Tagarchief: taalbeleid

De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Wordle: Untitled 

Er heerst toch een klein beetje spraakverwarring bij de gezamelijke uitzending van de VRT (Klara) en Radio 4 van Hilversum, waarnaar u momenteel online kan luisteren.

Juist vroeg Hans van den Boom aan Kurt van Eeghem of we in Vlaanderen het Nederlandse woord “keten” gebruiken? (een werkwoord gebaseerd op “keet schoppen. Antwoord aan Hans: nee, in het Zuid Nederlands gebruiken we “keten” niet…).  Hans van den Boom was namelijk niet zeker of sommige Nederlandse woorden zoals “keten” ook in Vlaanderen gebruikt worden. Het was duidelijk dat Hans van den Boom met het adjectief “Nederlands” hier het land Nederland bedoelde en dus niet de gezamelijke taal “het Nederlands.”

Kijk, dat noem ik nu een voorbeeld van een beetje “spraakverwarring”: Hans van den Boom wilde eigenlijk weten of we in Vlaanderen het Noord-Nederlandse woord “keten” gebruiken, maar deed dat niet. Waarom? Omdat men grosso modo in Nederland nog steeds spreekt van “Nederlands” en “Vlaams” (of in de Nederlandse volksmond “Belgisch”) en dus eigenlijk niet de term “het Nederlands van Vlaanderen/België” hanteert.  Hans van den Boom zegt ook daarjuist dat hij iets “in mijn beste Vlaams” wil zeggen terwijl hij eigenlijk Standaard Zuid Nederlands probeerde te spreken.

Precies om die spraakverwarring te voorkomen is het zoveel beter de taalkundige termen Noord Nederlands en Zuid Nederlands te gebruiken. En in tegenstelling tot wat in het Wikipedia artikel over Belgisch Nederlands gezegd wordt, slaat “Noord” in de term “Noord Nederlands” niet op de ligging van Nederland, maar zijn Noord en Zuid Nederlands de taalkundige termen die historisch gezien gebruikt worden om een onderscheid te maken tussen de Nederlandse en Belgische varianten van het Standaardnederlands.

En om nog even de vinger op de “taalkundige” wonde te leggen: hoewel het werkwoord “keten” Noord Nederlands is en niet gebruikt wordt in Vlaanderen/België staat er geen gewestelijk label bij in Van Dale.  Zoek woorden als “goesting” “kleed (jurk)” en “plezant” op en er staat natuurlijk wél een label bij om aan te geven dat het geen Standaardnederlands is. Keten, daarentegen, is wél Standaardnederlands. Kijk, over dit soort ongerijmdheden en vooroordelen tegen het Zuid Nederlands gaat deze website.

Voor de rest is het genieten van deze Vlaams-Nederlandse uitwisseling. De Nederlandse deelnemers aan de quiz hebben nooit van Nonkel Bob gehoord omdat ze vroeger geen Belgische TV keken. Grappig. De Belgen zijn aan het winnen.

Meer over de 17 provinciën hier: https://belned.wordpress.com/2011/06/20/de-17-provincien-van-de-vrt-en-radio-4hilversum/#comment-210

Reacties staat uit voor De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4, Hilversum: een beetje Spraakverwarring

Opgeslagen onder Uncategorized

De 17 provinciën van de VRT (Klara) en Radio 4 Hilversum

Deze morgen hoorde ik dat er op Klara, de klassieke VRT radio,  naar een wapenspreuk voor de 17 provinciën gezocht wordt.

“Waaaaat!,” verschoot ik, hebben de Groot Nederlanders overnacht een staatsgreep gepleegd?

Gelukkig maar is dat niet het geval! De politiek gezien merkwaardige benaming “17 provinciën” is gekozen voor een culturele uitwisseling tussen Nederland en Vlaanderen. (Als u niet weet wat de “Groot-Nederlandse gedachte” betekent, google die term dan even…).

Enfin, de ietwat ongelukkige naam “17 provinciën” is gekozen voor vrijdag, 24 juni, want dan zenden Radio 4 (Hilversum) en de VRT samen uit vanuit De Brakke Grond in Amsterdam, wat een heuglijk feit is. Meer samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland kan enkel aangemoedigd worden.

Maar wij zullen vooral luisteren naar wat er die dag over de Nederlandse taal en het Zuid Nederlands zal gezegd worden. Zal men weer de ideologie van slechts één Nederlandse taal verkondigen (met een heel klein beetje toegestane variatie voor de Belgen), de impliciete visie van de Taalunie, of zal men nu eindelijk erkennen dat het Noord- en Zuid Nederlands grondig van elkaar verschillen, dat daar niets mis mee is, en dat het wegzuiveren van het Zuid Nederlands achterhaald is?

Zullen de culturele zenders van de VRT en andere Vlaamse culturele vertegenwoordigers weer de ideologie van slechts één Nederlands, één AN aanhangen? Want daar ligt het eigenlijke probleem: de meeste Nederlanders zijn namelijk helemaal niet tegen méér (als AN) erkend Zuid Nederlands. Integendeel. Het probleem ligt gewoonlijk bij een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen en Vlaamse opiniemakers, die zich overwegend aan de “boven de Moerdijk is het beter regel” houden (ook al stellen ze tegelijkertijd dat ze zich voor meer erkenning van het Belgisch Nederlands willen inzetten). En die negatieve termen als “tussentaal” en “Verkavelingsvlaams” hanteren in pogingen om een Nederlands dat vooral Noord Nederlands gekleurd is, ingang te doen vinden in België. Zelfs het “ge” dat we in België nog steeds dagelijks in onze spreektaal gebruiken, moet eigenlijk uitgefaseerd worden. (Als je dit zo onomwonden stelt, dan wordt dit dikwijls bij hoog en bij laag ontkend door de betrokkenen, maar toch is dat spijtig genoeg de realiteit van wat er op gebied van de Nederlandse taal in België gebeurt)

Zullen vrouwen in de 17 provinciën van Hilversum en de VRT “kleedjes” mogen dragen? En zal ‘”schoon” in die 17 provinciën enkel “proper” mogen betekenen en geen AN synoniem zijn voor het Noord-Nederlandse “mooi”? Om maar een paar van de meest frappante voorbeelden van Zuid-Nederlandse woorden te noemen die niet mogen in dat éne zgn. ons “verbindende” AN.

En als het vrijdag weer over het “Verkavelingsvlaams” en “koetervlaams” zal gaan, tja, dan weten we weer dat er nog weinig in de mentaliteit over taalvariatie en het Zuid Nederlands veranderd zal zijn.

Om de positie van deze website nog eens heel duidelijk te maken: deze website promoot géén nostalgisch Zuid Nederlands “taalprovincialisme” maar wil lobbyen voor de erkenning van het Zuid Nederlands naast het Noord Nederlands. Beiden dienen als evenwaardig behandeld te worden zodat “kleed” bv. gewoon een AN synoniem kan zijn dat naast “jurk” bestaat. Model hiervoor zijn het Amerikaans en het Brits Engels, twee varianten van het Engels die grondig van elkaar verschillen. Maar Engelsen en Amerikanen aanvaarden die culturele en taalkundige verschillen gewoon zonder dat men probeert de ene variant weg te zuiveren zoals dat al decennia lang gebeurt (en nog steeds gebeurt) met het Zuid Nederlands. En zonder dat men probeert de ene variant op te dringen aan de andere, zoals dat bij ons gebeurt (in naam van het taalzuiverende taalbeleid dat in Vlaanderen/België op scholen en in dagbladen gevoerd wordt). Deze blogt heeft ook geen nationalistische of politieke bedoelingen, maar ijvert voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands louter op taalkundige gronden. Deze positie wordt uitgebreid toegelicht in het Knack opinie stuk “Red het Zuid Nederlands” dat in maart 2011 online verscheen.

Ik probeer met een zo open mogelijk gemoed vrijdag te luisteren want ik ben zéker voor meer culturele samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Ik heb enkel problemen met aspecten van het Nederlands taalbeleid zoals dat in België gevoerd wordt, m.n. wanneer dat gelijk is aan het wegzuiveren van heel wat acceptabel Zuid Nederlands.

En nog een staartje: juist vergeleek ik de aankondiging van Radio 4, Hilversum, met die van de VRT en wat blijkt: op de Nederlandse website heeft men het over de relatie Nederland en België, op de VRT website over Nederland en Vlaanderen. Daar beginnen de culturele verschillen al.

In ieder geval schijnen de bedenkers van de naam “17 provinciën” voor dit radio evenement blijkbaar niet op de hoogte te zijn van de Groot-Nederlandse connotaties van deze term en dat alleen al is merkwaardig genoeg voor een programma dat het over culturele identiteiten wil hebben.

Hier een citaat geplukt van de Nederlandse radio 4 website:

Nederland en België worden één! Op 24 juni zenden de Vlaamse klassieke zender Klara en Radio 4 een gezamenlijk programma uit. U kunt erbij zijn!

Onder de titel De 17 Provinciën worden België en Nederland voor één dag samengevoegd. Vrijdag 24 juni wordt een dag vol muziek, discussie en veel humor, rechtstreeks vanuit Vlaams cultuurhuis de Brakke Grond in Amsterdam en live uitgezonden op Klara en Radio 4.

Waarin verschillen we van onze zuiderburen? Wat brengt ons bij elkaar?

Een hele dag lang zoeken Klara en Radio 4 naar alles wat ons bindt en scheidt. Daarbij is er ruimte voor discussie, worden bekende Nederlanders en Vlamingen op de proef gesteld in een quiz en presenteren beide landen hun muzikale talenten. Een dag lang het beste uit twee culturen!

http://www.radio4.nl/nieuws/1901/24-juni-de-17-provinci-n.html

Bijgaand de persmededeling van de VRT, waarin het woord Belgisch niet één keer voorkomt.

De 17 provinciën
Op vrijdag 24 juni presenteren Klara en Radio 4 De 17 provinciën vanuit De Brakke Grond, een Vlaams cultuurhuis in Nederland. Die dag willen de Vlaamse en Nederlandse klassieke radiozenders van elkaar immers te weten komen wat hen scheidt en wat hen bindt op cultureel, politiek, ideologisch en vooral muzikaal vlak. Dat doen de netten 10 uur lang, tussen 9 en 19 uur.
De klassieke zenders van Vlaanderen en Nederland proberen het alvast één dagje met elkaar uit te houden. Presenteren doen ze in duo. Telkens nemen één Vlaming en één Nederlander plaats achter de microfoon. Volgende duo’s maken op 24 juni de dienst uit:
9 tot 12 uur Mark Janssens & Maartje van Weegen
12 tot 14 uur Kurt Van Eeghem & Hans van den Boom
12 tot 17 uur Katelijne Boon & Hans Haffmans
17 tot 19 uur Pat Donnez en Margriet Vroomans
Live muziek is er die dag van o.m. Capriola di Gioia, het Van Baerle Trio, Yuri van Nieuwkerk, Rosanne Philippens, An De Ridder, …
Te gast zijn o.m. Jan Raes, Kristien Hemmerechts, Ivo Van Hove, Fred Brouwers, Hans Waeghe, Frans Timmermans, Peter Vandermeersch, Leen Laconte, Doran van der Brempt, Joris van Poppel, Sabine Vandeputte, Marc Reugebrink, Begijn Le Bleu, Jan De Wilde, Leo Samama, Sanne Wallis De Vries, …
Klara en Radio 4 stellen elkaar kritische vragen
Tijdens de tien uur durende marathonuitzending stellen de radiozenders zichzelf en hun gasten een aantal vragen. Hoe komt het dat het muziekleven in Nederland zo anders is dan in Vlaanderen? Waarom worden enkele prestigieuze Nederlandse orkesten en festivals door Vlamingen geleid? Op welke manier ontwikkelde de muzikale cultuur en erfenis zich sinds de 17 provinciën uit elkaar gingen? Welke zijn onze muzikale exportproducten? Waarmee maken we indruk op elkaar? Wie zijn onze jonge talenten? Waar gaan we de mist in?
Vroeger werd in Vlaanderen massaal naar de Nederlandse televisie gekeken en las – wie zich slim noemde – Vrij Nederland en de Volkskrant. Nu blijken Vlamingen en Nederlanders genoeg aan zichzelf te hebben. Maar toch leidt een Vlaming leidt het NRC Handelsblad. En datzelfde geldt voor Toneelgroep Amsterdam. Maar Vlamingen zijn wel wat jaloers op het Concertgebouworkest. Met verbazing en verwondering kijkt het Vlaamse publiek naar de Mattheüsgekte. Maar een Vlaming wint alweer de Libris-prijs. Betekenen Vlamingen dan toch iets in de Grachtengordel? Of gaan beide bevolkingen straks samen ten onder aan de bezuinigingen?
Het beste uit Vlaanderen en Nederland gecombineerd
Hoe zou het leven in de 17 provinciën zijn als Vlamingen en Nederlanders alle mooie dingen nu eens netjes in een republiek met een kroontje verpakten? Een beetje Beatrix maar ook Mathilde, de ene dag een rijkgevulde rijsttafel en dan weer asperges à la Flamande, Rembrandt in het Rijksmuseum en Van Eyck in de Sint-Baafskathedraal in Gent, Hannes Minnaar en Liebrecht Vanbeckevoort, kroket uit de muur en friet met mayonaise.
Om één en ander alvast muzikaal in te leiden lieten Klara en Radio 4 het Wilhelmus en de Vlaamse Leeuw vertimmeren tot een nieuw volkslied. Aan de luisteraars van Espresso en De Ochtend van 4 geven de twee zenders de kans een nieuwe wapenspreuk te bedenken. In Nederland kan men een weekend Antwerpen (mét bezoek aan het MAS) winnen, in Vlaanderen een weekend Amsterdam (mét voorstellingen in De Brakke Grond én een bezoek aan Het Hermitage).

Klara & Radio 4 zenden samen uit, live vanuit De Brakke Grond in Amsterdam, in samenwerking met deBuren.

http://www.vrt.be/nieuws/2011/06/de-17-provinciën

Voetnoot: ik wil hier niet pedant doen, maar de VRT heeft het hierboven over “friet.” De Zuid-Nederlandse benaming is “fritten” (zonder “ie” en meestal in het meervoud, tenzij we het bv. over een “pakje frites” hebben waarbij frites als “frit” wordt uigesproken). Laten we ons de vraag stellen waarom “frit(t)en” geen aanvaard AN is in het “land van de frit(t)en”, vooral omdat we “frituur” met een “i” en géén “ie” spellen?

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

NMBS reclame over toffe botten en bomma’s, of Zuid Nederlands in Belgische reclame

Het is een trend die we al enige tijd volgen: Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) wordt weer meer gebruikt in reclame. Zo was er onlangs een reclame spotje van Flandria groenten op VRT waarin komkommers aangeprezen werden omdat men er schoon (ipv mooi) van wordt.  Voor de herhalingen van F. C. de Kampioenen -uit 1994, waarin Doortje en Bieke nog spontaan voortdurend “schoon” zeggen ipv “mooi” – is er een reclame spot van Belgacom waarin een man en zijn zoon op zoek zijn naar een vijs (ipv een schroef). En de NMBS heeft grote affiches hangen in trein stations waarin spreuken als “Toffe botten” en “De Bomma” prijken.

Het is blijkbaar in om Zuid-Nederlandse spreektaal te gebruiken.

Dat is opmerkelijk gezien het feit dat enkele prominente Vlaamse opiniemakers in kranten wel eens campagne voeren tegen de zogenaamde “tussentaal” en het “Verkavelingsvlaams.” Op deze blog gebruiken we die termen niet maar spreken we van Zuid-Nederlandse spreektaal en schrijftaal.

Ook de kritische website De Manke Usurpator heeft zoals onze blog vragen rond de campagne tegen het Verkavlingsvlaams. Van de manke usurpator mochten we deze foto’s lenen, gemaakt in het station van Berchem door de manke usurpator zelve:

credits: manke usurpator

credits: de manke usurpator

Nog een opmerking over deze reclame campagne van de NMBS:

het valt op dat de NMBS de reiziger met “je” ipv “u” adresseert.   Toch ervaren heel wat Belgen de directe aanspreekvorm “je”/”jij” in formele situaties, reclame en overheidsteksten, als te direct of zelfs onbeleefd.  Reclameteksten voor banken en medicamenten maken dan ook meestal gebruik van het hoffelijke “u.” Ook heel wat Nederlanders, trouwens, klagen over het verdwijnen van “u” als hoffelijkheidsvorm in Nederland.  Op Nederlandse autostrades staan er verkeersborden die de bestuurders met “je” aanspreken ipv u.

Zoals in Frankrijk en in Duitsland maken nederlandstalige Belgen en heel wat Nederlanders een strikt onderscheid tussen beleefde aanspreekvormen en informele aanspreekvormen. Dus  “u” gebruiken ze om anderen aan te spreken en “gij” en “jij” worden voorbehouden voor familie, kennissen.  “Je” altijd en overal is een verschijnsel uit marketeers Nederlands.   Het is een beetje vreemd want wie bv. een minister aanschrijft gebruikt “u”, dus waarom dan niet ook “u” gebruiken voor de doorsnee burger?

Voetnoot: de foto’s van de Manke Usurpator, met zijn commentaar, vindt u op deze link:  http://demankeusurpator.wordpress.com/2011/06/03/het-lukt-niet-aflevering-elfendertig/

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Open Brief aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en hoofdredacteur van Dale: of, een poging om het taboe rond de censuur van Belgisch Nederlands te doorbreken

Wat vooraf ging:

Op deze website worden taalkundige uitspraken over het Belgisch Nederlands kritisch en vanuit taalfilosofisch oogpunt onderzocht.  Gevraagd wordt waarom zo weinig Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woordenschat en zo weinige Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) uitdrukkingen goed genoeg zijn om het statuut van standaardtaal te krijgen in woordenboeken als Van Dale. Het valt op dat het gros van woorden dat Nederlandse standaardtaal of AN dikwijls van Noord-Nederlandse origine is en deze website heeft daar vragen bij.  We onderzoeken deze problematiek via taalkundige uitlatingen en publicaties van prominente Vlaamse taalkundigen, zoals Ruud Hendrickx, Ludo Permentier, e.a. Het spreekt vanzelf dat daarbij nooit op de man gespeeld wordt, maar dat uitspraken en praktijken van taaldeskundigen kritisch onderzocht worden.

We zijn het niet eens met uitspraken van de heer Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Dale, die in één van zijn interviews meldde “Stop met klagen! Het gaat prima met onze taal.” Op deze website betreuren we dat er via onze media aan taalzuivering van het Zuid Nederlands/Belgisch Nederlands gedaan wordt. En we betreuren het ook dat steeds hetzelfde handje vol opiniemakers en taaldeskundigen over onze taal in onze Belgische pers en op de VRT aan het woord zijn.  Diezelfde opiniemakers en taaldeskundigen herhalen niet zelden dezelfde slogans, zoals dat er vandaag geen taalzuivering van het Zuid Nederlands meer zou bestaan in België.  Of dat de Zuid Nederlandse spreektaal vooral “Verkavelingsvlaams” is. Of, dat zulke taalzuivering (eigenlijk taalcensuur) iets uit het verre verleden zou zijn.  Op deze blog, evenwel, tonen we aan hoe woorden als kleed/kleedje, door bijna iedere Vlaming vandaag gebruikt, weggezuiverd worden ten voordele van het Noord-Nederlandse jurk, dat fel gepromoot wordt op TV, in reklame folders, dagbladen en op school. En zo hebben we kritiek op het VRT taalnet dat “appelsien” en “goesting” dialect woorden noemt, waarbij de term “dialect” zelfs taalkundig gezien verkeerd gebruikt wordt (want een dialect is regionaal en de term kan dus niet gebruikt worden voor woorden als appelsien of goesting die doorheen heel Vlaanderen gebruikt worden).  Maar het gaat blijkbaar over een goedbewaard taboe, waarover niet luidop gesproken of geschreven mag worden. (meer over taalzuivering en standaardisatie van het Nederlands op  https://belned.wordpress.com/)

We verwelkomen dialoog en dus ook de kritische reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, op onze visie.  We zijn dankbaar voor de dialoog met de heer Hendrickx en hebben ondertussen een aantal van onze eigen uitspraken over het taalbeleid genuanceerd of aangepast, ingaande op sommige van zijn kritische punten die terecht waren.  Zo stelde de heer Hendrickx terecht dat we onze termen beter moeten definiëren, en dat hebben we dan ook gedaan op de homepage van deze blog: https://belned.wordpress.com/ Daarnaast behouden we evenwel het recht om grondig van mening te verschillen en de thesis te verdedigen dat het Zuid Nederlands niet echt als evenwaardig aan het Noord Nederlands behandeld wordt, in tegenstelling tot het Amerikaans en Brits Engels die elkaars gelijke zijn.

Hieronder vindt u een eerste set van opmerkingen van de heer Hendrickx, gevolgd door ons antwoord, in de vorm van een open brief. We stellen vragen bij mogelijke sofismen en cirkelredeneringen in sommige taalkundige betogen.  En we vragen ons af vanwaar de drang van sommige Vlaamse taalkundigen komt om woorden die door miljoenen Vlamingen gebruikt worden te degraderen tot “niet goed genoeg” voor de standaardtaal of het AN.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn dus “duidelijk” géén dialect. Het zijn Zuid-Nederlandse woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, bepaalde Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Inderdaad, appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]” (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml)


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van heel) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” We geven hier grif toe dat gij geen standaardtaal is en gebruiken ook zelf jij in geschreven standaardtaal, maar het is héél wat anders om als taalkundige de normatieve uitspraak te doen dat “gij” verouderd is en “vermeden” dient te worden. Als de meerderheid van Vlamingen gij gebruikt in dagelijkse omgang is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat het “verouderd” is? Nee.  Enkel vanuit Noord-Nederlands perspectief (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) niet meer. Maar zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die ook niet helemaal juist is, gezien de springlevendheid van het gij in de Zuid-Nederlandse spreektaal. Zie ook https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/

Zoals professor Guy Tops van de Universiteit Antwerpen vinden we dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden.
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed” “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven taal voor te komen.  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van Gallicismen en Germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Antwoord aan de heer Ruud Hendrickx, in de vorm van een open brief

Geachte Meneer Hendrickx,

U liet net een reactie achter op de website “Red het Belgisch Nederlands,” die ik hier boven insluit. Graag antwoord ik uitgebreid op uw opmerkingen, die eigenlijk al bekend zijn van andere gelijkaardige uitlatingen die u al in dagbladen of uitzendingen van de VRT deed, wanneer er kritiek is op uw taalkundige uitspraken.

Eerst iets over de website “Red het Belgisch Nederlands”: die is bedoeld om de aandacht te vestigen op het lot van het Belgisch Nederlands, dat bedreigd is, en de tegenstrijdigheden in de berichtgeving over dat Belgisch Nederlands. Die tegenstrijdigheden zijn afkomstig van een aantal prominente taalkundigen, sommige verbonden aan het eerbiedwaardige Woordenboek der Nederlandse Taal, van Dale, waaronder uzelf. Zo werd ons in 2009 met veel tromgeroffel beloofd dat van Dale voortaan meer aandacht zou schenken aan het Belgisch Nederlands. Toch merken wij gebruikers van datzelfde Belgisch Nederlands daar bitter weinig van. U communiceert wel naar de mensen toe dat het Belgisch Nederlands belangrijk zou zijn, maar men krijgt eerder de indruk dat het om een marketing strategie gaat. U zegt wel dat u overtuigd bent dat er een bipolaire kijk op het Nederlands moet zijn, dus een standaardtaal in Nederland, een standaardtaal in België (naar analogie met het Brits en Amerikaans Engels, twee standaard varianten van dezelfde taal met zéér uiteenlopende woordenschat). Maar, als we dan effectief eens gaan kijken naar dat AN en wat u met die standaardtaal en dat AN bedoelt, dan blijkt dat het overgrote deel van de woordenschat van dat AN uit Noord-Nederlandse woorden bestaat. En dat er zeer weinig Belgisch-Nederlandse woorden goed genoeg (“beschaafd” genoeg) zijn, om het statuut standaardtaal te verwerven.

En daar knelt juist het schoentje. U doet, geachte Vlaamse taalkundigen (ik richt mij hierbij meteen aan een hele groep), of u zich voor het Belgisch Nederlands gaat inzetten, maar in realiteit gebruikt u termen als “spreektaal” om woorden als kleed uit de standaardtaal te houden. Maar ook goesting, plezant, schoon, appelsien, kuisen, en tal van andere doodgewone Belgisch-Nederlandse woorden. Men hoeft echt niet stokoud te zijn om te weten dat een groot deel van de woorden die u en andere taalgelerden als “spreektaal en dus geen standaardtaal” afschrijven nog niet heel lang geleden in onze scholen onderricht werden, te horen waren op BRT nieuwsuitzendingen (voor het tot “journaal” omgedoopt werd naar Noord-Nederlands model). En dat men die woorden toen gewoon Zuid Nederlands noemde, in onderscheid van Noord Nederlands, en zeker geen spreektaal.

Vanzelfsprekend ken ikzelf het onderscheid tussen “spreektaal” en “dialect,” wat u in twijfel trekt. Maar ik vraag me af, geachte heer Hendrickx, of u en andere Vlaamse taalkundigen uw termen wel juist definiëren? Spreektaal is eigenlijk wat niet schrijftaal is. Maar de facto schakelt uzelf, geachte heer Ruud Hendrickx, de term spreektaal gelijk aan wat niet standaardtaal is en dus een even negatief statuut heeft als dialect. Kijken we daarenboven naar de voorbeelden die u geeft van spreektaal op uw eigen VRT taalnet dan vinden we eigenlijk voorbeelden van plat dialect zoals “wa sait ‘em?” en nog andere straffe dialect uitlatingen. Ook uw eigen definitie van spreektaal klopt niet: op één enkele stijlpagina defineert u spreektaal als “vlotte, spontane” niet formele taal (m.a.w. geeft u de correcte definitie van spreektaal in onderscheid van formele schrijftaal), maar op bijna alle andere pagina’s hanteert u spreektaal negatief als “wat niet standaardtaal is,” m.a.w. schakelt u het statuut van spreektaal gelijk aan plat dialect, en blijken bijna alle voorbeelden van die spreektaal (lees: negatieve spreekvorm) afkomstig te zijn uit België. Daarbij gaat het om honderden woorden en uitdrukkingen. QED (Wat te bewijzen was).

Vindt u het echt zelf niet eigenaardig dat bijna alle levende woordenschat die u negatief als spreektaal afschrijft, in de talrijke taalmails die u aan VRT journalisten verstuurt, uit België komt? Vindt u het echt niet onrechtvaardig dat de norm voor wat juist en correct AN is bijna zonder uitzondering uit Nederland komt? Vindt u het echt niet merkwaardig dat men in de 21ste eeuw in Vlaanderen nog een taalmodel uit de 19de eeuw hanteert dat veel weg heeft van wat men in de taalsociologie en taalfilosofie het taalimperialisme noemt?

De website Red het Belgisch Nederlands toont aan hoe de laatste 20-30 jaar de censuur van het Belgisch Nederlands in een stroomversnelling gekomen is en hoe woorden die wij Belgen als gewone Belgische standaardtaal ervaren door u en andere taalkundigen-een kleine groep, door sommigen “taalelite” genoemd, die bepaald wat in België AN is (wat ik hier in het midden wil laten)- gedegradeerd worden tot te vermijden spreektaal. Waarbij de negatieve term spreektaal, for all purposes, eigenlijk het statuut heeft van dialect, want spreektaal is wat niet standaardtaal is. Of u nu een woord op uw VRT taalnet als dialect of spreektaal markeert, het resultaat is dus hetzelfde: het desbetreffende woord wordt uit de standaardtaal gesmeten, en alle scholastische pogingen om te doen of dit niet waar is helpen daarbij weinig.

Ook uw herhaalde uitlatingen, hier en elders, dat u en andere taalkundigen slechts registreren en geen normatieve uitspraken doen kloppen daarom niet. Door het brandmerken van woorden als spreektaal (lees: dialectvorm) zorgt u ervoor dat Vlamingen die AN wensen te spreken deze woorden bijna automatisch zullen vermijden. De norm, door u en andere Vlaamse taalkundigen mee bepaald, is bijna altijd het Noord Nederlands. Dat kan geillustreerd worden door de negatieve definitie die u zelf geeft van wat Belgisch Nederlands eigenlijk is: alles wat niet door Nederlanders gezegd wordt en dus niet AN is:

“De Grote en de Hedendaagse Van Dale zeggen dat de woorden waarvan aangegeven is dat ze alleen in België voorkomen, helemaal niet verworpen mogen worden. Maar wie ze gebruikt, moet wel beseffen dat hij zich dan van het Algemene Nederlands verwijdert en dat zijn Nederlandse lezers hem misschien niet begrijpen. U moet dus zelf uitmaken of u goesting of trek hebt in een tas of een kop koffie. Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft.”

Enerzijds beweert u dat een woord als goesting “helemaal niet verworpen mag worden,” anderzijds stelt u uitdrukkelijk dat wie het woord toch gebruikt, dat op eigen risico doet, want die verwijdert zich van het AN, het algemeen Nederlands, de standaardtaal. Uw uitspraak illustreert wat we op de website Red het Belgisch Nederlands de “dubbelzinnige uitspraken” over het Belgisch Nederlands noemen: deze negatief gebrandmerkte woorden relegeren tot de spreektaal (die niet geschreven mag worden) betekent feitelijk ze verwerpen en ze uit de actieve woordenschat en de publieke ruimte bannen.

Voeg daaraan de versterkende uitlatingen van prominente opiniemakers in de pers toe (opiniemakers in de Standaard die voortdurend over die “vréselijke tussentaal” en dat “verschrikkelijke Verkavelingsvlaams” klagen, ik hoef hun namen hier niet te noemen) en het is legio dat u allen een normatief klimaat schept waarin het op eieren lopen is. Wie, zoals onlangs nog Mark de Vos, een onschuldig woord als voorschot in een artikel in de Standaard durft te gebruiken, wordt publiek op de vingers getikt.

Tot slot:

Het spijtige van de zaak is dat deze degradatie van gewone Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot spreektaal en dus eigenlijk, volgens uw onuitgesproken definitie, tot een statuut gelijk aan dialect al tientallen jaren aan de gang is en dat het eigenlijk al een beetje te laat is voor het Belgisch Nederlands, vijf na twaalf. Te veel Belgen is ondertussen al te lang verteld dat hun woordenschat niet meer dan spreektaal is, en dat ze “schoonmaken” moeten zeggen, en niet “kuisen.” Te weinig weerwoord is er gegeven. Te dikwijls zijn dezelfde opiniemakers in de pers en op VRT uitzendeingen aan het woord om nederlandstalige Belgen te vertellen welke woordenschat ze eigenlijk dienen af te leren als ze AN wensen te spreken. Niet zelden krijgt men daarbij de indruk, geachte heer Hendrickx, dat sommige van onze meest invloedrijke taalkundigen daarbij zelf de rol van marketeer en opiniemaker aannemen.

°°°°°°°°°°°°°°°°°

Voetnoot:

Geachte heer Hendrickx,

U stelt hierboven met veel zekerheid dat uzelf de term “dialect” slechts één keer gebruikt op het VRT taalnet om woorden af te keuren (citaat: “In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).”)  Dat klopt evenwel niet. Laat het nu juist het woord goesting zijn dat u uitdrukkelijk als dialect bestempelt als u op dat VRT taalnet zegt: “Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien, […].” Op de ene pagina beweert u dat “goesting” spreektaal is die afwijkt van het Standaardnederlands, op de andere dat het “zonder enige twijfel dialect” is.  Op één enkele pagina gebruikt u de term “spreektaal” positief als wat niet zakelijk geschreven is, op de rest van de pagina’s (en vooral in de taalmails aan journalisten) functioneert “spreektaal” als een negatief kenmerk van taal die géén standaardtaal is en dan ook niet in onze nieuwsuitzendingen mag voorkomen. U zegt dan wel dat iedereen gerust die spreektaal mag gebruiken, dat u er niets tegen heeft en dat u ze wel eens zelf gebruikt, maar feitelijk worden woorden als “kleed,” “goesting” en wat dies meer zij, uit onze geschreven en “netjes verzorgde” taal verdrongen. Betekent dat dat er geen enkel creatief schrijver die woorden nog zal gebruiken? Nee, natuurlijk. Maar in onze dagelijkse kranten en op nieuwsuitzendingen zijn deze woorden niet meer te zien of te horen (tenzij als “citaat”, in aanhalingstekens of cursief, om toch vooral in de verf te zetten dat het geen AN standaardtaal is).

8 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ruud Hendrickx, hoofdredacteur van Dale en VRT taaladviseur, over “ge zijt” (n.a.v. de campagne van de Lijn “Ge zijt nen engel”)

Eerder werd op deze blog al gemeld dat er in België soms merkwaardige taalkundige uitspraken gedaan worden over wat al dan niet dialect is. Het negatieve woord “dialect” wordt in België graag gebruikt om nederlandstalige Belgen aan te sporen een Zuid-Nederlands woord te laten varen en over te schakelen op een Noord-Nederlandse variant. Zo wordt gezegd dat het bovengewestelijke “kleed” (dat ooit standaardwoord was) “dialect” zou zijn en dat je om AN te spreken eigenlijk het Noord-Nederlandse “jurk” dient te gebruiken. En dat werkt, want als je lang genoeg zegt dat woorden als “schoon” of “plezant” dialect of “slechts spreektaal” zijn, gaan mensen die AN willen spreken ze automatisch vermijden.  Ook in hun informele omgangstaal met vrienden en familie.

Zo worden geleidelijk heel wat Belgisch-Nederlandse woorden afgeleerd.  Dat wegzuiveren van Zuid Nederlands ten voordele van Noord Nederlands gebeurt  vanuit de zichtwijze dat het Nederlands in België gestandaardiseerd dient te worden, t.t.z. min of meer identiek dient te worden aan het Nederlands in Nederland. Dit noemen we in de taalkunde taalzuivering (in dienst van de standaardisering of standaardisatie van het Nederlands): het wegdrukken van zogenaamd onacceptabele woordenschat.  En dat lukt ook ten dele: Noord-Nederlands spreektaalwoord “leuk” mag wel, het Zuid-Nederlands spreektaalwoord “plezant” daarentegen mag niet (in het AN).  Resultaat: “plezant” wordt weggedrukt ten voordele van het woordje “leuk” en komt minder en minder voor.

Het wegzuiveren van Zuid-Nederlandse taalgebruiken gebeurt door het negatief brandmerken van die zegswijzen. Vooral het negatief gekleurde “dialect” dient als markeerder om aan te tonen dat je een bepaald woord of een bepaalde zegswijze maar beter niet gebruikt als je “beschaafd” wil zijn en “beschaafd” wil spreken.  Zo kwamen we bij het googelen terecht op een o.i. merkwaardige taalkundige uitspraak van de heer Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van van Dale en VRT taaladviseur. Hendrickx verscheen in 2007 in de pers omdat hij kritiek had op de nieuwe slogan van de Lijn (de Vlaamse vervoersmaatschappij), die luidde “Ge zijt nen engel” (betekenis: je gedraagt je goed).  Hendrickx vond het niet kunnen dat de Lijn geen AN gebruikte en stelde dit publiek aan de kaak.  Niet alleen kan men zich vragen stellen bij zo’n  interventie: waarom zou de Lijn “Ge zijt nen engel” niet mogen gebruiken? Het is een eerder pittige Zuid-Nederlandse uitspraak die in de spreektaal of omgangstaal door heel veel mensen gebezigd wordt. Waarom niet wat “couleur locale”, wat is daar mis mee en is het wel de taak van een taaladviseur het gebruik van de spreektaal zo aan banden te leggen?

Dat zijn legitieme vragen. Het gevolg was een uiteenzetting tussen Ruud Hendrickx en een blogger Sereniteit die een open brief aan Hendrickx schreef:  de blogger stelt dat “gij/ge zijt” gewoon Zuid-Nederlandse spreektaal is en dat  er dus niks mis mee is dat de Lijn die slogan gebruikt. Hendrickx riposteert daarop met de uitspraak dat “gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zou zijn en dus zeker niet universeel in Vlaanderen.  Maar hierbij moeten we kritiek aanteken want dit is een hoogst merkwaardige uitspraak: “Gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zoals hier beweerd wordt?  Geenszins.   “Gij zijt” is géén dialectvorm. “Ge/gij zijt” is gewoon de oudere vorm Nederlands die ook in gans Nederland gebruikt werd.  Lezen we even de brieven van Vincent van Gogh na. Die schrijft in 1877 aan zijn broer Theo:

” Ik ben blij voor U dat gij zoo spoedig op reis zijt gegaan, dat is een goede afwisseling.”

Anders gezegd: het gebruik van “gij/ge zijt” in het Zuid Nederlands is géén dialect, maar in de Zuid-Nederlandse spreektaal is “gij zijt” een relict of overblijfsel van een oudere standaardtaal, die universeel en overal ingeburgerd was, ook in Nederland, zoals de brieven van Vincent van Gogh en tal van andere Noord-Nederlandse teksten aantonen. Maar in het kader van de standaardisatie van het Nederlands is het gemakkelijker het negatief geladen woord “dialectvorm” te gebruiken in de strijd tegen zgn. ongewenste vormen van het Zuid Nederlands.

Waarom dit  publiek optreden van een taaladviseur tegen een slogan van de nationale vervoersmaatschappij de Lijn (Ge zijt nen engel) ? Waarom belerend (repressief) optreden tegen een onschuldige Zuid-Nederlandse slogan als “Ge zijt nen engel”? Het is o.i. een voorbeeld van wat we op deze blog “taalcensuur” noemen en heeft veel weg van een poging om de Zuid-Nederlandse spreektaal te bannen uit de publieke ruimte. Héél letterlijk dan, want de slogan prijkte via posters op bushokjes en in trams. De bedoeling is namelijk dat Vlamingen, juist zoals Nederlanders, in hun spreektaal je zeggen i.p.v. vast te houden aan ge en gij. Men wil van dat gij en ge af of het de Belgen afleren. Ook termen als “Verkavelingsvlaams” en “tussentaal” hebben een sterk negatieve bijklank waarmee de gebruikers van “ge” gebrandmerkt worden. Men zou “ge” ook Zuid-Nederlandse spreektaal kunnen noemen, i.p.v. verkavelingsvlaams of tussentaal. Maar verkavelingsvlaams is een uiterst negatieve term en is dus handiger in de pogingen om Zuid-Nederlandse spreektaal af te leren.

Voetnoot:

We vragen ons af of spreektaal in Vlaamse feuilletons van de VRT vooral gedoogd wordt vanwege de kijkcijfers? En zelfs in de laatste reeksen afleveringen van FC De Kampioenen zijn er talrijke taalzuiverende optredens, zoals de vervanging van “schoon” door “mooi”. Bieke zegt op het einde van de serie niet alleen dikwijls “mooi” maar ook “leuk” wat opvalt aangezien het lijflied van F.C. de Kampioenen “kampioen zijn is plezant” luidt.  Ook andere typische Zuid-Nederlandse spreektaalwoorden worden in de laatse afleveringen van F C de Kampioenen weggezuiverd, zoals “bomma” en “bompa”  door “opa” en “mammie.” Dat laatste woord gebruikt werkelijk geen kat. Maar alles beter dan de spreektaal woordenschat gebruiken die men wil afleren. Vergelijk dit met André Rieu  (Nederlands Limburger) die voor het oog van miljoenen kijkers uit Duitsland, Nederland en België een Duitse presentatrice wijsmaakte dat de Nederlandse vertaling van het Duitse woord “Opa” “bompa” is.  Als we een aantal opiniemakers mogen geloven zou  André Rieu “Verkavelingsvlaams” spreken… Om maar even de absurditeit van sommige taalkundige beweringen in de verf te zetten. Rieu spreekt natuurlijk géén verkavlingsvlaams, maar Zuid Nederlands, want Zuid Nederlands strekt zich ook uit tot Nederlands Limburg, Noord Brabant en Zeeuws Vlaanderen (vandaar dat André Rieu ook wel eens voor een Vlaming wordt genomen).  Maar let u eens op hoe weinig de term “Zuid Nederlands” nog gebruikt wordt. In plaats daarvan vinden we in kranten als de Standaard en in uitlatingen van prominente Vlaamse taalkundigen en opiniemakers veelvuldig negatieve verwijzingen naar het “Verkavelingsvlaams”. Bedoeling: via belerende en negatieve opmerkingen het taalgebruik van nederlandstalige Belgen ingrijpend te veranderen.

Noot: de discussie over ge zijt is te lezen op http://sereniteit.wordpress.com/2007/10/30/open-brief-aan-ruud-hendrickx-ivm-zijn-commentaar-op-actie-ge-zijt-nen-engel/


11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Dikke Van Dale en het statuut van het Belgisch Nederlands

In 2009 zond Van Dale een persbericht uit waarin stond dat de nieuwe hoofdredacteur van Van Dale (Ruud Hendrickx) in België verantwoordelijk zou zijn voor “de Vlaamse blik” (sic) op van Dale.  Dat zou betekenen dat de Dikke van Dale meer Belgisch-Nederlands als standaardtaal zou opnemen in komende edities van het woordenboek. Prisma woordenboek, de concurrent van Van Dale, heeft al een speciale Belgische editie van het handwoordenboek klaar, een editie waarin een Belgisch-Nederlands woord als “kleed” als correct synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk” wordt aangegeven. Maar valt deze zelfde tendens waar te nemen in de Dikke van Dale  van 2005 en in taalkundige uitspraken van de nieuwe hoofdredacteur, zoals die te vinden zijn op zijn VRT taalnet en in het Stijlboek VRT?

Bij kritische analyse van dat VRT taalnet blijkt evenwel dat Hendrickx, in lijn met Van Dale 2005 en andere Vlaamse taalkundigen, heel wat  Belgisch-Nederlandse woorden “spreektaal” noemt. Spreektaal betekent daarbij niet “informele standaardtaal” maar géén standaardtaal.  Enerzijds stellen Van Dale en de Taalunie al geruime tijd dat er meerdere polen in het Standaardnederlands zijn, en dat het Belgisch Nederlands één van die polen is, wat juist en lovenswaardig is. Anderzijds blijft betreurenswaardig dat vele Belgisch-Nederlandse woorden en betekenissen eigenlijk als spreektaal en in sommige gevallen zelfs als dialect gebrandmerkt worden. Voorbeelden daarvan zijn de te vinden op het VRT taalnet, een taaladvies net dat zeer actief gebruikt wordt door mensen werkzaam in de media, studenten e.a..

Om een voorbeeld te geven van een taalkundige uitspraak op het VRT taalnet, citaat: “Kleed in de betekenis van ‘jurk’ behoort volgens Van Dale niet tot de standaardtaal, ook niet de standaardtaal in België.” M.a.w. kleed, typisch voormalig standaardwoord uit België, wordt hier gedegradeerd tot slechts spreektaal.  Het is inderdaad zo dat hier Van Dale gecitieerd wordt, maar zou het niet mogelijk zijn dat de hoofdredacteur van Van Dale de uitsluitingsmechanismen werkzaam in dat woordenboek aan kritiek zou onderwerpen? Verder worden deze taalmails die aan  de VRT nieuwsdiensten als “suggesties” bestempeld, maar in werkelijkheid zijn ze normatief. Zie http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalmail/taalmail281.shtml

Zelfde met het woord “deftig” dat in België de betekenis heeft van “fatsoenlijk” als in “Kan hij deftig fritten (sic in België) bakken?” In een tekstje van de heer Hendrickx wordt er een beetje smalend gedaan over die vele nederlandstalige Belgen die “deftig” verkeerdelijk voor “fatsoenlijk” gebruiken -dat, terwijl deftig in de betekenis van fatsoenlijk een heel courant standaardwoord is in België. Maar, omdat de betekenis deftig in de zin van fatsoenlijk niet gekend is in Nederland, wordt dit gebruik afgeraden. (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/050623.shtml).

En zo zijn er honderden voorbeelden te vinden van hoe o.i. acceptabele woorden en betekenissen uit België tot “slechts spreektaal” gedegradeerd worden. We mogen deze woorden en uitdrukkingen nog wel gebruiken, maar als we dat doen verwijderen we onze van de algemene Nederlandse standaardtaal. Enerzijds zegt men dat het tijdperk van het “hollandocentrisme” voorbij is, anderzijds zijn er nog te vele o.i. acceptabele Zuid-Nederlandse woorden die uit de Belgische standaardtaal gehouden worden.

Waarom kunnen Noord en Zuid Nederlands niet gewoon naast elkaar bestaan, zoals ook Brits en Amerikaans Engels naast, en niet ten koste, van elkaar bestaan?  Om het standpunt van deze blog te herhalen: deze blog is geenszins gekant tegen het Noord Nederlands en wil ook niemand opleggen wat hij moet zeggen of welke woordenschat hij dient te gebruiken. Wel ijvert deze blog voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands naast het Noord Nederlands. Noord en Zuid Nederlands dienen naast elkaar te kunnen bestaan zoals ook het Brits en het Amerikaans Engels naast elkaar bestaan.

4 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Hoe 19de eeuws zijn onderdelen van het Nederlandse taalbeleid in België? En hoe Kafkaesk? (Over taalzuivering en taalimperialisme)

Als je Nederlanders en Vlamingen bevraagt, komen ze al vlug tot de conclusie dat er geen Nederlandse taal is die volledig universeel is voor zowel Vlamingen als Nederlanders.  Nederlanders en Vlamingen erkennen dat er grote verschillen bestaan in hun taalgebruik en kunnen daar ook vredig mee leven.  Hoe komt het dan dat, in naam van het AN, grote hoeveelheden Noord Nederlands (ttz het regionale Nederlands uit Nederland) in België  worden opgelegd aan Vlamingen, en niet omgekeerd? Dat gebeurt in de lessen Nederlands, van in de laagste klasjes. De meeste toonaangevende taalkundigen die het taalbeleid in Vlaanderen sturen (t.t.z. het Nederlands in de media, de pers en op de scholen) streven spijtig genoeg naar standaardisatie: dat betekent dat er maar één algemeen Standaardnederlands mag zijn voor twee totaal verschillende landen (dit is beklonken door de Taalunie), met wat variatie.  Te dikwijls blijkt het Noord Nederlands de referentie en de norm te zijn voor wat juist of AN is. Dit is merkwaardig, want Amerikanen en Engelsen spreken hun eigen standaard variant van het Amerikaans en Brits Engels, en geen taalkundige zou het in zijn hoofd halen de Engelsen te vertellen dat ze voortaan Amerikaans Engels dienen te spreken, of omgekeerd.

Het is zo dat de meeste Vlaamse taalkundigen en ook de Taalunie nu beloven dat ze zich meer voor het Belgisch Nederlands zullen inzetten en dat een klein beetje Belgisch Nederlands (taalvariatie) dan toch mag als je AN wenst te spreken.  Zo verwijst de Taalunie naar de erkenning van het Belgisch Nederlands op haar website, dat naast het Surinaams Nederlands wordt geplaatst. Maar om een handige Engelse uitdrukking te gebruiken: het is eigenlijk een geval van “too little and too late.”  De officiële lijst van door taalkundigen erkende Belgisch-Nederlandse AN standaardwoorden is voorlopig nog opvallend kort: die bestaat uit slechts een 4000tal woorden toegevoegd aan het Groene Boekje! En grote hoeveelheden Zuid-Nederlandse woordenschat zijn ondertussen al weggezuiverd en die beslissingen worden niet ongedaan gemaakt, want voor zover we kunnen zien  zijn onschuldige Zuid-Nederlandse woorden als appelsien, kleed, kuisen en poetsen (in de betekenis van schoonmaken), plezant, e.d. (woorden die vooral in België gebruikt worden) nog altijd geen AN standaardtaal. Voorts wordt het Belgisch Nederlands verder gemarginaliseerd, vele o.i. acceptabele woorden en uitdrukkingen worden uit de zakelijke pers en andere zakelijke media gebannen en zo tot dialect en “slechts spreektaal” gedegradeerd, wat ze niet zouden moeten zijn.

Stel dat Engelse nieuwslezers woorden op z’n Amerikaans zouden uitspreken, er zou een storm van protest van de bevolking komen. Wel, ook dat was in Vlaanderen het geval: de VRT kreeg en krijgt massa’s negatieve kritiek op de zogenaamd “Hollandse” uitspraak en “Hollandse” woordenschat van nieuwslezers. Volgens de VRT taaladviseur, Ruud Hendrickx, is de regionale uitspraak van tram als “trem” correct en waarom zou hij iets verbieden wat correct is. Goed, maar de uitspraak wordt door nederlandstalige Belgen niet als “correct” maar als Noord-Nederlands ervaren, juist zoals Engelsen zich vragen zouden stellen als nieuwslezers tomato op zijn Amerikaans zouden uitspreken.  Verder ziet  VRT taalaviseur Ruud Hendrickx, die tevens Vlaams hoofdredacteur is van Van Dale, o.i. de term Belgisch Nederlands nog te zeer als een overkoepelende term voor alles wat in Vlaanderen gesproken wordt en reduceert hij, samen met andere taalkundigen, voorlopig de Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot een korte lijst van woorden. Van Dale is wel hard aan het werk om Belgisch-Nederlandse woorden te evalueren en te keuren, maar taalzuiverende uitspraken van Vlaamse taalkundigen doen vermoeden dat de uiteindelijke lijst van officiële Belgisch-Nederlandse standaardwoorden vrij kort zal zijn. Belgisch Nederlands in zijn geheel (ttz bestaande uit standaardtaal, spreektaal, dialect) is dan ook nog overwegend taal die meestal afwijkt van het Standaardnederlands en die dus overwegend geen AN is. M.a.w. enerzijds doet men alsof er twee volwaardige standaard varianten van het Nederlands zijn (een Belgische en een Nederlandse), anderzijds komt het er in theorie en praktijk op neer dat het Nederlands uit Nederland te dikwijls de norm is voor nederlandstalige Belgen (met enkele kleine toegevingen, genaamd “taalvariatie”).

Dat deze zichtwijze eigenlijk achterhaald is, is duidelijk voor wie zich met taal in een internationale context bezighoudt: de tijden dat één cultuur de taal oplegde aan een andere cultuur (“rule Britannia”) zijn gelukkig voorbij, en toch zien we dat men in België vasthoudt aan een Nederlandse taalpolitiek die eigenlijk 19de-eeuws aspecten vertoont: standaardisatie, het “dwangmatig” opleggen van Noord Nederlands dat nog te dikwijls als norm fungeert, middels het wegzuiveren Zuid Nederlands (een heel woordenboek vol kleurrijke woorden en uitdrukkingen die eigenlijk niet meer mogen als je echt correct AN wenst te spreken. Dat woordenboek is veel dikker dan de schamele lijst met van Belgisch-Nederlandse standaardwoorden.

De standaardisatie van het Nederlands  zoals die in België gepromoot wordt, blijkt sterk verworteld in 18de en 19de eeuwse ideeën over taal (de eeuwen van het taalimperialisme). We kunnen ons afvragen waarom bepaalde Vlaamse taalkundigen nog in de 21ste eeuw het Noord Nederlands blijven hanteren als norm voor het AN in België? Waarom deze koers, die het AN verarmt doordat het van het Zuid Nederlands gezuiverd wordt, niet wijzigen? Dat kan als sommige taalkundigen zouden willen inzien dat taalzuivering in Vlaanderen niet iets uit het verre verleden is, maar dat die taalzuivering nog vandaag de dag, en bijna dagelijks te zien is in het zakelijk, AN taalgebruik van onze meest invloedrijke media. Beloften als “we zullen ons meer inzetten voor het Belgisch Nederlands”  zijn niet voldoende. Er is eerst en vooral een verandering in mentaliteit nodig.

Addendum: op een taalforum merkte iemand op dat Nederlanders in de numerieke meerderheid zijn, en dat het dan eigenlijk normaal is dat Nederlanders de norm voor het AN grotendeels bepalen. Laat ons eens de proef op de som stellen en deze redenering toepassen op andere taalculturen. Dat zou dan betekenen dat Engelsen hun kinderen Amerikaans aanleren op school en thuis, want de Amerikanen zijn duidelijk in de numerieke meerderheid. Of stel dat Amerikanen tegen Engelsen zouden zeggen dat ze een ouderwets, achterhaald Engels spreken. Ondenkbaar. Toch liggen dit soort van houdingen aan de grondslag van de asymmetrie die tussen het Noord en het Zuid Nederlands bestaat.  Maar, als je gewone Nederlanders vraagt wat ze van het Zuid Nederlands vinden, zeggen de meesten dat ze ervan houden en dat ze helemaal niets tegen het Nederlands uit België hebben.  M.a.w. de scheefgegroeide houding is het gevolg van taalkundige beleidsbeslissingen, en heeft weinig of niets met de perceptie van het Belgisch Nederlands door Nederlanders te maken.

Voetnoot: een uitgebreidere discussie van de begrippen taalzuivering en taalimperialisme vindt u op deze link, vooral onder punt III.:  https://belned.wordpress.com/

14 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlands woord in de kijker, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen