Tagarchief: BelgischNederlands

BelgischNederlands woord in de kijker: kleed, kleedje

Deze keer  is een Zuid-Nederlands woord aan de beurt dat heel populair is in België: kleed, kleedje (Noord Nederlands: “jurk”).  Als u door te googelen op deze pagina terecht bent gekomen, is het misschien omdat u wil weten of u “kleed” ipv “jurk” mag zeggen. Ja, “kleed” is het correcte Zuid-Nederlandse AN woord, zo staat te lezen in Prisma woordenboek, dat kleed als correct synoniem van “jurk” aangeeft.

Maar misschien wil u ook weten hoe Van Dale hierover denkt? Wel, Van Dale wil eigenlijk af van het imago dat het “hollandocentrisch” is (t.t.z. vooral Noord-Nederlandse woorden van boven de Moerdijk als AN goedkeurt).  En de stiefmoederlijke behandeling van vele correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woorden in dat woordenboek is nog steeds niet ongedaan gemaakt. Want wat er met het Zuid-Nederlandse woord “kleed” gebeurd is, zou je een typisch voorbeeld van taalzuivering in Vlaanderen en België kunnen noemen.  Ook al gebruikt de overgrote meerderheid van Vlamingen het Zuid-Nederlandse “kleed,” toch leidt dit niet tot democratisering, nu het tijdperk van taalzuivering volgens Belgische taalkundigen zogezegd officieel is afgelopen. Integendeel, ook al geraakt het Noord-Nederlandse “jurk” maar niet ingeburgerd, omdat de meeste Belgische vrouwen geen jurk aan hun lijf willen, toch wordt het verder door Van Dale en taaladvies diensten (de VRT, het VRT taalnet, de taaltelefoon e.a.) als enige juiste standaardwoord aan Belgisch taalgebruikers opgelegd. Van Dale 2005 keurt “kleed” af als “geen standaardtaal.”  Spijtig genoeg stelt Van Dale zich graag op als gezaghebbend in nederlandstalig België.  Resultaat: het woordje “kleed” is zo goed als niet meer te vinden in kranten, laat staan schoolboeken. Democratische meerderheden werken dan ook niet in het Belgischse taalbeleid, zoals dat in Nederland wél het geval is. Hoe komt dat? Omdat men historisch gezien ervan uit gaat dat het taalgebruik van nederlandstalige Belgen gebrekkig is. En omdat een relatief kleine groep van naar Nederland georiënteerde, taalzuiverende taalkundigen in België eraan vasthoudt dat “kleed” geen standaardtaal zou zijn omdat het woord zo niet voorkomt bij onze noorderburen. Punt, andere lijn. Ook al was er een Vlaamse hoofdredacteur betrokken bij de totstandkoming van Van Dale 2005 en vorige edities, toch werd het courante en acceptabele woord “kleed” afgekeurd en mag het géén standaardtaal (AN) zijn, ook niet in België.  Van Dale loopt hier in grote mate achter op zijn concurrent Prisma, die toont de stiefmoederlijke behandeling van Zuid Nederlands serieus te willen aanpakken.  Frappant is verder dat Van Dale rechtstreeks ingaat tegen het oordeel van concurrent Prisma: Prisma ziet “kleed” en “jurk” als gelijke evenwaardige synoniemen, wat ze historisch gezien ook zijn. Van Dale 2005 daarentegen volgt de oude “Boven-de-Moerdijk-is-het-beter-regel” en sluit “kleed” uit van de gemeenschappelijke standaardtaal. M.a.w. Van Dale bevestigt dat het nog steeds “hollandocentrisch” is door het Noord-Nederlandse jurk als enige standaardwoord aan taalgebruikers in Nederland en België op te leggen.

En toch stelt Van Dale vandaag graag dat het tijdperk van het oude “hollandocentrisme” zogezegd voorgoed voorbij zou zijn en dat eraan gewerkt wordt…

Als Belgisch taalgebruiker heeft u dus de keuze: of u volgt braaf wat u van hogerhand wordt opgelegd en schrijft “jurk,” ook al zegt u eigenlijk kleed. Of, u kan tegen die onrechtvaardige taalregel van hogerhand, van Van Dale, ingaan en Prisma woordenboek volgen dat correct stelt dat “jurk” en “kleed” AN synoniemen zijn: dan schrijft u “kleed.”

Het zou ook al een stap in de goede richting zijn als rclamemakers en marketeers voor bedrijven gevestigd in België/Vlaanderen, zoals Aldi, Lidl, Hema, Bel&Bo, Esprit.be, H&M, Carrefour, e.a., zouden beseffen dat zo goed als iedereen “kleed” zegt in België. Waarom dan niet gewoon “kleed” zetten in de reklamefolders voor België? De klanten in België zullen er zoveel gelukkiger en tevreden om zijn.

Een langere bespreking van de woorden kleed en jurk vindt u in deze opinie in Knack:
http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Een kritiek op het gebruik van “jurk” in de Standaard vindt u hier:  https://belned.wordpress.com/2011/04/27/kleedjes-op-kleedjesdag/

***********************************

Over deze rubriek en blog

Deze rubriek wil de aandacht vestigen op Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woorden en uitdrukkingen die correct AN of acceptabele varianten van Noord Nederlands zijn, maar die in ons land in zakelijke, “netjes verzorgde” taal gemeden worden. Waarom? Omdat vele mensen ten onrechte denken dat deze woorden of uitdrukkingen fout zijn. Of omdat taalredacties van Vlaamse dagbladen en tijdschriften met voorkeurwoordenschat in hun krantenkoppen werken, t.t.z. woorden die vooral boven de Moerdijk gangbaar zijn (bv. boos, jammer, vaak, zoen, huilen, enz.). Als je bepaalde Zuid-Nederlandse woorden die door taalredacties gemeden worden toch aantreft, dan gaat het meestal om citaten, m.a.w. uitspraken van derden die geinterviewd worden; de journalist die het artikel schreef zal zelf zeer dikwijls het bewuste correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woord mijden. Waarom doen Belgische taalredacties dat? Omdat vele taalredacties nog steeds de “Boven-de-Moerdijk-is-het-beter”-regel hanteren (bv. door het volgen van stijlhandboeken van taaladviseurs). Deze blog ijvert voor het naast mekaar bestaan van Zuid- en Noord Nederlands, maar spijtig genoeg moeten we in de praktijk vaststellen dat het Zuid Nederlands zeer dikwijls niet als gelijkwaardig door taalredacties en taaladviseurs behandeld wordt. De verklaring daarvoor is het taalbeleid dat in België gevoerd wordt: de bedoeling is het scheppen van één Nederlandse eenheidstaal voor zowal België als Nederland, met slechts een klein beetje variatie. Dus worden heel wat correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uitgerangeerd omdat ze dat streefdoel van een uniforme Nederlandse standaardtaal een beetje in de weg staan. Deze blog betreurt dit en heeft kritische vragen bij zo’n éne Nederlandse gemeenschapstaal voor twee verschillende landen. Deze blog promoot het model dat in de engels- en duitstalige taalgemeenschappen gebruikt wordt: Brits en Amerikaans Engels, Noord en Oostenrijks Duits verschillen grondig van elkaar (uitspraak, woordenschat, enz.), maar toch doet niemand in die taalgemeenschappen daar moeilijk over. Evenmin is er de poging om de taalvariëteit van het ene land tot standaard voor het andere land te maken. Streefdoel van deze blog is: méér Zuid-Nederlandse woordenschat in gewone krantenkoppen, die géén citaten zijn. En méér Zuid-Nederlandse woorden die door woordenboekmakers van Van Dale als standaardtaal (AN) geaccepteerd worden. We kunnen hier ook allemaal actief aan meewerken door gemeden correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woordenschat zelf te gaan gebruiken (zowel in onze spreektaal als in geschreven taal). Woorden die niet gebruikt worden in geschreven taal zijn uiteindelijk gedoemd te verdwijnen dus eigenlijk kunnen we stellen dat de toekomst en het overleven van het Zuid Nederlands op het spel staan…

Meer over waarom het niet goed gaat met het Zuid Nederlands in deze Knack Vrije Tribune:

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Reacties uitgeschakeld voor BelgischNederlands woord in de kijker: kleed, kleedje

Opgeslagen onder BelgischNederlands woord in de kijker, Uncategorized

BelgischNederlandse uitdrukking in de kijker: iets in een nieuw kleedje steken

Is het u ook al opgevallen dat de Zuid-Nederlandse uitdrukking ” iets in een nieuw kleedje steken” een beetje gemeden wordt in Belgische dagbladen, tijdschriften en andere zakelijke media? In plaats daarvan vinden we wel het Noord-Nederlandse “iets in een nieuw jasje steken.” Hoe zou dat komen?

De verklaring daarvoor is dat deze Zuid-Nederlandse uitdrukking  het woord “kleed” bevat: volgens Prisma woordenboek is het Zuid-Nederlandse “kleed” een correct synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk”. Helaas gaat Van Dale, het woordenboek dat historisch gezien het Noord Nederlands bevoordeelt, hiertegen in en bestempelt de meest recente editie van Van Dale (2005) “kleed” als “géén standaardtaal” en dus als zogezegd geen AN.  Deze blog toont de ongerijmdheden in zulke oordelen van Van Dale aan en ijvert voor de opname van “kleed” als correct standaardwoord (Standaardnederlands) in de volgende editie van Van Dale (zoals dat ook al in Prisma het geval is).  U kan zelf meehelpen ervoor te zorgen dat correcte Zuid-Nederlandse woorden of uitdrukkingen niet uitgerangeerd worden door ze actief mee te gebruiken, niet enkel in gesproken maar, nog belangrijker, in geschreven taal.  “Iets in een nieuw kleedje steken” is, juist zoals “kleed,” zo’n Zuid-Nederlandse uitdrukking die soms ten onrechte gemeden wordt.

Op zoek naar nog meer Belgische uitdrukkingen? Op deze link vindt u een hele lijst Belgische (“Vlaamse”) uitdrukkingen: https://belned.wordpress.com/belgisch-nederlands-voorbeelden/

Meer over kleed op deze link: https://belned.wordpress.com/2011/04/18/belgischnederlands-woord-in-de-kijker-kleed-kleedje/

Als Belgisch taalgebruiker heeft u dus de keuze: of u volgt braaf wat u van hogerhand wordt opgelegd en schrijft “jasje” of “jurk,” ook al zegt u eigenlijk kleed. Of, u kan tegen die onrechtvaardige taalregel van hogerhand, van Van Dale, ingaan en Prisma woordenboek volgen: dan schrijft u “kleed.”

***********************************

Over deze rubriek en blog

Deze rubriek wil de aandacht  vestigen op Belgisch-Nederlandse (Zuid-Nederlandse) woorden en uitdrukkingen die correct AN of acceptabele varianten van Noord Nederlands zijn, maar die in ons land in zakelijke, “netjes verzorgde” taal gemeden worden. Waarom? Omdat vele mensen ten onrechte denken dat deze woorden of uitdrukkingen fout zijn. Of omdat taalredacties van Vlaamse dagbladen en tijdschriften met voorkeurwoordenschat in hun krantenkoppen werken, t.t.z. woorden die vooral boven de Moerdijk gangbaar zijn (bv. boos, jammer, vaak, zoen, huilen, enz.). Als je bepaalde Zuid-Nederlandse woorden die door taalredacties gemeden worden toch aantreft, dan gaat het meestal om citaten, m.a.w. uitspraken van derden die geinterviewd worden; de journalist die het artikel schreef zal zelf zeer dikwijls het bewuste correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woord mijden. Waarom doen Belgische taalredacties dat? Omdat vele taalredacties nog steeds de “Boven-de-Moerdijk-is-het-beter”-regel hanteren (bv. door het volgen van stijlhandboeken van taaladviseurs).   Deze blog ijvert voor het naast mekaar bestaan van Zuid- en Noord Nederlands, maar spijtig genoeg moeten we in de praktijk vaststellen dat het Zuid Nederlands zeer dikwijls niet als gelijkwaardig door taalredacties en taaladviseurs behandeld wordt. De verklaring daarvoor is het taalbeleid dat in België gevoerd wordt: de bedoeling is het scheppen van één Nederlandse eenheidstaal voor zowal België als Nederland, met slechts een klein beetje variatie. Dus worden heel wat correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woorden uitgerangeerd omdat ze dat streefdoel van een uniforme Nederlandse standaardtaal een beetje in de weg staan.   Deze blog betreurt dit en heeft kritische vragen bij zo’n éne Nederlandse gemeenschapstaal voor twee verschillende landen. Deze blog promoot het model dat in de engels- en duitstalige taalgemeenschappen gebruikt wordt: Brits en Amerikaans Engels, Noord en Oostenrijks Duits verschillen grondig van elkaar (uitspraak, woordenschat, enz.), maar toch doet niemand in die taalgemeenschappen daar moeilijk over. Evenmin is er de poging om de taalvariëteit van het ene land tot standaard voor het andere land te maken.  Streefdoel van deze blog is: méér Zuid-Nederlandse woordenschat in gewone krantenkoppen, die géén citaten zijn.  En méér Zuid-Nederlandse woorden die door woordenboekmakers van Van Dale als standaardtaal (AN) geaccepteerd worden. We kunnen hier ook allemaal actief aan meewerken door gemeden correcte of acceptabele Zuid-Nederlandse woordenschat zelf te gaan gebruiken (zowel in onze spreektaal als in geschreven taal).  Woorden die niet gebruikt worden in geschreven taal zijn uiteindelijk gedoemd te verdwijnen dus eigenlijk kunnen we stellen dat de toekomst en het overleven van het Zuid Nederlands op het spel staan…

Meer over waarom het niet goed gaat met het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) in deze Knack Vrije Tribune:

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Reacties uitgeschakeld voor BelgischNederlandse uitdrukking in de kijker: iets in een nieuw kleedje steken

Opgeslagen onder BelgischNederlands woord in de kijker

BelgischNederlandse woordbetekenis in de kijker: “kwaad”

Deze blog gaat over de culturele taalverschillen die er bestaan tussen Noord- en Zuid Nederlands en ijvert voor een waardering van die verschillen. Noord en Zuid Nederlands zouden naast elkaar moeten kunnen bestaan, maar uit de praktijk van het taalbeleid in België blijkt dat het Zuid Nederlands niet echt gelijkwaardig is.

Eén zo’n cultureel verschil is het gebruik van “kwaad ” en “boos.” Belgen gebruiken meestal het woord “kwaad” om te zeggen dat ze gewoon kwaad zijn, Nederlanders gebruiken daarvoor eerder het synoniem “boos.”  Of, het Zuid-Nederlandse kwaad=aan het Noord-Nederlandse boos.  Kwaad in België is dus gelijk aan een beetje boos in Nederland. Wij zeggen kwaad en zeer kwaad/heel kwaad. En “heel kwaad” noemen we ook “razend.”  Kwaad is in België dus geen hogere trap dan boos, zoals in Nederland, want boos wordt in Vlaanderen zo goed als niet gebruikt, tenzij onder invloed van taalzuivering en de taalzuiveraars.

Want in het kader van het strenge Nederlandse taalbeleid dat in België gevoerd wordt, bestaat de tendens om Zuid-Nederlandse taaleigenschappen en termen uit te faseren (lees: af te leren) om uiteindelijk tot één gemeenschappelijk Nederlands voor België en Nederland te komen.  Daarbij speelt de oude regel “boven-de-Moerdijk-is-het-beter” nog steeds een rol. Ook al wonen nederlandstalige Belgen in een heel ander land dan Nederland, toch verwacht men dat ze zoveel mogelijk identiek zoals in Nederland gaan spreken. We zien dan ook, geheel in lijn van deze taalpolitiek, dat in Belgische journalistieke teksten het Noord-Nederlands voorkeurwoord “boos” gebruikt wordt en niet “kwaad” (o.i.v. taalzuivering).

Deze week werd nog eens duidelijk dat het Noord-Nederlandse “boos” de voorkeurwoordenschat is in Vlaamse kranten en dat de Zuid-Nederlandse betekenis van “kwaad” dikwijls gemeden wordt, tenzij het om citaten gaat van derden (geinterviewden die door reporters geciteerd worden).  Deze keer bleek “die derde” de koning te zijn. Want maandag verscheen er een persbericht van het paleis, waarin stond dat koning Albert inderdaad “kwaad” is.  Met andere woorden, het persbericht van het paleis was in het Belgisch-Nederlands of Zuid Nederlands gesteld en gebruikte dan ook  het gewone woord “kwaad.”  Dit in tegenstelling tot de journalistieke berichten die enkele dagen voordien al over de gemoedstoestand van de vorst verschenen waren. Die hadden het er bijna allemaal over hoe de koning “boos” was op Laurent, zoals in volgende typische krantenkop uit Gazet van Antwerpen:

“Prins Laurent reist af naar Congo. Koning en regering boos”

http//www.gva.be/nieuws/binnenland/aid1032278/prins-laurent-reist-af-naar-congo-koning-en-regering-boos.aspx

Maandag stond er dan opeens in de Standaard en de Morgen in grote koppen: kwaad. Voor wie zich met Zuid-Nederlandse woordenschat bezighoudt, was dat verschil opvallend.  Maar al vlug bleek dat het gewoon ging om een citaat uit de persmededeling van het paleis:
“Koning Albert II is kwaad over Congoreis” (citaat)

http//www.demorgen.be/dm/nl/5036/Wetstraat/article/detail/1245749/2011/04/04/Paleis-bevestigt-Koning-Albert-II-is-kwaad-over-Congoreis.dhtml

Positief was evenwel dat de Standaard en de Morgen ten minste de uitspraak van het paleis gewoon overnamen zonder die te “verbeteren.” Want ‘s avonds had de VRT reporter van Canvas avondnieuws het weer over hoe de koning “boos” was, geheel in lijn met het taalbeleid van de VRT nieuwsdienst.  Je zou het bijna een “hertaling” of een correctie van het pers communiqué van het paleis kunnen noemen.  Het Belgisch-Nederlandse “kwaad” werd als “boos” hertaald…

Meer over Belgisch Nederlands op belned.wordpress.com

2 reacties

Opgeslagen onder BelgischNederlands woord in de kijker, Uncategorized

Albert Heijn brengt Noord-Nederlandse taal naar Vlaanderen en België

De komst van Albert Heijn naar Vlaanderen is nakend en velen zien die komst van de Nederlandse supermarktketen blij tegemoet: heerlijke nieuwe producten die niet te krijgen zijn in Vlaamse supermarkten en meer concurrentie op de Belgische voedselmarkt waardoor een aantal dure prjzen hopelijk zullen dalen.

Maar Albert Heijn wordt tegelijk ook importeur van nieuwe woorden waar Vlamingen weinig of niet mee in contact komen (nu ze zo goed als niet meer naar de Nederlandse TV kijken).   In de Standaard stond te lezen dat Albert Heijn voorlopig zijn productnamen niet zal vervlaamsen en dus Noord-Nederlandse woordenschat zal blijven gebruiken. Er is ook een online woordenboek opgezet voor Vlamingen die de vertaling zoeken van Noord-Nederlandse woorden. Toch charmant?

En eigenlijk een schone geste, vind ik. Albert Heijn gaat er in ieder geval niet vanuit dat Belgen automatisch weten dat de Noord-Nederlandse vla bij ons pudding heet.  Albert Heijn noemt het  een woordenboek voor beginners (wij zouden in het Zuid-Nederlands poëtischer beginnelingen zeggen).  In ieder geval opent Albert Heijn zo ongewild de publieke discussie over verschillen tussen Noord en Zuid Nederlands, waarvan er gelukkig nog een pak zijn (al is dit waarschijnlijk niet naar de smaak van taalkundige “wereldverbeteraars” die naar één enkele Nederlandse standaardtaal streven).  Albert Heijn toont verder ook op zijn minst op de hoogte te zijn van verschillen in woordenschat, heel anders dan Hema, een Nederlandse keten al jaren gevestigd in Vlaanderen, die niet de minste moeite doet om het taalgebruik in reklamefolders aan te passen aan de locale bevolking.  Zo lezen we in Hema folders zonder uitzondering dat er weer “jurken” in de aanbieding zijn, terwijl het een oh-zo- kleine moeite zou zijn voor Hema om gewoon kleed te schrijven. 99% van de vrouwen in Vlaanderen draagt kleedjes, de 1% die “jurken” draagt werken bij de TV of worden verplicht dictielessen te volgen omdat ze uit Brugge komen en een titel “Miss België” in de wacht sleepten (dat die dictielessen eigenlijk een schande zijn zal u toch met mij eens zijn?) Na jaren vestiging in Vlaanderen is Hema nog steeds niet bij als het over taalkundige kwesties gaat.  (Ook Aldi en Lidl durven zich wel eens vergissen, maar minder).

Op de website van de Standaard is er onder het artikel over het Albert Heijn woordenboek weer een typisch Vlaams-Hollands moddergevecht aan de gang.  Alle typische stereotiepen keren weer: iemand heeft het over de Hollandse (taal)arrogantie, een ander noemt Vlaams “gallicistisch koeterwaals” (een scheldwoord eigenlijk, dat we hier zo laten staan, maar dat elders op deze blog bekritiseerd en geanalyseerd wordt).  Ik ben ervan overtuigd dat sommige van die interculturele moddergevechten tussen Vlamingen en Nederlanders minder zouden voorkomen als er minder druk zou zijn gezet op het Zuid Nederlands, al van in de 19de eeuw. Als nederlandstalige Belgen hun “schoon Vlaams” verder hadden kunnen gebruiken zonder de vele onnodige en verdoorgedreven fasen van taalzuivering, waarbij Noord Nederlands werd/wordt opgelegd. Want zij die beweren dat die toestanden verleden tijd zijn hebben het verkeerd voor. Taalzuivering is “alive and kicking,” en nog altijd even achterhaald als honderdvijftig, honderd of vijftig jaar geleden.

Laat nederlandstalige Belgen hun collectief Zuid Nederlands spreken -want dat bestaat en is geen dialect- en hou op met het kunstmatig te kuisen, met woorden als “kuisen” weg te kuisen. Laat schoon schoon zijn en schoon betekenen i.p.v. schoonmaken. Laat Nederlanders schoonmaken zeggen, Belgen kuisen of poetsen. Laat mooi schoon heten in Vlaanderen, en schoon proper heten beneden de Moerdijk. En, ja, stop ook de “hetze” tegen het doodgewone Zuid-Nederlandse woord “plezant,” dat de kleintjes op school wordt afgeleerd (meer hierover op de home page:  https://belned.wordpress.com/).

Ik heet Albert Heijn alvast welkom en verwerp alle stereotiepe uitvallen tussen Vlamingen en Nederlanders: laten we elkaars talige gelijken zijn zonder dat de ene verplcht wordt op de andere te lijken. Want dat is nog steeds de spijtige taalrealiteit in Vlaanderen. En dat heeft alles te maken met het taalbeleid in België dat naar standaardisatie streeft: de invoer van een op het “Hollands” gecloned Nederlands. Niet Albert Heijn is de invoerder van die “verplichte”, opgelegde taal uit het Noorden. Wel het Vlaamse taalbeleid en de Belgische taalkundigen die beslisten dat het Zuid Nederlands niet voldoet.  Brits Engels en Amerikaans Engels verschillen grondig van elkaar en mogen toch gewoon naast elkaar bestaan, zonder dat de ene taalvariant aan de andere groep wordt opgelegd. Deze blog ijvert voor de officiële erkenning van het Zuid Nederlands als een gelijke taalvariant van het Nederlands/AN.

Meer daarover leest u in het Knack opiniestuk “Red het Zuid Nederlands” dat recent verscheen:

http://knack.rnews.be/nl/actualiteit/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm

Albert Heijns online woordenboek: http://www.albert-heijn.be/ahvoorbeginners

http://www.standaard.be/meningen/forum/index.aspx?pagename=detail&forumid=2306353

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Antwoord aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en van Dale hoofredacteur. Deel 1

Bent u op deze pagina terecht gekomen omdat u uitleg zoekt over het Belgisch Nederlands of het Zuid Nederlands, ga dan eerst naar de home pagina van deze website waar u duidelijke uitleg vindt. Of lees het verklarend artikel over Belgisch Nederlands/Zuid Nederlands in de Knack online.

******************************************************************************

Op onderstaande pagina vindt u een antwoord op reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale.  Om onze eigen stelling duidelijker te maken volgen hier commentaar en opmerkingen meteen na de reacties van de heer Hendrickx.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende VRT taalnet tekst dat goesting en appelsien dialect zijn. Dialect is per definitie eng regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn daarom géén dialect. Het zijn bovengewestelijke, Zuid-Nederlandse (Belgisch-Nederlandse) woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, specifieke Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt. Het zijn bovengewestelijke Zuid-Nederlandse woorden, die o.i. eigenlijk tot de algemene Nederlandse standaardtaal zouden moeten behoren, m.b. de Zuid-Nederlandse variant van de Nederlandse standaardtaal zoals die in België gebruikt wordt. “Appelsien” en “goesting” dienen als correct synoniem erkend te worden voor “sinaasappel” en “zin” en de doelstelling van deze blog is voor deze Zuid-Nederlandse woorden te lobbyen.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien […]”  


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van “heel”) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag in de Zuid-Nederlandse spreektaal gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” Correcter zou zijn geweest als u als geschreven had: “in België gebruiken we “ge” in de spreektaal, maar niet in de schrijftaal.”  En, inderdaad, een taalkundige website in Nederland zegt correct dat “ge” nog “springlevend” is in Vlaanderen.  Het is dan ook feitelijk en taalkundig gezien fout te stellen dat “ge” in Vlaanderen “verouderd” is. Enkel vanuit een perspectief dat zich op het Noord Nederlands toespitst (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) gebruiken het niet meer. Dus voor Noord Nederland geldt dat “ge” verouderd is, niet voor Vlaanderen. Zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die niet juist is.  Het zou echt verademend zijn als leidinggevende Vlaamse taalkundigen zich neutraal en objectief zouden opstellen tegenover de Zuid-Nederlandse spreektaal, i.p.v. pogingen te ondernemen om die spreektaal actief te veranderen of aan banden te leggen (zoals ook gebeurt in de media campagne tegen het “Verkavelingsvlaams”).   Zoals Guy Tops, taalkundige professor van de Universiteit Antwerpen, vinden we op deze blog dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden. Zie hierover ook de verdere discussie over “ge” op deze link https://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen, zoals in Nederland, en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed”, “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven zakelijke taal voor te komen (behalve als citaat of in creatieve teksten).  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van gallicismen en germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Tot slot, zoals reeds op de home page van deze website staat:  uiteraard is deze website niet gekant tegen het Noord Nederlands of Nederlanders, net zo min als Engelsen gekant zijn tegen het Amerikaans Engels, of Fransen tegen het Canadees Frans.

18 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ruud Hendrickx, hoofdredacteur van Dale en VRT taaladviseur, over “ge zijt” (n.a.v. de campagne van de Lijn “Ge zijt nen engel”)

Eerder werd op deze blog al gemeld dat er in België soms merkwaardige taalkundige uitspraken gedaan worden over wat al dan niet dialect is. Het negatieve woord “dialect” wordt in België graag gebruikt om nederlandstalige Belgen aan te sporen een Zuid-Nederlands woord te laten varen en over te schakelen op een Noord-Nederlandse variant. Zo wordt gezegd dat het bovengewestelijke “kleed” (dat ooit standaardwoord was) “dialect” zou zijn en dat je om AN te spreken eigenlijk het Noord-Nederlandse “jurk” dient te gebruiken. En dat werkt, want als je lang genoeg zegt dat woorden als “schoon” of “plezant” dialect of “slechts spreektaal” zijn, gaan mensen die AN willen spreken ze automatisch vermijden.  Ook in hun informele omgangstaal met vrienden en familie.

Zo worden geleidelijk heel wat Belgisch-Nederlandse woorden afgeleerd.  Dat wegzuiveren van Zuid Nederlands ten voordele van Noord Nederlands gebeurt  vanuit de zichtwijze dat het Nederlands in België gestandaardiseerd dient te worden, t.t.z. min of meer identiek dient te worden aan het Nederlands in Nederland. Dit noemen we in de taalkunde taalzuivering (in dienst van de standaardisering of standaardisatie van het Nederlands): het wegdrukken van zogenaamd onacceptabele woordenschat.  En dat lukt ook ten dele: Noord-Nederlands spreektaalwoord “leuk” mag wel, het Zuid-Nederlands spreektaalwoord “plezant” daarentegen mag niet (in het AN).  Resultaat: “plezant” wordt weggedrukt ten voordele van het woordje “leuk” en komt minder en minder voor.

Het wegzuiveren van Zuid-Nederlandse taalgebruiken gebeurt door het negatief brandmerken van die zegswijzen. Vooral het negatief gekleurde “dialect” dient als markeerder om aan te tonen dat je een bepaald woord of een bepaalde zegswijze maar beter niet gebruikt als je “beschaafd” wil zijn en “beschaafd” wil spreken.  Zo kwamen we bij het googelen terecht op een o.i. merkwaardige taalkundige uitspraak van de heer Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van van Dale en VRT taaladviseur. Hendrickx verscheen in 2007 in de pers omdat hij kritiek had op de nieuwe slogan van de Lijn (de Vlaamse vervoersmaatschappij), die luidde “Ge zijt nen engel” (betekenis: je gedraagt je goed).  Hendrickx vond het niet kunnen dat de Lijn geen AN gebruikte en stelde dit publiek aan de kaak.  Niet alleen kan men zich vragen stellen bij zo’n  interventie: waarom zou de Lijn “Ge zijt nen engel” niet mogen gebruiken? Het is een eerder pittige Zuid-Nederlandse uitspraak die in de spreektaal of omgangstaal door heel veel mensen gebezigd wordt. Waarom niet wat “couleur locale”, wat is daar mis mee en is het wel de taak van een taaladviseur het gebruik van de spreektaal zo aan banden te leggen?

Dat zijn legitieme vragen. Het gevolg was een uiteenzetting tussen Ruud Hendrickx en een blogger Sereniteit die een open brief aan Hendrickx schreef:  de blogger stelt dat “gij/ge zijt” gewoon Zuid-Nederlandse spreektaal is en dat  er dus niks mis mee is dat de Lijn die slogan gebruikt. Hendrickx riposteert daarop met de uitspraak dat “gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zou zijn en dus zeker niet universeel in Vlaanderen.  Maar hierbij moeten we kritiek aanteken want dit is een hoogst merkwaardige uitspraak: “Gij zijt” een “Brabants-Antwerpse dialectvorm” zoals hier beweerd wordt?  Geenszins.   “Gij zijt” is géén dialectvorm. “Ge/gij zijt” is gewoon de oudere vorm Nederlands die ook in gans Nederland gebruikt werd.  Lezen we even de brieven van Vincent van Gogh na. Die schrijft in 1877 aan zijn broer Theo:

” Ik ben blij voor U dat gij zoo spoedig op reis zijt gegaan, dat is een goede afwisseling.”

Anders gezegd: het gebruik van “gij/ge zijt” in het Zuid Nederlands is géén dialect, maar in de Zuid-Nederlandse spreektaal is “gij zijt” een relict of overblijfsel van een oudere standaardtaal, die universeel en overal ingeburgerd was, ook in Nederland, zoals de brieven van Vincent van Gogh en tal van andere Noord-Nederlandse teksten aantonen. Maar in het kader van de standaardisatie van het Nederlands is het gemakkelijker het negatief geladen woord “dialectvorm” te gebruiken in de strijd tegen zgn. ongewenste vormen van het Zuid Nederlands.

Waarom dit  publiek optreden van een taaladviseur tegen een slogan van de nationale vervoersmaatschappij de Lijn (Ge zijt nen engel) ? Waarom belerend (repressief) optreden tegen een onschuldige Zuid-Nederlandse slogan als “Ge zijt nen engel”? Het is o.i. een voorbeeld van wat we op deze blog “taalcensuur” noemen en heeft veel weg van een poging om de Zuid-Nederlandse spreektaal te bannen uit de publieke ruimte. Héél letterlijk dan, want de slogan prijkte via posters op bushokjes en in trams. De bedoeling is namelijk dat Vlamingen, juist zoals Nederlanders, in hun spreektaal je zeggen i.p.v. vast te houden aan ge en gij. Men wil van dat gij en ge af of het de Belgen afleren. Ook termen als “Verkavelingsvlaams” en “tussentaal” hebben een sterk negatieve bijklank waarmee de gebruikers van “ge” gebrandmerkt worden. Men zou “ge” ook Zuid-Nederlandse spreektaal kunnen noemen, i.p.v. verkavelingsvlaams of tussentaal. Maar verkavelingsvlaams is een uiterst negatieve term en is dus handiger in de pogingen om Zuid-Nederlandse spreektaal af te leren.

Voetnoot:

We vragen ons af of spreektaal in Vlaamse feuilletons van de VRT vooral gedoogd wordt vanwege de kijkcijfers? En zelfs in de laatste reeksen afleveringen van FC De Kampioenen zijn er talrijke taalzuiverende optredens, zoals de vervanging van “schoon” door “mooi”. Bieke zegt op het einde van de serie niet alleen dikwijls “mooi” maar ook “leuk” wat opvalt aangezien het lijflied van F.C. de Kampioenen “kampioen zijn is plezant” luidt.  Ook andere typische Zuid-Nederlandse spreektaalwoorden worden in de laatse afleveringen van F C de Kampioenen weggezuiverd, zoals “bomma” en “bompa”  door “opa” en “mammie.” Dat laatste woord gebruikt werkelijk geen kat. Maar alles beter dan de spreektaal woordenschat gebruiken die men wil afleren. Vergelijk dit met André Rieu  (Nederlands Limburger) die voor het oog van miljoenen kijkers uit Duitsland, Nederland en België een Duitse presentatrice wijsmaakte dat de Nederlandse vertaling van het Duitse woord “Opa” “bompa” is.  Als we een aantal opiniemakers mogen geloven zou  André Rieu “Verkavelingsvlaams” spreken… Om maar even de absurditeit van sommige taalkundige beweringen in de verf te zetten. Rieu spreekt natuurlijk géén verkavlingsvlaams, maar Zuid Nederlands, want Zuid Nederlands strekt zich ook uit tot Nederlands Limburg, Noord Brabant en Zeeuws Vlaanderen (vandaar dat André Rieu ook wel eens voor een Vlaming wordt genomen).  Maar let u eens op hoe weinig de term “Zuid Nederlands” nog gebruikt wordt. In plaats daarvan vinden we in kranten als de Standaard en in uitlatingen van prominente Vlaamse taalkundigen en opiniemakers veelvuldig negatieve verwijzingen naar het “Verkavelingsvlaams”. Bedoeling: via belerende en negatieve opmerkingen het taalgebruik van nederlandstalige Belgen ingrijpend te veranderen.

Noot: de discussie over ge zijt is te lezen op http://sereniteit.wordpress.com/2007/10/30/open-brief-aan-ruud-hendrickx-ivm-zijn-commentaar-op-actie-ge-zijt-nen-engel/


11 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Hoezeer is de Taalunie met het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) begaan? Verdere beschouwingen n.a.v. Jeroen Brouwers’ kritiek op de Taalunie

Vandaag, donderdag 13 januari 2011, verscheen er een opinie in de Standaard,van Wilfried Vandaele, lid van de Interparlementaire Commissie Nederlandse Taalunie, als reactie op de kritiek van Nederlands schrijver Jeroen Brouwers aan het adres van de Taalunie. De Taalunie is het verbond tussen Nederland en Vlaanderen, dat de standaardisatie van de Nederlandse taal nastreeft. De opinie over Jeroen Brouwers in de Standaard van vandaag wil alle voordelen van de Taalunie nog eens opsommen om zo Brouwers’ kritiek te pareren.

Op deze blog hebben we dan ook absoluut geen problemen met de werkingen van de Taalunie wanneer die bv. erin bestaan het Nederlands internationaal te promoten en wat dies meer zij. Waar knelt het schoentje dan? Wel, in de volgende definitie van de kernopdracht van de Taalunie:

“De eerste opdracht van de Taalunie is nog altijd een gezamenlijk Nederlands-Vlaams taalbeleid te ondersteunen. Het gaat dan bijvoorbeeld om terminologie, woordenboeken en taaladvies.”

Op deze blog stellen we kritische vragen bij dat “gezamelijke taalbeleid” en de ideologie van een gestandardiseerd Nederlands, één Nederlands voor 2 verschillende landen, waarbij het Noord Nederlands te dikwijls de norm is.  Het Zuid Nederlands verdwijnt zo langzaam maar zeker uit de Nederlandse standaardtaal.  We vragen ons af waarom Belgische vertegenwoordigers van de Taalunie zich niet meer inzetten voor de acceptatie van méér Zuid Nederlands in de gemeenschappelijke standaardtaal?  Zuid-Nederlandse woorden zoals “kleed” zijn tot “slechts spreektaal” gedegradeerd en wie AN wenst te spreken dient het te vervangen dor (het Noord-Nederlandse) “jurk,” vertellen Belgische taalkundigen en opiniemakers ons, anders spreek je geen Standaardnederlands meer.  De Taalunie spreekt wel over taalvariatie, maar impliciet vinden we bij Belgische vertegenwoordigers van die Taalunie nog te dikwijls de idee van een gestandardiseerd Algemeen Nederlands dat sterk door het Noord Nederlands gekleurd is.

Je krijgt als taalgebruiker al gauw de indruk dat heel wat van de adviezen en negatieve uitspraken over Zuid-Nederlandse woordenschat bepaald worden door een vrij kleine groep van mensen, die zowel in de redactie van Van Dale zitten, als in de raad van het Taaladvies.net van de Taalunie, als meewerken aan het VRT taalnet, als schrijven voor de Standaard (het meest gezaghebbende dagblad in Vlaanderen), als veelvuldig verschijnen op één van de vele VRT radiozenders (de meest gezaghebbende omroep in Vlaanderen).  Het Taaladvies.net van de Taalunie geeft wel dikwijls verschillende mogelijkheden aan, maar in België heerst nog steeds de idee dat we maar beter de Noord-Nederlandse variant gebruiken, willen we echt AN spreken. Waarom niet meer pogingen ondernemen om andere meningen aan bod te laten komen in België en meer diversiteit in de standaardtaal te erkennen? Enerzijds stellen Belgische taalkundigen verbonden aan de Taalunie dat ze zich voor het Belgisch Nederlands inzetten, anderzijds blijkt dat al een beetje op voorhand is vastgelegd dat er niet te veel variatie in de Nederlandse standaardtaal mag zijn: ergo kan slechts een “beperkt aantal” Belgisch-Nederlandse woorden tot de gemeenschappelijke standaardtaal behoren.  Slechts zo’n 4000 Belgisch-Nederlandse woorden gelden specifiek als “standaardtaal in België.”

Hoe open en bloot kan er in Vlaanderen gediscuteerd worden over het Nederlandse taalbeleid van de Taalunie? Van een dagblad als de Standaard zou je toch een neutraal artikel verwachten, maar dit is de openingsparagraaf waarmee Jeroen Brouwers aan de lezers wordt voorgesteld: “Jeroen Brouwers weet van geen ophouden: hij blijft uithalen naar de Taalunie. Zitten we echt met een overbodig taalinstituut? De Taalunie pareert de kritiek.” “Van geen ophouden weten” is niet direct een neutrale term. En verder doet het ook wenkbrouwen fronsen dat Ludo Permentier de vertegenwoordiger van de Taalunie is die Brouwers’ kritiek mag pareren in de Standaard, als we weten dat Permentier zelf een wekelijkse column in dat dagblad heeft.  Waarom niet eens een andere vertegenwoordiger van die Taalunie aan bod laten komen?

Waarom is het in Vlaanderen niet  mogelijk om open en democratisch over taalbeleid te spreken zonder dat tegenstanders en critici bij voorbaat bekritiseerd worden, en wel zonder dat op hun argumenten wordt ingegaan? Waarom stelt Permentier dat Brouwers gedreven wordt door rancune ipv in te gaan op de misschien terechte kritiek aan het adres van de Taalunie?

Op deze blog vinden we het taalinstituut van de Taalunie dus niet “overbodig,” maar vinden we wél de idee dat er maar één Nederlandse standaardtaal is, die vooral Noord Nederlands gekleurd is, achterhaald.

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

De Dikke Van Dale en het statuut van het Belgisch Nederlands

In 2009 zond Van Dale een persbericht uit waarin stond dat de nieuwe hoofdredacteur van Van Dale (Ruud Hendrickx) in België verantwoordelijk zou zijn voor “de Vlaamse blik” (sic) op van Dale.  Dat zou betekenen dat de Dikke van Dale meer Belgisch-Nederlands als standaardtaal zou opnemen in komende edities van het woordenboek. Prisma woordenboek, de concurrent van Van Dale, heeft al een speciale Belgische editie van het handwoordenboek klaar, een editie waarin een Belgisch-Nederlands woord als “kleed” als correct synoniem voor het Noord-Nederlandse “jurk” wordt aangegeven. Maar valt deze zelfde tendens waar te nemen in de Dikke van Dale  van 2005 en in taalkundige uitspraken van de nieuwe hoofdredacteur, zoals die te vinden zijn op zijn VRT taalnet en in het Stijlboek VRT?

Bij kritische analyse van dat VRT taalnet blijkt evenwel dat Hendrickx, in lijn met Van Dale 2005 en andere Vlaamse taalkundigen, heel wat  Belgisch-Nederlandse woorden “spreektaal” noemt. Spreektaal betekent daarbij niet “informele standaardtaal” maar géén standaardtaal.  Enerzijds stellen Van Dale en de Taalunie al geruime tijd dat er meerdere polen in het Standaardnederlands zijn, en dat het Belgisch Nederlands één van die polen is, wat juist en lovenswaardig is. Anderzijds blijft betreurenswaardig dat vele Belgisch-Nederlandse woorden en betekenissen eigenlijk als spreektaal en in sommige gevallen zelfs als dialect gebrandmerkt worden. Voorbeelden daarvan zijn de te vinden op het VRT taalnet, een taaladvies net dat zeer actief gebruikt wordt door mensen werkzaam in de media, studenten e.a..

Om een voorbeeld te geven van een taalkundige uitspraak op het VRT taalnet, citaat: “Kleed in de betekenis van ‘jurk’ behoort volgens Van Dale niet tot de standaardtaal, ook niet de standaardtaal in België.” M.a.w. kleed, typisch voormalig standaardwoord uit België, wordt hier gedegradeerd tot slechts spreektaal.  Het is inderdaad zo dat hier Van Dale gecitieerd wordt, maar zou het niet mogelijk zijn dat de hoofdredacteur van Van Dale de uitsluitingsmechanismen werkzaam in dat woordenboek aan kritiek zou onderwerpen? Verder worden deze taalmails die aan  de VRT nieuwsdiensten als “suggesties” bestempeld, maar in werkelijkheid zijn ze normatief. Zie http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/taalmail/taalmail281.shtml

Zelfde met het woord “deftig” dat in België de betekenis heeft van “fatsoenlijk” als in “Kan hij deftig fritten (sic in België) bakken?” In een tekstje van de heer Hendrickx wordt er een beetje smalend gedaan over die vele nederlandstalige Belgen die “deftig” verkeerdelijk voor “fatsoenlijk” gebruiken -dat, terwijl deftig in de betekenis van fatsoenlijk een heel courant standaardwoord is in België. Maar, omdat de betekenis deftig in de zin van fatsoenlijk niet gekend is in Nederland, wordt dit gebruik afgeraden. (http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/050623.shtml).

En zo zijn er honderden voorbeelden te vinden van hoe o.i. acceptabele woorden en betekenissen uit België tot “slechts spreektaal” gedegradeerd worden. We mogen deze woorden en uitdrukkingen nog wel gebruiken, maar als we dat doen verwijderen we onze van de algemene Nederlandse standaardtaal. Enerzijds zegt men dat het tijdperk van het “hollandocentrisme” voorbij is, anderzijds zijn er nog te vele o.i. acceptabele Zuid-Nederlandse woorden die uit de Belgische standaardtaal gehouden worden.

Waarom kunnen Noord en Zuid Nederlands niet gewoon naast elkaar bestaan, zoals ook Brits en Amerikaans Engels naast, en niet ten koste, van elkaar bestaan?  Om het standpunt van deze blog te herhalen: deze blog is geenszins gekant tegen het Noord Nederlands en wil ook niemand opleggen wat hij moet zeggen of welke woordenschat hij dient te gebruiken. Wel ijvert deze blog voor de gelijkwaardige erkenning van het Zuid Nederlands naast het Noord Nederlands. Noord en Zuid Nederlands dienen naast elkaar te kunnen bestaan zoals ook het Brits en het Amerikaans Engels naast elkaar bestaan.

4 reacties

Opgeslagen onder Belgische uitdrukkingen, BelgischNederlandse uitdrukkingen, Uncategorized, Vlaamse uitdrukkingen

Waarom onze Belgische taalkundigen misschien in het publiek te weinig ondernemen om het Belgisch Nederlands positief aan te moedigen?

Eind 2009 kondigde Prisma woordenboeken met grote trom aan dat het het Nederlands in België en Nederland voortaan als gelijkwaardig zou behandelen (zie de facebook groep over Belgisch Nederlands). Ook Van Dale en de taalkundigen die ervoor werken stelden dat ze zich echt voor het Belgisch Nederlands willen inzetten.

Maar een jaaroverzicht van 2010 toont dat het maar pover gesteld is met het publieke engagement voor het Belgisch Nederlands (hoe dit naar het grote publiek gecommuniceerd wordt) en dat de term Belgisch Nederlands zo goed als niet voorkomt in onze Vlaamse media: nauwelijks een Vlaming heeft de term ooit gehoord en is er zich niets eens van bewust dat AN niet gelijk hoeft te zijn aan vooral Noord Nederlands. Hoe komt dat? Even een overzicht van de hoogtepunten uit 2010:

1. in maart van 2010 organiseert de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal-en letterkunde van België een conferentie in Gent, niet over het Belgisch Nederlands. Nee, de conferentie heet: “Belgisch Nederlands in het spanningsveld tussen Verkavelingsvlaams en standaardtaal.” De titel van de conferentie is veelzeggend: in plaats van eens serieus het Belgisch Nederlands voor nederlandstalige Belgen in de kijker te zetten in positieve zin, wordt een groot deel van de conferentie weer beheerst door het Verkavelingsvlaams, een ideologische term, die blijkbaar een belangrijke functie vervult in de pogingen om het Nederlands in België te standaardiseren naar Noord-Nederlands model. Ook de term tussentaal heeft een zelfde negatieve bijklank en wordt gebruikt in de strijd voor de standaardisatie van het Nederlands in België (en is alleen al daarom niet te vergelijken met de onschuldige en neutrale term Poldernederlands). De term Verkavelingsvlaams is het geesteskind van schrijver Geert van Istendael, zie zijn Het Belgisch Labyrint.

2. in october 2010 organiseert het taalkundig department van de Universiteit Antwerpen een conferentie over het Verkavelingsvlaams. En dus géén positieve conferentie over het Belgisch Nederlands. De conferentie speelt in op het heersende klimaat waarin sommige opiniemakers de nederlandstalige Belgen blijven vertellen hoe slecht ze wel spreken (dat eeuwige Verkavelingsvlaams, die vréééselijke tussentaal!).  En dus is het  nog steeds wachten op een conferentie waarin de rijkdom en diversiteit van het Belgisch Nederlands (met alle “barbarismen”) gevierd wordt.  De organizatoren van de conferentie zeggen dat ze een “prijs tegen het Verkavelingsvlaams” zullen uitreiken.  Nabeschouwing: de jury besluit uiteindelijk  “de prijs tegen het Verkavelingsvlaams” dan toch niet toe te kennen, nadat dit maanden in prominente kranten was aangekondigd. De jury  komt terug op het oorspronkelijke concept van de prijsuitreiking en kiest in plaats daarvan voor “ironie.” Er nemen aan de conferentie ook onderzoekers deel die zich, zoals deze blog, uitspreken tegen de verkettering van het Verkavelingsvlaams, wat zeer positief is.  Maar het bleef een academische zitting en hebben niet-academici hier veel van meegekregen? Dat valt zeer te betwijfelen.  Spijtig genoeg is van de “ironische” kritiek op opiniemakers die strijd voeren tegen het Verkavelingsvlaams zeer weinig (tot bijna niets) doorgedrongen in de pers en bij niet-academici. En dus blijft de negatieve beeldvorming rond Verkavelingsvlaams verderleven in ons land.

3. December 2010 bracht de Van Dale Woord van het Jaar wedstrijd.  Dieptepunt: Van Dale hoofdredacteur Ruud Hendrickx noemt “tentsletje” een “prachtig woord.” Van Dale en VRT promoten het voorheen nagenoeg onbestaande seksistische woord en na weken promotie belandt het in het Van Dale Woordenboek als nieuwste Belgisch-Nederlands standaardwoord. Dat terwijl onschuldige Belgisch-Nederlandse woorden die miljoenen gebruiken, zoals kleed, appelsien, kuisen e.d., verder het label blijven dragen dat ze “maar spreektaal” zijn en niet goed genoeg voor het AN.
https://belned.wordpress.com/2010/12/22/ruud-hendrickx-vrt-taaladviseur-en-hoofdredacteur-van-dale-wuift-kritiek-op-tentsletje-weg/

Tja, een opbeurend jaaroverzicht kan je dit niet noemen. Wij zijn er dus niet van overtuigd dat sommige Belgische taalkundigen zich volledig en energiek voor het behoud van het Belgisch Nederlands als volwaardige standaardtaal inzetten. Het wordt in ieder geval niet zo naar het grote publiek gecommuniceerd. Dat grote publiek heeft wel weer dit jaar (juist zoals in het verleden) tot in den treure kunnen aanhoren dat tussentaal en Verkavelingsvlaams uit den boze zijn, maar een PR campagne over de positieve aspecten van het Belgisch Nederlands of het Zuid Nederlands? Niet te zien. En ook de taalredacties van kranten als de Standaard en nieuwsdiensten van de VRT zouden meer kunnen doen om Belgisch-Nederlandse woordenschat in hun berichtgevingen te integreren.  Hierbij een oproep om dat in 2011 eens echt te veranderen.

13 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Ruud Hendrickx wuift kritiek op “tentsletje” weg

In november 2010 lanceerden Van Dale en VRT een Woord van het Jaar wedstrijd. Voor het eerst werkten Van Dale en de VRT samen en selecteerden ze samen de 10 woorden, waarop het Belgische publiek zou kunnen stemmen. Al vlug bleek de nominatielijst controversieel, vooral door de aanwezigheid van het dubieuze woord “tentsletje,” een woord dat door zo goed als niemand gebruikt werd en alleen al daarom niet verdiende op een representatieve Woord van het Jaar 2010 lijst te staan. Uit alle hoeken kwam er kritiek, omwille van de sterk seksistische inslag van het woord, maar die werd genegeerd.

Ruud Hendrickx is VRT taaladviseur en sinds kort ook Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, het groot woordenboek der Nederlandse taal. In een radio 1 clip van de VRT verdedigt hij van Dale en wuift hij indirect de kritiek op de nominatie van het seksistisch woord tentsletje weg: http://www.radio1.be/programmas/ochtend/tentsletje
Er is ook een link op: http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/kunsten/1.924232

Dit interview op de website van de VRT nieuwsredactie typeert hoe de samenwerking tussen van Dale en de VRT nieuwsredactie werkt. De VRT nieuwsdienst zou een onafhankelijk orgaan moeten zijn maar doet geen echte poging om de gesproken mening van Ruud Hendrickx (op radio 1) te plaatsen naast een kritische mening die dezelfde zendtijd krijgt. Integendeel, de VRT verleent gratis radio zendtijd aan Hendrickx, die stelt dat de keuze van het woord tentsletje niet ligt “aan de redactie” maar “eerder aan de gebruiker en degene die stemt.” “Wij signaleren slechts.”

Niets is natuurlijk minder waar: het woord tentsletje werd zo goed als niet gebruikt, met slechts een 630 hits op Google België nog midden november 2010. Uit het niets werd het gecatapulteerd op de nominatie lijst voor Van Dale opgesteld door het selectiecomité van Van Dale en de VRT. Door Studio Brussel, een radio zender van de VRT, werd het woord gelanceerd en gepromoot, ook op de facebook site van Studio Brussel die meer dan 100 000 leden telt.

VRT en Van Dale werken al enige tijd innig samen. Hier beweren dat het “de gebruiker” is die verantwoordelijk is, is niet correct, als men weet dat het woord, via de Van Dale wedstrijd, schaamteloos op VRT kanalen gepromoot werd. Op het einde van de clip zegt Hendrickx dat het woord nu in het woordenboek staat. Correcter zou zijn te zeggen dat Van Dale zelf, via partner VRT, een woord gepromoot heeft dat dan in het Van Dale woordenboek belandde. Hoe objectief en neutraal is zoiets?  Vanuit ons zichtpunt is het bovendien schrijnend te zien dat een tot populariteit opgeklopt woord als “tentsletje” op deze manier als standaardwoord in de Dikke Van Dale belandt, terwijl doodgewone Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” en “kuisen” door Van Dale bestempeld worden als “geen standaardtaal” en dus uit onze zakelijk geschreven pers geweerd worden, ook al gebruiken miljoenen Vlamingen ze al jaren.

Voetnoot 1:
Ruud Hendrickx heeft over tentsletje en de Van Dale 2010 wedstrijd interviews gegeven op bijna alle radio stations van de openbare omroep VRT, waarbij men bijna de indruk krijgt dat het om een promotie campagne ging.  Dit in tegenstelling tot Nederland, waar ook een  Van Dale woord van het jaar voor de Nederlanders georganizeerd werd, maar zonder de “media blitz” van Vlaanderen. In een interview op VRT jongerenzender MNM, noemt Ruud Hendrickx tentsletje  een “prachtig woord: http://www.mnm.be/artikel/174444/Tentsletje-is-het-woord-van-het-jaar

Voetnoot 2:
Nadat er vanuit meerdere hoeken kritiek kwam op Van Dale’s selectie en nominatie van “tentsletje,” verschenen er prompt twee opinies van een VRT journaliste, Nina Verhaeghe, en van schrijver Tom Naegels in de Standaard. Beide lezen als pogingen om het dubieuze woord “salonfähig” te maken. Een kritiek op Tom Naegels’ stuk leest u hier: https://belned.wordpress.com/2010/12/21/rel-rond-van-dale-woord-van-het-jaar-tentsletje/

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized