Tagarchief: taalimperialisme

Hoe 19de eeuws zijn onderdelen van het Nederlandse taalbeleid in België? En hoe Kafkaesk? (Over taalzuivering en taalimperialisme)

Als je Nederlanders en Vlamingen bevraagt, komen ze al vlug tot de conclusie dat er geen Nederlandse taal is die volledig universeel is voor zowel Vlamingen als Nederlanders.  Nederlanders en Vlamingen erkennen dat er grote verschillen bestaan in hun taalgebruik en kunnen daar ook vredig mee leven.  Hoe komt het dan dat, in naam van het AN, grote hoeveelheden Noord Nederlands (ttz het regionale Nederlands uit Nederland) in België  worden opgelegd aan Vlamingen, en niet omgekeerd? Dat gebeurt in de lessen Nederlands, van in de laagste klasjes. De meeste toonaangevende taalkundigen die het taalbeleid in Vlaanderen sturen (t.t.z. het Nederlands in de media, de pers en op de scholen) streven spijtig genoeg naar standaardisatie: dat betekent dat er maar één algemeen Standaardnederlands mag zijn voor twee totaal verschillende landen (dit is beklonken door de Taalunie), met wat variatie.  Te dikwijls blijkt het Noord Nederlands de referentie en de norm te zijn voor wat juist of AN is. Dit is merkwaardig, want Amerikanen en Engelsen spreken hun eigen standaard variant van het Amerikaans en Brits Engels, en geen taalkundige zou het in zijn hoofd halen de Engelsen te vertellen dat ze voortaan Amerikaans Engels dienen te spreken, of omgekeerd.

Het is zo dat de meeste Vlaamse taalkundigen en ook de Taalunie nu beloven dat ze zich meer voor het Belgisch Nederlands zullen inzetten en dat een klein beetje Belgisch Nederlands (taalvariatie) dan toch mag als je AN wenst te spreken.  Zo verwijst de Taalunie naar de erkenning van het Belgisch Nederlands op haar website, dat naast het Surinaams Nederlands wordt geplaatst. Maar om een handige Engelse uitdrukking te gebruiken: het is eigenlijk een geval van “too little and too late.”  De officiële lijst van door taalkundigen erkende Belgisch-Nederlandse AN standaardwoorden is voorlopig nog opvallend kort: die bestaat uit slechts een 4000tal woorden toegevoegd aan het Groene Boekje! En grote hoeveelheden Zuid-Nederlandse woordenschat zijn ondertussen al weggezuiverd en die beslissingen worden niet ongedaan gemaakt, want voor zover we kunnen zien  zijn onschuldige Zuid-Nederlandse woorden als appelsien, kleed, kuisen en poetsen (in de betekenis van schoonmaken), plezant, e.d. (woorden die vooral in België gebruikt worden) nog altijd geen AN standaardtaal. Voorts wordt het Belgisch Nederlands verder gemarginaliseerd, vele o.i. acceptabele woorden en uitdrukkingen worden uit de zakelijke pers en andere zakelijke media gebannen en zo tot dialect en “slechts spreektaal” gedegradeerd, wat ze niet zouden moeten zijn.

Stel dat Engelse nieuwslezers woorden op z’n Amerikaans zouden uitspreken, er zou een storm van protest van de bevolking komen. Wel, ook dat was in Vlaanderen het geval: de VRT kreeg en krijgt massa’s negatieve kritiek op de zogenaamd “Hollandse” uitspraak en “Hollandse” woordenschat van nieuwslezers. Volgens de VRT taaladviseur, Ruud Hendrickx, is de regionale uitspraak van tram als “trem” correct en waarom zou hij iets verbieden wat correct is. Goed, maar de uitspraak wordt door nederlandstalige Belgen niet als “correct” maar als Noord-Nederlands ervaren, juist zoals Engelsen zich vragen zouden stellen als nieuwslezers tomato op zijn Amerikaans zouden uitspreken.  Verder ziet  VRT taalaviseur Ruud Hendrickx, die tevens Vlaams hoofdredacteur is van Van Dale, o.i. de term Belgisch Nederlands nog te zeer als een overkoepelende term voor alles wat in Vlaanderen gesproken wordt en reduceert hij, samen met andere taalkundigen, voorlopig de Belgisch-Nederlandse standaardtaal tot een korte lijst van woorden. Van Dale is wel hard aan het werk om Belgisch-Nederlandse woorden te evalueren en te keuren, maar taalzuiverende uitspraken van Vlaamse taalkundigen doen vermoeden dat de uiteindelijke lijst van officiële Belgisch-Nederlandse standaardwoorden vrij kort zal zijn. Belgisch Nederlands in zijn geheel (ttz bestaande uit standaardtaal, spreektaal, dialect) is dan ook nog overwegend taal die meestal afwijkt van het Standaardnederlands en die dus overwegend geen AN is. M.a.w. enerzijds doet men alsof er twee volwaardige standaard varianten van het Nederlands zijn (een Belgische en een Nederlandse), anderzijds komt het er in theorie en praktijk op neer dat het Nederlands uit Nederland te dikwijls de norm is voor nederlandstalige Belgen (met enkele kleine toegevingen, genaamd “taalvariatie”).

Dat deze zichtwijze eigenlijk achterhaald is, is duidelijk voor wie zich met taal in een internationale context bezighoudt: de tijden dat één cultuur de taal oplegde aan een andere cultuur (“rule Britannia”) zijn gelukkig voorbij, en toch zien we dat men in België vasthoudt aan een Nederlandse taalpolitiek die eigenlijk 19de-eeuws aspecten vertoont: standaardisatie, het “dwangmatig” opleggen van Noord Nederlands dat nog te dikwijls als norm fungeert, middels het wegzuiveren Zuid Nederlands (een heel woordenboek vol kleurrijke woorden en uitdrukkingen die eigenlijk niet meer mogen als je echt correct AN wenst te spreken. Dat woordenboek is veel dikker dan de schamele lijst met van Belgisch-Nederlandse standaardwoorden.

De standaardisatie van het Nederlands  zoals die in België gepromoot wordt, blijkt sterk verworteld in 18de en 19de eeuwse ideeën over taal (de eeuwen van het taalimperialisme). We kunnen ons afvragen waarom bepaalde Vlaamse taalkundigen nog in de 21ste eeuw het Noord Nederlands blijven hanteren als norm voor het AN in België? Waarom deze koers, die het AN verarmt doordat het van het Zuid Nederlands gezuiverd wordt, niet wijzigen? Dat kan als sommige taalkundigen zouden willen inzien dat taalzuivering in Vlaanderen niet iets uit het verre verleden is, maar dat die taalzuivering nog vandaag de dag, en bijna dagelijks te zien is in het zakelijk, AN taalgebruik van onze meest invloedrijke media. Beloften als “we zullen ons meer inzetten voor het Belgisch Nederlands”  zijn niet voldoende. Er is eerst en vooral een verandering in mentaliteit nodig.

Addendum: op een taalforum merkte iemand op dat Nederlanders in de numerieke meerderheid zijn, en dat het dan eigenlijk normaal is dat Nederlanders de norm voor het AN grotendeels bepalen. Laat ons eens de proef op de som stellen en deze redenering toepassen op andere taalculturen. Dat zou dan betekenen dat Engelsen hun kinderen Amerikaans aanleren op school en thuis, want de Amerikanen zijn duidelijk in de numerieke meerderheid. Of stel dat Amerikanen tegen Engelsen zouden zeggen dat ze een ouderwets, achterhaald Engels spreken. Ondenkbaar. Toch liggen dit soort van houdingen aan de grondslag van de asymmetrie die tussen het Noord en het Zuid Nederlands bestaat.  Maar, als je gewone Nederlanders vraagt wat ze van het Zuid Nederlands vinden, zeggen de meesten dat ze ervan houden en dat ze helemaal niets tegen het Nederlands uit België hebben.  M.a.w. de scheefgegroeide houding is het gevolg van taalkundige beleidsbeslissingen, en heeft weinig of niets met de perceptie van het Belgisch Nederlands door Nederlanders te maken.

Voetnoot: een uitgebreidere discussie van de begrippen taalzuivering en taalimperialisme vindt u op deze link, vooral onder punt III.:  https://belned.wordpress.com/

14 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlands woord in de kijker, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen