Van Dale’s oproep om Belgisch-Nederlandse woorden te suggereren voor de nieuwe editie

Wat vinden Nederlanders ervan dat Belgen het woord “kleed” niet mogen gebruiken als ze correcte standaardtaal wensen te spreken? En hetzelfde geldt voor massa’s andere courante woorden en betekenissen die door woordenboeken en stijlhandboeken als dialect of “slechts spreektaal” worden afgeschreven.  Uit opmerkingen van Nederlanders blijkt bijna steeds dat ze er helemaal niets op tegen hebben dat we onze specifiek Zuid-Nederlandse woordenschat als standaardtaal behouden. Waarom dan die negatieve houding tegen grote delen van onze Zuid-Nederlandse basis woordenschat in eigen land?

Hoe komt het dat de officiële lijst van specifiek Belgisch-Nederlandse AN standaardwoorden momenteel maar uit een schamele 4000 woorden bestaat, waarvan er dan nog vele uit de droge ambtenarentaal stammen? En, waarom en in hoeverre wordt de mythe in stand gehouden in België dat nederlandstalige Belgen democratisch mee zouden mogen “beslissen” of hun woordenschat al dan niet standaardtaal is en al dan niet zo gemerkt wordt in de Dikke van Dale?

Zo plaatste Van Dale hoofdredacteur Ruud Hendrickx recent een oproep aan Vlamingen om woorden te suggereren die in de volgende Van Dale editie eventueel opgenomen worden. Vijgen na Pasen is als mosterd na de maaltijd. Maar tot op zekere hoogte is dit een voorbeeld van schijndemocratie, want Vlamingen mogen geen euwenoude woordenschat, die ze al decennia lang gebruiken aandragen  (ook al wordt het woord door miljoenen Belgen gebruikt). Nee, Van Dale is op zoek naar woorden uit kranten en boeken en van op radio en TV. Men doet aan veldonderzoek  maar al op voorhand zijn de kaarten zo geschud dat een heel pak woorden als “dialect” of “spreektaal” verworpen zullen worden.  Dat komt omdat de zakelijke media in Vlaanderen (kwaliteitskranten bv.) nu al aan strenge taalregels via taalredacties onderworpen zijn.  Alle taalredacties van Vlaamse kranten, zo stond recent te lezen in een scriptie, oriënteren zich aan het VRT taalnet dat dus een enorme autoriteit heeft.  Met als gevolg dat je  Zuid-Nederlandse woorden die “enkel spreektaal, geen standaardtaal” zijn, zo goed als bijna nooit in de zakelijk geschreven pers of in zakelijke boeken zult aantreffen.

De oproep van Van Dale luidt:

“De (hoofd)redactie van de Dikke Van Dale is bezig de verzameling Belgisch-Nederlandse woorden in het woordenboek op peil te brengen, zodat de volgende editie ook voor Vlaamse gebruikers up-to-date, volledig en consistent zal zijn. Zo zullen bv. namen van wetten, instanties e.d. worden gemarkeerd als Nederlands of Belgisch. De Vlaamse hoofdredacteur Ruud Hendrickx kan hierbij wel wat hulp uit België gebruiken. Hij is niet op zoek naar dialectwoorden (die horen in gespecialiseerde woordenboeken thuis), maar naar Belgische woorden die u geregeld in kranten, boeken en tijdschriften leest of op radio en tv hoort.”   (vetjes toegevoegd)

Indirect kunnen we hieruit aflezen dat in de volgende editie zeer waarschijnlijk geen woorden als “kleed” het label standaardtaal zullen krijgen. Want al in het kader van de Van Dale 2005 editie werd besloten dat dat woord slechts spreektaal is, ook al gebruikt de meerderheid van Vlamingen “kleed” en tref je jurk vooral in kranten en schoolboeken aan, waaruit het woord “kleed” weggezuiverd werd. Zo is de cirkel rond: Van Dale doet veldonderzoek op basis van tekstmateriaal waaruit kleed, appelsien, kuisen e.d. al werden weggekuist.

Zo werkt democratisch taalbeleid in België: het tot “Woord van het Jaar” opgeklopte “tentsletje,” dat voor de Van Dale wedstrijd van 2010 door zo goed als niemand gebruikt werd in Vlaanderen, mag wel in  de nieuwe editie van Van Dale.  Maar gewone m.i. acceptabele woorden als “kleedje” behoren niet tot onze standaardtaal (althans, volgens Van Dale, want Prisma beschouwt “kleed” wél als standaardtalig synoniem van “jurk”…).  Ze staan wel in de Dikke Van Dale, maar dragen een normatief label dat hen uit de gemeenschappelijke standaardtaal uitsluit. Vroeger noemden taalzuiverende taalkundigen die woorden “dialect” (waarbij de term dialect oneigenlijk en eigenlijk fout gebruikt werd). Nu fungeert de term “slechts spreektaal” als het mechanisme waarmee woorden als kleed uit de standaardtaal geweerd  worden. Die democratische oproep alsof we nu mee mogen beslissen over welke woorden standaardwoorden zijn in de Dikke van Dale komt dus ruimschoots als vijgen na Pasen, of op z’n Noord-Nederlands gezegd, eigenlijk als ” mosterd na de maaltijd.”

Advertenties

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

3 Reacties op “Van Dale’s oproep om Belgisch-Nederlandse woorden te suggereren voor de nieuwe editie

  1. Stelling: Hendrickx schermt met het argument van “democratie”, omdat hij toch al op voorhand aanvoelt dat er in Vlaanderen voldoende mensen zijn die zijn beleidsbeslissingen met instemming zullen onthalen.

  2. Pingback: Hoezeer is de Taalunie met het Zuid Nederlands (Belgisch Nederlands) begaan? Verdere beschouwingen n.a.v. Jeroen Brouwers’ kritiek op de Taalunie « RED HET BELGISCH NEDERLANDS