorting: KANTL), die dit weekeinde in Gent haar 125ste verjaardag viert.

Dat is wel zéér merkwaardig: de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde schrijft een opiniestuk waarin ze pleit voor één Nederlandse standaardtaal, maar presenteert zich in een gezaghebbende krant als “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.” Tenzij de verkeerde naam van de academie het gevolg is van een journalistieke fout, gaat het hier om een merkwaardige naamsverandering. Wat is daar de bedoeling van, zo zou men zich kunnen afvragen?

Ook de inhoud van het opiniestuk, genaamd “Standaardtaal blijft de norm,” heeft heel wat punten die voor discussie en kritiek vatbaar zijn.

Zo schrijft de academie het volgende over de Nederlandse standaardtaal:

Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.

Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.

Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.

Ook deze blog ijvert voor de standaardtaal, maar erkent dat er variaties zijn in deze standaardtaal zoals die gebruikt wordt in Nederland en België. Daar is niets mis mee en deze situatie is geheel vergelijkbaar met het Engels of het Duits, om maar twee voorbeelden te noemen: de Amerikaanse en Britse standaardvarianten van het Engels verschillen vrij grondig van elkaar, ook het Duits uit Duitsland en Oostenrijk kennen zeer veel variatie. En toch wordt noch van Engelsen noch van Oostenrijkers verlangt dat ze de variant uit het andere land zo goed als volledig overnemen.

Bovenstaande weergave van de geschiedenis van de Nederlandse taal in de Zuidelijke Nederlanden gaat dan ook wel erg kort door de bocht, want de academie veronderstelt dat het Nederlands uit Nederland als enige standaardtaal zo goed als integraal dient te worden overgenomen in België.  Het is vreemd dat de academie niet van het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands gehoord schijnt te hebben -de twee regionale varianten van de Nederlandse standaardtaal – en er in ieder geval in haar opiniestuk in de Standaard geen gewag van maakt.

Dat is eigenlijk niet verwonderlijk: de academie staat voor de visie dat er maar één standaardtaal is en dat die eigenlijk uit Nederland komt, zo kunnen we uit het opiniestuk besluiten. Verder verwijst de academie in haar Standaard opiniestuk evenmin naar de Taalunie van 1980 -het taalakkoord tussen Nederland en Vlaanderen-  dat cruciaal is in het promoten van de idee dat er maar één Nederlandse standaardtaal is (met een heel klein beetje variatie voor België genaamd Belgisch Nederlands). Deze blog ondersteunt het belangrijke werk dat de Taalunie doet, bv. om de positie van het Nederlands als wereldtaal te bevorderen, maar heeft niettemin problemen met “die éne Nederlandse standaardtaal,” een visie die ondertussen dominant is geworden bij beleidsvoerders, taalzuiveraars en woordenboek makers.   Voorstanders van deze visie vinden bv. dat “kleed” geen AN is, omdat er in Nederland “jurk” gezegd wordt. Ook al zeggen miljoenen nederlandstalige Belgen van Oostende en Brussel  tot in Hasselt “kleed,” het wordt door hen als “géén standaardtaal” gebrandmerkt omdat het woord zo niet door de spraakmakende gemeente van Nederland gebezigd wordt.  Recent wordt in sommige taalkundige middens toegegeven dat zo’n standpunt “hollandocentrisch” en achterhaald is en men kan zich afvragen waarom het opiniestuk in de Standaard daar geen blijk van geeft.

Het netto resultaat van deze visie is dat het Zuid Nederlands, het bovengewestelijke Nederlands dat in België gebruikt wordt en dat géén dialect is, langzaam maar zeker verdwijnt. Wie gezaghebbende kranten erop naslaat, ziet dat ze  “jurk” drukken waardoor het Zuid-Nederlandse “kleed” uit de geschreven en gedrukte éne standaardtaal gehouden wordt. En zo zijn er legio voorbeelden, gedocumenteerd op deze blog.

Deze blog ijvert voor de standaardtaal maar stelt dat er twee varianten van die Nederlandse standaardtaal zijn: de Noord-Nederlandse en de Zuid-Nederlandse. Deze blog ijvert voor de erkenning van de gelijkheid van en verschillen tussen het Zuid- en Noord Nederlands, precies zoals Amerikanen en Engelsen twee verschillende Engelsen bezigen die evenwaardig en toch verschillend zijn.  Concreet uitgedrukt betekent dat dan dat “kleed” en “jurk” gewoon twee standaardtalige synoniemen zijn die naast elkaar mogen bestaan. Deze blog heeft daarmee geen enkele nationalistische bedoeling, maar ijvert voor de gelijke erkenning van Noord en Zuid Nederlands op taalkundige gronden en omdat een “hegemonisch” taalmodel in de 19de en niet meer in de 21ste eeuw thuishoort.

Spijtig genoeg is het standpunt dat de academie vandaag in de Standaard zet  het bekende  en o.i. achterhaalde “er is slechts één Nederlandse standaardtaal,” met name, die uit Nederland (in taalkundige terminologie het Noord Nederlands).

Rest de vraag waarom de academie zich in de Standaard “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” noemt i.p.v. haar eigen officiële naam te voeren:  “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.” Als de academie zo’n voorstander is van die éne Nederlandse standaardtaal, waarom dan de verwijzing naar het Nederlands in haar eigen naam schrappen in een prominent artikel in De Standaard?  En waarom “koninklijk” laten vallen? Is de academie van plan haar naam te wijzigen of gaat hem om een journalistieke fout die dient te worden rechtgezet?

Een uiterst markant optreden van deze academie op haar 125ste verjaardag.

De officiële website van deze academie vindt u hier: http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=451

http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=452

Het opiniestuk van de academie in de Standaard vindt u hier: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=0A3G4H56

Reacties staat uit voor De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Opgeslagen onder Uncategorized

Axl Peleman, Antwerpse Volksliedjes (Volksliekes)

In de Standaard verschenen eerder dit jaar enkele negatieve reacties n.a.v. de publicatie van zo’n 4 populaire cds in de “volkstaal” of Zuid-Nederlands dialect.  Het gebruik van dat dialect in populaire muziek zou een bedreiging vormen voor het Algemeen Nederlands in Vlaanderen, het Standaardnederlands, waarvoor men zo hard in het verleden gestreden had.  En ook het Verkavelingsnederlands wordt niet zelden op gelijkaardige wijze geciteerd, als bedreiging voor het AN.  (Een uitgebreidere kritiek op deze visie vindt u op de home pagina van deze blog: https://belned.wordpress.com/)

Vandaag zetten we daarom Axl Peleman met zijn album Antwerpse Volksliekes in de kijker.  Die cd kwam er nadat Peleman gecontacteerd werd door de 83-jarige Godelieve Muys, een Antwerpse die ervan overtuigd was dat heel wat authentieke Antwerpse volksliedjes verloren zouden gaan als niemand ze zou opnemen.  ‘Wannes (van de Velde) is dood,” schreef ze hem in een brief, “gij moet het doen”.  Axl Peleman noemt de liedjes in het bijgaande schoon geïllustreerde boekje “muzikaal erfgoed.”  En ze zijn natuurlijk ook taalkundig erfgoed. Toen hij recent optrad hadden we even een kort gesprek met hem.  En hij bevestigde dat voor hem het Antwerps, maar ook Zuid Nederlands, cultureel pratimonium is dat bedreigd is.  Hij zei: ” Ik leer het Antwerpse dialect mijn zoon wel aan maar hij zal het nooit spreken.”  Waarom dan wel? “Omdat de taal van thuis nu veel minder belangrijk is dan vroeger, de kinderen kijken veel meer tv en op die tv horen ze een verhollandst Nederlands, ook op school.”  Zoals  “leuk” ipv “plezant,” “leutig” of “geestig,” “mooi” ipv schoon. (zie voor meer Zuid-Nederlandse woordenschat deze link:  https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/) “Ieder zou zijn taal moeten kunnen spreken,” zegt Peleman en zoals wij heeft ook Axl Peleman vanzelfsprekend helemaal niets tegen het Noord Nederlands (het Nederlands gebruikt in Nederland). Dat kan niet genoeg benadrukt worden. Wel stelt deze blog het zwart-wit denken in vraag, dat beweert dat het bovengewestelijke Zuid Nederlands meestal niet goed genoeg is om als AN (ABN) aanvaard te worden.  Als Amerikanen en Engelsen een Engels spreken dat grondig van elkaar verschilt, kunnen Nederlanders en Vlamingen dat ook: laat het Noord en het Zuid Nederlands gewoon naast elkaar bestaan, i.p.v. het Zuid Nederlands van hogerhand weg te zuiveren en uit te faseren.

Op de vraag hoe Peleman het vindt dat hij in de pers ook kritiek krijgt op zijn dialect cd antwoordde hij nog: “Daar trek ik mij niks van aan!”

Foto’s met toestemming van Maandacht geplaatst

Voetnoot: vandaag, 26 september 2011,  heeft taaldeskundige en Taalunie man Ludo Permentier van de Standaard een kritisch stukje over uitspraken van Axl Peleman, getiteld “Klucht.”   Hier is alvast een link naar de Standaard:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=MU3G1BL5&word=permentier

Reacties staat uit voor Axl Peleman, Antwerpse Volksliedjes (Volksliekes)

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Zijn “ge” en “gij” werkelijk dialect en Verkavelingsvlaams?

Voor u verder leest:

als u op deze pagina beland bent omdat u meer wil weten over het gebruik van u/gij/jij in België en Nederland, ga dan eerst naar de volgende pagina, voor u hieronder verderleest: https://belned.wordpress.com/2011/07/07/het-gebruik-van-u-gij-ge-jij-en-je-en-tutoyeren-in-vlaanderen-nog-een-hoofdstuk-over-het-belgisch-nederlands/

*********************

Eerder werd op deze blog al gemeld dat er in België soms merkwaardige taalkundige uitspraken gedaan worden over wat al dan niet dialect is. Het negatieve woord “dialect” wordt in België graag gebruikt om nederlandstalige Belgen aan te sporen een Zuid-Nederlands woord te laten varen en over te schakelen op een Noord-Nederlandse variant. Zo wordt gezegd dat het bovengewestelijke “kleed” (dat ooit standaardwoord was) “dialect” zou zijn en dat je om AN te spreken eigenlijk het Noord-Nederlandse “jurk” dient te gebruiken. Opmerking: als nederlandstalige Belgen van in Oostende, Brugge, Gent, Antwerpen, Brussel tot in Hasselt allemaal “kleed” zeggen, dan is duidelijk dat kleed géén dialect is, maar gewoon bovengewestelijk Zuid-Nederlands (juist zoals heel wat Britse woorden die afwijken van het Amerikaans Engels géén dialect en géén “Verkavelingsengels” zijn). Maar toch werkt het, want als je lang genoeg zegt dat woorden als “schoon” of “plezant” dialect of “slechts spreektaal” zijn, gaan mensen die AN (ABN) willen spreken ze automatisch vermijden. Ook in hun informele omgangstaal met vrienden en familie.

Zo worden geleidelijk heel wat Belgisch-Nederlandse woorden afgeleerd. Dat wegzuiveren van Zuid Nederlands ten voordele van Noord Nederlands gebeurt vanuit de zichtwijze dat het Nederlands in België gestandaardiseerd dient te worden, t.t.z. min of meer identiek dient te worden aan het Nederlands in Nederland. Dit noemt men in de taalkunde taalzuivering (in dienst van de standaardisering of standaardisatie van het Nederlands): het wegdrukken van zogenaamd onacceptabele woordenschat. En dat lukt ook ten dele: Noord-Nederlands spreektaalwoord “leuk” mag wel, het Zuid-Nederlands spreektaalwoord “plezant” daarentegen mag niet (in het AN). Resultaat: “plezant” wordt weggedrukt ten voordele van het woordje “leuk” en komt minder en minder voor.

Het wegzuiveren van Zuid-Nederlandse taalgebruiken gebeurt door het negatief brandmerken van die zegswijzen. Vooral het negatief gekleurde “dialect” dient als markeerder om aan te tonen dat je een bepaald woord of een bepaalde zegswijze maar beter niet gebruikt als je “beschaafd” wil zijn en “beschaafd” wil spreken. Zo kwamen we bij het googelen terecht op een o.i. merkwaardige taalkundige uitspraak van de heer Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van van Dale en VRT taaladviseur. Hendrickx verscheen in 2007 in de pers omdat hij kritiek had op de nieuwe slogan van de Lijn (de Vlaamse vervoersmaatschappij), die luidde “Ge zijt nen engel” (betekenis: je gedraagt je goed). Hendrickx vond het niet kunnen dat de Lijn geen AN gebruikte en stelde dit publiek aan de kaak. Niet alleen kan men zich vragen stellen bij zo’n interventie: waarom zou de Lijn “Ge zijt nen engel” niet mogen gebruiken? Het is een eerder pittige Zuid-Nederlandse uitspraak die in de spreektaal of omgangstaal door heel veel mensen gebezigd wordt. Waarom niet wat “couleur locale”, wat is daar mis mee en is het wel de taak van een taaladviseur het gebruik van de spreektaal zo aan banden te leggen?

Dat zijn legitieme vragen. Het gevolg was een uiteenzetting tussen Ruud Hendrickx en een blogger Sereniteit die een open brief aan Hendrickx schreef: de blogger stelt dat “gij/ge zijt” gewoon Zuid-Nederlandse spreektaal is en dat er dus niks mis mee is dat de Lijn die slogan gebruikt. Hendrickx riposteert daarop met de uitspraak dat “gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zou zijn en dus zeker niet universeel in Vlaanderen. Maar hierbij moeten we kritiek aanteken want dit is een hoogst merkwaardige uitspraak: ”Gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zoals hier beweerd wordt? Geenszins. “Gij zijt” is géén dialectvorm. “Ge/gij zijt” is gewoon de oudere vorm Nederlands die ook in gans Nederland gebruikt werd. Lezen we even de brieven van Vincent van Gogh na. Die schrijft in 1877 aan zijn broer Theo:

” Ik ben blij voor U dat gij zoo spoedig op reis zijt gegaan, dat is een goede afwisseling.”

Anders gezegd: het gebruik van “gij/ge zijt” in het Zuid Nederlands is géén dialect, maar in de Zuid-Nederlandse spreektaal is “gij zijt” een relict of overblijfsel van een oudere standaardtaal, die universeel en overal ingeburgerd was, ook in Nederland, zoals de brieven van Vincent van Gogh en tal van andere Noord-Nederlandse teksten aantonen. Maar in het kader van de standaardisatie van het Nederlands is het gemakkelijker het negatief geladen woord “dialectvorm” te gebruiken in de strijd tegen zgn. ongewenste vormen van het Zuid Nederlands.

Waarom dit publiek optreden van een taaladviseur tegen een slogan van de nationale vervoersmaatschappij de Lijn (Ge zijt nen engel) ? Waarom belerend (repressief) optreden tegen een onschuldige Zuid-Nederlandse slogan als “Ge zijt nen engel”? Het is o.i. een voorbeeld van wat we op deze blog “taalcensuur” noemen en heeft veel weg van een poging om de Zuid-Nederlandse spreektaal te bannen uit de publieke ruimte. Héél letterlijk dan, want de slogan prijkte via posters op bushokjes en in trams. De bedoeling is namelijk dat Vlamingen, juist zoals Nederlanders, in hun spreektaal je zeggen i.p.v. vast te houden aan ge en gij. Men wil van dat gij en ge af of het de Belgen afleren. Ook termen als ”Verkavelingsvlaams” en “tussentaal” hebben een sterk negatieve bijklank waarmee de gebruikers van “ge” gebrandmerkt worden. Men zou “ge” ook Zuid-Nederlandse spreektaal kunnen noemen, i.p.v. verkavelingsvlaams of tussentaal. Maar verkavelingsvlaams is een uiterst negatieve term en is dus handiger in de pogingen om Zuid-Nederlandse spreektaal af te leren.

Voetnoot:

We vragen ons af of spreektaal in Vlaamse feuilletons van de VRT vooral gedoogd wordt vanwege de kijkcijfers? En zelfs in de laatste reeksen afleveringen van FC De Kampioenen zijn er talrijke taalzuiverende optredens, zoals de vervanging van “schoon” door “mooi”. Bieke zegt op het einde van de serie niet alleen dikwijls “mooi” maar ook “leuk” wat opvalt aangezien het lijflied van F.C. de Kampioenen “kampioen zijn is plezant” luidt. Ook andere typische Zuid-Nederlandse spreektaalwoorden worden in de laatse afleveringen van F C de Kampioenen weggezuiverd, zoals “bomma” en “bompa” door “opa” en “mammie.” Dat laatste woord gebruikt werkelijk geen kat. Maar alles beter dan de spreektaal woordenschat gebruiken die men wil afleren. Vergelijk dit met André Rieu (Nederlands Limburger) die voor het oog van miljoenen kijkers uit Duitsland, Nederland en België een Duitse presentatrice wijsmaakte dat de Nederlandse vertaling van het Duitse woord “Opa” “bompa” is. Als we een aantal opiniemakers mogen geloven zou André Rieu “Verkavelingsvlaams” spreken… Om maar even de absurditeit van sommige taalkundige beweringen in de verf te zetten. Rieu spreekt natuurlijk géén verkavlingsvlaams, maar Zuid Nederlands, want Zuid Nederlands strekt zich ook uit tot Nederlands Limburg, Noord Brabant en Zeeuws Vlaanderen (vandaar dat André Rieu ook wel eens voor een Vlaming wordt genomen). Maar let u eens op hoe weinig de term “Zuid Nederlands” nog gebruikt wordt. In plaats daarvan vinden we in kranten als de Standaard en in uitlatingen van prominente Vlaamse taalkundigen en opiniemakers veelvuldig negatieve verwijzingen naar het “Verkavelingsvlaams”. Bedoeling: via belerende en negatieve opmerkingen het taalgebruik van nederlandstalige Belgen ingrijpend te veranderen.

Noot: de discussie over ge zijt is te lezen op http://sereniteit.wordpress.com/2007/10/30/open-brief-aan-ruud-hendrickx-ivm-zijn-commentaar-op-actie-ge-zijt-nen-engel/

1 reactie

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen