Tagarchief: dialect

Ode aan het West-Vlaams: Marijke Pinoy leest Guido Gezelle

Wordle: Untitled

De VRT  TV serie “Het goddelijk monster,” naar het boek van Tom Lanoye, heeft stof doen opwaaien omdat de acteurs West-Vlaams spreken.  De enen zijn hiertegen omdat het “dialect” zou zijn en dat zogezegd niet echt mag op nationale TV.  De anderen vinden dan weer dat de acteurs niet goed genoeg West-Vlaams spreken.

Als grote liefhebber van het West Vlaams ben ik zelf blij dat er eindelijk eens een TV serie is waarin die streektaal aan bod komt. En, hoed af (chapeau), aan de acteurs.

Het is tijd dat men in Vlaanderen eens ophoudt met dat eeuwige zinloze, kleinzielige gebekvecht over de dialecten en of West Vlaams al dan niet verstaanbaar zou zijn voor mensen uit andere provincies.  Laten we blij zijn dat onze dialecten nog niet helemaal uitgestorven zijn.  En laten we dialect niet langer gelijkschakelen aan “onbeleefdheid,” “ouderwets” of “boersheid.” Te lang zijn die negatieve labels gebruikt in dienst van de AN brigade.  Trouwens, wie moeite doet en open staat voor het West-Vlaams is vlug mee. En het loont alleen al de moeite naar de muzikaliteit van de klanken te luisteren.

Om daarin te oefenen, kan u hier luisteren naar actrice Marijke Pinoy, die haar lievelingsgedicht voorleest: “Er viel ‘ne keer” van Guido Gezelle. Op onderstaand filmpje leest Pinoy het gedicht voor in het West-Vlaams en noemt ze het aansluitend, wanneer ze terug op het AN is overgeschakeld, een schoon gedicht. Schoon in het AN, ja dat kan. Want,  waarom zouden nederlandstalige Belgen het bovengewestelijke Zuid-Nederlandse adjectief “schoon” niet meer mogen gebruiken? Schoon is gewoon het adjectief dat bij schoonheid hoort en het is dus eigenlijk niet nodig massaal “mooi” te gaan zeggen om taalzuiveraars die het Zuid Nederlands uit het AN houden te plezieren.

http://www.poeziecentrum.be/marijke-pinoy

Advertenties

Reacties staat uit voor Ode aan het West-Vlaams: Marijke Pinoy leest Guido Gezelle

Opgeslagen onder Uncategorized

De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Wordle: Untitled

Vandaag een merkwaardige opinie in de Standaard.  Er staat te lezen: “De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde viert dit weekeinde haar 125ste verjaardag. Bij die gelegenheid breekt ze een lans voor goed taalgebruik.”

Maar, wie de naam “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” googelt, merkt al vlug dat er zo geen academie met die officiële naam blijkt te bestaan.   Na enig googelen besef je dat dit opiniestuk uitgaat van de “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde” (officiële afkorting: KANTL), die dit weekeinde in Gent haar 125ste verjaardag viert.

Dat is wel zéér merkwaardig: de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde schrijft een opiniestuk waarin ze pleit voor één Nederlandse standaardtaal, maar presenteert zich in een gezaghebbende krant als “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.” Tenzij de verkeerde naam van de academie het gevolg is van een journalistieke fout, gaat het hier om een merkwaardige naamsverandering. Wat is daar de bedoeling van, zo zou men zich kunnen afvragen?

Ook de inhoud van het opiniestuk, genaamd “Standaardtaal blijft de norm,” heeft heel wat punten die voor discussie en kritiek vatbaar zijn.

Zo schrijft de academie het volgende over de Nederlandse standaardtaal:

Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.

Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.

Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.

Ook deze blog ijvert voor de standaardtaal, maar erkent dat er variaties zijn in deze standaardtaal zoals die gebruikt wordt in Nederland en België. Daar is niets mis mee en deze situatie is geheel vergelijkbaar met het Engels of het Duits, om maar twee voorbeelden te noemen: de Amerikaanse en Britse standaardvarianten van het Engels verschillen vrij grondig van elkaar, ook het Duits uit Duitsland en Oostenrijk kennen zeer veel variatie. En toch wordt noch van Engelsen noch van Oostenrijkers verlangt dat ze de variant uit het andere land zo goed als volledig overnemen.

Bovenstaande weergave van de geschiedenis van de Nederlandse taal in de Zuidelijke Nederlanden gaat dan ook wel erg kort door de bocht, want de academie veronderstelt dat het Nederlands uit Nederland als enige standaardtaal zo goed als integraal dient te worden overgenomen in België.  Het is vreemd dat de academie niet van het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands gehoord schijnt te hebben -de twee regionale varianten van de Nederlandse standaardtaal – en er in ieder geval in haar opiniestuk in de Standaard geen gewag van maakt.

Dat is eigenlijk niet verwonderlijk: de academie staat voor de visie dat er maar één standaardtaal is en dat die eigenlijk uit Nederland komt, zo kunnen we uit het opiniestuk besluiten. Verder verwijst de academie in haar Standaard opiniestuk evenmin naar de Taalunie van 1980 -het taalakkoord tussen Nederland en Vlaanderen-  dat cruciaal is in het promoten van de idee dat er maar één Nederlandse standaardtaal is (met een heel klein beetje variatie voor België genaamd Belgisch Nederlands). Deze blog ondersteunt het belangrijke werk dat de Taalunie doet, bv. om de positie van het Nederlands als wereldtaal te bevorderen, maar heeft niettemin problemen met “die éne Nederlandse standaardtaal,” een visie die ondertussen dominant is geworden bij beleidsvoerders, taalzuiveraars en woordenboek makers.   Voorstanders van deze visie vinden bv. dat “kleed” geen AN is, omdat er in Nederland “jurk” gezegd wordt. Ook al zeggen miljoenen nederlandstalige Belgen van Oostende en Brussel  tot in Hasselt “kleed,” het wordt door hen als “géén standaardtaal” gebrandmerkt omdat het woord zo niet door de spraakmakende gemeente van Nederland gebezigd wordt.  Recent wordt in sommige taalkundige middens toegegeven dat zo’n standpunt “hollandocentrisch” en achterhaald is en men kan zich afvragen waarom het opiniestuk in de Standaard daar geen blijk van geeft.

Het netto resultaat van deze visie is dat het Zuid Nederlands, het bovengewestelijke Nederlands dat in België gebruikt wordt en dat géén dialect is, langzaam maar zeker verdwijnt. Wie gezaghebbende kranten erop naslaat, ziet dat ze  “jurk” drukken waardoor het Zuid-Nederlandse “kleed” uit de geschreven en gedrukte éne standaardtaal gehouden wordt. En zo zijn er legio voorbeelden, gedocumenteerd op deze blog.

Deze blog ijvert voor de standaardtaal maar stelt dat er twee varianten van die Nederlandse standaardtaal zijn: de Noord-Nederlandse en de Zuid-Nederlandse. Deze blog ijvert voor de erkenning van de gelijkheid van en verschillen tussen het Zuid- en Noord Nederlands, precies zoals Amerikanen en Engelsen twee verschillende Engelsen bezigen die evenwaardig en toch verschillend zijn.  Concreet uitgedrukt betekent dat dan dat “kleed” en “jurk” gewoon twee standaardtalige synoniemen zijn die naast elkaar mogen bestaan. Deze blog heeft daarmee geen enkele nationalistische bedoeling, maar ijvert voor de gelijke erkenning van Noord en Zuid Nederlands op taalkundige gronden en omdat een “hegemonisch” taalmodel in de 19de en niet meer in de 21ste eeuw thuishoort.

Spijtig genoeg is het standpunt dat de academie vandaag in de Standaard zet  het bekende  en o.i. achterhaalde “er is slechts één Nederlandse standaardtaal,” met name, die uit Nederland (in taalkundige terminologie het Noord Nederlands).

Rest de vraag waarom de academie zich in de Standaard “Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde” noemt i.p.v. haar eigen officiële naam te voeren:  “Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.” Als de academie zo’n voorstander is van die éne Nederlandse standaardtaal, waarom dan de verwijzing naar het Nederlands in haar eigen naam schrappen in een prominent artikel in De Standaard?  En waarom “koninklijk” laten vallen? Is de academie van plan haar naam te wijzigen of gaat hem om een journalistieke fout die dient te worden rechtgezet?

Een uiterst markant optreden van deze academie op haar 125ste verjaardag.

De officiële website van deze academie vindt u hier: http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=451

http://www.kantl.be/index.php?pag=48&item=452

Het opiniestuk van de academie in de Standaard vindt u hier: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=0A3G4H56

Reacties staat uit voor De Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde

Opgeslagen onder Uncategorized

Axl Peleman, Antwerpse Volksliedjes (Volksliekes)

In de Standaard verschenen eerder dit jaar enkele negatieve reacties n.a.v. de publicatie van zo’n 4 populaire cds in de “volkstaal” of Zuid-Nederlands dialect.  Het gebruik van dat dialect in populaire muziek zou een bedreiging vormen voor het Algemeen Nederlands in Vlaanderen, het Standaardnederlands, waarvoor men zo hard in het verleden gestreden had.  En ook het Verkavelingsnederlands wordt niet zelden op gelijkaardige wijze geciteerd, als bedreiging voor het AN.  (Een uitgebreidere kritiek op deze visie vindt u op de home pagina van deze blog: https://belned.wordpress.com/)

Vandaag zetten we daarom Axl Peleman met zijn album Antwerpse Volksliekes in de kijker.  Die cd kwam er nadat Peleman gecontacteerd werd door de 83-jarige Godelieve Muys, een Antwerpse die ervan overtuigd was dat heel wat authentieke Antwerpse volksliedjes verloren zouden gaan als niemand ze zou opnemen.  ‘Wannes (van de Velde) is dood,” schreef ze hem in een brief, “gij moet het doen”.  Axl Peleman noemt de liedjes in het bijgaande schoon geïllustreerde boekje “muzikaal erfgoed.”  En ze zijn natuurlijk ook taalkundig erfgoed. Toen hij recent optrad hadden we even een kort gesprek met hem.  En hij bevestigde dat voor hem het Antwerps, maar ook Zuid Nederlands, cultureel pratimonium is dat bedreigd is.  Hij zei: ” Ik leer het Antwerpse dialect mijn zoon wel aan maar hij zal het nooit spreken.”  Waarom dan wel? “Omdat de taal van thuis nu veel minder belangrijk is dan vroeger, de kinderen kijken veel meer tv en op die tv horen ze een verhollandst Nederlands, ook op school.”  Zoals  “leuk” ipv “plezant,” “leutig” of “geestig,” “mooi” ipv schoon. (zie voor meer Zuid-Nederlandse woordenschat deze link:  https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/) “Ieder zou zijn taal moeten kunnen spreken,” zegt Peleman en zoals wij heeft ook Axl Peleman vanzelfsprekend helemaal niets tegen het Noord Nederlands (het Nederlands gebruikt in Nederland). Dat kan niet genoeg benadrukt worden. Wel stelt deze blog het zwart-wit denken in vraag, dat beweert dat het bovengewestelijke Zuid Nederlands meestal niet goed genoeg is om als AN (ABN) aanvaard te worden.  Als Amerikanen en Engelsen een Engels spreken dat grondig van elkaar verschilt, kunnen Nederlanders en Vlamingen dat ook: laat het Noord en het Zuid Nederlands gewoon naast elkaar bestaan, i.p.v. het Zuid Nederlands van hogerhand weg te zuiveren en uit te faseren.

Op de vraag hoe Peleman het vindt dat hij in de pers ook kritiek krijgt op zijn dialect cd antwoordde hij nog: “Daar trek ik mij niks van aan!”

Foto’s met toestemming van Maandacht geplaatst

Voetnoot: vandaag, 26 september 2011,  heeft taaldeskundige en Taalunie man Ludo Permentier van de Standaard een kritisch stukje over uitspraken van Axl Peleman, getiteld “Klucht.”   Hier is alvast een link naar de Standaard:

http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=MU3G1BL5&word=permentier

Reacties staat uit voor Axl Peleman, Antwerpse Volksliedjes (Volksliekes)

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Wordle: Untitled
Hoe werken”gij” “jij” en “u” in Vlaanderen, is een vraag die heel wat Nederlanders, maar ook sommige Vlamingen zich stellen.

Alles wordt simpel als we uitgaan van het verschil tussen het Zuid Nederlands en het Noord Nederlands. Je/jij/jouw zijn Noord-Nederlands, waarmee we met Noord Nederlands het hele land Nederland bedoelen (want ook in de zuidelijke provincies van Nederland overheerst het Noord Nederlands). Gij/ge/gullie/uw zijn Zuid-Nederlands, traditioneel gebruikt door nederlandstalige Belgen.  Verder is het Zuid-Nederlandse “ge/gij” =het Noord-Nederlandse “je/jij” (gebruikt om vrienden, kennissen, mensen met wie men op vertrouwelijke voet staat, aan te spreken).  De hoffelijke aanspreekvorm in zowel het Zuid Nederlands als het Noord Nederlands is “u.”  In beide landen spreekt men dus traditioneel derden die men niet kent met “u” aan, zoals ook uitgedrukt in “a.u.b” of “dank u.”

De Zuid-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm):

a.enkelvoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin: Heeft u uw boek gevonden?

b. meervoud: u (bez. vnw. uw)

Voorbeeldzin met “hebben”: Heeft u dat allemaal gezien?

Voorbeeldzinnen met “zijn”:

Traditioneel: Waart u daarbij?   Nu: Was u daarbij?

Traditioneel: Zijt u daar geweest? Nu: Bent u daar geweest?

Traditioneel: Zijt u zeker? Nu: Bent u zeker?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen, enz.)

a. enkelvoud: ge (gij) (bezittelijk voornaamwoord bij gij is “uw”)

Hebt ge (gij) uw boek gevonden?

Zijt ge zeker? Zijt ge daar geweest?

Waart ge zeker?

b. meervoud: gullie/uw

Hebt gullie dat gezien?

Waart gullie daarbij?

Zijt gullie daarbij geweest?

(zoals bij de meervoudsvorm van “u” wordt ook bij “gullie” het werkwoord  in het enkelvoud gehouden)

De Noord-Nederlandse aanspreekvormen zijn:

1. Formeel (beleefdheidsvorm): u (bez.vnw. uw)

a. enkelvoud

Heeft u dat gezien?

Was u daar?

b. meervoud:

Heeft u uw boek gevonden?

Was u daar?

2. Informeel (voor vrienden, kennissen):

je (jij) (bezittelijk vnw. bij jij is jouw)

a. enkelvoud

Heb jij jouw boek gevonden?

b. meervoud:

Hebben jullie het boek gelezen?

Zijn jullie zeker?

Waren jullie daar?

******************

VOORBEELDEN VAN FOUTE ZINNEN:

Hebt gij *jouw boek gevonden? (moet zijn: hebt gij uw boek gevonden?)

Mevrouw, wil *jij de deur openhouden? (formele aanspreekvorm met mevrouw of meneer, gebruik “u” en niet *jij)

Wat wil *je drinken? (beter “u”, want “je” wordt als “onbeleefd” ervaren in België in restaurants, cafés e.d.)

U heeft gezegd, dat u *jouw bankkaart zou meebrengen (moet zijn “dat u uw bankkaart zou meebrengen)

(het bezittelijk voornaamwoord bij de beleefde aanspreekvorm “u” is “uw.” “Je” “jij” en “jouw” zijn informele aanspreekvormen en worden niet gebruikt in formele situaties waarin men klanten in een bank e.d. aanspreekt)

******************

Zowel in Nederland als in Vlaanderen schijnt men dit systeem niet altijd meer te begrijpen, zo weten we uit persoonlijke ervaring.  Nochtans is het simpel: het Zuid Nederlands gebruikt “gij” voor het Noord-Nederlandse “jij.”  Beide landen gebruiken “u” als hoffelijke aanspreekvorm.  Het klopt verder ook niet dat “Vlamingen zelfs u tegen een baby zeggen” zoals men soms wel eens in Nederland zegt.  “Uw” is het bezittelijk voornaamwoord dat zowel bij “gij” als bij “u” hoort. Dus als een moeder tegen een kind zegt “eet uw pap op,” dan is dat géén formele aanspreekvorm maar het juiste bezittelijk voornaamwoord bij gij, want een baby of kind wordt met gij aangesproken. Verder is het ook incorrect te stellen dat “gij” dialect, Verkavelingsvlaams of tussentaal zou zijn. Gij is de traditionele aanspreekvorm voor de tweede persoon informeel die ook tot einde 19de eeuw in Nederland gebruikt werd en ook nog in Noord-Nederlandse boeken tot ver in de 20ste eeuw te vinden is. Zo schreef Van Gogh brieven aan zijn broer waarin hij zijn broer met gij aansprak.  “Jij” is de Noord-Nederlandse (Hollandse) vorm die van latere datum is en die door Multatuli gebezigd werd.

Op het internet kwamen we uitspraken tegen van een Nederlandse onderzoekster die zich ook bezighoudt met het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen en die zich afvraagt hoe dat gebruik nu eigenlijk werkt. We helpen graag bij het verklaren: traditioneel gebruikt men in Vlaanderen of Noord België “gij”/ge en u/uw, want jij/je zijn Noord-Nederlands, eigen aan het spraakgebruik in Nederland (nota: in het Limburgs zegt men ook “du” en in het West Vlaams ook  “ghi”/ji, maar in de gedrukte Zuid-Nederlandse standaardtaal werd in gans Vlaanderen “gij” gebruikt. “Gij” is dus niet gelijk aan een “Antwerps-Brabantse” dialectvorm, zoals soms ten onrechte beweerd wordt, maar was tot in de jaren 50-60, en zelfs later, de informele aanspreekvorm in de Zuid-Nederlandse schrijftaal in heel Vlaanderen. Tegenwoordig is het “gij” gebruik beperkt tot de informele spreektaal, ten gevolge van de taalzuiveringscampagnes waarover hieronder en op onze home page meer).

Evenwel is men in de tweede helft van de 20ste eeuw in Vlaanderen aan uiterst strenge taalzuivering beginnen doen. Dus pas in het Vlaanderen van na de Tweede Wereldoorlog is  men begonnen met het invoeren van het Noord-Nederlandse “jij” als informele aanspreekvorm, in het kader van de éénmaking van de Nederlandse taal en taalzuivering. Dat betekent dat het taalbeleid in België erop bedacht is het Zuid Nederlands zoveel mogelijk aan banden te leggen en zogenaamd “ongewenste” Zuid-Nederlandse vormen “weg te zuiveren.” Spijtig genoeg horen daar ook vormen als “ge” en “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal toe. Het is dan ook spijtig dat deze belangrijke achtergrond over de taalpolitiek in België ontbreekt in volgende opmerkingen van een onderzoekster in een artikel uit Taalschrift, een tijdschrift van de Nederlandse Taalunie:

"Vlaanderen is tegenwoordig wel een belangrijk onderzoeksgebied van mij.
De ontwikkelingen in het gebruik van de aanspreekvormen in Vlaanderen lijken wel op die in
Nederland, maar ze zijn niet helemaal hetzelfde. Een belangrijk verschil met Nederland is dat in
Vlaanderen niet twee, maar drie aanspreekvormen worden gebruikt: jij, u én gij. Het lijkt erop dat in
Vlaanderen vooral in de (spontane) spreektaal de drie aanspreekvormen willekeurig door elkaar
worden gebruikt: jij, u en gij worden in Vlaanderen gemixt. Dat maakt het observeren van het
gebruik van die voornaamwoorden erg lastig. Op de Belgische televisie zie je regelmatig dat in één
programma dezelfde persoon met zowel u, jij als gij wordt aangesproken. Er lijkt geen enkele logica
achter het gebruik van die drie aanspreekvormen te zitten. Vooral de status van het Vlaamse gij is
mij nog onduidelijk. De ene keer is gij synoniem met jij, de andere keer met u. Heel lastig, maar
natuurlijk ook heel boeiend. Wel blijkt uit mijn onderzoek dat jongeren in Vlaanderen steeds minder
gij zeggen en steeds meer jij.”

(http://taalschrift.org/img/vermaas4.pdf)

Wat de Nederlandse onderzoekster hier stelt, dat er “geen logica” zou zijn en dat Vlamingen de je/gij en u zomaar “willekeurig” door elkaar gebruiken, is niet correct. Niets is minder waar: als de drie vormen door elkaar gebruikt worden, is dat het gevolg van de verwarring die ontstaan is bij sommige Vlamingen onder invloed van het strenge en repressieve taalzuiveringsregime in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling dat nederlandstalige Belgen langzaam maar zeker dat zogenaamd ouderwetse Zuid-Nederlandse “gij,” ook in hun spreektaal, afschrijven en exclusief overschakelen op het Noord-Nederlandse “jij.” Vandaar dat er in Vlaanderen ook campagnes tegen “gij” gevoerd worden zoals in de media campagnes tegen het zogenaamde “Verkavelingsvlaams.” Die taalzuivering in België heeft een nieuw gezicht gekregen in het Taalunie tijdperk (na 1980), zodat het dan ook niet verwonderlijk is dat de jonge generatie geboren na 1980 het Noord-Nederlands “jij” versterkt is gaan gebruiken (ook geholpen door internet, radio, jongeren programma’s, enz.).  Diezelfde “na 1980 jongeren generatie” is ook op school het Noord-Nederlandse woordje “leuk” aangeleerd, van in de laagste kleuterklasjes en via gedubte kinderprogramma’s, want ook “leuk” kwam voor 1980-1990 zo goed als niet voor in België (men zei “geestig,” “plezant,” “plezierig,” “fijn,” “aangenaam,” “sympathiek” “prettig” enz. maar eigenlijk nooit “leuk”).

Het heeft dan ook weinig zin het gebruik van “gij” en “jij” in Vlaanderen wetenschappelijk te onderzoeken zonder dat de wetenschappelijke studie in kwestie rekening houdt met de traditie van taalzuivering. De bedoeling van de taalpolitiek die gevoerd wordt is namelijk dat het “gij” en “gullie,” zelfs in het gesproken Zuid Nederlands, op termijn zo goed als verdwijnen, niet enkel uit de geschreven taal (wat al gebeurd is), maar ook uit de gesproken taal in België. En precies met die taalpolitiek heeft deze blog serieuze problemen omdat het standpunt van deze blog is dat het Noord en Zuid Nederlands naast elkaar dienen te kunnen bestaan, zonder dat het Zuid Nederlands tot verdwijnen gedoemd is.

Zoals deze website bovendien al meermaals heeft opgemerkt: het woord “taalzuivering” is zo goed als taboe in Nederlandse taalstudies, zoals ook blijkt uit de Nederlandse studie hierboven geciteerd. Zo goed als niemand wil grif toegeven dat er in Vlaanderen tot op de dag van vandaag aan “taalzuivering” gedaan wordt en ook die term”taalzuivering” duikt zelden op in wetenschappelijke studies (tenzij men het  bv. heeft over de periode jaren 50-60).

Verder is deze website “Red het Belgisch Nederlands” niet gekant tegen “jij,”  en is deze website evenmin gekant tegen het Noord Nederlands. Integendeel, deze website wil lobbyen voor de gelijke waardering van Noord en Zuid Nederlands. Daarom heeft deze website kritische vragen bij pogingen van het taalbeleid in België (niet zelden verwoord door Vlaamse representanten van de Taalunie) om zelfs het “gij” uit de Zuid-Nederlandse spreektaal uit te faseren.

De positie van deze website:

laat “gij” bestaan in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Dat kan als Vlaamse opiniemakers ophouden met het villifiëren van de Zuid-Nederlandse spreektaal door deze negatief “Verkavelingsvlaams” te noemen. Noord en Zuid Nederlands moeten gewoon naast elkaar kunnen bestaan.  Aan “de Nederlanders,” zoals sommigen wel eens durven te beweren, ligt het zeker niet, want telkens je Nederlanders erop aanspreekt, blijkt dat vele Nederlanders van het Zuid Nederlands houden. De meeste Nederlanders blijken ook niet op de hoogte zijn van de negatieve beeldvorming en de negatieve campagnes die in Vlaanderen tegen de Zuid-Nederlandse spreektaal (“het Verkavelingsvlaams”) en tegen Zuid-Nederlandse woordenschat (“plezant,” “goesting,” “kleedje” “appelsien” enz.) gevoerd worden.

Verschillen tussen Vlaanderen en Nederland in het gebruik van de beleefdheidsvorm “u”

De trend om de informele aanspreekvorm “jij” altijd en overal te gebruiken (en dus iedereen, ook “derden,” ongevraagd te tutoyeren) blijkt afkomstig te zijn uit Nederland.  Maar heel wat Nederlanders klagen er ook over en houden strikt vast aan de hoffelijke aanspreekvorm “u.”   Toch zijn er ook belangrijke culturele verschillen met België.  Meer nog dan in Nederland maken de meeste Nederlandstalige Belgen nog steeds een strikt onderscheid tussen “u” en  de informele aanspreekvormen ”gij” (Zuid Nederlands) en “jij” (Noord Nederlands), precies zoals men ook in Frankrijk en in Duitsland een strikt onderscheid maakt tussen hoffelijke aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  ”u” gebruiken ze om anderen (derden) aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, vrienden en kennissen. “A.u.b.” en “dank u” horen bij die hoffelijke aanspreekvorm “u”. Het bezittelijke voornaamwoord dat bij “u” hoort is “uw” (“Heeft u uw bankkaart vergeten?”) en nooit of te nimmer “je/jouw.”

Heel wat nederlandstalige Belgen ervaren de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame, gesprekken met bankbedienden, overheidsteksten en tijdschriften, als te direct of zelfs onbeleefd.  Vele teksten van de Vlaamse overheid respecteren dat culturele verschil en spreken de geadresseerde correct met “u” aan.  Maar onder druk van reclame en en een soort marketeers Nederlands, waarin iedereen altijd met “je” aangesproken wordt,  dreigt het onderscheid tussen u en gij/jij te verdwijnen, wat dikwjls als ongewenst door de geadresseerden ervaren wordt. Zolang ministers en andere hooggeplaatsen met “u” dienen geadresseerd te worden, lijkt het niet meer dan normaal dat ook de gewone doorsnee burger het recht heeft door marketeers en co. met “u” aangesproken te worden.   Trouwens, ook vele Nederlanders ergeren zich zeer aan reclameteksten of situaties waaruit de beleefdheidsvorm “u” geschrapt is (sommigen zien het als teken van “verhuftering”).    Wie op Nederlandse autostrades rijdt, weet dat zelfs de verkeersborden op die autostrade de bestuurders met “je” aanspreken ipv met het hoffelijke “u.”

Toch spreken ook heel wat websites van de Nederlandse overheid de burger correct met “u” aan, terwijl we bij de Vlaamse overheid de omgekeerde tendens schijnen te kunnen waarnemen: in Vlaanderen merken we dat websites van de Vlaamse overheid meer en meer op het onhoffelijk aandoende “je” overschakelen (o.i.v. een soort “marketeers Nederlands”?). Dat is merkwaardig omdat de Vlaamse overheid over een taaladviesdienst beschikt (taaltelefoon).  De anti-zwerfvuil campagne van de Vlaamse overheid spreekt de burger correct met “u” aan en gebruikt ook standaard Zuid-Nederlandse woordenschat (zoals “vuilbak” en “proper” ipv het Noord-Nederlandse “schoon”. Schoon heeft in België zijn oorspronkelijke betekenis behouden, die men ook in Nederland gebruikte, en schoon betekent in België dus “esthetische schoonheid.” Mooi is Noord Nederlands en van latere datum dan “schoon”).  Zo luidt de slogan van de campagne: “Zwerfvuil is niet meer van deze tijd. Dank zij u blijft het proper.”  Maar we merken dat op diezelfde website, een incorrect gebruik van “je” voorkomt. Want op de vraag “Is uw buurt al helemaal mee?” volgt “Zoek in je buurt,” wat natuurlijk: “Zoek in uw buurt” dient te zijn (http://www.indevuilbak.be/). We kunnen ons afvragen of deze foute vormen van “je” en het schrappen van het beleefde aanspreekvorm “u” afkomstig zijn van de website designers die deze sites ontwerpen? Zo ja, dan zou het misschien goed zijn als de  taaladviesdienst van de Vlaamse overheid deze fouten zou corrigeren.  Vele Belgische burgers wensen met het hoffelijke “u” en “uw” door de Vlaamse overheid, websites van ministeriële kabinetten, de NMBS, de Lijn en andere diensten aangesproken te worden.  Het correcte gebruik van die aanspreekvorm “u” dreigt te verdwijnen als het “marketeers Nederlands” verder de overhand mag krijgen, zowel in Nederland als in Vlaanderen.

Reacties staat uit voor Het gebruik van u, gij, ge, jij en je (en tutoyeren) in Vlaanderen: nog een hoofdstuk over het Belgisch Nederlands

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Redactie van de Standaard verdeeld over Belgisch Nederlands. N.a.v. kleed en jurk.

Wordle: de standaard

Enkele dagen geleden verscheen er een opmerkelijk pleidooi voor het Belgisch-Nederlandse woordje “kleed” (i.p.v. jurk) in de Standaard.  Een cultuurjournalist van de Standaard, Filip van Ongevalle, steunde indirect onze website: we hadden enkele dagen eerder een andere Standaard journalist, Tom Heremans, bekritiseerd toen die, n.a.v. “Kleedjesdag,” suggereerde dat het eigenlijk “Jurkjesdag” zou moeten zijn.  Want, zo stelde Heremans, in Nederland zegt men jurk, dus moeten we in België ook maar jurk zeggen.  Heremans dacht blijkbaar nog steeds dat “kleed” “Vlaams dialect” was, zoals taalzuiveraars vroeger plachten te zeggen.

In onze kritiek vroegen we ons af waarom journalist Heremans niet op de hoogte scheen te zijn van de discussie over Belgisch-Nederlands AN en van het taaladvies in Prisma Handwoordenboek dat het Zuid-Nederlandse “kleed” als correct AN synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk” aangeeft.  Prisma Handwoordenboek was het eerste woordenboek dat een nieuwe richting insloeg toen het in 2009 aankondigde tegen de vroegere stiefmoederlijke behandeling van het Zuid Nederlands in te gaan. De Dikke van Dale loopt in dat opzicht nog achter op de feiten, hoewel de redactie heeft aangekondigd dat het Van Dale wil “vervlaamsen” tegen dat de nieuwe editie op de markt is.  Waarom dan in de Standaard jurk zeggen als kleed juist is?  (https://belned.wordpress.com/2011/04/27/kleedjes-op-kleedjesdag/)

Groot was dan ook onze vreugde toen Standaard journalist Filip van Ongevalle deze zichtwijze steunde in een stukje getiteld “Baas over eigen taal.” In dat stukje gaf hij aan dat de redactie van de Standaard “in tweeën gespleten” was over het woordje “kleed”. Er waren twee kampen: de taalpuristen die het Noord-Nederlandse “jurk” verkiezen en de pragmatici die zich (zoals deze website) de vraag stellen: “Waarom is het Nederlands dat ze boven de Moerdijk spreken correcter dan de taal die we hier gebruiken?”

Maar, helaas, er schijnt sinds die notoire dag op de Standaard redactie, toen redacteurs aan het bekvechten sloegen over kleed vs. jurk, toch maar weinig veranderd te zijn. Want vandaag stond er weer een artikel over “avondjurken” van Lady Di  (“Twee jurken van Lady Di geveild”), waaruit blijkt dat het kamp van de “taalpuristen” bij de taalredactie het weer eens (nog steeds) gehaald heeft.

Opmerkelijk daarbij is ook dat uitgerekend vandaag taalcolumnist Ludo Permentier een stukje publiceerde over de uitdrukking “zijn plan trekken.” Daarin legt hij uit dat deze typisch Belgische uitdrukking tot de Belgisch-Nederlandse varieteit van het AN behoort en dat het geen gallicisme, dialect of “steenkolennederlands” is, zoals vroegere taalzuiveraars beweerden.  Goede intenties alom, dus.  Maar spijtig genoeg is de realiteit van wat er dagelijks  aan taal in onze krant de Standaard staat nog te dikwijls in tegenspraak met de goede intenties om het gebruik van aanvaardbaar of standaard Belgisch Nederlands te promoten.  En dus blijft de Standaard taalredactie verder werken met heel wat onnodige Noord-Nederlandse woordenschat (de oude Moerdijk regel indachtig) terwijl er prima en acceptabele Zuid-Nederlandse woorden voor die Noord-Nederlandse varianten bestaan: zoals kleed voor jurk, kwaad voor boos, dikwijls voor vaak, spijtig voor jammer, enz.

Een uitgebreider pleidooi voor het Belgisch Nederlands, Zuid Nederlands, leest u in deze Knack opinie: http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

Wat vooraf ging:

Op deze website worden taalkundige uitspraken over het Belgisch Nederlands kritisch en vanuit taalfilosofisch oogpunt onderzocht.  Gevraagd wordt waarom zo weinig Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woordenschat en zo weinige Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) uitdrukkingen goed genoeg zijn om het statuut van standaardtaal te krijgen in woordenboeken als Van Dale. Het valt op dat het gros van woorden dat Nederlandse standaardtaal of AN dikwijls van Noord-Nederlandse origine is en deze website heeft daar vragen bij.  We onderzoeken deze problematiek via taalkundige uitlatingen en publicaties van prominente Vlaamse taalkundigen, zoals Ruud Hendrickx, Ludo Permentier, e.a. Het spreekt vanzelf dat daarbij nooit op de man gespeeld wordt, maar dat uitspraken en praktijken van taaldeskundigen kritisch onderzocht worden.

We zijn het niet eens met uitspraken van de heer Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Dale, die in één van zijn interviews meldde “Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal.” Op deze website betreuren we dat er via onze media aan taalzuivering van het Zuid Nederlands/Belgisch Nederlands gedaan wordt. En we betreuren het ook dat steeds hetzelfde handje vol opiniemakers en taaldeskundigen over onze taal in onze Belgische pers en op de VRT aan het woord zijn.  Diezelfde opiniemakers en taaldeskundigen herhalen niet zelden dezelfde slogans, zoals dat er vandaag geen taalzuivering van het Zuid Nederlands meer zou bestaan in België.  Of dat de Zuid Nederlandse spreektaal vooral “Verkavelingsvlaams” is. Of, dat zulke taalzuivering (eigenlijk taalcensuur) iets uit het verre verleden zou zijn.  Op deze blog, evenwel, tonen we aan hoe woorden als kleed/kleedje, door bijna iedere Vlaming vandaag gebruikt, weggezuiverd worden ten voordele van het Noord-Nederlandse jurk, dat fel gepromoot wordt op TV, in reklame folders, dagbladen en op school. En zo hebben we kritiek op het VRT taalnet dat “appelsien” en “goesting” dialect woorden noemt, waarbij de term “dialect” zelfs taalkundig gezien verkeerd gebruikt wordt (want een dialect is regionaal en de term kan dus niet gebruikt worden voor woorden als appelsien of goesting die doorheen heel Vlaanderen gebruikt worden).  Maar het gaat blijkbaar over een goedbewaard taboe, waarover niet luidop gesproken of geschreven mag worden. (meer over taalzuivering en standaardisatie van het Nederlands op  https://belned.wordpress.com/)

We verwelkomen dialoog en dus ook de kritische reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, op onze visie.  We zijn dankbaar voor de dialoog met de heer Hendrickx en hebben ondertussen een aantal van onze eigen uitspraken over het taalbeleid genuanceerd of aangepast, ingaande op sommige van zijn kritische punten die terecht waren.  Zo stelde de heer Hendrickx terecht dat we onze termen beter moeten definiëren, en dat hebben we dan ook gedaan op de homepage van deze blog: https://belned.wordpress.com/ Daarnaast behouden we evenwel het recht om grondig van mening te verschillen en de thesis te verdedigen dat het Zuid Nederlands niet echt als evenwaardig aan het Noord Nederlands behandeld wordt, in tegenstelling tot het Amerikaans en Brits Engels die elkaars gelijke zijn.

Hieronder vindt u een eerste set van opmerkingen van de heer Hendrickx, gevolgd door ons antwoord, in de vorm van een open brief. We stellen vragen bij mogelijke sofismen en cirkelredeneringen in sommige taalkundige betogen.  En we vragen ons af vanwaar de drang van sommige Vlaamse taalkundigen komt om woorden die door miljoenen Vlamingen gebruikt worden te degraderen tot “niet goed genoeg” voor de standaardtaal of het AN.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn dus “duidelijk” géén dialect. Het zijn Zuid-Nederlandse woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, bepaalde Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Inderdaad, appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]” (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml)


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van heel) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” We geven hier grif toe dat gij geen standaardtaal is en gebruiken ook zelf jij in geschreven standaardtaal, maar het is héél wat anders om als taalkundige de normatieve uitspraak te doen dat “gij” verouderd is en “vermeden” dient te worden. Als de meerderheid van Vlamingen gij gebruikt in dagelijkse omgang is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat het “verouderd” is? Nee.  Enkel vanuit Noord-Nederlands perspectief (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) niet meer. Maar zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die ook niet helemaal juist is, gezien de springlevendheid van het gij in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Zie ook https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/

Zoals professor Guy Tops van de Universiteit Antwerpen vinden we dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden.
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed” “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven taal voor te komen.  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van Gallicismen en Germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Antwoord aan de heer Ruud Hendrickx, in de vorm van een open brief

Geachte Meneer Hendrickx,

U liet net een reactie achter op de website “Red het Belgisch Nederlands,” die ik hier boven insluit. Graag antwoord ik uitgebreid op uw opmerkingen, die eigenlijk al bekend zijn van andere gelijkaardige uitlatingen die u al in dagbladen of uitzendingen van de VRT deed, wanneer er kritiek is op uw taalkundige uitspraken.

Eerst iets over de website “Red het Belgisch Nederlands”: die is bedoeld om de aandacht te vestigen op het lot van het Belgisch Nederlands, dat bedreigd is, en de tegenstrijdigheden in de berichtgeving over dat Belgisch Nederlands. Die tegenstrijdigheden zijn afkomstig van een aantal prominente taalkundigen, sommige verbonden aan het eerbiedwaardige Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, waaronder uzelf. Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van. U communiceert wel naar de mensen toe dat het Belgisch Nederlands belangrijk zou zijn, maar men krijgt eerder de indruk dat het om een marketing strategie gaat. U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België (naar analogie met het Brits en Amerikaans Engels, twee standaard varianten van dezelfde taal met zéér uiteenlopende woordenschat). Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dan blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.

En daar knelt juist het schoentje. U doet, geachte Vlaamse taalkundigen (ik richt mij hierbij meteen aan een hele groep), of u zich voor het Belgisch Nederlands gaat inzetten, maar in realiteit gebruikt u termen als “spreektaal” om woorden als kleed uit de standaardtaal te houden. Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden. Men hoeft echt niet stokoud te zijn om te weten dat een groot deel van de woorden die u en andere taalgelerden als “spreektaal en dus geen standaardtaal” afschrijven nog niet heel lang geleden in onze scholen onderricht werden, te horen waren op BRT nieuwsuitzendingen (voor het tot “journaal” omgedoopt werd naar Noord-Nederlands model). En dat men die woorden toen gewoon Zuid Nederlands noemde, in onderscheid van Noord Nederlands, en zeker geen spreektaal.

Vanzelfsprekend ken ikzelf het onderscheid tussen “spreektaal” en “dialect,” wat u in twijfel trekt. Maar ik vraag me af, geachte heer Hendrickx, of u en andere Vlaamse taalkundigen uw termen wel juist definiëren? Spreektaal is eigenlijk wat niet schrijftaal is. Maar de facto schakelt uzelf, geachte heer Ruud Hendrickx, de term spreektaal gelijk aan wat niet standaardtaal is en dus een even negatief statuut heeft als dialect. Kijken we daarenboven naar de voorbeelden die u geeft van spreektaal op uw eigen VRT taalnet dan vinden we eigenlijk voorbeelden van plat dialect zoals “wa sait ‘em?” en nog andere straffe dialect uitlatingen. Ook uw eigen definitie van spreektaal klopt niet: op één enkele stijlpagina defineert u spreektaal als “vlotte, spontane” niet formele taal (m.a.w. geeft u de correcte definitie van spreektaal in onderscheid van formele schrijftaal), maar op bijna alle andere pagina’s hanteert u spreektaal negatief als “wat niet standaardtaal is,” m.a.w. schakelt u het statuut van spreektaal gelijk aan plat dialect, en blijken bijna alle voorbeelden van die spreektaal (lees: negatieve spreekvorm) afkomstig te zijn uit België. Daarbij gaat het om honderden woorden en uitdrukkingen. QED (Wat te bewijzen was).

Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt? Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?

De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen-een kleine groep, door sommigen “taalelite” genoemd, die bepaald wat in België AN is (wat ik hier in het midden wil laten)- gedegradeerd worden tot te vermijden spreektaal. Waarbij de negatieve term spreektaal, for all purposes, eigenlijk het statuut heeft van dialect, want spreektaal is wat niet standaardtaal is. Of u nu een woord op uw VRT taalnet als dialect of spreektaal markeert, het resultaat is dus hetzelfde: het desbetreffende woord wordt uit de standaardtaal gesmeten, en alle scholastische pogingen om te doen of dit niet waar is helpen daarbij weinig.

Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden. De norm, door u en andere Vlaamse taalkundigen mee bepaald, is bijna altijd het Noord Nederlands. Dat kan geillustreerd worden door de negatieve definitie die u zelf geeft van wat Belgisch Nederlands eigenlijk is: alles wat niet door Nederlanders gezegd wordt en dus niet AN is:

“De Grote en de Hedendaagse Van Dale zeggen dat de woorden waarvan aangegeven is dat ze alleen in België voorkomen, helemaal niet verworpen mogen worden. Maar wie ze gebruikt, moet wel beseffen dat hij zich dan van het Algemene Nederlands verwijdert en dat zijn Nederlandse lezers hem misschien niet begrijpen. U moet dus zelf uitmaken of u goesting of trek hebt in een tas of een kop koffie. Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft.”

Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Uw uitspraak illustreert wat we op de website Red het Belgisch Nederlands de “dubbelzinnige uitspraken” over het Belgisch Nederlands noemen: deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.

Voeg daaraan de versterkende uitlatingen van prominente opiniemakers in de pers toe (opiniemakers in de Standaard die voortdurend over die “vréselijke tussentaal” en dat “verschrikkelijke Verkavelingsvlaams” klagen, ik hoef hun namen hier niet te noemen) en het is legio dat u allen een normatief klimaat schept waarin het op eieren lopen is. Wie, zoals onlangs nog Mark de Vos, een onschuldig woord als voorschot in een artikel in de Standaard durft te gebruiken, wordt publiek op de vingers getikt.

Tot slot:

Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot een statuut gelijk aan dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is, en dat ze “schoonmaken” moeten zeggen, en niet “kuisen.” Te weinig weerwoord is er gegeven. Te dikwijls zijn dezelfde opiniemakers in de pers en op VRT uitzendeingen aan het woord om nederlandstalige Belgen te vertellen welke woordenschat ze eigenlijk dienen af te leren als ze AN wensen te spreken. Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.

°°°°°°°°°°°°°°°°°

Voetnoot:

Geachte heer Hendrickx,

U stelt hierboven met veel zekerheid dat uzelf de term “dialect” slechts één keer gebruikt op het VRT taalnet om woorden af te keuren (citaat: “In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).”)  Dat klopt evenwel niet. Laat het nu juist het woord goesting zijn dat u uitdrukkelijk als dialect bestempelt als u op dat VRT taalnet zegt: “Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, […].” Op de ene pagina beweert u dat “goesting” spreektaal is die afwijkt van het Standaardnederlands, op de andere dat het “zonder enige twijfel dialect” is.  Op één enkele pagina gebruikt u de term “spreektaal” positief als wat niet zakelijk geschreven is, op de rest van de pagina’s (en vooral in de taalmails aan journalisten) functioneert “spreektaal” als een negatief kenmerk van taal die géén standaardtaal is en dan ook niet in onze nieuwsuitzendingen mag voorkomen. U zegt dan wel dat iedereen gerust die spreektaal mag gebruiken, dat u er niets tegen heeft en dat u ze wel eens zelf gebruikt, maar feitelijk worden woorden als “kleed,” “goesting” en wat dies meer zij, uit onze geschreven en “netjes verzorgde” taal verdrongen. Betekent dat dat er geen enkel creatief schrijver die woorden nog zal gebruiken? Nee, natuurlijk. Maar in onze dagelijkse kranten en op nieuwsuitzendingen zijn deze woorden niet meer te zien of te horen (tenzij als “citaat”, in aanhalingstekens of cursief, om toch vooral in de verf te zetten dat het geen AN standaardtaal is).

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Dialect? Taalzuivering is bezwaarlijk taalevolutie: n.a.v. het woord plezant

Het blijft ergerlijk wanneer taalkundigen zeggen dat veranderingen in taalgebruik in Vlaanderen het gevolg zijn van een “taalevolutie”, alsof het om een natuurfenomeen ging dat helemaal vanzelf verandert en evolueert.

Dat vele veranderingen in taalgebruik in Vlaanderen gestuurd worden door kunstmatige taalzuivering en expliciete ingrepen van taalkundigen is algemeen geweten maar er wordt eigenlijk weinig expliciet over gesproken of geschreven. Toch hoeft u er alleen al maar de vele stijlhandboeken op na te lezen om te zien hoe levende taal aan banden gelegd wordt door kunstmatige en in sommige gevallen zelfs willekeurig ogende regeltjes.  Het overal ingeburgerde Belgisch-Nederlandse woord “plezant,” in gans Nederland bekend als typisch Belgisch woord, wordt in het land zelf als fout afgedaan.  In de meeste Belgische stijlhandboeken, maar ook het VRT taalnet, wordt het als “géén AN” negatief gemerkt en vervangen door het Noord-Nederlandse leuk, om maar één van talloze voorbeelden te noemen.

Plezant werd zo van acceptabel, ingeburgerd Zuidnederlands woord gedevalueerd tot slordige “spreektaal” die niet goed genoeg is voor de standaardtaal. Tegelijk wordt de Noordnederlandse variant als norm gepromoot (in sommige uitzendingen van de VRT wordt het woord leuk meer gebruikt dan je ooit in Nederland zou horen.)  Is de huidige verspreiding van het woord leuk onder Vlaamse jongeren dan het gevolg van een “evolutie” of het gevolg van het feit dat het van in de kleuterklasjes wordt aangeleerd als enige correcte variant, terwijl dikwijls gesuggereerd wordt dat plezant dialect is, versterkt door de opgeleukte media? Niet dat we iets tegen “leuk” hebben, maar het is te betreuren dat enkel “leuk” standaardwoord is terwijl dat niet het geval is bij “plezant.” Waarom kunnen “leuk” en “plezant” niet gewoon naast elkaar bestaan als standaardwoorden?  Waarom vind je een zekere tolerantie bij Nederlandse taalgeleerden tegenover informele woorden in de Noordnederlandse spreektaal en niet bij ons? Zo accepteren Nederlandse taaldeskundigen “doei” e.d. als standaardwoord. Waarom de negatieve beeldvorming rond “plezant”?

Toch blijven taalkundigen als ze in de pers komen doen alsof “taal evolueert” zoals de natuur over onze hoofden heen over jaarduizenden evolueert. Recent voorbeeld: Frans Debrabandere, wiens normatief woordenboek Taal in het Onderwijs in de Standaard pas bekritiseerd werd. In een artikel over verdwijnende dialecten verschaft Debrabandere als uitleg: ‘Taal evolueert. Het is dus logisch dat het dialect verdwijnt.’ (Het Nieuwsblad, 2 december, 2010). Debrandere heeft het in dat artikel over de dialecten.  Maar in het geval van woorden als “plezant” gaat het niet om dialect maar om ingeburgerde Zuidnederlandse woorden, die worden weggezuiverd. Dat doodnormale woord plezant werd zo goed als overal in Vlaanderen en in de media gebruikt, tot taalkundigen beslisten er een “slechts spreektaal” woord van te maken en het te vervangen door leuk. “Leuk” wordt als standaardtaal aanvaard, terwijl taalkundigen “plezant” als “geen standaardtaal” brandmerken.

“Taal evolueert”: een slogan, een boutade, waarmee je de talloze expliciete ingrepen in het taalgebruik in Vlaanderen en het ermee gepaardgaande taalbeleid niet aan de pranger hoeft te stellen.

Reacties staat uit voor Dialect? Taalzuivering is bezwaarlijk taalevolutie: n.a.v. het woord plezant

Opgeslagen onder Uncategorized