Tagarchief: appelsien sinaasappel

“Man over woord” lanceert dialecten-app, “onze dialecten,” en appelsien

Wordle: Untitled

Is het u ook al opgevallen dat we tegenwoordig zowel op de VRT  als in kranten gebombardeerd worden met overvloedige berichten over “onze dialecten”?  Uitgerekend vandaag lanceert de VRT een grootscheepse media campagne rond de dialecten-app van het nieuwe taalprogramma “Man over woord” (gepresenteerd door Pieter Embrechts), een smartphone-app rond dialecten, waarmee “je kan snuisteren in 18 dialecten.”

De dialectologen en gebruikers van het dialect zullen blij zijn, maar op deze blog zien we deze golf van uitspraken over “onze dialecten” in de media ook een beetje met gemengde gevoelens tegemoet.

Waarom?

Niet dat we iets tegen het dialect hebben.  Integendeel. En we kijken eigenlijk uit naar de dialecten-app van “Man over woord.”

Wat is dan het probleem?

Wel, het is opvallend hoe de vele verwijzingen naar “onze dialecten” ook wel direct of indirect gebruikt worden om ons taalgebruikers in België op tijd en stond tot de orde te roepen. Ja, dialect mag, maar als het er op aan komt dienen we een AN te bezigen dat in de praktijk nog steeds sterk Noordnederlands gekleurd is.  Zo taalkundige Ludo Permentier, die gisteren in de Standaard een kritiek schreef op Dimitri Verhulsts “ode aan de jat kaffee” (“Man over woord”).  Permentier schrijft in zijn stukje het Zuidnederlandse woord “tas” (voor “kop”) af als “dialect,” zonder erbij te zeggen dat “tas” lang het gangbare “standaardtalige” woord in het Zuid Nederlands was.

Ook dialect studies worden niet zelden ingezet om heel wat bovengewestelijke standaardwoorden uit het Zuid Nederlands mee als “dialect” af te schilderen (en af te schrijven) in de media.   De onderliggende hypothese in het dialectendebat zoals dat in onze media gevoerd wordt, is nog steeds: er is maar één Standaardnederlands (AN), dat traditioneel door het Noord Nederlands bepaald wordt, met een klein beetje inbreng van het Belgisch-Nederlands (Zuid Nederlands, Vlaams-Nederlands), maar vooral niet te veel.

Resultaat:  het debat in de media schept de indruk dat heel wat “correcte” Zuidnederlandse woorden eigenlijk ‘incorrect” “dialect”zijn, omdat ze zo niet gebruikt worden in het AN bepaald door het Nederlands van boven de grote rivieren.  Zulke uitspraken passen geheel in de traditie van de taalzuivering: “kleed” is volgens deze redenering niet het Zuidnederlandse synoniem voor het Noordnederlandse “jurk” (zoals het Britse woord “queue” gewoon het synoniem is voor het Amerikaanse woord “line”). Nee, “kleed” is het dialectwoord, en enkel “jurk” is AN of standaardtaal.  Ook al gebruiken miljoenen nederlandstalige Belgen woorden als “kleed,” “appelsien” e.d. ze zijn en blijven gewoon dialect en je dient ze te vermijden als je AN wenst te spreken. En ja, onze kranten en weekbladen staan dan ook vol van onnodige Noordnederlandse woorden, zoals “jurk”, waarvoor goede Zuidnederlandse synoniemen bestaan, die evenwel vermeden worden als ging het om “dialect”…

Samen met promotie voor de dialecten-app van “Man over woord” verscheen er vandaag een lang artikel in de Standaard dat de nieuwe dialectatlas (onder redactie van Nicoline van der Sijs) aanprijst en het over woorden als “appelsien” heeft.  Het artikel is geschreven door Berthold van Maris, een Nederlands journalist, en werd door de Standaard blijkbaar overgenomen.

In dit artikel wordt het Zuidnederlandse woord “appelsien” ( “sinaasappel”)  als volgt gepresenteerd:

Bij de meeste kaartjes [in de dialectatlas] valt wel een interessant verhaal te vertellen. Er is bijvoorbeeld één groot aaneengesloten gebied waarin men ‘sinaasappel’ zegt. Daaromheen liggen kleinere gebieden, die niet met elkaar verbonden zijn, waar men ‘appelsien’ zegt. De dialectoloog concludeert uit dat geografische patroon dat ‘appelsien’ de oudste vorm is, die langzaam door de nieuwere vorm (‘sinaasappel’) wordt verdrongen.

De vraag hoe het komt dat het Zuidnederlandse “appelsien” verdrongen wordt/werd door “sinaasappel” wordt hier niet gesteld, laat staan beantwoord. Over taalzuivering lees je dan ook zo goed als niets in artikelen over de Nederlandse taal.  Over het wegzuiveren van het Zuid Nederlands in België en hoe dat in zijn werk gaat zwijgt men in alle talen (hierover later meer).

Terloops zij opgemerkt dat we in de eerste aflevering van “Man over woord,” dat eigenlijk geen taalles wil zijn, een gelijkaardig fenomeen tegenkomen.  “Man over woord” geeft wel uitleg over de herkomst van het Noordnederlandse woord “stakker,” maar zegt er niet bij dat het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” het synoniem van “stakker(d)” is. Dat zou allemaal geen probleem zijn, als onze kranten of schoolboeken, de woorden “stakker” en “sukkelaar” (of “kleed” en “jurk”) gewoon door mekaar zouden gebruiken en samen zouden “promoten.” Maar, u raadt het (en u kunt het zelf empirisch vaststellen als u de krant leest), het Zuidnederlandse woord “sukkelaar” wordt en is zo goed als weggezuiverd. Samen met tal van andere correcte Zuidnederlandse woorden, die “zo niet” boven de grote rivieren gebezigd worden.

Een ander fenomeen dat typerend is voor het huidige dialectendebat, zien we in het Standaard artikel over de nieuwe dialectatlas.  Daarin doet journalist Berthold van Maris een uitspraak over te beschermen “streektalen,” zoals het Limburgs, die ietwat controversieel genoemd kan worden. Hij schrijft:

Tegenwoordig spreekt men graag over ‘streektalen’, die beschermd dienen te worden, zoals ‘het Limburgs’ en ‘het Nedersaksisch’ (de dialecten van Oost- en Noord-Nederland). Maar wie al die kaartjes bekijkt en naast elkaar legt, ziet dat er geen duidelijk omlijnde streektalen zijn. Met als enige uitzondering, misschien, het Fries.

Deze uitspraak is voor kritiek vatbaar omdat de journalist hier gewoon het standpunt over het statuut streektalen van de Nederlandse Taalunie overneemt, zonder erbij te vermelden dat de Taalunie hiervoor bekritiseerd is.

Wat of wie is dan die Nederlandse Taalunie?

Als u zich ooit heeft afgevraagd hoe het komt dat het AN gehanteerd in ons land nog steeds zo sterk bepaald wordt door het Nederlands gebezigd boven de Moerdijk, dan vindt u het antwoord bij de beginsels van de Taalunie.

De Taalunie is het belangrijke taalverbond tussen Nederland en België dat in 1980 tot stand kwam en dat in wezen de “unificatie” van het Nederlands in Nederland en België nastreefde. In de praktijk betekende die “éénmaking” van de Nederlandse taal, dat heel wat Zuid Nederlands weggezuiverd wordt ten voordele van het Noord Nederlands. Zuid Nederlands werd zo gelijk aan een vergaarbak van “taalfouten” en – u raadt het – “dialect”:

“Het in 1980 beklonken culturele samenwerkingsverdrag tussen Nederland en Vlaanderen, de Taalunie, brak niet met de taalzuiverende traditie maar gaf ze een ander gezicht. Het verdrag van de Taalunie had officieel tot doel “de integratie van Nederland en de Nederlandse gemeenschap in België op het gebied van de Nederlandse taal en letteren in de ruimste zin.” Maar concreet zou dit integrisme neerkomen op de inburgering van Vlamingen in de Noord-Nederlandse cultuur via de taal, die zo een gemeenschappelijke taal zou zijn. Nu spreken ook Engelsen en Amerikanen van een gemeenschappelijk Engels, Duitsers en Oostenrijkers van een gemeenschappelijke Duitse taal, maar het woord “gemeenschappelijk” in het Taalunie verdrag betekende in theorie en praktijk een Nederlands overwegend genormeerd door Noord Nederland. Die mentaliteit was ook te vinden bij prominente Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie die het taalbeleid in Vlaanderen stuurden: de norm lag in Nederland en de gemeenschappelijke taal kon enkel bewaakt worden door een verdoorgedreven uniformisering (officiële naam: standaardisering) van het Nederlands via onderwijs, woordenboeken, stijlhandboeken en de media. Dit betekende niet enkel dat het Standaardnederlands in België gelijker zou worden aan dat van Nederland maar ook dat de gigantische kloof tussen standaardtaal en spreektaal (het negatieve “Schoon Vlaams”) in België zou moeten verkleind worden, naar Nederlands model. ” (http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Pas eind jaren 80 is de Taalunie zich meer gaan richten op “taalvariatie”, t t z het toelaten van meer variatie in de Nederlandse standaardtaal. Maar “zeggen is één ding, doen een ander.”

“De Nederlandse Taalunie promoot een taalvariatie beleid. Zeggen is één ding, doen een ander, want de Taalunie is namelijk de instantie die de EU erkenning van het Limburgs als streektaal uitdrukkelijk betreurt en deze stelling niet gereviseerd heeft. Meer nog, de Taalunie stak een stokje voor de erkenning van het Limburgs als streektaal in België, en blokkeerde ook de EU erkenning van het Zeeuws als streektaal. In beide gevallen beriep de Taalunie zich daarbij op zogenaamd rationele taalkundige argumentatie die eigenlijk interpretatieve gronden had: door het linguistische begrip “dialect” zo eng mogelijk te interpreteren, argumenteerde de Taalunie dat Limburgs en Zeeuws eigenlijk dialecten en geen echte streektalen zijn, ergo dat de erkenning ervan zelfs in strijd zou zijn met het handvest van de EU voor te beschermen streektalen. Deze argumentatie van de Taalunie wordt terecht betwist door de commissies die het Limburgs en het Zeeuws aan de EU voordroegen. Ook het taalbeleid in Vlaanderen, bepaald door Vlaamse vertegenwoordigers van de Taalunie, blijft zitten met relicten van het oude taalzuiveringsmodel. De negatieve beeldvorming rond Zuid Nederlands is niet verdwenen, maar heeft andere vormen aangenomen, is in een nieuw kleedje gestoken. De mentaliteit van het “manke” Zuid Nederlands blijft verderleven in de hoofden van opiniemakers die aan die beeldvorming doen en die de “spraakmakende gemeente” vormen. De geinternalizeerde zelf-censuur, waardoor nederlandstalige Belgen hun Zuid Nederlands wegzuiveren, is niet verdwenen. Ondanks verwijzingen naar taalvariatie, schrijdt de uniformisering naar Noord-Nederlands model gestaag verder, via schoolboeken, taaladviesen, stijlhandboeken, dagbladen, de media. “(http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

M.a.w. de huidige “euforie” over de dialecten die we vandaag in onze media meemaken, is slechts onderdeel van de taalzuiveringstraditie in ons land, die het bovengewestelijke Zuid Nederlands, dat eigenlijk géén dialect is, gestaag verder blijft wegzuiveren.  Niet zelden gebeurt dat door correcte Zuidnederlandse woorden “dialect” te noemen. Ten voordele van de éne standaardtaal die anno 2011 nog steeds buitenmatig bepaald wordt door spraakgebruiken van boven de Moerdijk.

Om al deze redenen blijft het belangrijk “tussen de regels te lezen” als weer het zoveelste bericht over “onze dialecten” in onze media verschijnt.  Deze blog heeft hoegenaamd niets tegen het Noord Nederlands, maar ijvert voor de gelijke erkenning van het Zuid en het Noord Nederlands, naar het model van het Brits en het Amerikaans Engels. Noord- en Zuidnederlandse woorden dienen gewoon beschouwd te worden als elkaars synoniemen, zoals dat bij het Brits en Amerikaans Engels het geval is.

Het artikel in de Standaard leest u hier:
http://destandaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=ML3ITH19

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van Van Dale en VRT taaladviseur, zet “gejost” en “gesjareld” in Dikke van Dale

Wordle: Untitled
Goed nieuws voor wie zich inzet voor het Belgisch Nederlands of Zuid Nederlands: de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale, Ruud Hendrickx, zal “gejost” en “gesjareld” in de volgende editie van de Dikke Van Dale opnemen. Dat dank zij een brief van twee scholieren, Bram Thienpont en Jill Sonck van het Koninklijk Atheneum Ninove, aan de Van Dale hoofdredacteur.  De studenten moesten 6 maanden wachten op antwoord, maar het woord “jossen” is dank zij de politieke onderhandelingen in het nieuws en in de pers geweest, en krjgt dus nu een plaats in de Dikke Van Dale.  Zo kwam het woord “gejost” in het nieuws toen VRT journalist Lieven Verstraete aan Bart de Wever vroeg of hij zich “gejost” voelde? Bart de Wever zei dat hij niet op die vraag wilde antwoorden omdat het “tussentaal” zou zijn.  Nu blijkt dat Ruud Hendrickx, die ook de huidige VRT taaladviseur is, het bijvoegelijk naamwoord “gejost” in de Dikke van Dale zal zetten. Het zal zeker geen kwaad hebben gekund dat een prominent VRT journalist als Lieven Verstraete het woord “gejost” gebruikte.

Wij zijn opgetogen over deze ontwikkelingen, omdat deze blog “Red het Belgisch Nederlands/ Red het Zuid Nederlands” een lobby is voor de opname van meer Zuid Nederlands in de Van Dale (u vindt trouwens een uitgebreide lijst met typisch Zuid-Nederlandse woordenschat op deze link: https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/) We zijn verder ook opgetogen omdat deze blog actie voert tegen negatieve labels als “tussentaal” en “Verkavelingsvlaams.” Toch zitten er nog steeds “addertjes onder het gras.” Het is namelijk zo dat er nu al heel wat “tussentaal” en zelfs “dialectwoorden” in de Dikke van Dale staan. Ja, dat heeft u goed gelezen, het is niet omdat een woord in de Dikke Van Dale staat dat het daarom een AN woord is. Even belangrijk voor deze blog, daarom, is dat méér Zuid-Nederlandse woorden die nu al in de Van Dale staan, erkend worden als zijnde AN of standaardtaal. Er staan namelijk ook heel wat Zuid-Nederlandse woorden in de Dikke van Dale die een “negatief” label krijgen, zodat ze uit de AN spreektaal gehouden worden. Voorbeelden daarvan zijn “kleed” dat in het AN nog steeds door het Noord-Nederlandse “jurk” dient vervangen te worden of “appelsien.” Of denk aan “fier”: dat staat wel in de Van Dale, maar in de geschreven pers wordt het vervangen door “trots” en wordt het duidelijk dat het Zuid-Nederlandse “fier” niet gewenst is in het “echte” “zuivere” AN. Wie dagelijks Belgische kranten leest, weet dat de taalredacties van Vlaamse kranten veel acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uit hun kranten houden (denk bv. aan “wenen” dat vervangen wordt door “huilen,” “dikwijls” door “vaak,”  “kwaad” door “boos”), ook al staan die woorden in de Dikke van Dale (bv. kleedje). Dus we zijn nog steeds niet waar we moeten zijn.

Op deze website hebben we uitgebreide discussies gehad met de heer Hendrickx over het Zuid Nederlands of Belgisch Nederlands en de uitsluitingsmechanismen die nog steeds in de Dikke van Dale aan het werk zijn.  Zo schreven we een “open brief” aan Ruud Hendrickx, waarop hij reageerde:

https://belned.wordpress.com/2011/01/26/belgisch-nederlands-open-brief-ruud-hendrickx/

En ook op deze link wisselden we van mening:  https://belned.wordpress.com/2011/02/09/belgisch-nederlands-antwoord-ruud-hendrickx/

Enerzijds is het positief de opname van “gejost” te zien, met dank aan Ruud Hendrickx, maar anderzijds  blijven we via onze blog verder lobbyen bij de Belgische redactie van Van Dale en hopen we dat veel meer Zuid-Nederlandse woorden (kleedje enz.) als standaardtaal erkend zullen worden.

Volledigheidshalve voegen we er ook aan toe dat er in het dagblad de Standaard, een negatieve reactie op de beslissing van Ruud Hendrickx verscheen:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=M53C0RSO

Het interview met Ruud Hendrickx en de twee scholieren uit het VRT programma Duizend Zonnen kan u hier zien:

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/ookdatnog/1.1053943

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized