Tagarchief: Vlaams

Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Wordle: Untitled
Hoe werken”gij” “jij” en “u” in Vlaanderen, is een vraag die heel wat Nederlanders, maar ook sommige Vlamingen zich stellen.

Alles wordt simpel als we uitgaan van het verschil tussen het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands. Je/jij/jouw zijn Noord-Nederlands, waarmee we met Noord Nederlands het hele land Nederland bedoelen (want ook in de zuidelijke provincies van Nederland overheerst het Noord Nederlands). Gij/ge/gullie/uw zijn Zuid-Nederlands, traditioneel gebruikt door nederlandstalige Belgen.  Verder is het Zuid-Nederlandse “ge/gij” =het Noord-Nederlandse “je/jij” (gebruikt om vrienden, kennissen, mensen met wie men op vertrouwelijke voet staat, aan te spreken).  De hoffelijke aanspreekvorm in zowel het Zuid Nederlands als het Noord Nederlands is “u.”  In beide landen spreekt men dus traditioneel derden die men niet kent met “u” aan, zoals ook uitgedrukt in “a.u.b” of “dank u.”

De Zuid-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm):

a.enkelvoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin: Heeft u uw boek gevonden?

b. meervoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin met “hebben”: Heeft u dat allemaal gezien?

Voorbeeldzinnen met “zijn”:

Traditioneel: Waart u daarbij?   Nu: Was u daarbij?

Traditioneel: Zijt u daar geweest? Nu: Bent u daar geweest?

Traditioneel: Zijt u zeker? Nu: Bent u zeker?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen, enz.)

a. enkelvoud: ge (gij) (bezittelijk voornaamwoord bij gij is “uw”)

Hebt ge (gij) uw boek gevonden?

Zijt ge zeker? Zijt ge daar geweest?

Waart ge zeker?

b. meervoud: gullie/uw

Hebt gullie dat gezien?

Waart gullie daarbij?

Zijt gullie daarbij geweest?

(zoals bij de meervoudsvorm van “u” wordt ook bij “gullie” het werkwoord  in het enkelvoud gehouden)

De Noord-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm): u (bez.vnw. uw)

a. enkelvoud

Heeft u dat gezien?

Was u daar?

b. meervoud:

Heeft u uw boek gevonden?

Was u daar?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen):

je (jij) (bezittelijk vnw. bij jij is jouw)

a. enkelvoud

Heb jij jouw boek gevonden?

b. meervoud:

Hebben jullie het boek gelezen?

Zijn jullie zeker?

Waren jullie daar?

******************

VOORBEELDEN VAN FOUTE ZINNEN:

Hebt gij *jouw boek gevonden? (moet zijn: hebt gij uw boek gevonden?)

Mevrouw, wil *jij de deur openhouden? (formele aanspreekvorm met mevrouw of meneer, gebruik “u” en niet *jij)

Wat wil *je drinken? (beter “u”, want “je” wordt als “onbeleefd” ervaren in België in restaurants, cafés e.d.)

U heeft gezegd, dat u *jouw bankkaart zou meebrengen (moet zijn “dat u uw bankkaart zou meebrengen)

(het bezittelijk voornaamwoord bij de beleefde aanspreekvorm “u” is “uw.” “Je” “jij” en “jouw” zijn informele aanspreekvormen en worden niet gebruikt in formele situaties waarin men klanten in een bank e.d. aanspreekt)

******************

Zowel in Nederland als in Vlaanderen schijnt men dit systeem niet altijd meer te begrijpen, zo weten we uit persoonlijke ervaring.  Nochtans is het simpel: het Zuid Nederlands gebruikt “gij” voor het Noord-Nederlandse “jij.”  Beide landen gebruiken “u” als hoffelijke aanspreekvorm.  Het klopt verder ook niet dat “Vlamingen zelfs u tegen een baby zeggen” zoals men soms wel eens in Nederland zegt.  “Uw” is het bezittelijk voornaamwoord dat zowel bij “gij” als bij “u” hoort. Dus als een moeder tegen een kind zegt “eet uw pap op,” dan is dat géén formele aanspreekvorm maar het juiste bezittelijk voornaamwoord bij gij, want een baby of kind wordt met gij aangesproken. Verder is het ook incorrect te stellen dat “gij” dialect, Verkavelingsvlaams of tussentaal zou zijn. Gij is de traditionele aanspreekvorm voor de tweede persoon informeel die ook tot einde 19de eeuw in Nederland gebruikt werd en ook nog in Noord-Nederlandse boeken tot ver in de 20ste eeuw te vinden is. Zo schreef Van Gogh brieven aan zijn broer waarin hij zijn broer met gij aansprak.  “Jij” is de Noord-Nederlandse (Hollandse) vorm die van latere datum is en die door Multatuli gebezigd werd.

Op het internet kwamen we uitspraken tegen van een Nederlandse onderzoekster die zich ook bezighoudt met het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen en die zich afvraagt hoe dat gebruik nu eigenlijk werkt. We helpen graag bij het verklaren: traditioneel gebruikt men in Vlaanderen of Noord België “gij”/ge en u/uw, want jij/je zijn Noord-Nederlands, eigen aan het spraakgebruik in Nederland (nota: in het Limburgs zegt men ook “du” en in het West Vlaams ook  “ghi”/ji, maar in de gedrukte Zuid-Nederlandse standaardtaal werd in gans Vlaanderen “gij” gebruikt. “Gij” is dus niet gelijk aan een “Antwerps-Brabantse” dialectvorm, zoals soms ten onrechte beweerd wordt, maar was tot in de jaren 50-60, en zelfs later, de informele aanspreekvorm in de Zuid-Nederlandse schrijftaal in heel Vlaanderen. Tegenwoordig is het “gij” gebruik beperkt tot de informele spreektaal, ten gevolge van de taalzuiveringscampagnes waarover hieronder en op onze home page meer).

Evenwel is men in de tweede helft van de 20ste eeuw in Vlaanderen aan uiterst strenge taalzuivering beginnen doen. Dus pas in het Vlaanderen van na de Tweede Wereldoorlog is  men begonnen met het invoeren van het Noord-Nederlandse “jij” als informele aanspreekvorm, in het kader van de éénmaking van de Nederlandse taal en taalzuivering. Dat betekent dat het taalbeleid in België erop bedacht is het Zuid Nederlands zoveel mogelijk aan banden te leggen en zogenaamd “ongewenste” Zuid-Nederlandse vormen “weg te zuiveren.” Spijtig genoeg horen daar ook vormen als “ge” en “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal toe. Het is dan ook spijtig dat deze belangrijke achtergrond over de taalpolitiek in België ontbreekt in volgende opmerkingen van een onderzoekster in een artikel uit Taalschrift, een tijdschrift van de Nederlandse Taalunie:

"Vlaanderen is tegenwoordig wel een belangrijk onderzoeksgebied van mij.
De ontwikkelingen in het gebruik van de aanspreekvormen in Vlaanderen lijken wel op die in
Nederland, maar ze zijn niet helemaal hetzelfde. Een belangrijk verschil met Nederland is dat in
Vlaanderen niet twee, maar drie aanspreekvormen worden gebruikt: jij, u én gij. Het lijkt erop dat in
Vlaanderen vooral in de (spontane) spreektaal de drie aanspreekvormen willekeurig door elkaar
worden gebruikt: jij, u en gij worden in Vlaanderen gemixt. Dat maakt het observeren van het
gebruik van die voornaamwoorden erg lastig. Op de Belgische televisie zie je regelmatig dat in één
programma dezelfde persoon met zowel u, jij als gij wordt aangesproken. Er lijkt geen enkele logica
achter het gebruik van die drie aanspreekvormen te zitten. Vooral de status van het Vlaamse gij is
mij nog onduidelijk. De ene keer is gij synoniem met jij, de andere keer met u. Heel lastig, maar
natuurlijk ook heel boeiend. Wel blijkt uit mijn onderzoek dat jongeren in Vlaanderen steeds minder
gij zeggen en steeds meer jij.”

(http://taalschrift.org/img/vermaas4.pdf)

Wat de Nederlandse onderzoekster hier stelt, dat er “geen logica” zou zijn en dat Vlamingen de je/gij en u zomaar “willekeurig” door elkaar gebruiken, is niet correct. Niets is minder waar: als de drie vormen door elkaar gebruikt worden, is dat het gevolg van de verwarring die ontstaan is bij sommige Vlamingen onder invloed van het strenge en repressieve taalzuiveringsregime in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling dat nederlandstalige Belgen langzaam maar zeker dat zogenaamd ouderwetse Zuid-Nederlandse “gij,” ook in hun spreektaal, afschrijven en exclusief overschakelen op het Noord-Nederlandse “jij.” Vandaar dat er in Vlaanderen ook campagnes tegen “gij” gevoerd worden zoals in de media campagnes tegen het zogenaamde “Verkavelingsvlaams.” Die taalzuivering in België heeft een nieuw gezicht gekregen in het Taalunie tijdperk (na 1980), zodat het dan ook niet verwonderlijk is dat de jonge generatie geboren na 1980 het Noord-Nederlands “jij” versterkt is gaan gebruiken (ook geholpen door internet, radio, jongeren programma’s, enz.).  Diezelfde “na 1980 jongeren generatie” is ook op school het Noord-Nederlandse woordje “leuk” aangeleerd, van in de laagste kleuterklasjes en via gedubte kinderprogramma’s, want ook “leuk” kwam voor 1980-1990 zo goed als niet voor in België (men zei “geestig,” “plezant,” “plezierig,” “fijn,” “aangenaam,” “sympathiek” “prettig” enz. maar eigenlijk nooit “leuk”).

Het heeft dan ook weinig zin het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen wetenschappelijk te onderzoeken zonder dat de wetenschappelijke studie in kwestie rekening houdt met de traditie van taalzuivering. De bedoeling van de taalpolitiek die gevoerd wordt is namelijk dat het “gij” en “gullie,” zelfs in het gesproken Zuid Nederlands, op termijn zo goed als verdwijnen, niet enkel uit de geschreven taal (wat al gebeurd is), maar ook uit de gesproken taal in België. En precies met die taalpolitiek heeft deze blog serieuze problemen omdat het standpunt van deze blog is dat het Noord en Zuid Nederlands naast elkaar dienen te kunnen bestaan, zonder dat het Zuid Nederlands tot verdwijnen gedoemd is.

Zoals deze website bovendien al meermaals heeft opgemerkt: het woord “taalzuivering” is zo goed als taboe in Nederlandse taalstudies, zoals ook blijkt uit de Nederlandse studie hierboven geciteerd. Zo goed als niemand wil grif toegeven dat er in Vlaanderen tot op de dag van vandaag aan “taalzuivering” gedaan wordt en ook die term”taalzuivering” duikt zelden op in wetenschappelijke studies (tenzij men het  bv. heeft over de periode jaren 50-60).

Verder is deze website “Red het Belgisch Nederlands” niet gekant tegen “jij,”  en is deze website evenmin gekant tegen het Noord Nederlands. Integendeel, deze website wil lobbyen voor de gelijke waardering van Noord en Zuid Nederlands. Daarom heeft deze website kritische vragen bij pogingen van het taalbeleid in België (niet zelden verwoord door Vlaamse representanten van de Taalunie) om zelfs het “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal uit te faseren.

De positie van deze website:

laat “gij” bestaan in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Dat kan als Vlaamse opiniemakers ophouden met het villifiëren van de Zuid-Nederlandse spreektaal door deze negatief “Verkavelingsvlaams” te noemen. Noord en Zuid Nederlands moeten gewoon naast elkaar kunnen bestaan.  Aan “de Nederlanders,” zoals sommigen wel eens durven te beweren, ligt het zeker niet, want telkens je Nederlanders erop aanspreekt, blijkt dat vele Nederlanders van het Zuid Nederlands houden. De meeste Nederlanders blijken ook niet op de hoogte zijn van de negatieve beeldvorming en de negatieve campagnes die in Vlaanderen tegen de Zuid-Nederlandse spreektaal (“het Verkavelingsvlaams”) en tegen Zuid-Nederlandse woordenschat (“plezant,” “goesting,” “kleedje” “appelsien” enz.) gevoerd worden.

Verschillen tussen Vlaanderen en Nederland in het gebruik van de beleefdheidsvorm “u”

De trend om de informele aanspreekvorm “jij” altijd en overal te gebruiken (en dus iedereen, ook “derden,” ongevraagd te tutoyeren) blijkt afkomstig te zijn uit Nederland.  Maar heel wat Nederlanders klagen er ook over en houden strikt vast aan de hoffelijke aanspreekvorm “u.”   Toch zijn er ook belangrijke culturele verschillen met België.  Meer nog dan in Nederland maken de meeste Nederlandstalige Belgen nog steeds een strikt onderscheid tussen “u” en  de informele aanspreekvormen ”gij” (Zuid Nederlands) en “jij” (Noord Nederlands), precies zoals men ook in Frankrijk en in Duitsland een strikt onderscheid maakt tussen hoffelijke aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  ”u” gebruiken ze om anderen (derden) aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, vrienden en kennissen. “A.u.b.” en “dank u” horen bij die hoffelijke aanspreekvorm “u”. Het bezittelijke voornaamwoord dat bij “u” hoort is “uw” (“Heeft u uw bankkaart vergeten?”) en nooit of te nimmer “je/jouw.”

Heel wat nederlandstalige Belgen ervaren de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame, gesprekken met bankbedienden, overheidsteksten en tijdschriften, als te direct of zelfs onbeleefd.  Vele teksten van de Vlaamse overheid respecteren dat culturele verschil en spreken de geadresseerde correct met “u” aan.  Maar onder druk van reclame en en een soort marketeers Nederlands, waarin iedereen altijd met “je” aangesproken wordt,  dreigt het onderscheid tussen u en gij/jij te verdwijnen, wat dikwjls als ongewenst door de geadresseerden ervaren wordt. Zolang ministers en andere hooggeplaatsen met “u” dienen geadresseerd te worden, lijkt het niet meer dan normaal dat ook de gewone doorsnee burger het recht heeft door marketeers en co. met “u” aangesproken te worden.   Trouwens, ook vele Nederlanders ergeren zich zeer aan reclameteksten of situaties waaruit de beleefdheidsvorm “u” geschrapt is (sommigen zien het als teken van “verhuftering”).    Wie op Nederlandse autostrades rijdt, weet dat zelfs de verkeersborden op die autostrade de bestuurders met “je” aanspreken ipv met het hoffelijke “u.”

Toch spreken ook heel wat websites van de Nederlandse overheid de burger correct met “u” aan, terwijl we bij de Vlaamse overheid de omgekeerde tendens schijnen te kunnen waarnemen: in Vlaanderen merken we dat websites van de Vlaamse overheid meer en meer op het onhoffelijk aandoende “je” overschakelen (o.i.v. een soort “marketeers Nederlands”?). Dat is merkwaardig omdat de Vlaamse overheid over een taaladviesdienst beschikt (taaltelefoon).  De anti-zwerfvuil campagne van de Vlaamse overheid spreekt de burger correct met “u” aan en gebruikt ook standaard Zuid-Nederlandse woordenschat (zoals “vuilbak” en “proper” ipv het Noord-Nederlandse “schoon”. Schoon heeft in België zijn oorspronkelijke betekenis behouden, die men ook in Nederland gebruikte, en schoon betekent in België dus “esthetische schoonheid.” Mooi is Noord Nederlands en van latere datum dan “schoon”).  Zo luidt de slogan van de campagne: “Zwerfvuil is niet meer van deze tijd. Dank zij u blijft het proper.”  Maar we merken dat op diezelfde website, een incorrect gebruik van “je” voorkomt. Want op de vraag “Is uw buurt al helemaal mee?” volgt “Zoek in je buurt,” wat natuurlijk: “Zoek in uw buurt” dient te zijn (http://www.indevuilbak.be/). We kunnen ons afvragen of deze foute vormen van “je” en het schrappen van het beleefde aanspreekvorm “u” afkomstig zijn van de website designers die deze sites ontwerpen? Zo ja, dan zou het misschien goed zijn als de  taaladviesdienst van de Vlaamse overheid deze fouten zou corrigeren.  Vele Belgische burgers wensen met het hoffelijke “u” en “uw” door de Vlaamse overheid, websites van ministeriële kabinetten, de NMBS, de Lijn en andere diensten aangesproken te worden.  Het correcte gebruik van die aanspreekvorm “u” dreigt te verdwijnen als het “marketeers Nederlands” verder de overhand mag krijgen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Advertenties

Reacties staat uit voor Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van Van Dale en VRT taaladviseur, zet “gejost” en “gesjareld” in Dikke van Dale

Wordle: Untitled
Goed nieuws voor wie zich inzet voor het Belgisch Nederlands of Zuid Nederlands: de Vlaamse hoofdredacteur van Van Dale, Ruud Hendrickx, zal “gejost” en “gesjareld” in de volgende editie van de Dikke Van Dale opnemen. Dat dank zij een brief van twee scholieren, Bram Thienpont en Jill Sonck van het Koninklijk Atheneum Ninove, aan de Van Dale hoofdredacteur.  De studenten moesten 6 maanden wachten op antwoord, maar het woord “jossen” is dank zij de politieke onderhandelingen in het nieuws en in de pers geweest, en krjgt dus nu een plaats in de Dikke Van Dale.  Zo kwam het woord “gejost” in het nieuws toen VRT journalist Lieven Verstraete aan Bart de Wever vroeg of hij zich “gejost” voelde? Bart de Wever zei dat hij niet op die vraag wilde antwoorden omdat het “tussentaal” zou zijn.  Nu blijkt dat Ruud Hendrickx, die ook de huidige VRT taaladviseur is, het bijvoegelijk naamwoord “gejost” in de Dikke van Dale zal zetten. Het zal zeker geen kwaad hebben gekund dat een prominent VRT journalist als Lieven Verstraete het woord “gejost” gebruikte.

Wij zijn opgetogen over deze ontwikkelingen, omdat deze blog “Red het Belgisch Nederlands/ Red het Zuid Nederlands” een lobby is voor de opname van meer Zuid Nederlands in de Van Dale (u vindt trouwens een uitgebreide lijst met typisch Zuid-Nederlandse woordenschat op deze link: https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/) We zijn verder ook opgetogen omdat deze blog actie voert tegen negatieve labels als “tussentaal” en “Verkavelingsvlaams.” Toch zitten er nog steeds “addertjes onder het gras.” Het is namelijk zo dat er nu al heel wat “tussentaal” en zelfs “dialectwoorden” in de Dikke van Dale staan. Ja, dat heeft u goed gelezen, het is niet omdat een woord in de Dikke Van Dale staat dat het daarom een AN woord is. Even belangrijk voor deze blog, daarom, is dat méér Zuid-Nederlandse woorden die nu al in de Van Dale staan, erkend worden als zijnde AN of standaardtaal. Er staan namelijk ook heel wat Zuid-Nederlandse woorden in de Dikke van Dale die een “negatief” label krijgen, zodat ze uit de AN spreektaal gehouden worden. Voorbeelden daarvan zijn “kleed” dat in het AN nog steeds door het Noord-Nederlandse “jurk” dient vervangen te worden of “appelsien.” Of denk aan “fier”: dat staat wel in de Van Dale, maar in de geschreven pers wordt het vervangen door “trots” en wordt het duidelijk dat het Zuid-Nederlandse “fier” niet gewenst is in het “echte” “zuivere” AN. Wie dagelijks Belgische kranten leest, weet dat de taalredacties van Vlaamse kranten veel acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uit hun kranten houden (denk bv. aan “wenen” dat vervangen wordt door “huilen,” “dikwijls” door “vaak,”  “kwaad” door “boos”), ook al staan die woorden in de Dikke van Dale (bv. kleedje). Dus we zijn nog steeds niet waar we moeten zijn.

Op deze website hebben we uitgebreide discussies gehad met de heer Hendrickx over het Zuid Nederlands of Belgisch Nederlands en de uitsluitingsmechanismen die nog steeds in de Dikke van Dale aan het werk zijn.  Zo schreven we een “open brief” aan Ruud Hendrickx, waarop hij reageerde:

https://belned.wordpress.com/2011/01/26/belgisch-nederlands-open-brief-ruud-hendrickx/

En ook op deze link wisselden we van mening:  https://belned.wordpress.com/2011/02/09/belgisch-nederlands-antwoord-ruud-hendrickx/

Enerzijds is het positief de opname van “gejost” te zien, met dank aan Ruud Hendrickx, maar anderzijds  blijven we via onze blog verder lobbyen bij de Belgische redactie van Van Dale en hopen we dat veel meer Zuid-Nederlandse woorden (kleedje enz.) als standaardtaal erkend zullen worden.

Volledigheidshalve voegen we er ook aan toe dat er in het dagblad de Standaard, een negatieve reactie op de beslissing van Ruud Hendrickx verscheen:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=M53C0RSO

Het interview met Ruud Hendrickx en de twee scholieren uit het VRT programma Duizend Zonnen kan u hier zien:

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/ookdatnog/1.1053943

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Het Vlaamse kookboek van Jeroen Meus, gerecenseerd door Onno Kleyn van de Volkskrant

Opschudding in de Nederlands-Belgische taalwereld: Onno Kleyn, de recensent van de Volkskrant, vraagt zich af of het kookboek van VRT kok Jeroen Meus wel geschikt is voor Nederlanders:

“Een goed boek, een goed, degelijk, lekker en verstandig boek, dat is Jeroen Meus’ Dagelijkse Kost. Maar jongens, moest het nu zomaar, hup, de Nederlandse markt op gestuurd worden? In de Originele Versie? Met busseltjes peterselie, platte kaas, koriandergraan, pladijzen, zwarte pens, graanmosterd, toastbrood en grijze garnalen?”

http://www.onnokleyn.nl/smaakvertelling/662-boekbespreking-jeroen-meus-dagelijkse-kost.html

In de Standaard verscheen een reactie van Peter Jacobs:

Kleyn geeft de op snel geldgewin beluste uitgever Van Halewyck ervan langs. Hij heeft het boek ‘gewoon maar’ in Nederland verspreid. Zonder opdruk met de waarschuwing dat het in het Vlaams gesteld is. Want pladijs, amandelpoeder, grijze garnalen en graanmosterd, dat kennen ze in Nederland niet. Dat staat niet in het woordenboek – hun woordenboek. En dat hebben ze niet bij de Albert Heijn. Verder zeurt Kleyn nog wat over de eeuwige verwarring tussen gamba’s en scampi. Ach ach ach, het zal allemaal wel terecht zijn. Ik kan geloven dat niet alle ingrediënten zomaar overal in dezelfde verpakking en onder dezelfde benaming verkrijgbaar zijn. Natuurlijk zijn sommige van Meus’ keukentermen algemeen Belgisch Nederlands, maar dat ze zo exotisch zouden klinken dat ze voor onze taalgenoten moeten vertaald worden, getuigt van arrogante onwil, van een cultuurkloof die zelfs niet meer aan tafel te overbruggen valt.

En Peter Jacobs merkt op dat nederlandstalige Belgen omgekeerd wel de Noord-Nederlandse vertalingen over zich laten komen. Vlamingen kunnen niet anders dan Noord-Nederlandse vertalingen kopen, omdat er nu eenmaal geen andere vertalingen op de markt zijn.

(…)

Wij zijn brave mensen dat wij nooit die talrijke Nederlandse uitgevers van kookboeken aanklagen die in de Vlaamse handel boeken durven te leveren waarin ze bijvoorbeeld grapefruit in plaats van het zoveel mooiere pompelmoes gebruiken. Wij, dat zijn die mensen die ‘hun’ vertalingen van Jamie Oliver, Nigella Lawson en René Redzepi moeten kopen. Die met wat goede wil begrijpen wat amandelfliebertjes zijn. Die weten dat prinsessenbonen ook sperziebonen genoemd worden. Die zich wel iets kunnen voorstellen bij een handappel.

Dat moest me even van het hart. Nu schuif ik het magazine van de Volkskrantterzijde en drink ik met veel goesting mijn pompelmoessap verder op. Schol! En daarmee bedoel ik niet: Pladijs!

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20110704_029

Peter Jacobs behoort inderdaad tot het slag “brave mensen”, want anders had hij geschreven dat pompelmoes een zoveel schoner woord dan grapefruit is. Om maar even op te merken dat nederlandstalige Belgen al zeer veel water in hun spreekwoordelijke wijn gedaan hebben en al vele Zuid-Nederlandse woorden, zoals het alom gebruikte “schoon,” hebben laten varen voor Noord-Nederlandse woorden zoals “mooi.” Of “zagen” voor het Noord-Nederlandse “zeuren.”

Peter Jacobs klaagt aan wat algemeen geweten is maar waarover zelden of nooit gesproken wordt: het Nederlands in Nederland en Vlaanderen is bij voorkeur Noord Nederlands.  Het Zuid Nederlands, of Belgisch Nederlands, wordt aan de kant geschoven, weggezuiverd, en als er dan toch eens een boek in het Zuid Nederlands verschijnt, valt het “negatief” op vanwege het taalgebruik.

Dat Onno Kleyns recensie “arrogant” of “neerbuigend” zou zijn, klopt evenwel niet. We hebben hier eerder te maken met een historisch gegroeide “taalimperialistische” situatie: die is het resultaat van de beslissing om het Noord Nederlands de norm voor het Nederlands in Nederland en België te maken. Vanzelfsprekend is die beslissing niet, zoals landen als Engeland en Amerika aantonen, want daar bestaan twee vormen van Engels die in woordenschat en zelfs in spelling sterk van elkaar verschillen.  Het is ook aan te nemen dat Nederlands recensent Onno Kleyn uit de lucht komt vallen, na het lezen van deze reacties uit België. Het is dan ook mogelijk dat hij, zoals andere Nederlanders, niet op de hoogte is van de discussies omtrent het Noord- en Zuid Nederlands die nederlandstalige Belgen bezighouden (zie over deze verschillen http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm)

Deze blog Red het Belgisch Nederlands ijvert voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands, en waarom niet? Waarom niet erkennen en toegeven dat er twee vormen van Nederlands bestaan, de Noord en de Zuid Nederlandse, naar analogie met het  Brits en het Amerikaans Engels. Nog niet zo lang geleden werd veel van wat Zuid Nederlands is afgeschreven als “dialect,” “fout,” niet “netjes verzorgd,” enz., en gold wat boven de Moerdijk geschreven wordt als norm. Daarin zou een kentering dienen te komen: is het in de 21ste eeuw nog gepast om dergelijke 19de eeuwse modellen op het Zuid Nederlands toe te passen?

Uitgeverij van Halewyck reageert als volgt op Onno Kleyns boekbespreking, meldt het Nieuwsblad

Uitgeverij Van Halewyck legt de bezwaren van Kleyn naast zich neer. In een reactie in Het Laatste Nieuws klinkt het maandag dat er geen vertaling komt. ‘Net zoals Jeroen Meus horen zijn kookboeken authentiek Vlaams te blijven’.

 

 

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

NMBS reclame over toffe botten en bomma’s, of Zuid Nederlands in Belgische reclame

Het is een trend die we al enige tijd volgen: Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) wordt weer meer gebruikt in reclame. Zo was er onlangs een reclame spotje van Flandria groenten op VRT waarin komkommers aangeprezen werden omdat men er schoon (ipv mooi) van wordt.  Voor de herhalingen van F. C. de Kampioenen -uit 1994, waarin Doortje en Bieke nog spontaan voortdurend “schoon” zeggen ipv “mooi” – is er een reclame spot van Belgacom waarin een man en zijn zoon op zoek zijn naar een vijs (ipv een schroef). En de NMBS heeft grote affiches hangen in trein stations waarin spreuken als “Toffe botten” en “De Bomma” prijken.

Het is blijkbaar in om Zuid-Nederlandse spreektaal te gebruiken.

Dat is opmerkelijk gezien het feit dat enkele prominente Vlaamse opiniemakers in kranten wel eens campagne voeren tegen de zogenaamde “tussentaal” en het “Verkavelingsvlaams.” Op deze blog gebruiken we die termen niet maar spreken we van Zuid-Nederlandse spreektaal en schrijftaal.

Ook de kritische website De Manke Usurpator heeft zoals onze blog vragen rond de campagne tegen het Verkavlingsvlaams. Van de manke usurpator mochten we deze foto’s lenen, gemaakt in het station van Berchem door de manke usurpator zelve:

credits: manke usurpator

credits: de manke usurpator

Nog een opmerking over deze reclame campagne van de NMBS:

het valt op dat de NMBS de reiziger met “je” ipv “u” adresseert.   Toch ervaren heel wat Belgen de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame en overheidsteksten, als te direct of zelfs onbeleefd.  Reclameteksten voor banken en medicamenten maken dan ook meestal gebruik van het hoffelijke “u.” Ook heel wat Nederlanders, trouwens, klagen over het verdwijnen van “u” als hoffelijkheidsvorm in Nederland.  Op Nederlandse autostrades staan er verkeersborden die de bestuurders met “je” aanspreken ipv u.

Zoals in Frankrijk en in Duitsland maken nederlandstalige Belgen en heel wat Nederlanders een strikt onderscheid tussen beleefde aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  “u” gebruiken ze om anderen aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, kennissen.  “Je” altijd en overal is een verschijnsel uit marketeers Nederlands.   Het is een beetje vreemd want wie bv. een minister aanschrijft gebruikt “u”, dus waarom dan niet ook “u” gebruiken voor de doorsnee burger?

Voetnoot: de foto’s van de Manke Usurpator, met zijn commentaar, vindt u op deze link:  http://demankeusurpator.wordpress.com/2011/06/03/het-lukt-niet-aflevering-elfendertig/

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized