Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

Wat vooraf ging:

Op deze website worden taalkundige uitspraken over het Belgisch Nederlands kritisch en vanuit taalfilosofisch oogpunt onderzocht.  Gevraagd wordt waarom zo weinig Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woordenschat en zo weinige Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) uitdrukkingen goed genoeg zijn om het statuut van standaardtaal te krijgen in woordenboeken als Van Dale. Het valt op dat het gros van woorden dat Nederlandse standaardtaal of AN dikwijls van Noord-Nederlandse origine is en deze website heeft daar vragen bij.  We onderzoeken deze problematiek via taalkundige uitlatingen en publicaties van prominente Vlaamse taalkundigen, zoals Ruud Hendrickx, Ludo Permentier, e.a. Het spreekt vanzelf dat daarbij nooit op de man gespeeld wordt, maar dat uitspraken en praktijken van taaldeskundigen kritisch onderzocht worden.

We zijn het niet eens met uitspraken van de heer Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Dale, die in één van zijn interviews meldde “Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal.” Op deze website betreuren we dat er via onze media aan taalzuivering van het Zuid Nederlands/Belgisch Nederlands gedaan wordt. En we betreuren het ook dat steeds hetzelfde handje vol opiniemakers en taaldeskundigen over onze taal in onze Belgische pers en op de VRT aan het woord zijn.  Diezelfde opiniemakers en taaldeskundigen herhalen niet zelden dezelfde slogans, zoals dat er vandaag geen taalzuivering van het Zuid Nederlands meer zou bestaan in België.  Of dat de Zuid Nederlandse spreektaal vooral “Verkavelingsvlaams” is. Of, dat zulke taalzuivering (eigenlijk taalcensuur) iets uit het verre verleden zou zijn.  Op deze blog, evenwel, tonen we aan hoe woorden als kleed/kleedje, door bijna iedere Vlaming vandaag gebruikt, weggezuiverd worden ten voordele van het Noord-Nederlandse jurk, dat fel gepromoot wordt op TV, in reklame folders, dagbladen en op school. En zo hebben we kritiek op het VRT taalnet dat “appelsien” en “goesting” dialect woorden noemt, waarbij de term “dialect” zelfs taalkundig gezien verkeerd gebruikt wordt (want een dialect is regionaal en de term kan dus niet gebruikt worden voor woorden als appelsien of goesting die doorheen heel Vlaanderen gebruikt worden).  Maar het gaat blijkbaar over een goedbewaard taboe, waarover niet luidop gesproken of geschreven mag worden. (meer over taalzuivering en standaardisatie van het Nederlands op  https://belned.wordpress.com/)

We verwelkomen dialoog en dus ook de kritische reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, op onze visie.  We zijn dankbaar voor de dialoog met de heer Hendrickx en hebben ondertussen een aantal van onze eigen uitspraken over het taalbeleid genuanceerd of aangepast, ingaande op sommige van zijn kritische punten die terecht waren.  Zo stelde de heer Hendrickx terecht dat we onze termen beter moeten definiëren, en dat hebben we dan ook gedaan op de homepage van deze blog: https://belned.wordpress.com/ Daarnaast behouden we evenwel het recht om grondig van mening te verschillen en de thesis te verdedigen dat het Zuid Nederlands niet echt als evenwaardig aan het Noord Nederlands behandeld wordt, in tegenstelling tot het Amerikaans en Brits Engels die elkaars gelijke zijn.

Hieronder vindt u een eerste set van opmerkingen van de heer Hendrickx, gevolgd door ons antwoord, in de vorm van een open brief. We stellen vragen bij mogelijke sofismen en cirkelredeneringen in sommige taalkundige betogen.  En we vragen ons af vanwaar de drang van sommige Vlaamse taalkundigen komt om woorden die door miljoenen Vlamingen gebruikt worden te degraderen tot “niet goed genoeg” voor de standaardtaal of het AN.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn dus “duidelijk” géén dialect. Het zijn Zuid-Nederlandse woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, bepaalde Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Inderdaad, appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]” (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml)


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van heel) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” We geven hier grif toe dat gij geen standaardtaal is en gebruiken ook zelf jij in geschreven standaardtaal, maar het is héél wat anders om als taalkundige de normatieve uitspraak te doen dat “gij” verouderd is en “vermeden” dient te worden. Als de meerderheid van Vlamingen gij gebruikt in dagelijkse omgang is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat het “verouderd” is? Nee.  Enkel vanuit Noord-Nederlands perspectief (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) niet meer. Maar zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die ook niet helemaal juist is, gezien de springlevendheid van het gij in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Zie ook https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/

Zoals professor Guy Tops van de Universiteit Antwerpen vinden we dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden.
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed” “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven taal voor te komen.  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van Gallicismen en Germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Antwoord aan de heer Ruud Hendrickx, in de vorm van een open brief

Geachte Meneer Hendrickx,

U liet net een reactie achter op de website “Red het Belgisch Nederlands,” die ik hier boven insluit. Graag antwoord ik uitgebreid op uw opmerkingen, die eigenlijk al bekend zijn van andere gelijkaardige uitlatingen die u al in dagbladen of uitzendingen van de VRT deed, wanneer er kritiek is op uw taalkundige uitspraken.

Eerst iets over de website “Red het Belgisch Nederlands”: die is bedoeld om de aandacht te vestigen op het lot van het Belgisch Nederlands, dat bedreigd is, en de tegenstrijdigheden in de berichtgeving over dat Belgisch Nederlands. Die tegenstrijdigheden zijn afkomstig van een aantal prominente taalkundigen, sommige verbonden aan het eerbiedwaardige Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, waaronder uzelf. Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van. U communiceert wel naar de mensen toe dat het Belgisch Nederlands belangrijk zou zijn, maar men krijgt eerder de indruk dat het om een marketing strategie gaat. U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België (naar analogie met het Brits en Amerikaans Engels, twee standaard varianten van dezelfde taal met zéér uiteenlopende woordenschat). Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dan blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.

En daar knelt juist het schoentje. U doet, geachte Vlaamse taalkundigen (ik richt mij hierbij meteen aan een hele groep), of u zich voor het Belgisch Nederlands gaat inzetten, maar in realiteit gebruikt u termen als “spreektaal” om woorden als kleed uit de standaardtaal te houden. Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden. Men hoeft echt niet stokoud te zijn om te weten dat een groot deel van de woorden die u en andere taalgelerden als “spreektaal en dus geen standaardtaal” afschrijven nog niet heel lang geleden in onze scholen onderricht werden, te horen waren op BRT nieuwsuitzendingen (voor het tot “journaal” omgedoopt werd naar Noord-Nederlands model). En dat men die woorden toen gewoon Zuid Nederlands noemde, in onderscheid van Noord Nederlands, en zeker geen spreektaal.

Vanzelfsprekend ken ikzelf het onderscheid tussen “spreektaal” en “dialect,” wat u in twijfel trekt. Maar ik vraag me af, geachte heer Hendrickx, of u en andere Vlaamse taalkundigen uw termen wel juist definiëren? Spreektaal is eigenlijk wat niet schrijftaal is. Maar de facto schakelt uzelf, geachte heer Ruud Hendrickx, de term spreektaal gelijk aan wat niet standaardtaal is en dus een even negatief statuut heeft als dialect. Kijken we daarenboven naar de voorbeelden die u geeft van spreektaal op uw eigen VRT taalnet dan vinden we eigenlijk voorbeelden van plat dialect zoals “wa sait ‘em?” en nog andere straffe dialect uitlatingen. Ook uw eigen definitie van spreektaal klopt niet: op één enkele stijlpagina defineert u spreektaal als “vlotte, spontane” niet formele taal (m.a.w. geeft u de correcte definitie van spreektaal in onderscheid van formele schrijftaal), maar op bijna alle andere pagina’s hanteert u spreektaal negatief als “wat niet standaardtaal is,” m.a.w. schakelt u het statuut van spreektaal gelijk aan plat dialect, en blijken bijna alle voorbeelden van die spreektaal (lees: negatieve spreekvorm) afkomstig te zijn uit België. Daarbij gaat het om honderden woorden en uitdrukkingen. QED (Wat te bewijzen was).

Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt? Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?

De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen-een kleine groep, door sommigen “taalelite” genoemd, die bepaald wat in België AN is (wat ik hier in het midden wil laten)- gedegradeerd worden tot te vermijden spreektaal. Waarbij de negatieve term spreektaal, for all purposes, eigenlijk het statuut heeft van dialect, want spreektaal is wat niet standaardtaal is. Of u nu een woord op uw VRT taalnet als dialect of spreektaal markeert, het resultaat is dus hetzelfde: het desbetreffende woord wordt uit de standaardtaal gesmeten, en alle scholastische pogingen om te doen of dit niet waar is helpen daarbij weinig.

Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden. De norm, door u en andere Vlaamse taalkundigen mee bepaald, is bijna altijd het Noord Nederlands. Dat kan geillustreerd worden door de negatieve definitie die u zelf geeft van wat Belgisch Nederlands eigenlijk is: alles wat niet door Nederlanders gezegd wordt en dus niet AN is:

“De Grote en de Hedendaagse Van Dale zeggen dat de woorden waarvan aangegeven is dat ze alleen in België voorkomen, helemaal niet verworpen mogen worden. Maar wie ze gebruikt, moet wel beseffen dat hij zich dan van het Algemene Nederlands verwijdert en dat zijn Nederlandse lezers hem misschien niet begrijpen. U moet dus zelf uitmaken of u goesting of trek hebt in een tas of een kop koffie. Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft.”

Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Uw uitspraak illustreert wat we op de website Red het Belgisch Nederlands de “dubbelzinnige uitspraken” over het Belgisch Nederlands noemen: deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.

Voeg daaraan de versterkende uitlatingen van prominente opiniemakers in de pers toe (opiniemakers in de Standaard die voortdurend over die “vréselijke tussentaal” en dat “verschrikkelijke Verkavelingsvlaams” klagen, ik hoef hun namen hier niet te noemen) en het is legio dat u allen een normatief klimaat schept waarin het op eieren lopen is. Wie, zoals onlangs nog Mark de Vos, een onschuldig woord als voorschot in een artikel in de Standaard durft te gebruiken, wordt publiek op de vingers getikt.

Tot slot:

Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot een statuut gelijk aan dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is, en dat ze “schoonmaken” moeten zeggen, en niet “kuisen.” Te weinig weerwoord is er gegeven. Te dikwijls zijn dezelfde opiniemakers in de pers en op VRT uitzendeingen aan het woord om nederlandstalige Belgen te vertellen welke woordenschat ze eigenlijk dienen af te leren als ze AN wensen te spreken. Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.

°°°°°°°°°°°°°°°°°

Voetnoot:

Geachte heer Hendrickx,

U stelt hierboven met veel zekerheid dat uzelf de term “dialect” slechts één keer gebruikt op het VRT taalnet om woorden af te keuren (citaat: “In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).”)  Dat klopt evenwel niet. Laat het nu juist het woord goesting zijn dat u uitdrukkelijk als dialect bestempelt als u op dat VRT taalnet zegt: “Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, […].” Op de ene pagina beweert u dat “goesting” spreektaal is die afwijkt van het Standaardnederlands, op de andere dat het “zonder enige twijfel dialect” is.  Op één enkele pagina gebruikt u de term “spreektaal” positief als wat niet zakelijk geschreven is, op de rest van de pagina’s (en vooral in de taalmails aan journalisten) functioneert “spreektaal” als een negatief kenmerk van taal die géén standaardtaal is en dan ook niet in onze nieuwsuitzendingen mag voorkomen. U zegt dan wel dat iedereen gerust die spreektaal mag gebruiken, dat u er niets tegen heeft en dat u ze wel eens zelf gebruikt, maar feitelijk worden woorden als “kleed,” “goesting” en wat dies meer zij, uit onze geschreven en “netjes verzorgde” taal verdrongen. Betekent dat dat er geen enkel creatief schrijver die woorden nog zal gebruiken? Nee, natuurlijk. Maar in onze dagelijkse kranten en op nieuwsuitzendingen zijn deze woorden niet meer te zien of te horen (tenzij als “citaat”, in aanhalingstekens of cursief, om toch vooral in de verf te zetten dat het geen AN standaardtaal is).

Advertenties

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

8 Reacties op “Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

  1. Ruud Hendrickx

    Mijn reactie:

    “Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van.”

    Lijkt me nogal logisch. De laatste Grote Van Dale is in 2005 verschenen. In de rubriek Taalwerk van het tijdschrift Over Taal heb ik beschreven welke strategie we in de Grote Van Dale willen toepassen om het woordenboek Vlaamser te maken. Dat gaat veel verder dan het labelen van woorden. In de volgende papieren editie moet de vervlaamsing heel zichtbaar zijn. Intussen ziet u ook al kleinere ingrepen op de onlineversie van het woordenboek.

    “U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België.”

    Nee, dat zeg ik niet. Ik zeg dat er een meerpolige kijk op het Nederlands moet zijn (ook Suriname doet mee). Er is één Nederlandse standaardtaal met drie groeipolen. Je zult mij nooit horen zeggen dat er meer dan één Nederlands is.

    “Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dat blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.”

    We moeten onze termen definiëren. Algemeen Nederlands is per definitie het Nederlands dat in het hele taalgebied, dus Vlaanderen en Nederland, begrepen en gebruikt wordt. Woorden die het label Belgisch-Nederlands krijgen, kunnen wel standaardtaal zijn, maar zijn geen Algemeen Nederlands, want ze zijn beperkt tot het Nederlands zoals dat in België gesproken wordt. Hetzelfde geldt voor de woorden die het label Nederlands-Nederlands zullen krijgen in de Grote Van Dale. Op Taaladvies.net krijgen ze het label “standaardtaal in Nederland”.

    “Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden.”

    Helemaal mee eens. Het zijn Belgisch-Nederlandse woorden, maar het is wel de vraag of ze tot de standaardtaal van het Belgische Nederlands behoren. Vraag aan taalgebruikers of de VRT in nieuwsberichten ‘geen goesting’ mag gebruiken: de helft zegt ‘ja’. Vraag aan diezelfde taalgebruikers of de VRT in nieuwsberichten ‘geen zin’ mag gebruiken: iedereen zegt ‘ja’. Dat is het verschil tussen spreektaal en standaardtaal.

    En nogmaals: spreektaal en dialect zijn niet hetzelfde. Spreektaal is een stilistische variant, dialect is een regionale variant.

    “Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal.”

    U noemt dat dubbelzinnig. Dat is het niet: ik heb helemaal niets tegen het woord ‘goesting’, maar het is (was?) geen Algemeen Nederlands, want het wordt (werd?) niet in het hele taalgebied gebruikt en begrepen. Het is wél spreektaal: Vlamingen, ook ik, zeggen het vaak, maar je zult het ze niet gauw horen gebruiken in verzorgde taal voor het grote publiek, laat staan dat je het in zakelijke, geschreven documenten zult aantreffen. Dat kan veranderen en dan zullen de taaladviseurs en de woordenboeken hun labeling moeten aanpassen.

    “… deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.”

    Wie zegt dat spreektaal niet geschreven mag worden? ‘Spreektaal’ is een register. Ik kan me voorstellen dat een schrijver die authentieke taal wil weergeven, spreektaal schrijft. Maar dan schrijft hij geen standaardtaal. Is dat erg? Nee, want het past in de context. Ik zeg alleen dat spreektaal in bepaalde contexten niet thuishoort.

    “Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden.”

    Dat is de kern van de zaak. Woordenboekmakers beschrijven de situatie aan de hand van feitelijke gegevens: als een woord alleen maar in bepaalde contexten voorkomt, dan zeggen we dat ook. Taaladviseurs koppelen er een advies (lees: oordeel) aan vast. Maar het staat de taalgebruiker nog altijd vrij te doen wat hij wil. Er staan geen gevangenisstraffen op het niet naleven van een taaladvies.

    U gaat ervan uit dat het woordenboek bepaalt wat goed of slecht Nederlands is. Als dat zo was, dan zouden er nooit nieuwe woorden bij kunnen komen. Ah nee, want nieuwe woorden staan per definitie nog niet in het woordenboek.

    “Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt?”

    Nee, dat vind ik niet vreemd, want dat is net de opzet van de Taalmail. Er staan alleen zinnen in die ik op de VRT-zenders gehoord of op de VRT-websites gelezen heb. De Taalmail gaat over de zakelijke, neutrale variant van het Nederlands die je in berichtgeving mag verwachten.

    “Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?”

    U moet dringend eens de visie van moderne taaladviseurs lezen. Het model dat u beschrijft, heeft inderdaad lang bestaan. Voor een vorige generatie taalbeleidsmakers en taaladviseurs was er maar één norm, die van Nederland. Of preciezer: van boven de Moerdijk. Maar die visie leeft al lang niet meer. Het is alleen een hele opdracht de taalbeschrijving op die nieuwe leest te schoeien, ook al omdat onderzoek naar de variatie en de attitude tegenover die variatie op woordniveau onbetaalbaar is.

    “De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen (een kleine groep, door sommigen taalelite genoemd, die stemmen mag uitbrengen over wat in België AN is) gedegradeerd wordt tot spreektaal.”

    Denkt u nu werkelijk dat er een ‘taalelite’ is die onder leiding van taaladviseurs stemt over woorden? Dat gelooft u toch zelf niet?

    “Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is. Te weinig weerwoord is er gegeven.”

    Dat klopt. In Ons Erfdeel van januari 2010 heb ik dan ook gezegd dat het taalbeleid dat gelijkstond met taalzuivering gedoemd was om te mislukken. Ik vind het dan ook bijzonder jammer dat u uw pijlen uitgerekend op mij en Ludo Permentier richt, die als eersten gezegd hebben dat er meer ruimte voor het Belgische Nederlands gemaakt moet worden. Maar dat betekent niet dat je alles wat in België gezegd wordt, meteen standaardtaal moet noemen, want dat is niet zo.

    “Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.”

    Dat ik opiniemaker ben, wil ik graag aannemen. Maar dat het bij de woordenboekmakers alleen maar om marketing gaat, dat klopt niet. Prisma heeft als eerste een woordenboek uitgegeven waarin het Belgische en het Nederlandse Nederlands zo veel mogelijk als twee gelijkwaardige varianten behandeld worden. Dat Van Dale achterop is, heeft één grote oorzaak: 280.000 woorden bewerk je niet in één-twee-drie. Het principe van meerpoligheid aannemen, is gauw gebeurd. Het in de praktijk toepassen in een woordenboek als de Grote Van Dale is een ander paar mouwen (‘algemeen Belgisch-Nederlands’).

  2. Geachte Heer Hendrickx,

    Ik vind het spijtig dat u in uw reactie enkel probeert te weerleggen, ipv in te gaan op de algehele problematiek die in de open brief wordt aangesneden. Er is hier niemand die beweerd heeft dat er “gevangenisstraffen” op het gebruik van spreektaal staan. Toch is het m.i. zo dat u en andere Vlaamse taalkundigen normatief optreden, dat u en andere taalkundigen dikwijls een (on)uitgesproken voorkeur voor het Noord Nederlands als AN hebben, en dat u en andere taalkundigen in de laatste 20 tot 30 jaar grote delen van het Belgisch Nederlands verder tot spreektaal gedegradeerd hebben, waarbij die spreektaal het eigenlijke statuut van dialect heeft: daarmee bedoel ik dat wat “spreektaal” is niet mag geschreven worden als standaardtaal, ttz die spreektaal mag niet meer in zakelijk geschreven krantenartikels of nieuwsuitzendingen (tenzij als “citaat”). Betekent dat dat geen enkele creatieve schrijver die woorden nog zal gebruiken? Vanzelfsprekend niet. Maar wie ze op school in een zakelijke tekst schrijft ziet ze gemarkeerd, krijgt slechte punten, enz.

    Ik begrijp van uw bovenstaande reactie en van andere uitlatingen van u in dagbladen dat u het hier niet mee eens bent. We hebben hier dan ook met een taboe te maken dat angstvallig in stand wordt gehouden in de taalkundige wereld in Vlaanderen: géén van de taalkundigen die het gros van de Belgisch-Nederlandse woordenschat als niet goed genoeg voor het AN, en dus de standaardtaal afkeurt, wil dit grif toegeven. Géén van de taalkundigen die keer op keer de voorkeur geeft aan Noord-Nederlandse varianten wil dit beamen. Hoe kan het ook anders: dit soort repressieve gedrag tegenover een taalvariant als het Belgisch Nederlands hoort dan ook thuis in de 19de eeuw, niet in de 21ste eeuw.

    Verhelderend is zeker wat u zegt over dat er voor u maar één Nederlands is en dat u dus niet vindt dat het Noord Nederlands en Zuid Nederlands te vergelijken zijn met Amerikaans of Brits Engels: een Brit zou een Amerikaan nooit opleggen tomato op z’n Brits uit te spreken, zoals VRT journalisten in het verleden “geadviseerd” werden tram als trem naar Noord-Nederlands model uit te spreken. En waarom zou u iets afkeuren dat correct is, schrijft u, over die Noord-Nederlandse uitspraak van “tram” op de VRT. (Mag zijn dat ik van u tram als tram mag uitspreken, maar VRT journalisten doen dat unaniem niet, en hun uitspraak, staat er te lezen op de website van de Vlaamse overheid, geldt bovendien als normatief voor hoe het woord eigenlijk moet worden uitgesproken in Vlaanderen!) Waarom niet de culturele en taalkundige verschillen tussen het Noord en Zuid Nederlands aanvaarden, zoals Amerikanen en Britten dat met elkaars Engels doen, en zoals het betaamt in de verlichte 21ste eeuw?

    Toch stelt u herhaaldelijk, zoals ook in bovenstaande reactie, dat u van Dale “Vlaamser” zal maken, maar u geeft weinig uitleg over wat dit concreet betekent. U zegt ook dat Belgisch-Nederlandse woorden standaardtaal kunnen zijn. Jazeker, maar als we dan kijken naar welke luttele woorden wél door de beugel kunnen en “beschaafd” genoeg zijn om tot het AN te horen, dan gaat het bijna zonder uitzondering om droge ambtenarentaal, zoals “verkeershinder” of om culinaire termen. En u zegt mij: “U moet dringend eens de visie van moderne taaladviseurs lezen. Het model dat u beschrijft, heeft inderdaad lang bestaan. Voor een vorige generatie taalbeleidsmakers en taaladviseurs was er maar één norm, die van Nederland. Of preciezer: van boven de Moerdijk. Maar die visie leeft al lang niet meer.” Neemt u mij niet kwalijk dat deze uitlatingen overkomen als “charmeoffensief.” Natuurlijk staat het niet goed om expliciet ervoor uit te komen dat het AN grotendeels uit woorden van boven de Moerdijk bestaat. Maar de facto is dat nog wel zo, en is de toestand er niet op vooruit gegaan, en blijft u persoonlijk in tal van uw taalkundige beslissingen de voorkeur geven aan Noord Nederlands, zoals bij “gans.” En volgen er m.i. “sofistische” verklaringen dat “spreektaal” gewoon een “register” is en dat er helemaal niets normatiefs gezegd wordt, terwijl het tegendeel het geval is. Ook in officiële communicaties van Van Dale wordt er meegedeeld dat van Dale in toekomst “Belgischer” of “Vlaamser” zal worden, maar als we dan nagaan waar het eigenlijk over gaat dan blijkt het om “namen van wetten, instanties e.d.” te gaan die zullen “gemarkeerd [worden] als Nederlands of Belgisch.” En, zoals reeds gezegd, om wat droge ambtenarentaal, niet om springlevende woorden die soms door 6 miljoen Vlamingen dagelijks gebruikt worden. Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, om maar één van talloze voorbeelden te geven. En toch komen we het woord “kleed” in zo goed als geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

    Wat u zegt over “goesting:” vanzelfsprekend zal slechts de helft van gevraagden goesting goedkeuren als hen al van op school is aangeleerd dat goesting geen AN is. Dat is toch evident? M a w veel van wat u als tegenbewijs aanvoert valt eigenlijk onder cirkelredenering: als gewone Belgisch-Nederlandse woorden al jarenlang door taalkundigen als “spreektaal” en dus geen geschreven AN worden afgekeurd, dan spreekt het vanzelf dat een deel van de ondervraagden het woord negatief zal ervaren. Daarover gaat het juist op deze website: over de censuur van gewone Belgisch-Nederlandse woordenschat.

    Nochmaals, ik ben mij bewust van de terminologische verschillen tussen “spreektaal” en “dialect”. Toch is uw beleid en dat van uw collega’s taalkundigen er een waarin u het woord spreektaal oneigenlijk gebruikt als negatieve term die eigenlijk “niet tot de standaardtaal behorend” betekent. Brandmerk “kleed” of “schoon” als “spreektaal,” i e als geen standaardtaal, en Vlamingen die AN wensen te spreken zullen “jurk”en “mooi” zeggen. Er is veel moed voor nodig om tegen de stroom in te zwemmen, zoals dat hier op deze website gebeurt, en uitlatingen van uzelf, of andere invloedrijke taalkundige opiniemakers zoals Ludo Permentier, op de korrel te nemen, ttz na te gaan wat u nu eigenlijk zegt. Daar zijn energie, tijd en moed voor nodig, maar zo’n kritiek is noodzakelijk omdat steeds dezelfde taalkundige opiniemakers in de pers aan het woord zijn. Opiniemakers, die steeds bij hoog en bij laag beweren, dat ze eigenlijk van het Belgisch Nederlands houden en helemaal niet het Noord Nederlands bevoordelen. Maar die in hun taalkundige uitspraken dat Belgisch Nederlands stiefmoederlijk behandelen, het niet goed genoeg achten voor het AN, en zich daarbij op een “feitelijkheid” baseren die ze, de laatste 20-30 jaar, zelf mee gecreëerd hebben.

    Post scriptum: omdat u voortdurend de juistheid van mijn verwijzingen in vraag trekt of ontkent, voeg ik er meteen het bewijsmateriaal bij over waarom uw taalmails aan VRT journalisten geen gewone “suggesties” zijn, maar wel degelijk normatief. Op de website Taaltelefoon (van de Vlaamse overheid) wordt heel duidelijk het volgende over de uitspraak van AN woorden gezegd: “Er is een consensus dat de uitspraaknorm in Vlaanderen van de Nederlandse verschilt en dat er in Vlaanderen geen behoefte bestaat om de Nederlandse te volgen. Algemeen wordt aangenomen dat de uitspraak van journalisten in nieuwsuitzendingen en andere informatieve programma’s van de VRT geldt als referentie voor de norm in Vlaanderen.” M.a.w. er bestaat geen behoefte om de Nederlandse uitspraak te volgen, maar toch zeggen VRT journalisten unaniem “dossier,” “tram” enz op z’n Noord Nederlands en blijkt nota bene dat die uitspraak “als referentie voor de norm in Vlaanderen geldt.” Dus, uw beweringen dat iedereen gerust verder “tram” mag zeggen klinken hol, als blijkt dat op de officiële website van de Vlaamse overheid duidelijk staat dat de VRT uitspraak eigenlijk “de referentie voor de norm in Vlaanderen” is… (http://taaltelefoon.vlaanderen.be/nlapps/docs/default.asp?id=1266) En als blijkt dat alle VRT journalisten zonder uitzondering trem, dosjee, enz. op z’n Noord Nederlands uitspreken. De VRT krijgt hierover, dat zegt u zelf, ontzettend veel klachten, en toch volhardt men op de VRT in de Noord-Nederlandse uitspraak. Democratisch? Teken dat men luistert naar de mensen? Of is het toegestaan te zeggen dat hier eigenlijk een kleine groep mensen – noem het een “taalelite” – de (Noord-Nederlandse) norm aan de bevolking oplegt?

  3. Ruud Hendrickx

    Sorry, maar dit wordt een dovemansgesprek (‘algemeen Belgisch-Nederlands’). Ik lees alleen maar bij u “toch is het zo dat …” U zult toch met iets meer aantoonbare argumenten moeten komen. Ik heb u ook gezegd hoe ik de termen spreektaal en standaardtaal definieer. U negeert mijn definitie, terwijl dat net de essentie van de discussie is.

    Taalkundigen spreken geen oordeel uit, taaladviseurs doen dat wel omdat ze precies daarvoor geraadpleegd worden. Laten we zeggen dat taalgebruikers die taaladvies vragen, naar de norm vragen. In dat opzicht is het werk van een taaladviseur normatief, ja. Maar de tijd dat taaladviseurs hun eigen norm maakten, is al lang voorbij. Een taaladviseur probeert te formuleren wat in de taalgemeenschap als norm geldt. En de norm wordt niet gemaakt door één persoon, niet door mij maar ook niet door u.

    U blijft beweren dat ik spreektaal gelijkschakel met dialect. Laat ik het eens heel concreet zeggen: ‘kuisen’ is spreektaal, ‘kosjen’ is dialect. Voor mij zijn dat twee heel verschillende dingen. U bent zich misschien bewust van het verschil, maar u schakelt ze wel gelijk.

    Ik schrijf hierboven dat spreektaal in bepaalde contexten wel kan. Ik spreek ook spreektaal in de gewone omgang, maar niet in andere, bijvoorbeeld professionele, situaties. En nogmaals: Als u de vergelijking met het Engels wilt maken: ik vind ook dat er één Engels is (we noemen het allemaal Engels, of niet), met verschillende woorden en tongvallen per streek of land. En ja, als ik een Engelse taaladviseur was, zou ik ook zeggen dat je bepaalde woorden uit het ene deel van het taalgebied beter niet in het andere kunt gebruiken, bijvoorbeeld omdat ze er niet begrepen worden.

    Dat ik de VRT-journalisten verplicht ‘trem’ en ‘dos-jee’ te zeggen, is een kwakkel die u te pas en te onpas verkondigt. In oktober 2006 (!) heb ik een stuk geschreven (http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/juist/061012.shtml) waar ik letterlijk zeg: “Maar mag ik toch deze warme oproep doen? Zeg alsjeblieft tram. Het is nergens voor nodig dat we trem zeggen. Geen enkele Vlaming doet dat spontaan, waarom zouden wij het dan wel doen?”. In augustus 2008 (!) heb ik geschreven (http://taal.vrt.be/taaldatabanken_master/juist/jst-0808.shtml) dat ik al in 1998 aan de redactie voorgesteld heb om ‘dos-sier’ te zeggen.

    Ik accepteer net wel dat het Nederlands van Vlamingen en dat van Nederlanders niet hetzelfde is. Nogmaals: leest u wel wat er staat? Ik zeg alleen dat niet alles wat Vlamingen zeggen ook meteen tot de standaardtaal gerekend moet worden, net zomin als alles wat Nederlanders zeggen tot de standaardtaal, laat staan tot het Algemeen Nederlands gerekend moet worden.

    Spreektaal is geen afkeuring, dat leest u erin. Nogmaals: ik zeg alleen dat spreektaal een bepaald register van het Nederlands dat niet voor alle situaties geschikt is.

    U moet echt niet bang zijn om met mij te discussiëren, en zoals u merkt, ga ik de discussie niet uit de weg. Maar discussiëren houdt onder meer in dat je naar elkaar luistert.

    En ten slotte nog een fundamentele opmerking. U hebt het altijd over de taalkundigen. Mag ik daaruit afleiden dat u geen taalkundige bent? Dat is namelijk niet onbelangrijk. Taalkundigen krijgen namelijk nogal eens het verwijt dat ze koel en afstandelijk met taal bezig zijn. Laat dat nu eens de kern van wetenschap zijn.

    Wat mij betreft, is alles gezegd.

  4. Nog aan de heer Ruud Hendrickx,

    Uw andere zes reacties op deze website zijn goed ontvangen en zijn geplaatst op deze website.


    Ondertussen verscheen ook een langere tekst (“Red het Zuid Nederlands”) in Knack Vrije Tribune online die dieper ingaat op bovengaande problematiek:
    http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm#

  5. Kunt ge ergens een lijst van de laatste reacties zien op dezen blog?

  6. Pingback: Waarom is het Belgisch Nederlands bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  7. Pingback: Wat is Belgisch Nederlands en waarom is het bedreigd? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  8. Pingback: Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, zet “gejost” en “gesjareld” in Dikke van Dale | RED HET BELGISCHNEDERLANDS RED HET ZUID NEDERLANDS