Het Zuid-Nederlandse woord “voorschoot,” “voorschot”

In de Standaard van 24 januari 2011 doet Vlaams taaldeskundige Ludo Permentier (van de Taalunie) een aantal o.i. voor discussie vatbare uitspraken n a v een artikel van een collega aan de UGent. Deze had in een opinie stuk in de Standaard geschreven: “We zijn maar een voorschot groot,” (voorschot met maar één o), i.p.v. een “voorschoot” groot, met twee o’s.

Permentier schrijft daarover het volgende:

“Dat de auteur van het artikel de uitdrukking ‘maar een voorschoot groot’ niet schijnt te kennen, kan komen doordat het kledingstuk de laatste jaren aan het verdwijnen is uit onze taal, ten voordele van de schort. Ooit was de voorschoot het uniform van wie huishoudelijk werk deed, maar ook van slagers en smeden, tuinders en kruiers. Vandaag hangt hij onder de spinnenwebben, bij zijn voorgangers de schorteldoek, de boezelaar en de sloof. Een minderheid van ons herinnert zich die woorden, en veel zeldzamer zijn de mensen die ze ook nog gebruiken. Hoe dat komt, kan ik niet verklaren. Maar ik heb een vermoeden. Voorschoot was lang het gewone woord in Brabantse dialecten, terwijl Oost- en West-Vlamingen toen al spraken van de schort. Nu heeft, in de voorbije dertig jaar, het Brabants aan invloed gewonnen, mede doordat het zijn stempel wist te drukken op het ontstaan van een informele tussentaal, het Verkavelingsvlaams. Je zou dan verwachten dat Brabantse woorden het daarin systematisch zouden winnen van niet-Brabantse, maar nu doet zich een paradoxaal verschijnsel voor. Mensen die een dialect als moedertaal hebben, grijpen als ze standaardtaal willen spreken, nogal dikwijls naar woorden die in hun dialect niet bestaan, in de overtuiging dat wat ze al jarenlang kennen wel niet juist zal zijn. Op die manier hebben niet-Brabantse woorden toch weten stand te houden in een Brabants gekleurde omgangstaal. Een vorm van immanente gerechtigheid?”

We kunnen ons niet aan de indruk onttrekken dat de heer Permentier hier de heer de Vos één en ander in de schoenen schuift. Dus omdat de heer de Vos Gents dialect als moedertaal zou spreken, zou hij niet geweten hebben dat voorschoot geen standaardwoord meer is maar van Brabantse origine? Omdat hij van Gent is zou hij niet geweten hebben dat voorschot uit Brabant kwam en ondertussen al vervangen is door het Oost-Vlaamse “schort”? Dus omdat hij in zijn dialect schort zegt zou hij voorschot gebruikt hebben, niet wetende dat het dialect woord schort eigenlijk standaardwoord is?

Hoe meer men de verklaring van de heer Permentier leest hoe minder duidelijk die is, buiten dan dat het weer over de ideologische term “Verkavelingsvlaams” en het “overwicht van het Brabants-Antwerps” gaat. Is de heer Permentier blij dat een West-Oost-Vlaams woord als “schort” het van het Antwerpse “voorschoot” gehaald heeft en nu standaardtaal is?

Wat ook de intentie is, er zijn o.i. een aantal voor discussie vatbare opmerkingen te bespeuren in de uitleg van de heer Permentier.

Ten eerste, voorschot is een variant van voorschoot, dus heeft het geen zin te zeggen dat de heer de Vos zogezegd de uitdrukking “zo groot als een voorschoot” niet kende.

Ten tweede, het klopt niet dat voorschoot een Vlaams, tussentalig woord is. En evenmin dat het vandaag niet meer echt voorkomt en onder de spinnenwebben hangt. Het woord voorschoot is een term uit de vakterminologie, een beschermde voorschoot bij metaalarbeid, bijvoorbeeld, en wordt ook in Nederland vandaag nog gebruikt, getuige deze website, waar u bij een Nederlands (en dus geen “tussentalig” “Verkavelingsvlaams”)  bedrijf, zo’n beschermende voorschoot kan kopen:  http://mobiliteit.arbocatalogus.net/mobiliteit/content/oplossingen/gevaarlijke-stoffen/voorschoot-pbm

Conclusie:  de uitleg van taaldeskundige Permentier valt volgens ons in de categorie “ideologisch taalonderzoek,” taalonderzoek dat niet echt neutraal en objectief is, maar kadert in de strijd om de Zuid-Nederlandse spreektaal aan banden te leggen en het Nederlands in België te standaardiseren naar Noord-Nederlands model (jurk ipv kleed, slager ipv beenhouwer, enz.). Steeds keren dezelfde argumentaties daarbij terug: de verwijzingen naar dat vervelende Antwerps-Brabants dat zou domineren, de verwijzingen naar “Verkavelingsvlaams” en de “tussentaal” van “de laatste 30 jaar.”  Wat sprak men dan 40 en 50 jaar geleden? Zijn de uitzendingen van Nonkel Bob dan misschien voorbeelden van “Verkavlingsvlaams” avant la lettre, volgens deze redeneringen? Want die uitzendingen dateren al van meer dan 30 jaar geleden en Nonkel Bob sprak toen de “beste vrienden” met “gij” en ander “Schoon Vlaams” aan…Nee, natuurlijk.

“Verkavelingsvlaams”  schijnt de ideologisch gekleurde negatieve term te zijn voor wat men vroeger “schoon Vlaams” of standaard Zuid Nederlands noemde.  Vooral de opiniesectie van de Standaard speelt spijtig genoeg een belangrijke rol in de verspreiding van de termen tussentaal en Verkavelingsvlaams, negatieve en eigenlijk repressieve termen waarmee men nederlandstalige Belgen tot de orde probeert te roepen in de strijd om het Zuid Nederlands te “censureren” (weg te zuiveren) en uit de publieke ruimte te bannen. Want dat is uiteindelijk wat Permentier met zijn stukje doet: de taalredactie van de Standaard op de vingers tikken, zodat die “misser,” zoals hij voorschot noemt, niet meer voorkomt. Zo schrijft Permentier: “Kennen ze steeds minder hun taal, daar op de redactie [van de Standaard], of is dat weer een van die veranderingen waar niemand om gevraagd heeft? ” Vrijheid van taalgebruik is hier ver te zoeken.  Wie “schoon,” “kleed,” “voorschot,” “beenhouwer” e.d. durft te gebruiken in een krantenartikel van de Standaard, kan zich verwachten aan een corrigerende tik en plein public. En een reactie die sterk ideologisch gekleurd is.

Deze blog wil ijveren voor meer erkenning van het Zuid Nederlands in de Nederlandse standaardtaal en stelt ook kritische vragen bij de media campagnes tegen het “Verkavelingsvlaams.”

Advertenties

4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

4 Reacties op “Het Zuid-Nederlandse woord “voorschoot,” “voorschot”

  1. Pingback: Taalzuivering in Vlaanderen: n.a.v. een opiniestuk van Ludo Permentier in de Standaard « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  2. De verzuchting dat de termen ‘Verkavelingsvlaams’ en ‘tussentaal’ nieuwe vlaggen zijn die een lading dekken die een halve eeuw geleden ook al bestond kan alleen maar bijgetreden worden.
    Dit is een citaat van Geert Craps, taaladviseur van het Vlaamse Parlement:
    “Wat is precies Schoon Vlaams / Verkavelingsvlaams? Als dat wordt onderzocht, lijkt de conclusie onvermijdelijk dat het een recent ontdekt (niet onstaan) gesproken Nederlands is, waarover veel negatiever wordt gedaan dan nodig is, omdat het toevallig in de aandacht is. Er is zeker een continuïteit tussen de taalvormen die Van Coetsem (1957) als typisch Belgisch beschreef, de vormen die Jan Goossens (1966) in zijn artikel “Hij zei dattem van niks en wist” citeert uit de mond van licentiestudenten Germaanse Filologie, de exogene, niet-Nederlandse woorden in het onderzoek van Geerts, Creten, Deprez, Van den Broeck, Knops en anderen uit het midden van de jaren zeventig (bijv. Deprez & Geerts 1978), de vormen met t-deletie “da” en “nie” die de houders van de legitieme competentie gebruikten volgens Jaspaert (1986) en het Verkavelingsvlaams dat plots het onderwerp van onderzoek wordt: een grote stroom gesproken substandaard-Vlaams komt al minstens sinds 1957 op ons af.” (uit: Craps 2002 “De humanisering van het taalbeleid in Vlaanderen: een analyse en een vooruitblik”. In: De Caluwe et. al (red.) Taalvariatie en Taalbeleid. Bijdragen aan het taalbeleid in Nederland en Vlaanderen: 82)

  3. Pingback: Waarom is het Belgisch Nederlands bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  4. Pingback: Waarom is het Belgisch Nederlands bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS