Antwoord aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en van Dale hoofredacteur. Deel 1

Bent u op deze pagina terecht gekomen omdat u uitleg zoekt over het Belgisch Nederlands of het Zuid Nederlands, ga dan eerst naar de home pagina van deze website waar u duidelijke uitleg vindt. Of lees het verklarend artikel over Belgisch Nederlands/Zuid Nederlands in de Knack online.

******************************************************************************

Op onderstaande pagina vindt u een antwoord op reacties van Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en Vlaams hoofdredacteur van Van Dale.  Om onze eigen stelling duidelijker te maken volgen hier commentaar en opmerkingen meteen na de reacties van de heer Hendrickx.

OPMERKINGEN VAN DE HEER RUUD HENDRICKX, MET COMMENTAAR:
1. Voor je kunt discussiëren, moet je je termen definiëren. “Belgisch-Nederlands” is een geografische aanduiding. “Standaardtaal” is een registeraanduiding. Uiteraard is “Belgisch-Nederlands” niet per definitie “standaardtaal”. Maar het is ook niet per definitie “dialect”. “Spreektaal” is niet hetzelfde als “dialect”.

Antwoord en correctie: u suggereert dat we hier op deze blog onze termen niet definiëren, maar het is precies op uw VRT taalnet, dat u als VRT taaladviseur beheert, dat een belangrijke taalkundige term, m.n. dialect, verkeerd gebruikt wordt. Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende VRT taalnet tekst dat goesting en appelsien dialect zijn. Dialect is per definitie eng regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien”  zijn daarom géén dialect. Het zijn bovengewestelijke, Zuid-Nederlandse (Belgisch-Nederlandse) woorden: als miljoenen Vlamingen, onafgezien van de streek waar ze wonen, specifieke Zuid-Nederlandse woorden gebruiken is het dan taalkundig gezien juist te zeggen dat ze dialect zijn? Antwoord: neen. Trouwens, appelsien is een woord niet ongekend in Nederland: zo is Appelsientje de merknaam van een Nederlands fruitsap. Op een taalforum waaraan Nederlanders deelnemen was men verbouwereerd te horen dat “appelsien” in Vlaanderen als dialect wordt afgeschreven. Appelsien  en goesting zijn bezwaarlijk Vlaamse dialectwoorden zoals uw VRT taalnet ten onrechte stelt. Het zijn bovengewestelijke Zuid-Nederlandse woorden, die o.i. eigenlijk tot de algemene Nederlandse standaardtaal zouden moeten behoren, m.b. de Zuid-Nederlandse variant van de Nederlandse standaardtaal zoals die in België gebruikt wordt. “Appelsien” en “goesting” dienen als correct synoniem erkend te worden voor “sinaasappel” en “zin” en de doelstelling van deze blog is voor deze Zuid-Nederlandse woorden te lobbyen.

2. Op VRTtaal.net komt de term vrijwel “dialect” vrijwel uitsluitend voor in verwijzing naar de 13e editie van de Grote Van Dale. In de rubriek Taalkwesties gebruik ikzelf één keer de term “dialect” voor het woord “kokes” (kokkin).

Antwoord en correctie: Dat klopt niet.  In een tekst die al 10 jaar op uw VRT taalnet staat, staat er duidelijk het volgende te lezen: “De Woordenlijst geeft alleen maar aan hoe je een woord moet spellen. Er staan veel woorden in die zonder enige twijfel dialect zijn: goesting, appelsien [...]”  


3. U haalt de functie van een woordenboekmaker en die van een taaladviseur door elkaar. Een woordenboekmaker registreert en doet geen expliciete normatieve uitspraken. Een taaladviseur registreert en formuleert op basis van observaties een advies.
Wat op dit moment in de Grote Van Dale staat, is het resultaat van een wetenschappelijke telling onder het hoofdredacteurschap van Dirk Geeraerts. Wat het label “spreektaal” krijgt, is vooral aangetroffen in de gesproken taal en niet in geschreven taal.

Antwoord en correctie: ik haal de functie van woordenboekmaker en taaladviseur niet door elkaar, maar stel vast dat meerdere Vlaamse taalkundigen, en ook uzelf, als u mij toestaat dit zo te zeggen, wel degelijk normatieve uitspraken doen over het Zuid Nederlands. Zo lezen we bijvoorbeeld in het boek dat u schreef, Stijlboek VRT (2003)  dat een Zuid-Nederlands woord als “gans” (in de betekenis van “heel”) “verouderd” is, behalve in de uitdrukking “van ganser harte.” Nochtans is “gans” een springlevend woord dat dagelijks door zeer vele Belgen doorheen heel Vlaanderen gebruikt wordt, ook door hoogleraren. U schrijft verder over “gij,” een typische Zuid-Nederlandse aanspreekvorm die door miljoenen Vlamingen elke dag in de Zuid-Nederlandse spreektaal gebruikt wordt: “Vermijd de gij-vormen, want ze zijn verouderd.” Correcter zou zijn geweest als u als geschreven had: “in België gebruiken we “ge” in de spreektaal, maar niet in de schrijftaal.”  En, inderdaad, een taalkundige website in Nederland zegt correct dat “ge” nog “springlevend” is in Vlaanderen.  Het is dan ook feitelijk en taalkundig gezien fout te stellen dat “ge” in Vlaanderen “verouderd” is. Enkel vanuit een perspectief dat zich op het Noord Nederlands toespitst (het perspectief dat u impliciet hanteert) is het juist te zeggen dat “gij” verouderd is, van Gogh gebruikte het nog, de meeste Nederlanders van vandaag (met uitzondering van de zuidelijke provincies en Nederlands Limburg) gebruiken het niet meer. Dus voor Noord Nederland geldt dat “ge” verouderd is, niet voor Vlaanderen. Zeggen tout court zoals u dat doet dat “gij” verouderd is, is een normatieve uitspraak die niet juist is.  Het zou echt verademend zijn als leidinggevende Vlaamse taalkundigen zich neutraal en objectief zouden opstellen tegenover de Zuid-Nederlandse spreektaal, i.p.v. pogingen te ondernemen om die spreektaal actief te veranderen of aan banden te leggen (zoals ook gebeurt in de media campagne tegen het “Verkavelingsvlaams”).   Zoals Guy Tops, taalkundige professor van de Universiteit Antwerpen, vinden we op deze blog dat taalonderzoekers neutraal dienen te zijn en geen taalbeoordeelaars mogen worden. Zie hierover ook de verdere discussie over “ge” op deze link http://belned.wordpress.com/2011/01/22/ruud-hendrickx-hoofdredacteur-van-dale-en-vrt-taaladviseur-doet-vreemde-uitspraak-over-gij-zijt/
4. U schrijft dat “kleed” standaardtaal in België is. Dat is het niet volgens de definitie die taaladviseurs gebruiken (http://taaladvies.net/taal/advies/tekst/85). In geschreven documenten wordt ook in België eerder “jurk” dan “kleed” gebruikt. Ik zeg niet dat “kleed” niet gezégd wordt in België, in geschreven documenten voor het grote publiek staat meestal “jurk”. “Kleed” in de zin van “jurk” is spreektaal in België. Een taaladviseur gaat met dat basismateriaal aan de slag. Hij geeft advies (hij stelt geen wetten!) over welke variant het beste in een bepaalde context past. Als een taaladviseur in een beschrijving leest dat een bepaalde vorm tot de (informele) spreektaal in België gerekend wordt, adviseert hij die vorm niet te gebruiken in zakelijkere taal, bvb. in een nieuwsbericht. In die zin zijn de adviezen op VRTtaal.net en in de Taalmails bedoeld.

Antwoord en correctie: ik zeg op deze website dat dameskleed en kleed vroeger in België standaardwoorden waren en dat meer recent kinderen op school expliciet wordt aangeleerd dat kleed enkel vloerkleed kan betekenen, zoals in Nederland, en dat ze jurk moeten zeggen. Vroeger werd er uitdrukkelijk op school gezegd dat Nederlanders jurk zeggen en denken dat kleed vloerkleed betekent, terwijl wij Belgen gewoon kleed en dameskleed zeggen en niet jurk. Op deze website tonen we de vooringenomenheid tegen Zuid-Nederlandse woorden als “kleed” aan. Ook al zegt de absolute meerderheid van Belgen kleed, toch is het woord niet goed genoeg om het statuut van standaardtaal in België te krijgen. Reden: het impliciete Noord-Nederlandse perspectief gehanteerd door een aantal leidinggevende Vlaamse taalkundigen, waaronder uzelf, als ik dat daaraan mag toevoegen. Als die Vlaamse taalkundigen unaniem zouden beslissen om “kleed”, “kuisen” e.d. tot standaardtaal te benoemen, zouden deze woorden wél in geschreven zakelijke taal gebruikt kunnen worden. Nu zijn ze als fout gebrandmerkt en maken ze geen schijn van kans om in de geschreven zakelijke taal voor te komen (behalve als citaat of in creatieve teksten).  Voor kleed is het nog niet te laat, jurk is nog lang niet ingeburgerd, en toch komen we het woord “kleed” in bijna geen enkele krant, geen modeweekblad meer tegen. Het wordt dus effectief gecensureerd uit de pers. En om de cirkelredenering van sommige Vlaamse taalkundigen daarbij verder te illustreren: omdat het woord “kleed” niet in de Vlaamse geschreven pers voorkomt, wordt het ook niet als standaardwoord in Van Dale opgenomen. De cirkel is zo rond: een als “slechts Belgisch-Nederlands spreektaal” gebrandmerkte uitdrukking kan zo nooit AN standaard woord worden, want Van Dale gebruikt de zakelijk geschreven taal in Vlaanderen als onderzoeksveld voor wat al dan niet standaardtaal in België is. QED (wat te bewijzen was)…

5. Zeggen we ‘kuisen’ in een bericht, dan krijgen we gegarandeerd opmerkingen van luisteraars; zeggen we ‘schoonmaken’, dan klaagt niemand.
Antwoord en correctie: het spreekt vanzelf dat als mensen al jaren wordt aangeleerd dat “kuisen” fout is, dat sommige luisteraars dat woord dan ook als “fout” gaan ervaren.  De manier waarop “kuisen” en andere woorden “gevillifieerd” zijn als “Verkavelingsvlaams” enz. zijn symptomatisch voor de taalzuivering die nog steeds in België plaatsvindt. Dus, u oogst als (impliciet normatieve) taalkundigen wat u gezaaid heeft: als Zuid-Nederlandse woorden voldoende lang gebrandmerkt worden als “dialect,” “niet verzorgd,” “alleen maar spreektaal” of “Verkavlingsvlaams” gaan mensen die AN wensen te spreken ze ook automatisch vermijden. Duidelijkste voorbeeld: plezant, dat jarenlang als ongewenst werd voorgesteld en dat op uw eigen website als “fout” gemarkeerd is en te vervangen door “leuk.” Ook poetsen, nog een woord dat eigenlijk standaardwoord zou moeten zijn, wordt door u en anderen als foutief gemerkt en vervangen door schoonmaken.  In uw Stijlboek VRT zegt u op pagina 192 dat “poetsvrouw” een “leenvertaling is uit het Duits” (bent u daar zeker van of zou het kunnen dat het Zuid Nederlands tal van overeenkomsten toont met het Duits, omdat het ook een Germaanse taal is, en poetsen, spreken, kleed e.d. gewoon onze gemeenschappelijke roots aanduiden? En als het dan al zo zou zijn dat poetsvrouw toch een leenvertaling is, waarom zou dat dan fout zijn? Waarom die drang om het Zuid Nederlands van gallicismen en germanismen te ontdoen, nog een irritant teken van hoe taalzuivering in Vlaanderen gevoerd wordt. Terwijl het ene Engelse woord over het andere struikelt, maar dat mag wel want is modieus, jong, en “niet verouderd”?) Erger, u gaat nog verder en zegt expliciet dat “poetsen” “dialect is volgens van Dale.” Het klopt trouwens niet dat er geen protest is over schoonmaken. Integendeel. Zo schrijft een Nederlandse deelnemer op een taalforum, citaat:  ””Als geboren en getogen Randstedeling volg ook ik al jaren met verbazing de kruistocht van Ruud Hendrickx om het Vlaams te ondoen van zijn eigen woordenschat. Kuisen is fout, want dat moet schoonmaken zijn. Ik zou het Vlaams vooral in ere houden.” Einde citaat. En in de Standaard schreef een docent Ludo Permentier aan om te klagen over de taalzuivering van taalkundigen die, zoals Permentier, lijsten opstellen met correcte en foute woorden. Zo kloeg hij aan dat het correcte poetsvrouw niet meer mag, enkel nog werkvrouw of schoonmaakster. Ook op deze blog stellen we voortdurend vraagtekens bij dit soort van normatieve beslissingen, die niet gedragen worden door de feitelijke taalwerkelijkheid in België.

6. Ik daag u uit “honderden voorbeelden” te geven van Belgische woorden die ik op VRTtaal.net
dialect noem.

Antwoord en correctie: op deze website en in de open brief wordt heel duidelijk uitgelegd dat u door de meerderheid van Zuid-Nederlands woorden “slechts spreektaal” te noemen, en dus geen standaardtaal, u ze de facto “het statuut” van dialect geeft (met klemtoon op het woord “statuut”). M.a.w. of u nu het woord appelsien, goesting, kleed, kuisen enz spreektaal of dialect noemt, er is de facto geen verschil, want géén van deze woorden mag in de netjes verzorgde zakelijk geschreven standaardtaal gebruikt worden als je AN wenst te spreken. En wordt zo “weggezuiverd.” Dus u geeft nog steeds “the kiss of death” aan al deze Zuid-Nederlandse woorden, om het plastisch uit te drukken. En, er zijn dus honderen voorbeelden van woorden die u slechts spreektaal noemt op uw VRT taalnet en in uw Stijlboek VRT. Wat te bewijzen was.

Tot slot, zoals reeds op de home page van deze website staat:  uiteraard is deze website niet gekant tegen het Noord Nederlands of Nederlanders, net zo min als Engelsen gekant zijn tegen het Amerikaans Engels, of Fransen tegen het Canadees Frans.

18 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

18 Reacties op “Antwoord aan Ruud Hendrickx, VRT taaladviseur en van Dale hoofredacteur. Deel 1

  1. Ruud Hendrickx

    Bij punt 1:

    “Al zo’n tien jaar, sinds 2001, staat er in volgende tekst dat goesting en appelsien dialect zijn: http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/011129.shtml Dialect is per definitie regionaal gebonden, en “goesting” en “appelsien” zijn dus “duidelijk” géén dialect.”

    Helemaal mee eens. Ik zou het nu ook geen dialect meer noemen. U zegt zelf dat de tekst tien jaar oud. Tien jaar geleden was de visie van taaladviseurs op de taaltoestand anders dan nu, en de terminologie was anders. Daarom ook heb ik de tekst gedateerd.

    Op Meldpunttaal.be schrijft u dat ik de tekst de afgelopen dagen veranderd hebt. Dat is pertinent onwaar.

    Bij punt 2:

    U leest niet wat er staat. Zal ik het schreeuwen? In de rubriek TAALKWESTIES (Taalkwesties!!), waarin ik geregeld de adviezen aanpas, komt één keer de term ‘dialect’ voor.
    U citeert uit een COLUMN (Column!!). Die beschouw ik als een historisch document. Hij is gedateerd en wordt niet meer aangepast.

    Bij punt 3:

    U haalt VRTtaal.net en het Stijlboek VRT erbij. Weet u wat de bedoeling van die website en het boek is? Een “stijlboek” (en de website) zijn afspraken die een bedrijf maakt om een bepaalde huisstijl te creëren. Het Stijlboek VRT en VRTtaal.net zijn de taalafspraken die de VRT voor zichzelf maakt. De VRT deelt zijn kennis en afspraken met de Vlamingen (en Nederlanders). Hoe komt u erbij dat ik als taaladviseur van een bedrijf zou willen bepalen wat u met uw taal doet? Ik verbied ú niets, ik verbied geen enkele Vlaming iets. In het Stijlboek staat wel wat ik van VRT-medewerkers in een professionele context verwacht.

    U begrijpt toch niet goed wat taaladvies inhoudt. Een taaladviseur geeft advies over het HUIDIGE gebruik van de STANDAARDTAAL, met name voor het publieke domein. U schrijft zelf dat “gij” geen standaardtaal is. Ik zeg dat “gij” verouderd is. IN DE HUIDIGE STANDAARDTAAL.

    Guy Tops heeft volkomen gelijk. Maar ik ben geen taalonderzoeker van de een of andere universiteit. Ik ben een taaladviseur en woordenboekmaker. Dat is net het verschil.

    Bij punt 4:
    TAALKUNDIGEN beslissen niet dat iets standaardtaal is. U bent het er zelf mee eens dat ze geen beoordelaars mogen zijn. Ze beschrijven de situatie.
    De huidige TAALADVISEUR gaat met die beschrijving aan de slag om een advies te geven of een oordeel te vellen.
    De TAALGEBRUIKER doet met het advies wat hij wil. Daar zit bij u het probleem: u schrijft altijd dat een woord niet gebruikt MAG worden. Taaladvies is ADVIES. Advies kun je naast je neerleggen.

    Bij punt 5:
    Ben ik zeker dat “poetsen” uit het Duits komt? Volgens de historisch taalkundigen van het WNT wel. Etymologie is niet mijn specialiteit, dus ik vertrouw op hun oordeel. Dat een woord een leenvertaling is, betekent inderdaad niet automatisch dat het fout is. Waarom denkt u dat in Van Dale het woord “germanisme” (fout) vervangen is door “leenvertaling” (waarneming)?
    “Poetsen” in de zin van schoonmaken in het algemeen, kan als een leenvertaling uit het Duits gezien worden, omdat “poetsen” in het Nederlands van oudsher een specifiekere betekenis had, nl. ergens over wrijven om het te doen glanzen. Als ik iemand hoor zeggen dat hij de grond gepoetst heeft, zie ik hem op zijn knieën met een doek het parket boenen.

    U kunt blijkbaar de geschiedenis van de taalzuivering niet zo goed. De strijd die germanismen was vooral een Noord-Nederlandse strijd. Het tijdschrift Onze Taal had die strijd als een van zijn belangrijkste doelstellingen: http://www.onzetaal.nl/archief/1jaar1.php

    Ik zeg inderdaad dat “poetsen” dialect is volgens Van Dale. Dat staat er namelijk: kijkt u maar eens bij betekenis 1b (de betekenis “schoonmaken, reinigen” in het algemeen. De zeer terechte vraag is of dat label niet herbekeken moet worden.

    Vreemd ook dat u een Nederlander citeert om mijn ongelijk aan te tonen. Doorgaans hecht u namelijk niet zoveel belang aan wat Nederlanders over het “Vlaams” zeggen. Als een Nederlander zegt dat “kuisen” moet kunnen, dat vindt u dat prima. Maar verder moeten de Nederlanders zich niet met onze taal bemoeien.

    Verder blijft u vastzitten in uw redenering dat een woord dat als spreektaal aangeduid wordt in een woordenboek, niet gebruikt MAG worden in verzorgde schrijftaal. Nogmaals: wie verbiedt het u? Het woordenboek beschrijft de huidige situatie zo goed mogelijk, die beschrijving kunt u als advies en norm hanteren.

    Vanaf het moment dat het werkelijke taalgebruik veranderd, moeten ook de labels aangepast worden. Zo werkt het.

    Bij punt 6:
    Wat wilt u eigenlijk? U wilt taalkundigen die geen beoordelaars zijn, maar u wilt wel dat ik de werkelijke taalsituatie NIET weergeef. Waarom mag ik NIET zeggen dat een woord vooral tot de spreektaal behoort, als dat zo IS? U zegt dat de vroegere generaties taaladviseurs bepaalde woorden weggecensureerd hebben en dat dat niet hun taak is. Wel, ik vind het ook niet mijn taak de woorden die zij ingang hebben doen vinden, nu weg te censureren.

    U hebt terecht kritiek op de methoden van de taaladvisering van weleer, maar dan moet u diezelfde methoden niet propageren voor uw doeleinden.

  2. Ruud Hendrickx

    Na “veranderd” ontbreekt “is”, zie ik nu.

  3. Vroeger verbood men, nu geeft men voorkeuren. U kunt als taaladviseur de voorkeur aan de Vlaamse alternatieven geven – zeker als de Vlaamse variant zonder twijfel gangbaarder is, zoals het geval is met “gij” of “op de bus” in Belgische gesproken standaardtaal

    http://www.cnts.ua.ac.be/bibliography/waar-zijn-je-jij-en-jouw-gebleven-pronominale-aanspreekvormen-in-het-gesproken-nederlan

    Dat is evenmin “censuur” in strikte zin als wat men nu doet in de taalmails en op taaladvies.net

  4. Ruud Hendrickx

    Voor uw lezers leg ik nog eens uit hoe ik de “gij”-vormen en het gebruik van “gij” zie. Als u daar prijs op stelt, doe ik hetzelfde met de woorden “appelsien” en “plezant”.

    Als TAALKUNDIGE (de waarnemer) constateer ik dat het voornaamwoord “gij” in de gesproken omgangstaal in Vlaanderen algemeen voorkomt. Ik constateer ook dat “gij” in de huidige verzorgde geschreven taal weinig – laten we zeggen ‘niet’ – voorkomt. Ik constateer dat Vlamingen die bewust hun taal verzorgen, ook in de gesproken standaardtaal niet de “gij”-vorm gebruiken.

    Als TAALADVISEUR (de beoordelaar) formuleer ik daarom het advies dat “gij” geen standaardtaal in Vlaanderen is, aangezien ik onder standaardtaal versta: de meest verzorgde variant die in het publieke domein gebruikt wordt. U bent het er met mij – tot mijn verbazing overigens – over eens dat “gij” geen standaardtaal is (en daarom schrijft u ook in de “jij”-vorm).

    Als TAALADVISEUR formuleer ik op grond van die constateringen het advies dat “gij” “verouderd” is. Een taaladviseur geeft namelijk advies over het gebruik van de huidige standaardtaal (want weinig taalgebruikers vragen zich af of een bepaald taalelement voor gebruik in hun dialect of hun dagelijkse omgangstaal geschikt is, of hoe het vroeger was). “Gij” kwam vroeger wel in de verzorgde standaardtaal voor, ook in de geschreven variant, nu niet meer. Het gebruik ervan in de standaardtaal van vandaag heet daarom “verouderd”. De taaladviseur geeft ook het advies dat je de “gij”-vorm beter kunt “vermijden” als je niet wilt dat andere taalgebruikers je taalgebruik als “verouderd” of “geen standaardtaal” bestempelen.

    De TAALGEBRUIKER doet met een advies wat hij wil. Concludeert hij daaruit dat hij “gij” niet mág gebruiken en móét vermijden, dan is dat zijn interpretatie. Een bedrijf kan in zijn huisstijl (bv. in een stijlboek) vastleggen dat een bepaald advies nageleefd moet worden. Zo stelt de VRT dat de presentatietaal (lees goed wat er staat: de taal van de presentaties) standaardtaal is. Aangezien “gij” geen standaardtaal is, presenteert de VRT niet in de “gij”-vorm.

    Zoals ik eerder al zei, haalt u de rol van de taalkundige en de taaladviseur herhaaldelijk door elkaar, ook met betrekking tot de “gij”-vormen.

    U schrijft hierboven dat een woord nooit AN-status kan krijgen omdát het in de woordenboeken gelabeld staat als “geen standaardtaal” of “spreektaal”. Dat is inderdaad een neveneffect, als de taalgebruiker uit die beschrijving een norm afleidt. Maar moet een woordenboek of een taaladviseur dan de beschrijving negeren, weglaten of aanpassen (en dus liegen over de werkelijke taalsituatie) om dat neveneffect uit te sluiten? Een boeiende, maar complexe discussie.

    Uit uw reactie hierboven blijkt ook opnieuw hoe belangrijk het is dat termen gedefinieerd worden. U vraagt zich af hoe “gij” verouderd kan zijn als Van Gogh het nog gebruikte en iedereen het nu zegt. “Verouderd” betekent in de taaladvisering “in onbruik geraakt” en daar moet u (aangezien het om taaladvisering gaat) “in de standaardtaal” bij denken. Een woord kan al verouderd zijn na drie jaar, bij wijze van spreken.

  5. Ruud Hendrickx

    @Johan: De huidige taaladviseurs spreken soms ook een voorkeur uit voor de Belgische variant als die hier meer gangbaar is dan de Nederlandse.

    Wat het gebruik van “gij” betreft: daar ga ik in een ander bericht uitgebreid op in. Dat hoef ik hier dus niet meer te doen.

    Mijn grootste kritiek op BelNed-man (ik zal hem zo noemen want ik ken z’n naam) is dat hij de huidige taaladviseurs verwijt dat ze het Belgische Nederlands wegcensureren.

    Wie zich in de geschiedenis van de taaladvisering in Vlaanderen verdiept, weet hoe het vroeger was. Zoals je zelf schrijft, werd er verboden. Het resultaat is dat nu nog steeds Belgische woorden waar werkelijk niets op aan te merken valt, door horden taalgebruikers afgekeurd worden omdat ze – zoals BelNed-man terecht opmerkt – geleerd hebben dat ze ‘fout’ zijn. Mijn haren gaan ook overeind staan als ik in een recent boek lees dat ‘boekentas’ fout is en dat het ‘schooltas’ moet zijn. Waar haalt zo’n auteur het anno 2011 nog?

    Laat ik de kwestie “plezant” eens bekijken als taalkundige en taaladviseur, zoals ik in een ander bericht met “gij” gedaan heb.

    Als TAALKUNDIGE constateer ik dat “plezant” vooral in de gesproken taal voorkomt, in verzorgde taal in het publieke domein komt het minder vaak voor dan de alternatieven. In de gesproken taal komt “leuk” veel vaker voor dan “plezant”, zeker bij jongeren. Ik gebruik voor dergelijke observaties tekstcorpora. Ik constateer dat het proefpanel van Taaladvies.net het gebruik van “plezant” in een geschreven tekst afkeurt. Taalkundig gezien bekijken we dus frequentie en attitude.

    Als TAALADVISEUR geef ik op grond van die observaties het advies dat “plezant”, als spreektalig woord, niet geschikt is voor zakelijke verslaggeving (in de context van de omroep).

    Let dus goed hierop:
    - Ik zeg NIET dat het woord “plezant” in alle omstandigheden vermeden moet worden. Ik zeg zeker NIET dat het niet gebruikt mág worden. Ik zeg alleen dat het niet geschikt is voor de presentatietaal van de omroep.
    - Ik zeg NIET dat “plezant” altijd door “leuk” vervangen moet worden.
    - Ik doe geen uitspraak over de (on)wenselijkheid om het woord “plezant” te verwijderen uit het Nederlands.
    - Ik doe geen uitspraak over het feit of de toenmalige taaladviseurs gelijk hadden dat ze het woord “plezant” afkeurden.
    - Ik ga WEL uit van de huidige situatie, waarin een grote groep taalgebruikers “plezant” niet geschikt vinden voor een standaardtalige context.

    Wat verwacht BelNed-man? Hij verwacht van de huidige generatie taaladviseurs dat zij de ‘schade’ (als ik het zo moet noemen) die de vorige generatie aangericht heeft, ongedaan maakt. Maar wat doe je dan? Je zadelt een nieuwe generatie taalgebruikers met nieuwe onzekerheden op. Hoezo, is “leuk” niet goed? Moet het “plezant” zijn? Dat wil je toch niet opnieuw?

    Doordat er vroeger zo veel “verboden” werd, slaat de slinger bij sommigen helemaal door naar de andere kant: alle Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen moeten nu ineens “tot standaardtaal verheven worden”. Alsof een woord de zegen van een stelletje taalspecialisten moet hebben om gebruikt te worden. Elke dag komen er nieuwe woorden bij waar geen enkele taaladviseur ook maar één uitspraak over doet.

    Ik volg ook wat er op Vlaamsetaal.be gebeurt. Wat doen de mensen die daar een Vlaamse grammatica en een Vlaamse woordenschat willen formaliseren anders dan wat een taaladviseur doet? Ze beschrijven het Vlaams (al betwist ik als halve Limburger dat we ze daar beschrijven algemeen Vlaams is) en proberen daar regels uit te distilleren. Impliciet zeggen ze daardoor ook wat goed en fout is. Tiens, waar ken ik dat van?

  6. Ruud Hendrickx

    Weer te snel gepost: ik ken de naam van BelNed-man NIET.

  7. = Blogger op de blog http://www.vlaamsetaal.be/

    (Volledig in de geest van “ge hebt geen goedkeuring van boven nodig” ne keer in ‘t Vlaams antwoorden)

    “Daarom ook heb ik de tekst gedateerd.”
    Zou het u veel moeite kosten om onderaan de pagina ne link naar de modernere bespreking van een woord te plaatsen? Ik bedoel ni stelselmatig, maar gewoon als ge er toevallig weer op terechtkomt, bijvoorbeeld als BelNed ernaar refereert. Ik lees dieë site dikwijls, en ik had echt geen idee van dees “status-verschillen” tussen de verschillende delen van de site voorda ge ze hier uitlegde. Ik stel mij voor da den doorsnee lezer van uwe site dat ook ni weet.

    Punt 3, als ne medewerker van de VRT (alleszins ne nieuwslezer) te veel tegen de norm inga, dan kan ‘em ontslagen worden, dus voor hem is da duidelijk verboden. Nen effectieven drempel tegen Vlaams taalgebruik in de standaardtaal, tenzij d’invoering van den Hollandse variant in kwestie echt totaal mislukt is (gelijk bij “trem”).

    “Gij” is in de huidige (gesproken) standaardtaal alleen verouderd te noemen omda wie z’n standaardtaal ni volmaakt (Hollands) genoeg is, ni meegerekend wordt. Bovendien gaat het bij de jij-zeggers meestal om een bewuste (lees kunstmatige) keuze ev. veroorzaakt door de g’importeerde norm. Dieë word door de VRT mss ni zo hard opgelegd, maar taaltuiniers op lager niveau wel (leerkrachten Nederlands, tekstcorrectoren, …). Die hanteren nog altijd adviezen uit ABN-boeken uit de jaren stillekes en spreken onvermomd van “fouten”, “verkeerd dialect”, “slecht vertaald Frans”, “Germanisme”, kortweg “Vlaams” (als afkeuring bedoeld) en wat dies meer zij. Da gij en mss enkele andere taalverzorgers ulle al een modernere zienswijze hebt toeg’eigend ga weinig aan de situatie veranderen, vooral mbt de talige onzekerheid van de Vlaming, tenzij gijle de moderner mentaliteit ook naar de andere radertjes in de machinerie weet te verspreiden. Langs den andere kant zou da mss een tactische vergissing zijn, want hoe minder taalonzeker de Vlaming wordt, hoe groter de kans is dat ‘em z’neigen überhaupt ni zal aanpassen aan moderne, diplomatisch verwoorde taaladviezen.

    In taalopleidingen worden d’adviezen bovendien tot regels verheven die als even evident worden voorgesteld als da ge “het huis” zegt, en ni “de huis”. In het beste geval wordt der ev. bij gezegd da dees mss een beke te overdreven is, maar “’t is toch beter om veilig te spelen om kritiek te vermijden” (remedie: wie zich aan Onvlaams taalgebruik stoort zou zijne kritiek luider moeten uiten?). Afhankelijk van de leerkracht kunt ge zelfs voor vakken die niks met taal te maken hebben veel punten aftrek krijgen als ge ertegen zondigt.

    “Taaladvies is ADVIES. Advies kun je naast je neerleggen.”
    Nu denk ik misschien weer aan nen tekst dieën aan revisie toe is, maar “Maar als u het eerste alternatief kiest, besef dan wel dat u dan geen algemeen Nederlands schrijft”. Zo’n uitingen dragen ertoe bij dat adviezen als regels worden opgevat. De kans is groot dat de lezer zich bij het advies neerlegt, ook al is den inhoud mss zeer tegenintuïtief, ipv het naast zich neer te leggen.
    (we zitten inmiddels als bij punt 5 ergens)

    “Als ik iemand hoor zeggen dat hij de grond gepoetst heeft, zie ik hem op zijn knieën met een doek het parket boenen.”

    Mag ik hieruit afleiden da de typisch Vlaamse betekenis ervan ni gebruikt wordt/werd in uw omgeving?

    De Vlamingen hadden idd geen aandacht over voor Germanismen. Te veel werk aan de winkel om Frans en ander dialect te verbannen. Ne schone reflex ervan is da we vandaag woorden meh “c” moeten spellen. Nederlanders schreven uit aversie tegen de Duitsers graag met een c, Vlamingen als reactie tegen de verfransing liever met een k. Gelijk bij elke stelselmatige verandering van de schrijftaal kregen de Hollanders hun goesting (zie ook het verhaal van “gij”, “den”, “dien”, “enen”, “schoon”, “gelijk”, “groote”, “heele”, …). Hetzelfde fenomeen zien we later bij de tussen-n-regeling waar het volgens den hoofdregel “lerareopleiding” zou moeten zijn, want in het Noord-Nederlands is “leraren” het gewoon meervoud terwijl Vlamingen dikwijls “leraars” zeggen (geldt algemeen voor het hele achtervoegsel). Ipv da verschil te erkennen en de logische conclusies te trekken, heeft men gewoon nen extra regel derbij verzonnen dieë zonder uitleg zegt dat er toch een tussen-n bij moet.

    “Als een Nederlander zegt dat “kuisen” moet kunnen, dan vindt u dat prima. Maar verder moeten de Nederlanders zich niet met onze taal bemoeien.”
    Als ik “kankerlijer” supergrappig om te horen vind, dan vinden mijn Nederlandse vrienden dat prima, maar als ik zeg da ze maar beter “proper” ipv “schoon” zouden moeten zeggen om verwarring te voorkomen, dan vinden ze da ‘k mij ni met hun taal moet bemoeien. Complimenten zijn gewoon altijd welkom, bij iedereen.

    “Vanaf het moment dat het werkelijke taalgebruik veranderd is, moeten ook de labels aangepast worden. Zo werkt het.”
    Die verandering wordt dan wel kunstmatig vertraagd, onder andere door taalmails

    “Wel, ik vind het ook niet mijn taak de woorden die zij ingang hebben doen vinden, nu weg te censureren.”
    Ge kunt het gebruik van de Vlaamse varianten stimuleren zonder de Hollandse te verbieden. “Het is uiteraard niet verboden om “jurk” te schrijven, maar zegt u “kleed” (en dat doen de allermeesten in Vlaanderen) dan kunt u dat zonder u te moeten schamen ook in geschreven taal gebruiken”.
    (ik zit nu bij de post van 9 februari 2011 bij 18:00)

    Welk advies zoude gij opstellen over de keuze gij/jij als een moderator van een programma met Vlaanderen als doelgroep waar overduidelijk informele taal wordt gebruikt u vraagt hoe hij best de deelnemers en het publiek op een vertrouwelijke manier kan aanspreken? En als ge een bijbaantje als tekstcorrector had en ge nen dialoog rond een Vlaamse keukentafel voor u krijgt waarin de sprekers “jij” gebruiken, zoude dan de schrijver aanraden om “gij” te schrijven? En d’ondertiteling tenslotte: Als ik het goed heb had de VRT een onderzoek verricht om na te gaan hoe d’ondertitels op teletekst, die vooral bedoeld zijn voor slechthorende, zouden moeten worden geschreven. Wa bleek? Het liefst zouden ze een accurate(r) weergave zien van wa gezegd wordt (zeker als z’een beetje konden horen maar ni goe genoeg om alles te verstaan zonder hulp), ipv een aanpassing aan het “informeel Belgisch gesproken Standaardnederlands” (als ik het bestaan daarvan in een ander gedaante dan het “Verkavelingsvlaams” even postuleer).
    (verder naar plezant)

    Als ge al de kleinste inclinatie had om de schade (inderdaad goe gevonden) die uw voorgangers verricht hebben te rechtzetten, of er serieus werk aan maken om de taalonzekerheid van de Vlaming te verminderen (Nee, de taalunie heeft echt ni gelijk als ze stelt da ge talige onzekerheid moet tegengaan met meer regels/taaldescriptie), zoude op basis van die gegevens nog altijd kunnen zeggen da én leuk én plezant (én geestig, …) goe zijn en da ze allemaal door elkaar gebruikt mogen worden. Geen ervan hoort sowieso in ne formelen tekst of krantenartikel (citaten uitgezonderd) wegens subjectief taalgebruik, dus daar knelt de schoen ook ni. Den Bel-Ned-man (nog eens goe gevonden) zal het met ons eens zijn da het Vlaams, intussen ni meer splinternief, taalcomplexke verminderd moet worden

    “Alsof een woord de zegen van een stelletje taalspecialisten moet hebben om gebruikt te worden.”
    Dat is in veel gevallen helaas de gang van zaken, en wel bij mensen die zich professioneel met taal bezig houden. Ik wist ni of ik moest lachen of wenen toen ik van een leerkracht hoorde da we “’nijverheid’ nu wel mogen zeggen, want in de nieuwe VD staat het zonder label”. Den taalgebruiker vraagt “mag da??” en den taaladviseur antwoordt ontwijkend da “dit wel meer voorkomt en ook in Nederland gebruikt wordt”. Dan hebben we welgemeende(?) intitiativen als den “taaldrop” (http://www.taaldrop.be/) die dees definitie van standaardtaal hanteert:

    *Iets wordt als fout beschouwd als het minstens in één taaladviesboek als fout of niet-standaardtaal wordt vermeld, ook al zijn andere auteurs het er niet mee eens. U vindt de lijst van geraadpleegde werken hier.

    Da weerspiegelt waarschijnlijk perfect de mentaliteit van den doorsnee SN-voorstander. Het siert u da gij die 19-eeuwse zienswijze ni deelt, meneer Hendrickx, maar daarmee is de kous helaas ni af wa den Bel-Nedman betreft en ze zou ook ni af moeten zijn voor ander taalliefhebbers.

    Kortom: 1) Ge kunt adviezen opstellen die het gebruik van (of mss eerder “het niet prijsgeven van”), zeker de zeer gangbare, Vlaamse varianten stimuleert, zonder daarom ingeburgerd Hollands te verbieden 2) Het is niet terecht om u de schuld te geven voor hetgeen uw voorgangers misdaan hebben, maar het is ook genen onredelijken eis da ge hun fouten openlijk bekritiseert in uw woordbesprekingen (in combinatie met 1)) en da ge uw modernere zienswijze naar de rest van de taalzorg probeert te verspreiden. Het voorwoord van den te verschijnen VD zou daar een goei mogelijkheid voor kunnen bieden.

    Uw laatste opmerking over vlaamsetaal.be (bedankt voor de gratis reclame!) zal ik daar (op mijnen blog) maar bespreken want we hebben hier al genoeg voer voor de discussie

    • Beste Johan: Bent u verbonden aan de website Antwerps.be? Ik vraag het maar omdat ik een suggestie heb voor die website: op die homepage staat “praat met uw kinderen/kleinkinderen.” Spreek zou hier eigenlijk beter passen: Nederlanders praten tegen elkaar, Vlamingen spreken met elkaar. (het overmatige gebruik van “praten” ipv”spreken” is een voorbeeld van hoe Noord Nederlands Zuid Nederlands verdringt. >Meer voorbeelden hiervan als je bovenaan deze blog op “Hoe?” drukt. Ook bij de link voor het woordenboek van Antwerps;Be staat iets wat verbeterd zou kunnen worden: ik zou u ipv “je” gebruiken om lezers aan te spreken. Nederlanders gebruiken veel meer je dan wij, en dikwijls jij waar wij het beleefde u gebruiken. Ongepast tutoyeren is een taalergernis voor heel veel Belgen maar ook Nederlanders, zoals duidelijk werd recent op een taalforum. Vooral marketeers die “jong” willen overkomen schakelen over op dat “je” en spreken de internet gebruiker zo aan, maar op deze website hanteer ik “u” als aanspreekvorm, wat in lijn ligt van hoe de meeste Vlamingen wensen aangesproken te worden (jong en oud…).

  8. Ah, taalonzekerheid! Johan Bjurstam van http://www.vlaamsetaal.be gooit het grote woord eruit! Het ontmantelt evenwel de hele discussie die hier tussen Ruud Hendrickx en de Belnedblogger gevoerd wordt. Zeker, het klinkt ongetwijfeld nobel dat er vandaag de dag geen normatieve oordelen ‘ex cathedra’ meer uitgevaardigd worden, maar dat men zich in de plaats daarvan bescheiden opstelt en descriptief rapporteert wat de patronen zijn in het feitelijke taalgebruik. Daarbij laat men het aan de spreker zelf over om zijn standpunt in te nemen en keuze te bepalen, heet het dan. De Belnedblogger lijkt zowaar helemaal ingepakt door zoveel goede intenties.
    Alleen, in de huidige sfeer van taalonzekerheid die zoveel sprekers door de keel giert, is een dergelijk taalbeleid natuurlijk een doekje voor het bloeden: openheid voor standpuntinname veronderstelt namelijk een spreker die *zelfbewust* en *taalzeker* is! Een taalONzekere spreker *durft* natuurlijk geen keuze te maken – dat is de ESSENTIE van taalonzekerheid – en zal bovendien de feitelijke stand van zaken in het taalgebruik *per definitie* als problematisch concipiëren. Een taalonzekere spreker WILT dan ook altijd een gezagsinstantie die hem een norm voorhoudt, hoe paradoxaal dat ook moge klinken (maar als ik de Belnedblogger daarop attent probeer te maken, dan krijg ik het verwijt dat ik teveel de “vrije markt” aanhang).
    Het betekent dat het hele hier gevoerde debat een beetje naast de kwestie kabbelt! Ruud Hendrickx beperkt zich tot het puntsgewijs vergoelijken van zijn eigen taalbeleid, en gaat daarbij volledig voorbij aan het heikele punt in hoeverre dat taalbeleid überhaupt wel afgestemd is op de noden (oeps, belgicisme!) van veel taalgebruikers, of sterker nog, in hoeverre het die noden zelfs voedt. Dat komt natuurlijk omdat hij zich verdedigt tegen persoonlijke kritiek van de Belnedblogger, die inderdaad op zijn/haar beurt de hele Vlaamse taalproblematiek maar simplificerend verengt tot de elitaire machinaties van een select kliekje individuele taalkundigen, zonder oog te hebben voor het brede, culturele klimaat van taalonzekerheid en statusangst die zoveel Vlamingen in een wurggreep houdt. Daarmee stijgt zijn/haar analyse nergens boven het niveau uit van een nogal gemakzuchtige samenzweringstheorie, zoals ik dat bij een ander blogbericht genoemd heb, en het blijft op deze site wachten op iets dat me van die overtuiging af zou kunnen brengen (of nog maar totdat enkele van mijn reacties nu eens eindelijk online zouden verschijnen).

    O ja, voordat iemand weer in de klassieke drogreden trapt: de taalonzekerheid wordt natuurlijk NIET door de taalelite ‘opgelegd’; dat zou alleen maar inhouden dat de taalonzekere spreker impliciet het oordeel van de taalelite eigenlijk al *accepteert*, waarmee de redenering gewoon circulair is.
    (hint, de vraag is: waarom *laten* de Vlamingen zich een taalnorm opleggen – zoals dat bijvoorbeeld in het verleden het geval was?)

    • Aan Stijfvreter, hoewel ik eigenlijk geen tijd heb om te reageren, wil ik even iets rechtzetten omdat ik in uw post beschuldigd wordt niet fair te zijn en dingen te beweren die ik niet zeg. Zover ik kan zien zijn AL uw reacties gepubliceerd, niet altijd meteen de dag dat ze gepost zijn, omdat er problemen zijn met de blog. Maar zoals heel duidelijk op deze blog staat: er wordt hier NIET aan censuur gedaan, dus uw reacties en die van Ruud Hendrickx staan op de blog.

      Verder heb ik het gevoel dat u mijn blog teksten niet echt gelezen heeft, anders zou u weten dat uw eerder simplistische opmerking over “samenzweringstheoriëen” er volledig naast is en niet echt ergens op slaat. Er wordt op deze blog niet ad hominem geargumenteerd en evenmin aan simplistische samenzweringscomplotten gewerkt. Er worden fundamentele, taalfilosofische vragen gesteld over de impliciet bevooroordeelde positie tegenover het Noord Nederlands die we terugvinden in heel wat stijlboeken, beleidsbeslissingen, opinies, handboeken, woordenboeken, enz. En er wordt geargumenteerd dat er vanuit taalfilosofisch oogpunt geen ongelijkheid tussen het Noord en het Zuid Nederlands kan bestaan, maar dat ze zoals het Amerikaans en Brits Engels als evenwaardig dienen te worden beschouwd. Het AN telt momenteel slechts een kleine 4000 Belgisch-Nederlandse standaardwoorden en daar gaat deze blog over: hoe worden acceptabele Belgisch-Nederlandse woorden door taalkundige beslissingen dat ze “slechts spreektaal, maar geen standaardtaal” zijn uit het AN weggehouden en weggezuiverd. Ik vind Johans en ook uw opmerkingen over de onzekere Vlaming volledig juist en er is niets op mijn blog dat dit tegenspreekt. Integendeel, ik spreek op de home page van geinternalizeerde “zelf censuur.” Het gaat dus om twee aspecten van eenzelfde probleem, de ene gezien vanuit het oogpunt van de beleidsmensen die beslissingen nemen en het taalbeleid sturen, en ondanks ontkenningen nog steeds aan taalzuivering doen; de andere vanuit het oogpunt van de taalgebruikers, die door decennia lange taalzuiveringen onzeker zijn gemaakt. Het een sluit het ander niet uit maar beide zijn met elkaar verbonden. Want dat onzekermaken door taalzuivering en andere taalkundige feiten gebeurt al van in de lagere school, op basis van gegevens die in woordenboeken, stijlboeken, enz. staan. En ik zeg uitdrukkelijk dat er een verschil is tussen het feit dat de heer Hendrickx mij de toestemming geeft om te zeggen wat ik wil, dialect te spreken als ik wil, en het feit dat wat de VRT journalisten zeggen als norm voor Vlaanderen beschouwd wordt en dat het dan wel degelijk een probleem is als zij de Noord-Nederlandse uitspraak gebruiken (dat hun VRT Nederlands als norm dient staat te lezen staat in het Taalcharter en op de website van de Taaltelefoon). Dus de eerder sussende uitspraak dat we mogen zeggen wat we willen is in strijd met de uitspraak op het VRT taalnet, dat we afwijken van de norm (die impliciet Noord Nederlands is), als we bepaalde Belgisch-Nederlandse woorden hanteren die Nederlanders niet gebruiken. Deze blog probeert de tegenstrijdigheden in de argumentatie en logica van taalkundige beleidsbeslissingen bloot te leggen en dat is zo nog niet gedaan, door niemand.

      In vorige versies van de blog zijn er hier en daar onnauwkeurigheden in het betoog geslopen die nu op dit moment verbeterd worden, ook dank zij sommige reacties van Ruud Hendrickx, maar ik wijk zeker niet af van mijn kritische thesis. En ik blijf verder termen als taalzuivering (een vorm van taalcensuur) gebruiken ook al vindt Ruud Hendrickx dat ik dat niet moet doen. Uw reacties en die van Johan zijn daarbij ook verrijkend, behalve uw rare opmerking dat het hier om “samenzwering” en “elite” zou gaan waar ik eerlijk gezegd niks mee kan aanvangen. Het zou goed zijn als u misschien de home page zou lezen: http://belned.wordpress.com/

      En nog eens ter verduidelijking: van mij mag iedereen zoveel Noord Nederlands spreken als hij wil, het gaat op deze blog om het wegzuiveren van het Zuid Nederlands, en de tactieken, cirkelredeneringen en m.i. sofismen die vandaag de dag nog gebruikt worden om het Zuid Nederlands uit onze gemeenschappelijke AN standaardtaal te houden.

      • Beste Belned,
        Hartelijk dank voor je uitvoerige antwoord! Dat was heel terzake en verhelderend. Hopelijk heb je niet al te veel van je kostbare tijd verloren, want dat was nooit mijn bedoeling.

        Evenmin wil ik je betichten van onfairheid, vooral als dat aan problemen met WordPress ligt. Het was alleen opmerkelijk om vast te stellen dat veel van mijn reacties maandenlang zijn blijven staan in de status “Uw reactie is in afwachting van moderatie”. Dat is bijvoorbeeld nog altijd zo voor mijn reactie van 11 januari 2011 op jouw bericht ‘Kritische interpretatie van taalkundige uitspraken van Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur en VRT taaladviseur, die voor “Vlaamse blik” op van Dale moet zorgen’ van 6 januari 2011.

        Over naar het inhoudelijke dan, waar daar is het uiteindelijk om te doen.
        Ik denk dat we een lichtjes verschillende betekenis toekennen aan het woord “samenzweringstheorie” (waarmee ik nogal begin te lijken op Ruud Hendrickx met zijn argument dat we onze termen eerst moeten definiëren voor we discussiëren). Nu is dat woord natuurlijk bewust een beetje provocerend gekozen, maar jij vat het wel heel erg letterlijk op, waardoor je in de grond, vrees ik, niet echt begrijpt wat ik bedoel (en dat verklaart dan ook waarom je vindt dat je “er niets mee kan aanvangen”). Wat ik maar wou zeggen is dat jij in je blog nogal eenzijdig focust op de zuiveringsmachinaties van de taaladviseurs en -beleidsmakers, zonder daarbij oog te hebben voor de inbedding van dat taalbeleid in de taalmarkt van individuele sprekers met hun preferenties. Daarbij is het nu eenmaal *een empirisch feit*, en daar was je in het begin toch een beetje blind voor, dat er in Vlaanderen wel degelijk heel wat individuen rondlopen die WILLEN dat hun taal gezuiverd wordt. Het is heel belangrijk om dit in te zien, want anders ONTKEN je gewoon pertinente Vlaamse taalrealiteit! Nu is er wat dat betreft bij jou een kentering gekomen, had ik de indruk, nadat ik je gewezen heb op de lezersreacties op de column van Jeroen Brouwers; dat is nota bene de ene reactie, waarover ik het hierboven had, die nog altijd niet online verschenen is.
        In je ‘manifest’ op je homepage maak je nu inderdaad melding van “zelfcensuur” en je somt “bewustwording” als zomaar eventjes het allereerste actiepunt op. Dat klinkt als muziek in de oren, maar anderzijds zul je het toch met me eens zijn dat jouw constante neiging om altijd maar weer je oude teksten te herschrijven en/of aan te vullen het er voor buitenstaanders niet echt gemakkelijker op maakt om te onthouden wat je nu precies wel of niet op welk tijdstip beweerd hebt. Hoe dan ook, het maakt zelfs niet eens zoveel uit: onze discussie over de “samenzweringstheorie” is namelijk ontstaan naar aanleiding van jouw bericht van 20 december 2010 over het ’19-de-eeuwse en Kafkaeske’ karakter van het taalbeleid in Vlaanderen. Op dat moment had je in je blog alleen nog maar berichten geplaatst over, in chronologische volgorde: de krant De Standaard (29 augustus 2010), Ludo Permentier (29 november 2010), het woord “plezant” (6 december 2010), en Het Groot Dictee der Nederlandse Taal (16 december 2010). Kortom, het ging uitsluitend over het taalbeleid en taalnormering, zonder ook maar enige link te leggen naar de taalgebruiker en zijn eventuele inachtneming daarvan. In je eerste antwoord schrijf je bijvoorbeeld doodgewoon dat ‘wat vele Vlamingen niet schijnen te weten is dat veel van wat ze zeggen niets te maken heeft met “vrije selectie” maar dat er actief woordenschat gepromoot wordt’. Ik hoop dat ik je er inmiddels van heb kunnen overtuigen dat je dit in één saillant detail moet parafraseren: naast heel wat Vlamingen die het niet weten, is er ook een heel contingent dat het gewoon niet WILT weten (in meer dan één betekenis).
        Nu, alles welbeschouwd maak ik uit jouw reactie op dat ons meningsverschil er eerder één is van toon en klemtoon: jij wilt het taalbeleid *deconstrueren*; ik hecht meer aan de *fetisjering* die sprekers van hun taalvarianten en -variëteiten maken. In essentie zitten we op dezelfde lijn: “Het een sluit het ander niet uit maar beide zijn met elkaar verbonden”, een pregnantere verwoording is haast ondenkbaar! Er is één punt van kritiek nog, waarop ik je aandacht zou willen vestigen, met name als je zegt dat de taalgebruikers “door decennia lange taalzuiveringen onzeker zijn gemaakt”. Belned, dit is circulair (en in se is het de precieze betekenis van wat ik onder een “samenzweringstheorie” versta, om nu maar eens eindelijk het hele probleem op te lossen): sprekers worden niet onzeker door taalzuivering of -correctie (want ga maar na: waarom zouden ze dat überhaupt *accepteren*? Jijzelf – net als ik – accepteert het toch ook niet!); sprekers worden onzeker door hun *minder begunstigde positie in de samenleving* (wat omgekeerd met zich meebrengt dat de onzekerheid zal afnemen naarmate hun status minder precair wordt – en nu mag je opnieuw de vergelijking met je eigen levenssituatie maken).
        Laat ik mijn hele betoog dan ook maar als een suggestie samenvatten: misschien doe je er goed aan om eens wat meer je licht te laten schijnen over de ‘taalmarkt’: iemand als jij heeft daar namelijk ongetwijfeld erg interessante dingen over te vertellen!
        Uiteindelijk heeft de omissie van de taalmarkt zich ten slotte ook tegen je gekeerd: op de keper beschouwd is dat de reden voor het sprekende gemak waarmee Ruud Hendrickx veel van je argumenten van de baan heeft kunnen vegen: ‘natúúrlijk wordt er vandaag niet meer gezuiverd en weggecorrigeerd – taalzuivering stamt gewoon uit een vorig tijdperk; in plaats daarvan worden er alleen maar adviezen opgesteld op basis van descriptieve studies naar gebruik en frequentie, en als puntje bij paaltje komt laten we het aan de spreker zelf over om zijn keuze te maken’. Waar Hendrickx echter met geen woord over rept – omdat jij het hem niet voor de voeten werpt – is dat het ogenschijnlijk ‘democratische’ allure van die keuzemogelijkheid in werkelijkheid je reinste *mystificatie* is: hij weet donders goed (dat volgt namelijk eveneens uit die attitudepeilingen) dat veel Vlamingen gewoonweg te onzeker zijn om hun keuze te bepalen, en die laten zich dan ook als makke lammetjes voorschrijven hoe ze zouden moeten spreken – behalve natuurlijk degenen die *wel* taalzeker zijn, maar die kiezen dan weer stellig NIET voor het Standaardnederlands: dat zijn namelijk de prototypische sprekers van het Verkavelingsvlaams – zie: Tussen Spreek- en Standaardtaal (2008). Alle retoriek ten spijt is het taalbeleid in Vlaanderen dan ook apert *schijn*democratisch! Je zou er voorwaar een situationist van worden!

      • Beste Stijfvreter, Bedankt voor het lange antwoord, met zeer interessante punten. Vanwege tijdsgebrek kan ik niet gedetailleerd op je reactie ingaan, hopelijk later wel. Toch nog een rechtzetting: op deze blog geef ik wel degelijk een uitgebreide kritische analyse van “schijndemocratie” die m.i. duidelijk naar voren komt in de oproep van Van Dale om woorden te suggereren voor de nieuwe editie:

        http://belned.wordpress.com/2011/01/11/kritiek-of-ruud-hednrickx-deel-2/

      • Beste Stijfvreter, nog even snel: ik zie dat er op de home pagina van vlaamsetaal.be nog altijd uw oude bericht staat waarin gesuggereerd wordt dat ik reacties niet zou plaatsen. Ik zie dat u dat in eigen uw reactie op het oorspronkelijke bericht veranderd heeft, maar ware het geen goede idee dat ook in de heading van het bericht te veranderen? Bedankt alvast.

  9. ik heb de tips doorgegeven aan de webmaster van antwerps.be

  10. Pingback: Wat is Belgisch Nederlands en waarom is het bedreigd? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  11. Pingback: Wat is Belgisch Nederlands, waarom is het bedreigd en hoe kan u helpen? « RED HET BELGISCH NEDERLANDS

  12. Pingback: De 17 provinciën van de VRT en Radio 4 Hilversum | RED HET BELGISCHNEDERLANDS RED HET ZUID NEDERLANDS

  13. Pingback: Ruud Hendrickx, Vlaams hoofdredacteur van Van Dale, zet “gejost” en “gesjareld” in Dikke van Dale | RED HET BELGISCHNEDERLANDS RED HET ZUID NEDERLANDS